Ouderbetrokkenheid

Expertisepunt LOB

LOB-begeleiding

De begeleider (slb-er, coach, mentor, docent) begeleidt jongeren en voert het LOB-programma uit. Om de kwaliteit van de LOB-begeleiding  te borgen wordt jaarlijks de PDCA-cyclus doorlopen.
Meer weten over hoe je LOB-begeleiding kunt vormgeven en de kwaliteit kunt borgen? Bekijk dan onderstaande infographics, wegwijzers en tools.

 

 

Inspiratie uit praktijk, onderzoek en het nieuws

LOB-onderzoek
LOB en studiesucces. Onderzoek naar de opbrengsten van LOB op basis van de startmonitor 2012-2013

Warps, J. (2013)

Op verzoek van de VO-Raad heeft ResearchNed een onderzoek uitgevoerd naar de stand van zaken en naar de effecten van loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) in havo en vwo. Daartoe is een serie vragen over LOB toegevoegd aan de Startmonitor, het landelijke eerstejaarsonderzoek in hbo en wo.

Thuisopdrachten als middel voor samenwerking met ouders bij LOB. Het hoe, wat en waarom

Strijk, M., Lusse, M., & Kuijpers, M. (2018)

Scholen gebruiken thuisopdrachten nog weinig in het samenwerken met ouders rondom LOB. Terwijl ze juist de kwaliteitsgesprekken tussen ouder en kind thuis vergroten, ouders een reëler beeld van het loopbaanperspectief van hun kind geven en de betrokkenheid van ouders bij het LOB -programma van de school stimuleren. Voorwaarde is wel dat de leerling de regie houdt en zijn of haar ouders d.m.v. de thuisopdracht zelf betrekt. Daarnaast moeten thuisopdrachten alle ouders de mogelijkheid bieden om thuis bij de loopbaan van hun kind betrokken te zijn, ongeacht hun vertrouwdheid met het onderwerp.

En wat kan ik dan later worden?

Slijper, J. (2017)

Een andere benadering van studiekeuze. Met de dissertatie ‘En wat kan ik dan later worden?’ heeft Slijper promotieonderzoek gedaan naar het studiekeuzeproces van eerstejaars juridische hbo-studenten. Als bij aankomende studenten het toekomstige beroep de belangrijkste reden vormt bij een studiekeuze, is het vrij waarschijnlijk is dat dit leidt tot teleurstellingen en studie-uitval. Studenten die een studiekeuze maken vanwege de inhoud van een studie vallen veel minder uit.

Parental involvement in career education and guidance in senior general secondary schools

Oomen, A.M.F.A. (2018)

Dit proefschrift is het resultaat van een onderzoek naar het betrekken van de ouders van havo-scholieren bij loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB). Het is gebaseerd op een secundaire analyse van bestaande gegevens van een eerder onderzoeksproject naar de impact van een LOB-interventie, 'Ouders aan Zet' voor ouder-kindparen in 3- of 5HAVO. Bij dit project waren decanen van zes scholen betrokken, die de interventie uitvoerden op hun school aan de hand van een gezamenlijk ontworpen script met de steun van mentoren, docenten en afdelingshoofden.

Parental involvement in career education and guidance in secondary education

Oomen, Annemarie (2016)

Voor mijn proefschrift naar ouderbetrokkenheid in LOB in HAVO bestudeerde ik in de internationale literatuur interventies binnen en buiten de onderwijscontext waarbij ouders betrokken waren bij de loopbaanontwikkeling/beslissingen van hun kind. Dergelijke interventies bestaan sinds eind zestiger jaren in uiteenlopende vormen zoals gidsen om ouders te informeren over het onderwijssysteem of over hun rol; folders met hulpmiddelen voor ouders of met oefeningen voor ouder en kind; programma’s om alle of specifieke (subculturele) doelgroepen van ouders te ondersteunen; en materialen om schoolpersoneel te ondersteunen bij ouderbetrokkenheid in LOB.

How do students perceive the role of school, parents and themselves

Oomen, Annemarie (2016)

Bij het R&D project ‘Ouders aan Zet’ ontwikkelden zes schooldecanen van HAVO-scholen een LOB interventie van vier sessies (tien uur totaal) voor ouders en hun kind in 3HAVO of 5HAVO. Een van de onderzoeksvragen voor dit R&D project was hoe de leerlingen die in dit project betrokken waren de rol van zichzelf, de school en ouders zien.

Can career teachers/leaders support parents in helping their child?

Oomen, Annemarie (2016)

Bij het R&D project ‘Ouders aan Zet’ ontwikkelden zes schooldecanen van HAVO-scholen een LOB interventie van vier sessies (tien uur totaal) voor ouders en hun kind in 3HAVO of 5HAVO. Twee van de onderzoeksvragen voor dit R&D project waren: 1) Hoe verschilt deze LOB-interventie ten opzichte van je huidige praktijk als schooldecaan in jouw school? En 2) Indien ja, welke aanvullende competenties zijn nodig voor een schooldecaan?

Ouderbetrokkenheid bij Loopbaanontwikkeling van vmbo-leerlingen

Kuijpers, M., Strijk, M., Lusse, M., & van Schie, L. (2018)

Over het algemeen genomen zien we dat de ondersteuning vanuit scholen aan ouders en de ondersteuning van ouders aan leerlingen in hun loopbaanontwikkeling is toegenomen in de loop van het project. We zien dat de interventies van het City Deal project een positieve invloed hebben op de ouderbetrokkenheid bij LOB, en ouderbetrokkenheid bij LOB weer bijdraagt aan de loopbaanontwikkeling van leerlingen. We zien dat het nauwelijks uitmaakt of je meedoet aan het project (over all verschil tussen experimentele en controlegroep), maar wel wat je doet binnen het project.

Nabij op afstand: ouders en het mbo

Esch, W. van, R. Petit & F. Smit (2011)

Welke rol kunnen ouders spelen in het studiesucces en de loopbaanoriëntatie van mbo‑studenten?

____________________________

Het onderzoek laat zien dat ouderbetrokkenheid in het mbo vaak beperkt is, terwijl ouders wel degelijk op afstand een belangrijke rol spelen bij motivatie, toekomstperspectief en loopbaanoriëntatie. Voor LOB biedt dit kansen door ouders structureel en laagdrempelig te betrekken bij intake, voorlichting en oriëntatieactiviteiten, zodat de dialoog over de loopbaan thuis kan worden versterkt.

____________________________

Samenvatting van het onderzoek 

Nabij op afstand verkent de literatuur over dit thema en de initiatieven die mbo-instellingen nemen om ouders te betrekken bij het onderwijs.
Ouderbetrokkenheid op het mbo is geen gemeengoed. Vaak is er alleen contact op formele momenten zoals bij de diploma-uitreiking of als er problemen zijn. Toch zijn er ook instellingen die hier wel sterk in investeren. Zij zien het contact met ouders als een noodzakelijke voorwaarde voor het schoolsucces van deelnemers.
De rol van ouders van mbo’ers is duidelijk anders dan in het primair en voortgezet onderwijs. Jongeren zijn (bijna) volwassen en zien hun ouders vaak liever niet op school of zich bemoeien met huiswerk. Tegelijkertijd blijven ouders wel degelijk een belangrijke rol spelen, maar meer op afstand. Zij zijn bijvoorbeeld belangrijke gesprekspartners als het gaat om het belang van de opleiding voor het toekomstperspectief en loopbaanoriëntatie. Onderwijsinstellingen kunnen met deze literatuurverkenning en goede voorbeelden ideeën opdoen om ouderbetrokkenheid binnen de eigen instelling vorm te geven.  

Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk? 

Met dit verkennend onderzoek is enig zicht ontstaan op voorkomende aanpakken, belemmerende en bevorderlijke factoren. Wel zijn de ervaringen contextspecifiek en beperkt in aantal en is hiermee niet in algemene zin te zeggen ‘hoe het moet’. De ervaringen kunnen wel een bron van ideeën vormen en suggesties opleveren. De onderzoekers noemen er een aantal op basis van literatuur en interviews. Voor instellingen die beginnen met ouderbetrokkenheid is het aan te raden om eerst een meerjarenplan te maken met niet te hoge ambities. Belangrijk is dat er binnen de instelling iemand is die ‘de kar gaat trekken’, naast een directie die dit belangrijk vindt, stimuleert en faciliteert. In de communicatie met ouders zijn tien-minutengesprekken niet voldoende. Zorg dat ouders erbij horen en dat hun rol en inzet van begin af aan duidelijk is. En betrek ze niet pas wanneer zich problemen voordoen. Ouders kunnen bij reguliere activiteiten worden betrokken, bij het intakegesprek, bij voorlichtingsbijeenkomsten of presentaties van studenten. Dit kost weinig extra tijd en leidt tot meer contactmomenten. De ‘dialoog’ over de loopbaan wordt voor een belangrijk deel thuis gevoerd. Zorg dat ouders kunnen mee-oriënteren op vervolgopleidingen en beroepen, meegaan naar open dagen en bedrijfsbezoeken zodat zij hier thuis verder over deze ervaringen kunnen praten. Verder worden praktische tips gegeven, bijvoorbeeld over contact onderhouden met moeilijk bereikbare ouders en hoe te handelen bij verzuim. 

Sociaal kapitaal in het mbo: slagboom of hefboom? Onderzoek onder mbo'ers en docenten.

Esch, W. van, Petit, R., Neuvel, J., & Karsten, S. (2011)

Hoe belangrijk zijn netwerken en sociale contacten voor de loopbaanontwikkeling van mbo‑studenten?

____________________________

Het onderzoek laat zien dat het sociaal kapitaal van mbo‑studenten sterk verschilt en grote invloed heeft op studiesucces, stagekansen en loopbaankeuzes. Juist studenten met een klein of beperkt netwerk kunnen baat hebben bij extra ondersteuning vanuit school, bijvoorbeeld door maatschappelijke participatie, samenwerking met verenigingen en gerichte begeleiding bij loopbaanvragen.

____________________________

Samenvatting van het onderzoek 

Deze studie gaat over het sociaal kapitaal van mbo’ers. Kapitaal verwijst naar iets waardevols, bij sociaal kapitaal zijn het de relaties tussen mensen die waardevol zijn. Het kan gaan om mensen die men via studie of werk leert kennen of via vrijetijdsactiviteiten; denk aan de sportclub waar de trainer jongeren wijst op een sportopleiding of ouders met elkaar praten over welke opleiding voor hun zoon of dochter geschikt zou zijn. We weten al het nodige over het sociaal kapitaal van volwassenen, maar hoe zit dat met dat van jongeren, en nog meer specifiek dat van mbo’ers. Over deze vraag gaat dit onderzoek. Sociaal kapitaal valt (groten)deels samen met wat we tegenwoordig netwerken noemen. In netwerken van mbo’ers bevinden zich allerlei mensen die hen kunnen helpen bij bijvoorbeeld het succesvol afronden van hun studie, bij het gemakkelijker vinden van een stageplaats, een vervolgopleiding, of een baan op de arbeidsmarkt. We weten dat volwassenen die personen kennen met beroepen met veel prestige, eerder een baan vinden, of een betere baan, of een beter betaalde baan. Onderzocht is hoe het netwerk van mbo-studenten eruitziet. Hoeveel beroepsbeoefenaren zij kennen en welke beroepen voorkomen in hun netwerk. En daarnaast er ook hulpbronnen zijn in de netwerken; mensen die kunnen helpen bij schoolopdrachten, bij het vinden van een stageplek en bij de studie-en beroepskeuze. 

Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?

Studenten op het mbo verschillen enorm van elkaar als het gaat om het netwerk. Sommigen hebben een rijk sociaal leven en een groot en gevarieerd netwerk van beroepsbeoefenaren. Anderen daarentegen kunnen nergens terecht voor hulp of een goed gesprek, bijvoorbeeld over de beroepskeuze. Juist voor die laatste categorie kan de school iets extra’s betekenen en hen helpen hun sociaal kapitaal te versterken. Maar hoe?
Als rode draad in het onderzoek kwam naar voren dat maatschappelijke participatie, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk of lidmaatschap van een vereniging, het sociaal kapitaal ten goede komt. Jongeren leren hierdoor meer mensen kennen met allerlei verschillende beroepen en ook meer mensen die hun kunnen helpen bij hun leerloopbaan. Maatschappelijke participatie is niet voor alle jongeren vanzelfsprekend. De school zou kunnen bevorderen dat jongeren maatschappelijk actief zijn, door bijvoorbeeld schoolopdrachten te verbinden aan vrijwilligerswerk of samen te werken met het plaatselijke club/verenigingsleven. Ook in de sociale contacten van studenten onderling kan de school iets betekenen, bijvoorbeeld door het organiseren van feesten of sportactiviteiten. Verder kunnen scholen jongeren die in hun netwerk van familie, vrienden en kennissen weinig hulp kunnen verwachten, extra begeleiding bieden. Deze jongeren zijn immers vooral op de school aangewezen bij belangrijke keuzes. 

LOB-praktijkvoorbeelden