Expertisepunt LOB

LOB in het MBO

In het mbo worden jaarlijks ruim 475.000 studenten opgeleid. Daarom kent het mbo een drievoudige kwalificatieplicht: opleiden voor een vak, opleiden voor een vervolgopleiding en opleiden voor goed burgerschap. LOB vormt een wettelijk onderdeel van deze drievoudige kwalificering. Studenten ontwikkelen tijdens hun opleiding de loopbaancompetenties verder waarmee zij in het voortgezet onderwijs zijn begonnen. 
Op deze pagina vind je meer informatie over o.a. de leerweg bol en bbl, LOB in de bpv en over de wettelijke vereisten LOB en de doorstroomrechten.

 

Praktijkvoorbeelden

Tools

Benieuwd hoe andere scholen uitvoering geven aan LOB? Laat je inspireren door deze praktijkvoorbeelden!
 

Maak gebruik van deze tools om LOB op jouw school te versterken.

 

Het Kwaliteitskader biedt richtinggevende kwaliteitscriteria ter ondersteuning van onderwijsinstellingen bij het vormgeven, versterken en borgen van LOB.

Uit rapport Youngworks: Jongerenperspectief op LOB

Uit rapport Youngworks: Jongerenperspectief op LOB

“Ik heb nu een audio-opleiding gekozen. Maar wil wel graag ontdekken welke kant ik op wil. Ga ik studio of live doen? Of misschien voor mezelf beginnen? En ik vind het heel belangrijk dat we concreet leren hoe we doelen kunnen bereiken. Bijvoorbeeld: hoe maak je een goede Linkedin? Het is fijn om dat allemaal op een rijtje te hebben, dat geeft overzicht.”
Uit rapport Youngworks: Jongerenperspectief op LOB

Uit rapport Youngworks: Jongerenperspectief op LOB

“Kwaliteiten- en motievenreflectie is iets voor de middelbare school als je nog een studiekeuze moet maken. Ik weet dat ik de juiste keuze heb gemaakt. Nu wil ik aan de slag met mijn toekomst en wat ik moet doen om mijn doelen te behalen.”
Uit rapport Youngworks: Jongerenperspectief op LOB

Uit rapport Youngworks: Jongerenperspectief op LOB

Over het belang van stages: “Ik heb het ontzettend naar mijn zin op stage. Ik vind het fijn om lekker bezig te zijn. Ik zie nu pas hoe ik mijn studie in de praktijk kan toepassen. Toen ik aan mijn studie begon, kwam ik blanco binnen. Ik had geen idee wat ik kon doen met ICT eigenlijk.”
Teamleider mbo-opleiding

Teamleider mbo-opleiding

Even geleden heeft onze regiocontactpersoon een interactieve LOB inspiratie ochtend verzorgd. Deze ochtend is goed ontvangen! Verschillende docenten zijn nu bezig met het onderwerp. Nu is het tijd voor de volgende stap.
ROC Mondriaan, mbo-2

ROC Mondriaan, mbo-2

Wij hebben absoluut LOB op de radar. We willen dat graag structurelere aandacht geven en zorgen dat we gerichtere loopbaanbegeleiding aan onze niveau 2-studenten kunnen geven.  Heel fijn dat het Expertisepunt LOB daarbij zo op maat wil ondersteunen, dat helpt. 

 

Beleidsmedewerker Zadkine

Beleidsmedewerker Zadkine

Rijnmond/ZHZ

Vanuit het expertisepunt hebben we toegang tot veel kennis en ervaring rondom het succesvol invulling geven aan LOB. Een partner om beter te leren kennen!

Leerweg bbl en bol

Elke mbo-opleiding is een combinatie van leren op school én leren in de praktijk.  Er zijn opleidingen waar de student school volgt en stage loopt en opleidingen waarbij de student werkt en ook naar school gaat. Dat heten leerwegen en we maken daarbij onderscheid in:

Bol

Bol betekent beroepsopleidende leerweg. Waneer de student een bol-opleiding volgt, gaat de student de hele week naar school en loopt af en toe stage. Soms is dat 1 dag in de week, soms is dat een aantal weken of maanden achter elkaar.

Bbl

Bbl betekent beroepsbegeleidende leerweg. De bbl is een combinatie van werken en leren. De student werkt meestal drie tot vier dagen per week bij een erkend leerbedrijf en gaat een of twee dagen per week naar school. De praktische ervaring leert de student op het werk. De theorie en begeleiding krijg de student op school. De student heeft geen recht op studiefinanciering, maar je ontvangt salaris van de werkgever.
Loopbaanontwikkeling en -begeleiding (LOB) binnen de BBL vraagt om een praktijkgerichte en persoonlijke aanpak, waarbij intensieve samenwerking tussen school, leerbedrijf en student essentieel is voor groei in vakmanschap, zelfontwikkeling en toekomstperspectief.

LOB in de bpv

In het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is de stage een belangrijk onderdeel van de opleiding. De praktijkervaring die studenten in het mbo opdoen heet ook wel beroepspraktijkvorming (bpv) en is de plek waar studenten hun loopbaancompetenties in een praktijkgerichte omgeving ontwikkelen. Hier komen professionele en persoonlijke groei samen, dankzij samenwerking tussen mbo-scholen en leerbedrijven.

Tijdens de BPV leren studenten niet alleen vaktechnische vaardigheden, maar ook soft skills zoals samenwerken, communiceren en plannen. Het is van belang deze ervaringen te bespreken en hierop te reflecteren, zodat de student zich verder kan ontwikkelen. De kern hiervan ligt in de begeleidingsgesprekken, idealiter in de vorm van een trialoog: een gesprek tussen student, BPV-docent en praktijkbegeleider.

Op de pagina LOB in de bpv vind je praktische tips en hulpmiddelen om loopbaangesprekken effectiever en betekenisvoller te maken. 

Expertisepunt LOB

Wettelijke vereisten LOB in het mbo

In de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) is het volgende opgenomen:
bij de uitvoering van hun taak dragen de instellingen, onverminderd het bij of krachtens deze wet bepaalde, mede zorg voor:

  1. De toegankelijkheid van het onderwijs, in het bijzonder voor kansarme groepen

  2. Het aanbieden van doelmatige leerwegen, in het bijzonder door het zorgdragen voor een zorgvuldige afstemming tussen opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en beroepsopleidingen

  3. Het bieden van mogelijkheden voor loopbaanoriëntatie

  4. Het bieden van mogelijkheden voor loopbaanbegeleiding tijdens de opleiding en na diplomering.

Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) is in het mbo verankerd als een verplicht onderdeel van de opleiding, maar anders dan beroepsgerichte vakken, geldt er voor LOB geen resultaatverplichting (cijfer), maar een inspanningsverplichting. Dit betekent dat een student LOB-activiteiten moet aantonen om het diploma te behalen, wat vastgelegd wordt in de Onderwijs- en Examenregeling (OER).
Hoe LOB in de exameneisen is opgenomen (per 2026):

  1. Inspanningsverplichting (Diploma-eis): De student moet kunnen aantonen dat hij/zij heeft gewerkt aan loopbaancompetenties, vaak via een loopbaandossier of portfolio.

  2. Onderdeel van OER: De school bepaalt in de OER de specifieke LOB-activiteiten, zoals loopbaangesprekken, stages en reflectieopdrachten.

  3. Vijf loopbaancompetenties: Het onderwijs en de examinering richten zich op de ontwikkeling van de vijf loopbaancompetenties: kwaliteitenreflectie, motievenreflectie, werkexploratie, loopbaansturing en netwerken.

  4. Kwalificatiedossiers: LOB is geïntegreerd in de kwalificatiedossiers, wat betekent dat het overal in de opleiding terugkomt, niet als los vak.

  5. Aanvullende loopbaanbegeleiding: Vanaf 2026 is er meer focus op ondersteuning bij de overstap naar werk of vervolgonderwijs, inclusief nazorg tot een jaar na diplomering.

Aan het einde van de opleiding beoordeelt de school of de student aan de inspanningsverplichting heeft voldaan. Dit resulteert niet in een cijfer op de cijferlijst, maar op het diploma wordt "voldaan" aangegeven.

Doorstroomrechten mbo

Doorstromen van het ene naar het andere onderwijsniveau of -sector is onlosmakelijk verbonden met LOB. LOB staat namelijk voor leren kiezen. Dus wanneer jongeren dit hebben geleerd, dan kunnen zij op basis van hun zelfkennis en opleidingsbeeld ook een keuze maken naar welk onderwijs zij door willen stromen.

Bij het doorstromen hebben jongeren wettelijke rechten, de zogenaamde doorstroomrechten. De volgende doorstroomrechten gelden rondom het mbo:

Doorstromen van vmbo naar het mbo

Jongeren hebben in Nederland een kwalificatieplicht. De wettelijke toelatingseisen voor het MBO zijn vastgesteld door de Rijksoverheid. Er zijn opleidingen waar aanvullende toelatingseisen voor gelden en nadere vooropleidingseisen (verplichte vakken) voor niet-verwante doorstroom. Wanneer een leerling voor keuze van een MBO opleiding staat ontvangt hij een brief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met daarin de informatie aangaande het studiekeuzeadvies waar de leerling recht op heeft bij inschrijving vóór 1 april. In de doorstroomatlas vmbo van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt duidelijk aangegeven hoe de doorstroom vanuit het vmbo plaatsvindt.


Doorstromen van havo naar mbo

Middels een overgangsbewijs kan er worden doorgestroomd van havo 3 naar het MBO niveau 3 of 4.


Studiekeuzeadvies mbo

Een aspirant-student die zich voor 1 april aanmeldt, heeft het recht op een studiekeuzeadvies. Naast een plaatsingsgesprek kan een mbo-school deelname aan verplichte intakeactiviteiten van de student eisen. Het mbo heeft opleidingen op 4 niveaus: mbo entree, 2, 3 en 4.

Bindend studieadvies binnen het mbo Als een student begint aan een mbo-opleiding, krijg hij in het eerste jaar een bindend studieadvies (BSA).

Doorstroming binnen het mbo

Studenten met een diploma mbo-niveau-2 hebben recht op toelating tot een niveau-3 of -4 opleiding. Zij dienen zich voor 1 april aan te melden en hebben dan formeel dezelfde status als vmbo-leerlingen uit kader, gl of tl die naar het mbo gaan.


Tussenjaar na het mbo

Het is mogelijk om na het behalen van het mbo-diploma (niveau-2 of hoger) te kiezen voor een tussenjaar. De leerling is dan niet meer leerplichtig.


Doorstroomrechten van mbo naar hbo

Kom je uit een mbo4-opleiding, dan ben je toelaatbaar voor alle bachelor- en Ad- opleidingen met uitzondering van de pabo. Voor de toelatingseisen vanuit de 21+ regeling verwijzen we je naar de website van de door jou gekozen opleiding/instelling.

 

Associate degree-opleiding (AD)

Een Associate degree-opleiding is een 2-jarige praktijkgerichte hbo-opleiding met een wettelijk erkend hbo-diploma. Qua niveau zit deze opleiding tussen het mbo en een hbo-bachelor in. Deze opleidingsvorm is in het leven geroepen om het gat te dichten tussen het mbo - en hbo-onderwijs. Een Associate degree is meer beroepsgericht dan een reguliere hbo-opleiding. Voor een Associate degree gelden dezelfde toelatingseisen als voor een reguliere hbo-opleiding. Een Ad-diploma sluit ook aan op de arbeidsmarkt. Studenten worden toegelaten wanneer zij in het bezit bent van een havo, vwo, of mbo-4 diploma.

Lees meer over de AD-opleiding