Ouderbetrokkenheid
LOB-begeleiding
De begeleider (slb-er, coach, mentor, docent) begeleidt jongeren en voert het LOB-programma uit. Om de kwaliteit van de LOB-begeleiding te borgen wordt jaarlijks de PDCA-cyclus doorlopen.
Meer weten over hoe je LOB-begeleiding kunt vormgeven en de kwaliteit kunt borgen? Bekijk dan onderstaande infographics, wegwijzers en tools.
Inspiratie uit praktijk, onderzoek en het nieuws
Warps, J. (2013)
Op verzoek van de VO-Raad heeft ResearchNed een onderzoek uitgevoerd naar de stand van zaken en naar de effecten van loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) in havo en vwo. Daartoe is een serie vragen over LOB toegevoegd aan de Startmonitor, het landelijke eerstejaarsonderzoek in hbo en wo.
Strijk, M., Lusse, M., & Kuijpers, M. (2018)
Thuisopdrachten bieden een krachtige, maar nog weinig benutte manier om ouders actief te betrekken bij loopbaanontwikkeling van hun kind.
____________________________Scholen zetten thuisopdrachten nog beperkt in, terwijl deze de kwaliteit van gesprekken tussen ouder en kind vergroten en ouderbetrokkenheid versterken. Ouders ervaren deze opdrachten als waardevol, omdat ze beter inzicht krijgen in de loopbaanmogelijkheden van hun kind en hier actief over in gesprek gaan. Leerlingen en docenten zijn kritischer, maar zien wel dat de opdrachten bijdragen aan reflectie en betrokkenheid. Succesvolle inzet vraagt om goede inbedding in het LOB‑programma, duidelijke opdrachten en behoud van regie bij de leerling.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Scholen gebruiken thuisopdrachten nog weinig in het samenwerken met ouders rondom LOB. Terwijl ze juist de kwaliteitsgesprekken tussen ouder en kind thuis vergroten, ouders een reëler beeld van het loopbaanperspectief van hun kind geven en de betrokkenheid van ouders bij het LOB -programma van de school stimuleren. Voorwaarde is wel dat de leerling de regie houdt en zijn of haar ouders d.m.v. de thuisopdracht zelf betrekt. Daarnaast moeten thuisopdrachten alle ouders de mogelijkheid bieden om thuis bij de loopbaan van hun kind betrokken te zijn, ongeacht hun vertrouwdheid met het onderwerp. Ook zijn er een aantal voorwaarden voor de inhoud en vormgeving van de thuisopdrachten die het succes van de opdracht vergroten. Deze voorwaarden zijn ontleend aan het interactieve huiswerkprogramma TIPS dat is ontwikkeld door Joyce Epstein waar internationaal veel ervaring mee is opgedaan. Op basis van het onderzoek dat we hebben gedaan naar de bijdrage van thuisopdrachten blijken van alle betrokkenen de ouders het meest positief over de thuisopdracht. Zij gaan graag met hun kind in gesprek, kunnen door de opdrachten hun kind helpen reflecteren en krijgen een beter zicht op de keuzemogelijkheden op het gebied van bijvoorbeeld stages, keuzevakken, profielen opleidingen of beroepen. Leerlingen zijn kritischer over de thuisopdrachten, maar geven ook terug dat de opdrachten van meerwaarde zijn. Daar waar goede opdrachten ingebed zijn uitgezet zijn leraren positief verrast door de bijdrage van de opdracht en ervaren zij meer betrokkenheid bij ouders door de opdrachten . In het artikel worden aan het eind aandachtspunten voor het ontwikkelen en uitzetten van thuisopdrachten beschreven.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Heel concreet waar je een thuisopdracht voor in kunt zetten en waar je op moet letten bij het ontwikkelen en uitzetten van thuisopdrachten. Ook wordt verwezen naar de ‘Handreiking Ouders en LOB’ waarin de thuisopdracht en twee andere loopbaangerichte ouderactiviteiten uitgebreid staan beschreven, met voorbeelden en praktische tips voor de uitvoering.
Slijper, J. (2017)
Studiekeuzes die vooral gebaseerd zijn op een toekomstig beroep leiden vaker tot uitval dan keuzes die gebaseerd zijn op interesse in de studie zelf.
____________________________
Het onderzoek laat zien dat studiekeuze geen eenmalige beslissing is, maar een proces dat zich vóór en na de start van de studie ontwikkelt. Studenten die zich goed oriënteren en daadwerkelijk ervaren wat een studie inhoudt, hebben meer kans op studiesucces. Keuzes die gebaseerd zijn op een concreet en realistisch beeld van de opleiding blijken duurzamer dan keuzes die vooral gericht zijn op een toekomstig beroep. Daarnaast speelt de omgeving, zoals ouders, een belangrijke rol in het keuzeproces en de studievoortgang van studenten.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Een andere benadering van studiekeuze. Met de dissertatie ‘En wat kan ik dan later worden?’ heeft Slijper promotieonderzoek gedaan naar het studiekeuzeproces van eerstejaars juridische hbo-studenten. Als bij aankomende studenten het toekomstige beroep de belangrijkste reden vormt bij een studiekeuze, is het vrij waarschijnlijk is dat dit leidt tot teleurstellingen en studie-uitval. Studenten die een studiekeuze maken vanwege de inhoud van een studie vallen veel minder uit. In haar onderzoek heeft Slijper 89 hbo-studenten gevolgd in hun keuzeproces. Studiekeuze is niet eenmalig, maar een proces, stelt de onderzoeker. Er is echter weinig onderzoek voorhanden naar dit gehele proces. Zij heeft daarom schoolloopbanen voorafgaand aan en na de overstap naar het hbo in kaart gebracht. Dit onderzoek levert een belangrijke bijdrage aan het begrijpen wat er gebeurt ‘voor de poort’ (voorafgaand aan de studie) maar ook ‘na de poort’ (in het eerste studiejaar). Hoe ziet zo’n keuzetraject bij juridische hbo-studenten eruit? Is er verschil tussen jongeren die veel bezig zijn te bedenken wat ze willen en wat bij hen past, en jongeren die dit niet doen? Jongeren die hebben deelgenomen aan oriëntatieactiviteiten hebben betere studieresultaten dan degenen die dit niet doen. Naast de koppeling tussen oriëntatie en studiesucces heeft Slijper ook diverse vormen van uitblijvend studiesucces onderzocht, zoals omzwaai en studiestaking. Het onderzoek heeft inzicht geboden in waarom jongeren bepaalde keuzes maken, en waar de knelpunten liggen als het gaat om specifieke groepen. Slijper pleit daarom voor meer onderzoek dat uitgaat van de individuele ontwikkeling van een student, om studiekeuze en studievoortgang beter te kunnen begrijpen.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Het promotieonderzoek heeft inzicht gegeven in de mogelijk achterliggende redenen van uitval bij mbo’ers. Op basis van de bevindingen is het advies intensieve aansluittrajecten te integreren in het laatste schooljaar van het mbo. Een praktische toepassing van deze aanbeveling ligt in het keuzedeel voorbereiding hbo (KVH), dat vanaf 2017 wordt ingevoerd. De bevindingen uit het promotieonderzoek suggereren dat het goed is dit keuzedeel zodanig in te richten dat mbo’ers enerzijds diepgaand kennismaken met hbo-vaardigheden, en daarnaast – door het volgen van opleidingsspecifieke vakken – kunnen ervaren dat de hoeveelheid stof en de aangeboden vakken duidelijk anders zijn dan in het mbo.
Belangrijke anderen – zoals ouders – kunnen in verband kan worden gebracht met studievoortgang. Personen die door het jaar heen niet met belangrijke anderen blijven praten over studiekeuze of studievoortgang vallen significant meer uit. Deze bevinding m.b.t. de rol van belangrijke anderen zoals ouders - onderstreept het belang van ouderbetrokkenheid voor het studiekeuzeproces. Ouders kunnen hun kinderen stimuleren te gaan exploreren, door erover te praten, samen een open dag te bezoeken, enz. Concreet bevelen we aan dat tijdens informatieactiviteiten voor ouders en aspirant-studenten, voorlichters beide partijen aanspreken en ze overtuigen van het belang gesprekken over de studie te blijven voeren.
Intensieve oriëntatie-activiteiten kunnen aankomende studenten helpen bewust te worden van proximale doelen (de inhoud van de studie), met gunstige gevolgen voor studievoortgang.
Oomen, A.M.F.A. (2018)
Gerichte ouderinterventies kunnen de betrokkenheid en het zelfvertrouwen van ouders in het loopbaanproces van hun kind aanzienlijk versterken.
____________________________
Dit onderzoek naar de interventie Ouders aan Zet laat zien dat het actief betrekken van ouders via gezamenlijke leeractiviteiten met hun kind hun kennis, vaardigheden en zelfvertrouwen vergroot. Ouders gaan meer in gesprek met hun kind en worden zich bewuster van hun rol in het keuzeproces. De aanpak werkt echter niet voor alle ouders hetzelfde: vooral ouders zonder ervaring met hoger onderwijs hebben meer ondersteuning nodig. Het onderzoek onderstreept dat ouderbetrokkenheid een waardevolle, maar complexe factor is binnen LOB, die vraagt om een gerichte en doordachte aanpak.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Dit proefschrift is het resultaat van een onderzoek naar het betrekken van de ouders van havo-scholieren bij loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB). Het is gebaseerd op een secundaire analyse van bestaande gegevens van een eerder onderzoeksproject naar de impact van een LOB-interventie, 'Ouders aan Zet' voor ouder-kindparen in 3- of 5HAVO. Bij dit project waren decanen van zes scholen betrokken, die de interventie uitvoerden op hun school aan de hand van een gezamenlijk ontworpen script met de steun van mentoren, docenten en afdelingshoofden.
Ouder-kindparen konden zich vrijwillig aangemeld voor de vier opeenvolgende maandelijkse sessies (tien klokuren in totaal), die plaatsvonden na de lessen, tussen september en december 2012. Drie scholen voerden de interventie uit in 3HAVO (n = 92) bij het voorbereiden op de profielkeuze. De andere drie scholen voerden de interventie uit in 5HAVO (n = 83), bij het voorbereiden op een hbo-studiekeuze.
De resultaten van een behoeftenanalyse onder de potentieel deelnemende ouders in de zes scholen dienden als basis voor de doelstellingen van de LOB-interventie: het ondersteunen van de ouders door (a) up-to-date en goed geïnformeerd te zijn over onderwijsmogelijkheden, financiële consequenties, de arbeidsmarkt en het gebruik van informatiebronnen; en (b) in staat zijn om loopbaanbeslissingen met hun kind te nemen. De interventie is opgezet als een leeractiviteit voor ouders in interactie met hun kind. De fysieke aanwezigheid van ouder(s) met hun kind faciliteerde ‘family-learning’. Zowel de aanwezige ouders als leerlingen uit de bovenbouw of eerstejaars hbo alumni waren bronnen van uiteenlopende aard om ‘community-interaction ’te realiseren.
Een overzicht van het programma van 'Ouders aan Zet':
Eerste avond: communiceren van de resultaten van het behoeftenonderzoek.
- Hoe zijn de resultaten vertaald naar het programma?
- Wat verwachten ouders wat betreft LOB? En visa versa: wij, als schoolpersoneel, verwachten dat u als ouder met uw kind praat over hun loopbaanontwikkeling.
- Ouders aan het werk zetten met hun kind gedurende vijf minuten met een simpele vraag, gevolgd door een reflectie op wat de aanwezigen van deze aanpak leerden.
Tweede avond: focus op de vele invloeden op een loopbaan
- Ouders worden door leerlingen geïnterviewd in ‘speed dates’ over positieve en negatieve ontwikkelingen in hun loopbaan.
- Ouders en kind krijgen informatie over testen, hoe over testresultaten te praten en andere manieren om interesses te ontdekken.
Derde avond: focus op de dilemma’s in loopbaanafwegingen
- Oudere studenten vertellen in kleinere groepen hoe ze hun afwegingen hebben gemaakt, hun huidige ervaringen, do’s en don’ts.
- Docenten geven voorlichting over de vakken in de bovenbouw.
- Ouders en kind zitten achter de computer met een hand-out om uit te vinden waar je informatie kunt vinden over ho-studies, hun kwaliteit kunt vergelijken, werkgelegenheid.
Vierde avond: Studiekosten en (financiële) kwesties gerelateerd aan HBO studie
- DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) presenteert de financiële aspecten van studeren aan hbo.
- Ouders en kind stellen samen een plan met vervolgstappen op.
Onderzoeksaanpak
De secundaire analysebenaderingen van de bestaande gegevens betrof nieuwe onderzoeksvragen, diepgaande analyses en een niet-parametrische methodologie. De kwantitatieve en kwalitatieve resultaten zijn geïntegreerd om te begrijpen welke ouders (met en zonder hoger onderwijs (ho) kwalificaties) betrokken waren bij de interventie, waarom, en of de impact verschilde voor deze ouders. Ook de rol van de school in de interventie is bekeken.
Resultaten
De bevindingen suggereren dat een door de school geïnitieerde LOB-interventie, in de vorm van ‘family-learning’ en ‘community interaction’, de capaciteit van ouders kan vergroten om betrokken te zijn bij en ondersteuning te bieden aan de loopbaanontwikkeling van hun kind. Deze ouderlijke capaciteit bestaat niet alleen uit hun kennis en vaardigheden om de informatie over ho te verwerken, maar ook uit de self-efficacy van ouders en de definitie van hun ouderlijke rol. Ouderlijke self-efficacy verwijst naar het oordeel, vertrouwen van ouders dat ze acties kunnen organiseren en uitvoeren om bepaalde doelen te bereiken. De roldefinitie verwijst naar wat ouders veronderstellen als hun acties bij de loopbaanontwikkeling van hun kind.
De ouders die deelnamen aan ‘Ouders aan Zet’ ervaarden een verhoogd informatieniveau; een verhoogd ouderlijke self-efficacy en veranderden hun rol opvattingen: zo spraken zij meer met hun kind en werden zich meer bewust van hun eigen rol en die van hun kind. Deze impactbevindingen zijn relevant, omdat uit onderzoek blijkt dat de emotionele steun en autonomieverlening van ouders/familie leerlingen stimuleert en de ontwikkeling van hun zelfgestuurde exploratie verder ondersteunt.
De LOB-interventie werkt echter verschillend voor ouders die zelf wel of geen ervaring hebben met HAVO en/of ho.
Discussie
Ouders zonder HAVO en/of ho-ervaring verschillen significant ten opzichte van ouders die deze ervaring wel hebben op de volgende manieren:
- motivatie voor deelname is op de eerste plaats gericht op het wegnemen van de eigen onzekerheid;
- tonen een lager bewustzijn van het belang en de impact van vroege onderwijskeuzen op de loopbaanontwikkeling van hun kind;
- blijven onzeker (lagere self-efficacy) over het gebruik van de opgedane informatie, vaardigheden en tools en zijn te relateren de secundaire effecten van sociale afkomst met betrekking tot de beslissingen van ouders (en leerlingen) die ongelijkheden aan educatieve mogelijkheden veroorzaken, door het mechanisme van (i) risico-aversie en (ii) tijdverdiscontering preferenties.
- profiteren minder van de ‘family-learning’ component van de loopbaaninterventie omdat deze reflectieve, metacognitieve, of actieve luistervaardigheden veronderstellen;
- hadden minder baat bij de ‘community-interactie’ component, wat te relateren is de in Nederland gevonden onzekerheid in sociaal opzicht voor deze groep ouders.
- verschillen op dimensies van de roldefinities van ouders om betrokken te zijn bij en de loopbaanontwikkeling van hun kind te ondersteunen. Bijvoorbeeld voor de stelling: "Ik ben me bewust wat de sterke en zwakke punten van mijn kind zijn."
De studie vindt ook dat kenmerken van het huidige schoolsysteem grote belemmeringen vormen voor het ondersteunen van de interventie.
Conclusies
Uit dit onderzoek blijkt dat het de moeite waard is om een LOB-interventie aan te bieden in havo en vwo om ouders te helpen om hun kind te ondersteunen bij (toekomstige) beslissingen in het loopbaantraject. Een gerichter overheidsbeleid om ouders te betrekken bij LOB in het voortgezet onderwijs kan zowel de efficiëntie van het onderwijssysteem verbeteren als sociale onrechtvaardigheid bestrijden. Een ouderbetrokken-LOB-interventie is echter een educatieve innovatie en moet als zodanig worden aangepakt in de school.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
- Ontwikkel de rationale voor jouw school samen met schoolleiding
- De ouderlijke capaciteit om kind te ondersteunen bestaat uit: informatie/kennis, vaardigheden én ouderlijke self-efficacy én ouderlijke rol perceptie (subculturele verschillen)
- Begin met het peilen van de behoeften die ouders hebben Besteed speciaal aandacht aan het betrekken van ouders van ‘eerste generatie‘ HO studenten
- Breng bewust succesvolle rol modellen in van ‘eerste generatie‘ HO studenten en hun ouders
- Open expliciet de discussie over de mechanismen van secondaire effecten van sociale achtergrond (risk-aversion; time-dispersion preferences)
- Modeleer plenair en verschillende keren actief luisteren
- Hoe is de ouderpopulatie van jouw school samengesteld? Dat bepaalt je aanpak: groepsgrootte … of individuele benadering
Oomen, Annemarie (2016)
Ouderbetrokkenheid in LOB kent verschillende vormen, maar is nog beperkt ontwikkeld en toegepast in de onderwijspraktijk.
____________________________
Het artikel beschrijft verschillende manieren waarop ouders betrokken kunnen worden bij loopbaanontwikkeling, variërend van informeren tot intensieve samenwerking met leerling en gezin. Deze vormen zijn uitgewerkt in een taxonomie met drie benaderingen: informatiegericht, samen leren en begeleiding op gezinsniveau. Uit de analyse blijkt dat ouderbetrokkenheid nog weinig structureel voorkomt en dat kennis over effectieve aanpakken beperkt is. De taxonomie biedt scholen een hulpmiddel om hun eigen aanpak te evalueren en gerichter vorm te geven.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Voor mijn proefschrift naar ouderbetrokkenheid in LOB in HAVO bestudeerde ik in de internationale literatuur interventies binnen en buiten de onderwijscontext waarbij ouders betrokken waren bij de loopbaanontwikkeling/beslissingen van hun kind. Dergelijke interventies bestaan sinds eind zestiger jaren in uiteenlopende vormen zoals gidsen om ouders te informeren over het onderwijssysteem of over hun rol; folders met hulpmiddelen voor ouders of met oefeningen voor ouder en kind; programma’s om alle of specifieke (subculturele) doelgroepen van ouders te ondersteunen; en materialen om schoolpersoneel te ondersteunen bij ouderbetrokkenheid in LOB.
Vanuit het perspectief van een vo-school zijn verschillende dimensies te onderscheiden in de interventies die ik ontwikkelde tot een taxonomie. Bij de toepassing leidde die tot drie verschillende benaderingen van ouderbetrokkenheid in LOB: (i) informatie-gecentreerd; (ii) family-learning; en (iii) familycounselling of -therapie zoals weergegeven in onderstaande tabel:
| Informatie-gecentreerde interventie | Family learning | Family counseling/therapy | |
| Doel |
Informeren. |
Ouders remediaal of preventief helpen | Specifieke kwesties addresseren die de psychologische gezondheid van een gezin/familie beïnvloeden |
| Wordt het op school als ouderbetrokkenheid gelabeld? | Nee | Ja | Nee |
| Gericht op | Alle ouders | (Specifieke) ouder(s) samen met kind/leerling | Specifieke familie/ouder(s) samen met kind |
| Veronderstelde rol voor ouder(s) en kind | Geen specifieke rol | Docent, adviseur of coach voor hun kind;Zowel ouder als kind zijn actief betrokken | Client; Zowel ouder als kind zijn actief betrokken |
| Veronderstelde rol voor schoolpersoneel | Toegewezen rol in school | Professionele facilitator | N.v.t. |
| Vorm | Eenmalige sessie; individuele ouder-docent sessie; leerpakket; gedrukte informatie; website; contactmogelijkheid voor ouders met schoolpersoneel; Eenrichtingsverkeer |
Bron- en kleine groepsessie(s) gefaciliteerd door getraid personeel Interactief |
Family groepsessie(s) gefaciliteerd door professioneel getrainde LOB staff Interactief |
| Frequentie | Eenmalig | Meerdere sessies | Meerdere sessies |
| Geïnitieerd door | School; aanbodgericht | School; aanbodgericht maar op maat gemaakt op basis van de behoeften van de deelnemers | Ouders/familie; behoeftengericht |
In het artikel worden de verschillende vormen toegelicht met internationale voorbeelden.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Ouderbetrokkenheid in LOB op vo-scholen is een vrij zeldzame praktijk die internationaal nauwelijks onderzocht is, waardoor de beschikbare kennis beperkt is . In het algemeen is een dergelijke praktijk geen lang leven beschoren. De ontwikkelde taxonomie kan schoolpersoneel helpen om de eigen en toekomstige benadering te evalueren en te beoordelen op verschillende dimensies. Zo blijkt een kenmerk als interactief niet wezenlijk.
Oomen, Annemarie (2016)
Leerlingen zien zichzelf als hoofdverantwoordelijk voor hun loopbaankeuzes, maar verwachten daarbij wel ondersteuning van ouders en school.
____________________________
Het onderzoek laat zien dat leerlingen zichzelf de belangrijkste rol geven in het maken van loopbaankeuzes, terwijl ouders en school elk een eigen, aanvullende rol hebben. Ouders bieden vooral emotionele steun en delen ervaringen, terwijl de school een formele rol heeft in het informeren en stimuleren van leerlingen. Deze rollen veranderen naarmate leerlingen ouder worden, waarbij de inbreng van ouders verschuift van ervaring delen naar meedenken en adviseren. De samenwerking tussen leerling, ouders en school vormt daarmee een dynamisch samenspel in het keuzeproces.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Bij het R&D project ‘Ouders aan Zet’ ontwikkelden zes schooldecanen van HAVO-scholen een LOB interventie van vier sessies (tien uur totaal) voor ouders en hun kind in 3HAVO of 5HAVO. Een van de onderzoeksvragen voor dit R&D project was hoe de leerlingen die in dit project betrokken waren de rol van zichzelf, de school en ouders zien.
Het kwalitatief onderzoek vond plaats onder 27 leerlingen (16 van 3HAVO en 11 van 5HAVO) door middel van een individueel interview van circa 30 minuten een half jaar na de LOB-interventie (2meting) en een jaar na de LOB-interventie (3-meting). Ten tijde van de 2-meting was de vraag: Wat is jouw rol als leerling, wat is de rol van de ouder(s) en wat is de rol van de school tijdens het keuzeproces? Ten tijde van de 3-meting waren de vragen; Hoe is de verdeling van rollen in de acties en beslissingen in de volgende loopbaanstap: ouder(s), kind en school en zijn die rollen anders dan een jaar geleden?
Alhoewel in (inter)nationaal onderzoek de resultaten van onderzoek met deze vragen resulteert in een rangorde, kunnen dergelijke resultaten ook op een andere manier gepresenteerd en begrepen worden. Leerlingen kennen zichzelf een hoofdrol toe in actief bij het nemen van dergelijke beslissingen. Het onderzoek ondersteunt de belangrijke rol van ouder(s) voor opgroeiende leerlingen op het affectieve vlak, terwijl de school de belangrijke formele rol heeft om de leerling bewust te maken van de mogelijkheden en de leerlingen te stimuleren, zelfs te dwingen zelf actie te ondernemen in hun loopbaanproces.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
In (inter)nationaal onderzoek komen ouders naar voren komen als de belangrijkste adviseurs voor de leerling bij het nemen van loopbaanbeslissingen, in dit onderzoek blijkt die rol complementair te zijn aan de formele rol die de school daarbij speelt. Terwijl de leerling ouder wordt, neemt het belang van de eigen rol in loopbaanontwikkeling toe, blijft de verwachte formele rol van de school ongewijzigd, maar de affectieve rol die de leerling van de ouders verwacht verschuift over die jaren. M.a.w. een leerling in het derde leerjaar verwacht iets anders van zijn ouders vergeleken met een ouder in het (voor)eindexamenjaar. Aanvankelijk verwacht een kind dat de ouder(s) hun eigen ervaringen vertellen met het maken van keuzes; na de (profiel)keuze verwacht de leerling dat hun ouders met hen de mogelijkheden in het vervolgonderwijs verkent, informeert en bemiddelt, terwijl na het eindexamen de ouder belangrijk blijft, maar meer met adviezen en meningen geven.
Oomen, Annemarie (2016)
Samenvatting van het onderzoek
Bij het R&D project ‘Ouders aan Zet’ ontwikkelden zes schooldecanen van HAVO-scholen een LOB interventie van vier sessies (tien uur totaal) voor ouders en hun kind in 3HAVO of 5HAVO. Twee van de onderzoeksvragen voor dit R&D project waren: 1) Hoe verschilt deze LOB-interventie ten opzichte van je huidige praktijk als schooldecaan in jouw school? En 2) Indien ja, welke aanvullende competenties zijn nodig voor een schooldecaan? Kwalitatieve data zijn verzameld tijdens het uitvoeren van de LOB-interventie eind 2012. Iedere decaan leverde een kleur-gecodeeerd script in na het uitvoeren van elke sessie; het delen van ervaringen en mondelinge zelfevaluatie vond plaats in drie focus groep sessies met de decanen; en met elke schooldecaan vond een individueel gesprek van 30 minuten plaats na de laatste uitvoering van de LOB-interventie.
De nieuwe praktijk vergeleken met de bestaande praktijk van de schooldecanen aan hun school verschilde op verschillende manieren. Zo bleken de schooldecanen geen inzicht te hebben in de vragen die ouders hebben rond het moment dat hun kind een keuze ging maken. Wat ouders geboden wordt is aanbodgericht met een nadruk op het geven van informatie. Ongebruikelijk is het om –voor welk onderwerp dan ook- vraag-gerichte sessies aan te bieden, voor kind en ouder samen, interactief, een serie van sessies en ook met een aantal van tussen de 15 en 45 ouder-kind paren.
Voor het ontwerpen van een dergelijke LOB-interventie hebben decanen up-to-date kennis nodig over de ontwikkelingen in het (hoger)onderwijs, informatiebronnen, arbeidsmarkt en de wereld van werk; kennis over het ontwikkelen van dergelijke sessies en de rol en invloed van ouders in loopbaanprocessen. Ook zijn aanvullende vaardigheden nodig zoals het kunnen peilen van de behoeften van ouders; het ontwerpen van een draaiboek met een proces dat de inhoud ondersteunt en een afwisseling van individuele en plenaire activiteiten.; helderheid verschaffen over de wederzijdse rolverwachting schoolpersoneel/ouders; en het organiseren, communiceren en voorbereiden van eenieder binnen de school. Het aanbieden van een dergelijke LOB-interventie vraagt van de schooldecaan moed en overtuigingskracht; openheid en open staan naar ouders en aandacht voor de initiële verschillen tussen ouders wat informatie en de relatie ouder-kind betreft. Overigens observeerden de schooldecanen ook dat mede-uitvoerende mentoren en docenten kennis, vaardigheden en attitudes misten.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Het onderzoek toont aan dat een school resp. schooldecaan er niet van kan uitgaan de kennis, vaardigheden en attitudes in huis te hebben om ouders te kunnen ondersteunen die hun kind willen helpen bij het maken van keuzes. Specifieke kennis en vaardigheden zijn nodig en speciaal de attitude om zich actief te kunnen en willen verdiepen in de onbekende behoeften van ouders. Bij ouder-betrokken-LOB interventies waarbij schoolstaf zoals mentoren betrokken zijn als mede uitvoerders, zijn ook voor hen aanvullende competenties nodig.
Kuijpers, M., Strijk, M., Lusse, M., & van Schie, L. (2018)
Ouderbetrokkenheid speelt een belangrijke rol in de loopbaanontwikkeling van leerlingen, mits deze goed wordt georganiseerd en ingebed.
____________________________
Uit het onderzoek blijkt dat ouderbetrokkenheid bij LOB is toegenomen en positief bijdraagt aan de loopbaanontwikkeling van leerlingen. Vooral samenhangende interventies die aansluiten op het LOB‑programma op school blijken effectief. Leerlingen, ouders en leraren ervaren de activiteiten als waardevol, maar de aanpak vraagt tijd om zich verder te ontwikkelen. Belangrijk is dat ouderactiviteiten goed worden ingebed in het curriculum en worden ondersteund door duidelijke organisatie en professionalisering.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Over het algemeen genomen zien we dat de ondersteuning vanuit scholen aan ouders en de ondersteuning van ouders aan leerlingen in hun loopbaanontwikkeling is toegenomen in de loop van het project. We zien dat de interventies van het City Deal project een positieve invloed hebben op de ouderbetrokkenheid bij LOB, en ouderbetrokkenheid bij LOB weer bijdraagt aan de loopbaanontwikkeling van leerlingen. We zien dat het nauwelijks uitmaakt of je meedoet aan het project (over all verschil tussen experimentele en controlegroep), maar wel wat je doet binnen het project.
Leraren, ouders en leerlingen ervaren de loopbaangerichte ouderactiviteiten veelal positief, zien we in de resultaten van de focusgroepen. Net als in de kwantitatieve analyses, komt het beeld naar voren dat de activiteiten het meest bijdragen als zij in samenhang met elkaar ontwikkeld worden en er een doorgaande lijn ontstaat van loopbaangerichte ouderactiviteiten die in timing goed aansluiten bij de LOB-activiteiten die de leerlingen op school uitvoeren. Duidelijk is ook dat de aanpak nog tijd nodig heeft om te ontwikkelen. Zowel leraren als ouders en leerlingen leren stap voor stap hoe ze zich in de nieuwe rollen kunnen opstellen en hoe de ouderactiviteiten het beste kunnen bijdragen aan de loopbaanontwikkeling van leerlingen.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Gezien de resultaten van het onderzoek is de aanbeveling om interventies voor ouderbetrokkenheid bij LOB in de school te organiseren om loopbaanontwikkeling van leerlingen (met migratieachtergrond) te bevorderen. Het is van belang om een samenhangend geheel van interventies in te zetten, die zowel thuis als op school kunnen plaatsvinden, die samenhangen met het leren op school en in de beroepspraktijk, en daarmee onderdeel uitmaken van een doorlopende LOB-lijn in het curriculum.
Voor het realiseren van opbrengsten van ouderbetrokkenheidactiviteiten zijn er de volgende aandachtspunten van belang gebleken:
- Zorg voor inbedding van de ouderactiviteiten in het curriculum van de leerlingen, zodat deze voortbouwen op eerdere ervaringen van leerlingen, worden voor- en nabesproken, en de opbrengst wordt gebruikt voor de keuze van een vervolgstap;
- Zorg dat ouders vooraf worden geïnformeerd en de activiteit met ouders wordt nabesproken;
- Formuleer haalbare opdrachten die bijdragen aan een positief gesprek met hun ouders waarin de leerling de regie heeft;
- Schakel het netwerk van leerlingen in van wie de ouders niet voldoende in staat zijn hen te begeleiden bij LOB;
- Zorg voor een goede timing, voorbereiding (bijvoorbeeld van de presentaties van leerlingen) en organisatie;
- Zet in op het ontwikkelen van beleid en faciliteiten om ouderbetrokkenheid mogelijk te maken;
- Professionaliseer de leraren voor het beter betrekken van ouders bij LOB.
Esch, W. van, R. Petit & F. Smit (2011)
Welke rol kunnen ouders spelen in het studiesucces en de loopbaanoriëntatie van mbo‑studenten?
____________________________
Het onderzoek laat zien dat ouderbetrokkenheid in het mbo vaak beperkt is, terwijl ouders wel degelijk op afstand een belangrijke rol spelen bij motivatie, toekomstperspectief en loopbaanoriëntatie. Voor LOB biedt dit kansen door ouders structureel en laagdrempelig te betrekken bij intake, voorlichting en oriëntatieactiviteiten, zodat de dialoog over de loopbaan thuis kan worden versterkt.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Nabij op afstand verkent de literatuur over dit thema en de initiatieven die mbo-instellingen nemen om ouders te betrekken bij het onderwijs.
Ouderbetrokkenheid op het mbo is geen gemeengoed. Vaak is er alleen contact op formele momenten zoals bij de diploma-uitreiking of als er problemen zijn. Toch zijn er ook instellingen die hier wel sterk in investeren. Zij zien het contact met ouders als een noodzakelijke voorwaarde voor het schoolsucces van deelnemers.
De rol van ouders van mbo’ers is duidelijk anders dan in het primair en voortgezet onderwijs. Jongeren zijn (bijna) volwassen en zien hun ouders vaak liever niet op school of zich bemoeien met huiswerk. Tegelijkertijd blijven ouders wel degelijk een belangrijke rol spelen, maar meer op afstand. Zij zijn bijvoorbeeld belangrijke gesprekspartners als het gaat om het belang van de opleiding voor het toekomstperspectief en loopbaanoriëntatie. Onderwijsinstellingen kunnen met deze literatuurverkenning en goede voorbeelden ideeën opdoen om ouderbetrokkenheid binnen de eigen instelling vorm te geven.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Met dit verkennend onderzoek is enig zicht ontstaan op voorkomende aanpakken, belemmerende en bevorderlijke factoren. Wel zijn de ervaringen contextspecifiek en beperkt in aantal en is hiermee niet in algemene zin te zeggen ‘hoe het moet’. De ervaringen kunnen wel een bron van ideeën vormen en suggesties opleveren. De onderzoekers noemen er een aantal op basis van literatuur en interviews. Voor instellingen die beginnen met ouderbetrokkenheid is het aan te raden om eerst een meerjarenplan te maken met niet te hoge ambities. Belangrijk is dat er binnen de instelling iemand is die ‘de kar gaat trekken’, naast een directie die dit belangrijk vindt, stimuleert en faciliteert. In de communicatie met ouders zijn tien-minutengesprekken niet voldoende. Zorg dat ouders erbij horen en dat hun rol en inzet van begin af aan duidelijk is. En betrek ze niet pas wanneer zich problemen voordoen. Ouders kunnen bij reguliere activiteiten worden betrokken, bij het intakegesprek, bij voorlichtingsbijeenkomsten of presentaties van studenten. Dit kost weinig extra tijd en leidt tot meer contactmomenten. De ‘dialoog’ over de loopbaan wordt voor een belangrijk deel thuis gevoerd. Zorg dat ouders kunnen mee-oriënteren op vervolgopleidingen en beroepen, meegaan naar open dagen en bedrijfsbezoeken zodat zij hier thuis verder over deze ervaringen kunnen praten. Verder worden praktische tips gegeven, bijvoorbeeld over contact onderhouden met moeilijk bereikbare ouders en hoe te handelen bij verzuim.
Esch, W. van, Petit, R., Neuvel, J., & Karsten, S. (2011)
Hoe belangrijk zijn netwerken en sociale contacten voor de loopbaanontwikkeling van mbo‑studenten?
____________________________
Het onderzoek laat zien dat het sociaal kapitaal van mbo‑studenten sterk verschilt en grote invloed heeft op studiesucces, stagekansen en loopbaankeuzes. Juist studenten met een klein of beperkt netwerk kunnen baat hebben bij extra ondersteuning vanuit school, bijvoorbeeld door maatschappelijke participatie, samenwerking met verenigingen en gerichte begeleiding bij loopbaanvragen.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Deze studie gaat over het sociaal kapitaal van mbo’ers. Kapitaal verwijst naar iets waardevols, bij sociaal kapitaal zijn het de relaties tussen mensen die waardevol zijn. Het kan gaan om mensen die men via studie of werk leert kennen of via vrijetijdsactiviteiten; denk aan de sportclub waar de trainer jongeren wijst op een sportopleiding of ouders met elkaar praten over welke opleiding voor hun zoon of dochter geschikt zou zijn. We weten al het nodige over het sociaal kapitaal van volwassenen, maar hoe zit dat met dat van jongeren, en nog meer specifiek dat van mbo’ers. Over deze vraag gaat dit onderzoek. Sociaal kapitaal valt (groten)deels samen met wat we tegenwoordig netwerken noemen. In netwerken van mbo’ers bevinden zich allerlei mensen die hen kunnen helpen bij bijvoorbeeld het succesvol afronden van hun studie, bij het gemakkelijker vinden van een stageplaats, een vervolgopleiding, of een baan op de arbeidsmarkt. We weten dat volwassenen die personen kennen met beroepen met veel prestige, eerder een baan vinden, of een betere baan, of een beter betaalde baan. Onderzocht is hoe het netwerk van mbo-studenten eruitziet. Hoeveel beroepsbeoefenaren zij kennen en welke beroepen voorkomen in hun netwerk. En daarnaast er ook hulpbronnen zijn in de netwerken; mensen die kunnen helpen bij schoolopdrachten, bij het vinden van een stageplek en bij de studie-en beroepskeuze.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Studenten op het mbo verschillen enorm van elkaar als het gaat om het netwerk. Sommigen hebben een rijk sociaal leven en een groot en gevarieerd netwerk van beroepsbeoefenaren. Anderen daarentegen kunnen nergens terecht voor hulp of een goed gesprek, bijvoorbeeld over de beroepskeuze. Juist voor die laatste categorie kan de school iets extra’s betekenen en hen helpen hun sociaal kapitaal te versterken. Maar hoe?
Als rode draad in het onderzoek kwam naar voren dat maatschappelijke participatie, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk of lidmaatschap van een vereniging, het sociaal kapitaal ten goede komt. Jongeren leren hierdoor meer mensen kennen met allerlei verschillende beroepen en ook meer mensen die hun kunnen helpen bij hun leerloopbaan. Maatschappelijke participatie is niet voor alle jongeren vanzelfsprekend. De school zou kunnen bevorderen dat jongeren maatschappelijk actief zijn, door bijvoorbeeld schoolopdrachten te verbinden aan vrijwilligerswerk of samen te werken met het plaatselijke club/verenigingsleven. Ook in de sociale contacten van studenten onderling kan de school iets betekenen, bijvoorbeeld door het organiseren van feesten of sportactiviteiten. Verder kunnen scholen jongeren die in hun netwerk van familie, vrienden en kennissen weinig hulp kunnen verwachten, extra begeleiding bieden. Deze jongeren zijn immers vooral op de school aangewezen bij belangrijke keuzes.



