LOB-programma
De decaan/ LOB-coördinator coördineert en organiseert het LOB-programma. Om de kwaliteit van het LOB-programma te borgen wordt jaarlijks de PDCA-cyclus doorlopen.
Meer weten over hoe je LOB-beleid kunt vormgeven en de kwaliteit kunt borgen? Bekijk dan onderstaande infographics, wegwijzers en tools
Inspiratie uit praktijk, onderzoek en het nieuws
Warps, J. (2013)
Op verzoek van de VO-Raad heeft ResearchNed een onderzoek uitgevoerd naar de stand van zaken en naar de effecten van loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) in havo en vwo. Daartoe is een serie vragen over LOB toegevoegd aan de Startmonitor, het landelijke eerstejaarsonderzoek in hbo en wo.
Strijk, M., Lusse, M., & Kuijpers, M. (2018)
Scholen gebruiken thuisopdrachten nog weinig in het samenwerken met ouders rondom LOB. Terwijl ze juist de kwaliteitsgesprekken tussen ouder en kind thuis vergroten, ouders een reëler beeld van het loopbaanperspectief van hun kind geven en de betrokkenheid van ouders bij het LOB -programma van de school stimuleren. Voorwaarde is wel dat de leerling de regie houdt en zijn of haar ouders d.m.v. de thuisopdracht zelf betrekt. Daarnaast moeten thuisopdrachten alle ouders de mogelijkheid bieden om thuis bij de loopbaan van hun kind betrokken te zijn, ongeacht hun vertrouwdheid met het onderwerp.
Slijper, J., Biemans, P., Sjoer, E. (2019)
Leerlingen bereiden hun studiekeuze op verschillende manieren voor. Door open dagen en proeflessen en door allerlei LOB-activiteiten die de school verzorgt. Bij de keuze voor een vervolgopleiding speelt het beroep ('wat kan/wil ik worden?') een belangrijke rol. Jongeren blijken echter vaak een verouderd én weinig overdacht beeld te hebben. Bovendien verandert het werk voortdurend en kan een beroep tegen de tijd dat een leerling de arbeidsmarkt betreedt er alweer anders uitzien.
Slijper, J. (2020)
Drie Rotterdamse roc’s en twee hogescholen geven vanaf cohort 2018/2019 gezamenlijk invulling aan het Keuzedeel Voorbereiding Hbo (K0125), ten behoeve van doorstroom in het economisch domein. Het integrale programma ter bevordering van de aansluiting in het economische domein is gedefinieerd onder de titel ‘De Rotterdamse Aanpak’. De lectoraten van Hogeschool Inholland en Hogeschool Rotterdam hebben gezamenlijk in een monitoring onderzoek onderzocht in hoeverre dit keuzedeel bijdraagt aan de kwaliteit van studiekeuzeprocessen en de ontwikkeling van studievaardigheden, ten gunste van de doorstroom naar het hbo.
Petit, R., Meijer, J., Karssen, M. & Kuijpers, M. (2019)
Veel jongeren hebben moeite om zich een beeld te vormen van beroepen die zij kunnen kiezen. Wat hierbij helpt is zelf zien en ervaren hoe het ertoe gaat in de praktijk; ook wel ‘werkexploratie’ genoemd. Voorbeelden zijn een werkbezoek of praktijkopdracht in een bedrijf. Werkexploratie is een van de vijf ‘loopbaancompetenties’ waaraan vmbo-scholen aandacht besteden in het onderwijs en die sinds kort ook geëxamineerd worden. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ondersteunde tien scholen in een aantal grote steden bij het maken van een goed werkexploratieprogramma. De opbrengsten hiervan zijn onderzocht door herhaald vragenlijsten af te nemen bij leerlingen en door groepsinterviews af te nemen bij leerlingen en hun mentoren.
Petit, R., Brouwer, P. & Meijer, J. (2018)
Scholen voor vmbo en mbo ontwikkelden samen met onderzoekers een programma om ouders te betrekken bij de studie-en beroepskeuze van hun kind. Via huiswerkopdrachten die leerlingen met ouders thuis maken wordt het gesprek over loopbaankeuzes gestimuleerd. Het onderzoek laat bescheiden positieve effecten zien.
Oomen, Annemarie (2016)
Bij het R&D project ‘Ouders aan Zet’ ontwikkelden zes schooldecanen van HAVO-scholen een LOB interventie van vier sessies (tien uur totaal) voor ouders en hun kind in 3HAVO of 5HAVO. Twee van de onderzoeksvragen voor dit R&D project waren: 1) Hoe verschilt deze LOB-interventie ten opzichte van je huidige praktijk als schooldecaan in jouw school? En 2) Indien ja, welke aanvullende competenties zijn nodig voor een schooldecaan?
Neuvel, J., Esch, W.van. (2010)
Het onderzoek richt zich op de doorstroom van vmbo naar mbo. Leerlingen moeten een keuze maken uit het grote aanbod van mbo-opleidingen. Daarbij moeten ze rekening houden met de opleidingsniveaus en met hun eigen beroepsinteresse. Een goede keuze is van groot belang, omdat voor veel leerlingen het mbo immers de opstap naar de arbeidsmarkt is.
Mittendorff, K., Staman, L., Kienhuis, M., Nije Bijvank, M. & Winters, N. (2016)
Mede door het belang van het thema ‘studiesucces’ lijkt studieloopbaanbegeleiding (SLB) de laatste jaren steviger op de agenda van hogescholen te staan. De ontwikkelingen op verschillende beleidsterreinen zoals de studiekeuzecheck en het verbeteren van bachelorrendement, vragen ook om investeringen in en herziening van SLB beleid. De roep om betere SLB blijkt vanuit verschillende kanten te ontstaan. Ook studenten waren ontevreden over hun begeleiding, met name de ouderejaars. Sommige studenten zagen hun SLB’ers niet of nauwelijks, er werd te weinig initiatief genomen vanuit de opleiding en was er te weinig aandacht voor loopbaanbegeleiding. Hierin waren ook verschillen tussen maar ook binnen opleidingen te zien.
Woudt-Mittendorff, K. (2010)
Door nieuwe onderwijsvormen neemt ook de vraag naar een nieuw ontwerp voor studieloopbaanbegeleiding (SLB) toe. Dit artikel beschrijft de eerste inzichten voor ‘SLB 2.0’, waarin ontwerpcriteria worden geformuleerd voor een toekomstbestendige en meer geïntegreerde vorm van SLB. Dit artikel gaat in op nieuwe inzichten gericht op studiesucces, binding, reflectie en persoonlijke, professionele ontwikkeling.
Luken, T. & De Folter, A. (2017)
Dit artikel biedt een uitgebreide beschrijving van de ontwikkeling en inhoud van de toolkit ‘ACT in LOB’. Eerst wordt uitgelegd waarom innovatie van LOB noodzakelijk wordt geacht. Vervolgens worden achtergrond en inhoud van ACT (Acceptatie en Commitment Therapie) uiteengezet en wordt verduidelijkt waarom ACT gekozen is als basis voor de ontwikkeling van een innovatieve toolkit voor LOB.
Luken, T. (2020)
Een algemeen aanvaard uitgangspunt op het gebied van loopbaanontwikkeling is dat loopbaanattitudes en -vaardigheden, waaronder identiteit en zelfsturing, kunnen worden ontwikkeld door middel van onderwijsprogramma's met een cognitieve focus. Het eerste doel van dit artikel is dit uitgangspunt ter discussie te stellen. Een tweede doel is het bieden van een nieuw, innovatief perspectief op loopbaanontwikkeling.
Luken, T. (2017)
Dit hoofdstuk biedt de lezer een overzicht van bevindingen van hersenwetenschappers, die betrekking hebben op reflecteren en kiezen in het kader van loopbaanontwikkeling.
Luken, T. (2017)
Dit artikel verdedigt de stelling dat zelfsturing vrijheid en autonomie met zich meebrengt. En dat maatschappelijke ontwikkelingen zelfsturing in de toekomst steeds meer noodzakelijk maken.
Luken, T. (2012)
De aandacht voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) is in de afgelopen tien jaar explosief toegenomen. Helaas vallen de resultaten vooralsnog tegen. Veel leerlingen zijn ontevreden over LOB en nomadisch switchgedrag tussen opleidingen en uitval uit het onderwijs blijven ongeveer op hetzelfde niveau.
Luken, T. (2009)
In onderwijs- en arbeidsorganisaties bestaan grote problemen op het gebied van loopbaanontwikkeling. Veel scholieren en studenten vallen uit of switchen vroeg of vaak van opleiding. Veel arbeidsrelaties zijn voor werknemer of werkgever onbevredigend, maar duren toch voort. Uit onderzoek blijkt dat goede loopbaanbegeleiding helpt om dergelijke problemen te voorkomen of op te lossen.
Den Boer, P.R. (2009)
Wat betekent arbeidsidentiteitsontwikkeling voor LOB en hoe kan het onderwijs dit gericht ondersteunen?
____________________________
Het onderzoek presenteert een model waarin arbeidsidentiteit ontstaat door een combinatie van relevante praktijkervaringen en reflectie, die samen leiden tot zelfkennis en loopbaanontwikkeling. Voor de LOB‑praktijk betekent dit dat scholen ervaringsleren centraal moeten stellen en onderwijs praktijk‑, dialoog‑ en vraaggericht moeten inrichten, met ruimte voor eigen vragen en ambities van leerlingen.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Dit onderzoek is opgebouwd in een viertal hoofdstukken waarin wordt beschreven wat het belang en de context is van keuzeprocessen, wat – gezien de kennis uit empirie en theorie – een goed model kan zijn om deze keuzeprocessen te beschouwen en wat dit denkkader betekent voor de onderwijspraktijk.
Inhoudelijk wordt op grond van empirische kennis en theoretische overwegingen, een model gepresenteerd voor arbeidsidentiteitsontwikkeling (zelfkennis gerelateerd aan arbeid). Deze kennis, zo laat de auteur uit eigen onderzoek zien, wordt ontwikkeld door het opdoen van relevantie praktijkervaring in combinatie met de verwerking daarvan (reflectie). Elk afzonderlijk hebben ervaring noch reflectie effect op de ontwikkeling van deze zelfkennis. Voor onderwijs betekent dit dat er voor leerlingen gelegenheid georganiseerd moet worden om ervaring op te doen en die ervaring door middel van reflectie te verwerken. Dat vereist van onderwijs dat het praktijkgericht, dialooggericht en vraaggericht is.
Elk van deze elementen wordt uitgewerkt. Met name vraaggerichtheid vinden veel scholen een lastig onderwerp. De auteur stelt dat het onderwijs hier aan de hand van twee leidende vragen mee om zou kunnen gaan, namelijk: 1. Wat wil je hier halen? En 2. Hoe kunnen wij jou daar zo goed mogelijk bij helpen? Hierbij hoort dat de leerlingen en studenten worden ondersteund in het zicht krijgen op de eigen wensen en ambities en dat hiervoor (voldoende) ruimte beschikbaar wordt gesteld in het curriculum. Het advies dat hier wordt gegeven is om vroeg te beginnen. Na de basisvorming moet een kind eigenlijk al in aanraking worden gebracht met minimaal twee bedrijfstakken. Door inzicht te geven in de beroepsdilemma’s, wordt direct appel gedaan op de vraag wat het individu zou doen als hij/zij wordt geconfronteerd met dit dilemma. De ontwikkeling van de arbeidsidentiteit stopt dus zeker niet bij de start van een beroepsopleiding, maar hoort daar verder te worden ontwikkeld.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
LOB is ervaringsleren. Dat wil zeggen dat lerenden in staat gesteld moeten worden relevante praktijkervaring op te doen en die (door middel van reflectie) te verwerken. Van een school vraagt dat praktijkgerichtheid, dialooggerichtheid en vraaggerichtheid.
Brouwer-Truijen, K., Woudt-Mittendorff, K. & Pullen, A. (2017)
Hoe kunnen loopbaangesprekken bijdragen aan betere studiekeuzes en meer interesse in techniek?
____________________________
Het onderzoek laat zien dat onvoldoende begeleiding bij studiekeuzes bijdraagt aan uitval en het tekort aan leerlingen die voor bèta‑opleidingen kiezen. Talentgerichte loopbaangesprekken, gecombineerd met praktijkervaringen in techniek en een actieve luisterhouding van de mentor, versterken loopbaancompetenties en helpen leerlingen betere en bewustere keuzes te maken.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Het onderwijs worstelt al jaren met problemen rondom studiekeuzes van leerlingen. Het voortijdig schoolverlaten en het veelvuldig switchen worden gekoppeld aan het feit dat zij geen goede keuze zouden maken. Ook is er een groot tekort aan jongeren die kiezen voor een bèta-opleiding. Een belangrijke oorzaak van deze problemen is onvoldoende begeleiding van jongeren bij het maken van hun studiekeuze. Goede loopbaangesprekken stimuleren hen tot reflectie en spreken hen aan op hun talenten. Jongeren kunnen er zo beter achter komen wie ze zelf zijn en wat ze in de toekomst willen. Veel docenten willen hier graag een rol in spelen, maar hebben nog te weinig handvatten. Docenten, mentoren en decanen kunnen loopbaangesprekken gebruiken om leerlingen te enthousiasmeren voor bèta. Daarnaast is het nuttig om hen ervaringen in de technische beroepspraktijk aan te bieden. Juist de combinatie met loopbaangesprekken kan jongeren helpen bij het maken van een goede studiekeuze.
Samen met docenten is een methodiek voor het voeren van talentgerichte loopbaangesprekken met passie voor techniek ontworpen. Daarbij zijn docenten geprofessionaliseerd op dat gebied. Vervolgens is de methodiek ingevoerd en zijn de resultaten gemeten.
De resultaten van het onderzoek laten zien dat in de verschillende VO-scholen er in het algemeen weinig aandacht wordt besteed aan het bespreken van 'betekenisvolle ervaringen en emoties' en 'techniek'. Leerlingen geven aan dat er vooral aandacht wordt besteed aan 'reflecteren en activeren' en het 'bespreken van de toekomst'. Leerlingen geven aan dat ze in redelijke mate over loopbaancompetenties beschikken, maar in mindere mate bezig zijn met het opbouwen en onderhouden van contacten (netwerken) en dat ze op pro-actieve wijze studie- en werkmogelijkheden (loopbaanvorming) kunnen onderzoeken. De ontwikkelde methodiek, met meer aandacht in het loopbaangesprek voor betekenisvolle ervaringen, emoties, reflecteren, activeren, bespreken van de toekomst en techniek, draagt positief bij aan het ontwikkelen van loopbaancompetenties van leerlingen.
De insteek van het gesprek is een belangrijke voorwaarde voor de mate waarin gesproken wordt over talenten en kwaliteiten. Wanneer de loopbaanactiviteit centraal staat, wordt er nauwelijks een koppeling gemaakt met de talenten en kwaliteiten van de leerlingen. Wanneer het gesprek over hobby's of een bijbaan gaat, staat dit meer centraal. De mentoren passen de methodiek van talentgerichte loopbaangesprekken gedeeltelijk toe. Tijdens goede loopbaangesprekken heeft de mentor een actieve luisterhouding, stelt verdiepingsvragen en vat samen.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Uit het onderzoek kunnen de volgende aanbevelingen voor mentoren en decanen gedestilleerd worden:
- Probeer vaker met leerlingen in gesprek te gaan over betekenisvolle ervaringen of emoties.
- Laat mentoren meer kennis maken met de achtergronden van techniek, mogelijke stereotyperingen en mindsets van leerlingen.
- Probeer ook in de lagere klassen van vmbo, havo en vwo te reflecteren op talenten, interesses en activiteiten aan bod te laten komen.
- Probeer in het gesprek minder leidend en helpend te zijn, en te laveren tussen enerzijds streng (confronterend) en anderzijds ruimte gevend.
Boer, P.R. den & Kuijpers, M. (2014)
Wat levert langdurig en regionaal samenwerken aan LOB nu écht op voor leerlingen en scholen?
____________________________
Het vijfjarige project Keuzeprocessen in West‑Brabant laat zien dat scholen concreet werk hebben gemaakt van praktijkervaring, reflectie en loopbaansturing, vooral in het vmbo. Hoewel er duidelijke vooruitgang is geboekt in aandacht voor LOB en arbeidsidentiteit, vraagt duurzame opbrengst om langdurige inzet, vasthoudendheid en verdere doorontwikkeling - met name in het mbo.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
In deze publicatie worden de opbrengsten en knelpunten weergegeven als gevolg van een vijf jaar durend project van keuzeprocessen dat is uitgevoerd in de regio West-Brabant. 21 scholen zijn dit project gestart met als doel schooluitval te verminderen, leerlingen te motiveren en een betere aansluiting in de beroepskolom te realiseren. Hiervoor zijn een aantal projecten gestart. Ter begeleiding van dit proces is door ROC West-Brabant een lector keuzeprocessen aangesteld. Bovendien hebben de scholen drie jaar geparticipeerd in een landelijk onderzoek. In deze publicatie kijken we terug op de periode van 2009 tot en met 2013 waarin gewerkt is aan keuzeprocessen. Daarbij staan twee vragen centraal:
- Was het mogelijk om binnen vmbo en mbo concreet vorm te geven aan het opdoen van praktijkervaring, de verwerking daarvan en enige vorm van (geleide) zelfsturing en zo ja, hoe zag dat eruit?
- Leidden de gekozen vormen van ervaring opdoen, verwerking daarvan en zelfsturing tot een toename bij leerlingen van hun loopbaancompetenties en hun arbeidsidentiteit?
Het theoretische kader van keuzeprocessen wordt toegelicht, alsmede de ontwikkeling van het zelfbeeld (en dus arbeidsidentiteit) via het werken aan de loopbaancompetenties. De centrale vraag tijdens het onderzoek luidt: In hoeverre hangen door de scholen ontwikkelde interventies gericht op het opdoen van ervaring, de verwerking van die ervaring en omgaan met de vragen die dat bij leerlingen oproept samen met de loopbaancompetenties en arbeidsidentiteit van de leerlingen?
Er is gekozen voor een gedecentraliseerde aanpak met richtlijnen om het project zo laagdrempelig mogelijk te laten verlopen. Vandaar dat is geïnventariseerd welke interventies de verschillende scholen gebruiken; in het kader van het opdoen van (werk) ervaring, de verwerking daarvan en de vraaggerichtheid van de vmbo-scholen in hun onderwijsaanbod.
Als conclusie van het onderzoeksproject is geformuleerd dat er verschillende activiteiten zijn ontwikkeld in het vmbo. De meeste basis- en kaderberoepsgerichte opleidingen hadden al aardig wat materiaal liggen, maar vooral de theoretische leerweg heeft een vernieuwing doorgemaakt tijdens het project. Met name de loopbaanreflectie heeft een kwalitatieve slag gemaakt.
Scholen hebben ervaren dat deelname aan het project ervoor heeft gezorgd dat er intensiever is gewerkt aan een loopbaangerichte leeromgeving. Scholen die veel praktijk binnen en buiten de school hebben aangeboden zijn kwalitatief (volgens de leerlingen) het meest gegroeid in het werken aan arbeidsidentiteit van leerlingen. Een individuele aanpak hierbij levert meer op dan een groepsaanpak. De conclusies vanuit het mbo zijn vanwege te geringe input niet goed en kwalitatief te duiden. Er zijn dus minder bevindingen te vermelden, maar de resultaten lijken erop te wijzen dat door de opleidingen meer vraaggericht aan te bieden de verwerving van loopbaancompetentie en arbeidsidentiteit meer wordt gestimuleerd.
De belangrijkste conclusie bij alle deelnemende scholen is dat er meer aandacht voor LOB is gekomen en meer mensen weten dat het gaat om het opdoen van arbeidservaring en het hebben van een goed loopbaangesprek daarover. De resultaten en conclusies roepen ook vragen op met betrekking tot de geslaagdheid van het project. Is het dat wel met deze opbrengsten? Waarom lijkt het succes op het vmbo hoger te zijn dan in het mbo? Is dit nu voldoende basis om door te gaan op de ingeslagen weg? En hoe moet die weg er dan uit zien? Kernvraag blijft uiteraard: is de vernieuwing nu geslaagd?
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Als je als school begint aan LOB of dit element intensiveert, wees je er dan van bewust dat dit een langdurig proces is dat veel vasthoudendheid en geduld vraagt. Vijf jaar is zo voorbij en als het daarbij blijft zijn alle behaalde resultaten binnen de kortste keren weer verdwenen.
Boer, P. den & Meijers, F. (2019)
Wat vraagt het ontwikkelen van loopbaancompetenties werkelijk van leerlingen én van LOB‑gesprekken?
____________________________
Het onderzoek laat zien dat het concept loopbaancompetentie vaak te instrumenteel wordt toegepast, doordat een stevige theoretische en empirische basis ontbreekt. Voor de LOB‑praktijk betekent dit dat reflectiegesprekken zich moeten richten op betekenisgeving van praktijkervaringen, via doelgerichte gespreksvoering die bijdraagt aan de ontwikkeling van een arbeidsidentiteit.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Het concept ‘loopbaancompetentie’ mist vooral een theoretische basis. Ook de empirische basis laat te wensen over. Het gevolg van het ontbreken van een goede theorie in het onderwijs, is dat loopbaancompetenties voornamelijk instrumenteel worden ingezet, waardoor leerlingen uiteindelijk geen vaardigheden leren om hun eigen loopbaan succesvol te managen. We bieden een alternatief, dat wel gebaseerd is op theorie.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Het is van belang zich bewust te zijn van de leerprocessen die ten grondslag liggen aan het verwerven van een arbeidsidentiteit. De loopbaancompetenties suggereren dat die allemaal hetzelfde zijn en dat is nadrukkelijk niet het geval. Reflectiegesprekken dienen erop gericht te zijn lerenden te helpen betekenis te geven aan opgedane praktijkervaringen. Daarvoor is specifieke gespreksvoering nodig.
Boer, P. den, A. K. Jager & H. R. M. Smulders (2003)
Hoe kunnen jongeren leren om zelf richting te geven aan hun loopbaan in een onzekere en veranderende toekomst?
____________________________
Het onderzoek laat zien dat beroepsidentiteitsontwikkeling ontstaat door het opdoen én verwerken van betekenisvolle (grens)ervaringen en samenhangt met het vermogen tot zelfsturing in de loopbaan. Voor LOB betekent dit dat onderwijs minder moet focussen op oriënteren en meer op confronteren met beroepsdilemma’s, maatwerk biedt en ruimte creëert voor goede gesprekken die leiden tot zelfinzicht.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Dit onderzoek gaat in op de manier waarop leerlingen hun beroepsidentiteit ontwikkelen en of en hoe zich dat verhoudt tot het vermogen om sturing te geven aan hun verdere loopbaan. Het onderzoek had als hoofdvraag: hoe bereiden we jongeren zo goed mogelijk voor op een toekomst die in toenemende mate gekenmerkt wordt door onzekerheid?
Het onderzoeksrapport schetst de maatschappelijke en onderwijskundige context waarin het onderzoek geplaatst moet worden. Daarna volgt de onderzoeksopzet, operationalisering en instrumentering van het onderzoek. Verder worden de gegevens op zowel opleidings- als leerlingniveau beschreven en geanalyseerd. Ook de verbanden tussen opleiding/school en identiteitsontwikkeling worden onderzocht met als doel tot een conclusie te komen waarin aanbevelingen worden geformuleerd voor verder onderzoek en onderwijsontwikkeling.
De context is dat we in een overgang van de kenniseconomie zitten waarin meer kennis wordt geproduceerd en kennis korter zal worden gebruikt. Dit leidt ertoe dat het leren voor een beroep van zeker naar onzeker verschuift. De onderzoekers stellen dat dit resulteert in de paradigmashift dat leerlingen niet moeten aanpassen aan de arbeidsmarkt, maar dat leerlingen moeten worden voorzien van instrumenten omsturing te nemen en houden op hun loopbaan(ontwikkeling).
In het rapport wordt uitgebreid ingegaan op verschillende benaderingen van het thema identiteitsontwikkeling. Op basis daarvan wordt gekozen voor een procesgericht model (hoe ontwikkelt zich een identiteit?), omdat dit het best past bij de onderzoeksvraag. Op grond van theoretische inzichten wordt gekozen voor een model waarbij mensen door het opdoen van (grens)ervaringen en de verwerking daarvan een identiteit ontwikkelen en dat die identiteit van invloed is op het vorm kunnen geven aan de verdere loopbaan. Daarbij wordt opgemerkt dat het proces van beroepsidentiteitsontwikkeling cyclisch is.
Belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn:
- Beroepsidentiteitsontwikkeling wordt geoperationaliseerd door de mate waarin leerlingen met beroepsdillema’s zijn geconfronteerd.
- Dat deze ontwikkeling ontstaat onder invloed van de aard van de opgedane ervaring (hoe heftiger hoe beter) en de mate waarin die verwerkt is (veel gesprekken erover).
- Dat de intensiteit van de ervaring en de mate van verwerking alleen samen een effect hebben op de ontwikkeling van de beroepsidentiteit. Er is een relatie tussen de mate van ontwikkelding van de identiteit en de mate waarin de onderzochten een beeld hebben wat ze verder willen met hun loopbaan (aanzetten tot zelfsturing).
Waar beroepsdilemma’s als een mooie leer- en ontwikkelingskans voor leerlingen wordt gezien, is er ook discussie over. De manier waarop een beroepsdilemma wordt aangevlogen is erg persoonlijk en daarmee geen vast gegeven voor beroepsidentiteitsontwikkeling. Uit het onderzoek komen ook aanbevelingen voor de onderwijsinstellingen. Zo wordt gesteld dat men beter kan werken met confronteren in plaats van oriënteren (stuur op kennismaking met beroepsdilemma’s). Ook is duidelijk geworden dat bescheidenheid in het didactische zal leiden tot meer zelfexploratie. Dat wil zeggen dat docenten minder kennis overdragen, met als doel zelfexploratie te stimuleren. Het derde advies is om maatwerk te leveren, omdat een loopbaanontwikkeling nu eenmaal niet uniform is.
Er wordt ook een advies gedaan om verder onderzoek te gaan uitvoeren op het gebied van concepten, instrumenten en relaties rond identiteitsontwikkeling en om praktijk- of actieonderzoek te doen naar de effectiviteit van maatwerk en de manier om dat te realiseren.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Als je er als onderwijsinstelling op uit bent om scholieren te helpen zelf (mede) richting te geven aan hun loopbaan, is het zaak omstandigheden te creëren waarin die lerenden relevante (grens)ervaringen op kunnen doen en die goed kunnen verwerken (met gesprekken erover die leiden tot betekenisverlening).
Slijper, J., Sjoer, E., Biemans, P., van Harn, R. (2020)
Hoe kun je jongeren op een eigentijdse manier begeleiden bij studiekeuzes in een snel veranderende arbeidsmarkt?
____________________________
Het LOB‑Kompas voor de 21e eeuw is ontwikkeld om leerlingen, docenten en ouders op een vernieuwende manier kennis te laten maken met de toekomst van werk en loopbanen. Door ervaringsgerichte en exploratieve activiteiten leren leerlingen zichzelf beter kennen en maken zij meer onderbouwde profiel‑ en studiekeuzes op basis van realistische beroepsbeelden.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Dat LOB anders moet lijkt evident, maar hoe kunnen we op een stimulerende manier jongeren helpen te navigeren in de richting die henzelf vooruitbrengt en tegelijkertijd rekening houdt met de veranderingen op de arbeidsmarkt? Deze lastige vraag was de aanleiding om dit LOB-Kompas voor de 21e eeuw te schrijven. Dit LOB-Kompas is een eerste aanzet om leerlingen, docenten én ouders op een andere manier te laten kennismaken met veranderingen in de beroepspraktijk. Het doel van deze LOB 2.0. methode is te worden ingezet als aanvullende module op de ‘traditionele’ LOB-methodes, zodat keuzebegeleiding toekomstbestendig wordt ingestoken en deze de leerling optimaal voorbereidt op een loopbaan die bij hem/haar past.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Het uitgangspunt van dit toekomstbestendige LOB-kompas is ervaringsgerichte activiteiten die kunnen helpen een leerling inzicht te geven in wat hem of haar drijft. Je kunt pas iets kiezen van een menukaart als je weet hoe de gerechten smaken, en gerechten die niet op de menukaart van een jongere voorkomen, zullen ook niet gekozen worden. De exploratieopdrachten hebben een duidelijke focus op de beroepsbeelden: Welke nieuwe beroepen zijn er, wat is het beeld dat leerlingen hebben van traditionele beroepen en wat moet je ervoor kennen en kunnen? De opdrachten moedigen aan te exploreren in de breedte, d.w.z. kennismaken met sectoren of beroepen waarvan leerlingen nog geen beeld hebben en tot exploreren in de diepte naar beroepen of sectoren waarvan het beeld nog onvolledig of mogelijk niet realistisch is. Juist door hiermee aan de slag te gaan kan dit jongeren helpen inzicht te krijgen in: wie ben ik, wat wil ik en wat kan ik? Dit LOB-Kompas voor de 21e eeuw beoogt zo jongeren verder op weg te helpen met het maken van een meer gefundeerde profiel- of studiekeuze, gebaseerd op ervaringen en realistische beroepsbeelden. Daarnaast wordt ingegaan op de rol van ouders en hoe deze meer te betrekken bij LOB.
Doelgroep en opzet
Dit 'LOB-kompas voor de 21 eeuw' is met name bestemd voor leerlingen in de (voor)laatste klassen van de havo en het VWO. Het LOB-onderwijsproduct bestaat uit vier stappen. Deels kunnen deze in de klas worden uitgevoerd tijdens de (mentor)lessen, deels buiten de (mentor)lessen om. De LOB-activiteiten eindigen met een presentatie, waarbij ook ouders aanwezig zijn.
Beelen-Slijper, J. van. (2017)
Wat helpt jongeren om een studiekeuze te maken die écht bij hen past en leidt tot studiesucces?
____________________________
Het onderzoek volgt 89 hbo‑studenten Rechten en Sociaal Juridische Dienstverlening en laat zien hoe studiekeuze, identiteitsontwikkeling en oriëntatieactiviteiten samenhangen met studiesucces. Studenten die intensief oriënteerden en hun keuze baseerden op de inhoud van de studie (in plaats van het toekomstige beroep) bleken succesvoller en hadden minder kans op teleurstelling en uitval.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Dit artikel gaat in op en reflecteert op de dissertatie 'En wat kan ik dan later worden?' (Slijper, 2017). Het betreft een longitudinaal onderzoek naar het studiekeuzeproces van 89 studenten HBO-Rechten en Sociaal Juridische Dienstverlening, en de betekenis daarvan voor studiesucces. De respondenten werden drie keer geïnterviewd voorafgaand aan en tijdens het eerste studiejaar. De gevolgde oriëntatieactiviteiten zijn onderzocht in relatie tot studiesucces. Tevens werd met de Groningen Identity Development Scale (Kunnen & Van der Gaag, 2011) de identiteitsontwikkeling van jongeren onderzocht op het gebied studiekeuze. De exploratieve opzet van het onderzoek heeft inzicht geboden in ervaringen, successen en mislukkingen bij de overstap naar het hbo en waar de knelpunten liggen bij specifieke groepen. Wat betreft de identiteitsontwikkeling van de onderzochte groep, blijken juridische hbo-studenten significant vaker dan leeftijdsgenoten een studie te kiezen vanuit een foreclosure status.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Een belangrijke conclusie is dat het niet loont om het toekomstige beroep leidend te laten zijn bij de studiekeuze. Teleurstellingen en studie-uitval zijn dan een vrij waarschijnlijk gevolg. Jongeren die hebben deelgenomen aan intensieve oriëntatie-activiteiten kiezen hun studie minder op basis van het toekomstige beroep, maar eerder op basis van de inhoud van de studie en zijn succesvoller.
Je toekomstplannen verbeelden
____________________________
LOB Medialeren is een vmbo‑lesprogramma waarin leerlingen hun loopbaanontwikkeling verkennen door het maken van korte filmverhalen. Door film te gebruiken als reflectie‑instrument krijgen leerlingen meer kansen om te laten zien wie ze zijn, wat ze kunnen en wat ze willen.
____________________________
“De film op zich is niet het eindproduct, maar een instrument om te reflecteren en in gesprek te gaan.”
LOB Medialeren is ontwikkeld in een samenwerking van Rotterdam Vakmanstad, SKVR en het Rotterdams Vakcollege De Hef. Het programma combineert het maken van filmverhalen met het ontwikkelen van een loopbaanperspectief.
Wat maakt dit praktijkvoorbeeld bijzonder?
LOB Medialeren is een nieuw lesprogramma voor de onderbouw van het vmbo, ontwikkeld in een samenwerking van Rotterdam Vakmanstad, SKVR en het Rotterdams Vakcollege de Hef.
LOB Medialeren worden het maken van filmverhalen en het ontwikkelen van een loopbaanperspectief gecombineerd. Tijdens LOB-activiteiten van de school maken leerlingen in leerjaar 1 en leerjaar 2 van het vmbo zeven korte filmverhalen. Hierin laten ze zien wie ze zijn, waar ze goed in zijn en wat ze in de toekomst willen. Voor het maken van de filmverhalen staat een mediavakdocent voor de klas. De mediavakdocent instrueert en begeleidt de leerlingen bij het voorbereiden, filmen en monteren van hun film. Het maken van de filmverhalen geeft de leerlingen van RVC de Hef veel meer mogelijkheden om te reflecteren op loopbaankeuzes. Van hen vragen dit alleen te doen met pen en papier leidt niet tot het ontwikkelen van het gewenste niveau van reflectie. Juist door het maken van filmverhalen kunnen de leerlingen veel meer over zichzelf kwijt. De film op zich is niet het eindproduct, maar een instrument om te reflecteren en in gesprek te gaan met mentoren, docenten, medeleerlingen en ouders.
‘Het gaat om filmpjes in verschillende vormen’, vertelt Suzanne Hijstek van Rotterdam Vakmanstad. ‘Het filmpje over “Wie ben ik?” is bijvoorbeeld in de vorm van een documentaire. En de film over “Wat kan ik?”, is een instructievideo.’
De leerlingen hebben over het algemeen veel plezier bij het maken van de filmpjes en zeggen er veel aan te hebben gehad.‘Ik wist lang niet wat ik wilde. Eerst wilde ik architect worden, daarna stewardess... Maar nu denk ik toch dat ik in de jeugdzorg wil. Mijn ouders zijn niet zo dat ze vaak aan mij vragen wat ik wil. Het is daarom goed dat er op school veel aandacht voor is. Het heeft me meer aan het denken gezet en ervoor gezorgd dat ik beter om mij heen ging kijken.’
_____________________________________________________
Tips
De rol van mentoren, medeleerlingen, docenten en ouders is essentieel bij het verdiepen en verbreden van het verhaal van de leerling. Ouders die niet vanzelfsprekend met hun kind praten over loopbaanontwikkeling, raken door samen met hun kind naar de filmpjes te kijken meer betrokken. LOB filmleren geeft ook wat minder talige leerlingen de mogelijkheid zich te uiten en te onderzoeken waar ze goed in zijn en wat ze belangrijk vinden door het in beeld brengen van hun verhaal.
_____________________________________________________
Duurzame loopbaanbegeleiding voor mbo 3-4
____________________________
Het Nordwin College ontwikkelde een duurzaam LOB‑programma voor mbo 3-4 via gezamenlijke visieontwikkeling met studenten, docenten en management, gebaseerd op Appreciative Inquiry. Collectief leren, dialoog en het benutten van bestaande successen zorgden voor brede betrokkenheid en een succesvolle implementatie.
____________________________
"Innovatie vraagt tijd en ruimte. Zorg ervoor dat innovatie wordt ingezet binnen alle lagen van de school: zowel horizontaal als verticaal."
Wat maakt dit praktijkvoorbeeld bijzonder?
Petra van der Wal, schoolopleider en coördinator loopbaanbegeleiding op het Nordwin College, hield op 8 oktober jl een inspirerend verhaal tijdens het LOB-congres ‘Werk mee aan een toekomstbestendig LOB’ over wat de succesfactoren op het Nordwin College waren bij het implementeren van een duurzame visie op LOB en een succesvol LOB-programma.
Het LOB-programma en de hierbij behorende visie zijn tot stand gekomen door intensieve samenwerking tussen LOB-betrokkenen binnen de school, waarbij gebruik werd gemaakt van de theorie van Appreciative Inquiry. Centrale startvraag bij het ontwikkelen van het LOB-programma was: ‘Wat willen wij in loopbaanbegeleiding, wat doen we nu en waar willen we naartoe?’ Tijdens werksessies werden elementen gebruikt die gebaseerd zijn op de theorie van Appreciative Inquiry:
- Toekomstbeelden en het formuleren van een toekomstvisie (waar willen we naar toe?). Dat is een collectief proces: zowel horizontaal als verticaal, met studenten, docenten, het MT en de directie.
- Een positieve (waarderende) kern: gebruik maken van ieders talent en kijken wat er al is, wat er al gebeurt. Het delen van succeservaringen hoort hierbij.
- De dialoog: eerst met een kleine groep mensen en daarna met het hele team.
- Reflectie: wat gaat goed? Wat kunnen we bijstellen en veranderen
- Onderzoeken en handelen: terwijl het proces gaande was werd het tegelijkertijd ook uitgevoerd: er werd én onderzocht én direct gekeken hoe de uitkomsten van onderzoek werkten in de praktijk.
Kern bij het succesvol implementeren van het programma was dat er collectief werd geleerd waardoor de betrokkenheid werd vergroot.
_____________________________________________________
Tips
- Innovatie vraagt tijd en ruimte. Zorg ervoor dat innovatie wordt ingezet binnen alle lagen van de school: zowel horizontaal als verticaal.
- Het onderzoek (zie download) en de opbrengst hiervan kan worden ingezet binnen meerdere sectoren van het onderwijs, dus niet alleen binnen het mbo.
- Begin met een enthousiaste groep en gebruik deze als een olievlek. Maak gebruik van good practices, dus wat er al is en spiegel dit aan je visie.
_____________________________________________________
Bevorderen van goede doorstroom en voorkomen van voortijdige schooluitval
____________________________
Met de projecten van Spirit4you krijgen scholen hulpmiddelen om leerlingen te begeleiden bij een succesvolle overstap naar vervolgonderwijs of werk. Leerlingen maken breed kennis met opleidingen en beroepen in de regio en ontwikkelen stap voor stap inzicht in wat bij hen past. Digitale middelen, praktijkactiviteiten en persoonlijke begeleiding vormen samen één samenhangende LOB‑aanpak. Door regionale samenwerking wordt de instroom in het mbo versterkt en voortijdig schoolverlaten verminderd.
____________________________
“Spirit4you laat leerlingen breed kennismaken met beroeps‑ en opleidingsmogelijkheden.”
Met de projecten van Spirit4you gericht op loopbaanoriëntatie en -begeleiding kunnen scholen (decanen, mentoren, studie- en stagebegeleiders) hun leerlingen ondersteunen in het proces om te komen tot een succesvolle overstap naar een vervolgopleiding, werk of dagbesteding. Spirit4you laat leerlingen zo breed mogelijk kennis maken met beroeps- en opleidingsmogelijkheden in de regio Haaglanden. Leerlingen ontwikkelen stap voor stap een beeld over welke opleidingen en beroepen het beste bij hun passen. Hiermee wordt de instroom van vmbo’ers in het mbo verbeterd en een bijdrage geleverd aan het voorkomen van voortijdig schooluitval.
Wat maakt dit praktijkvoorbeeld bijzonder?
Met de projecten van Spirit4you die zijn gericht op loopbaanoriëntatie en -begeleiding kunnen scholen (decanen, mentoren, studie- en stagebegeleiders) hun leerlingen ondersteunen in het proces om te komen tot een succesvolle overstap naar een vervolgopleiding, werk of dagbesteding. Spirit4you laat leerlingen zo breed mogelijk kennis maken met beroeps- en opleidingsmogelijkheden in de regio Haaglanden. Leerlingen ontwikkelen stap voor stap een beeld over welke opleidingen en beroepen het beste bij hen passen. Hiermee wordt de instroom van vmbo’ers in het mbo verbeterd en een bijdrage geleverd aan het voorkomen van voortijdig schooluitval door o.a. de volgende activiteiten:
- Website Bekijk Je Toekomst ondersteunt leerlingen en onderwijsprofessionals in het LOB-proces. Hierbij hoort de nieuwe app "Naar het mbo!", waarmee leerlingen hun weg naar het mbo kunnen bewandelen, van keuze tot aanmelding.
- Wegwijs in het mbo met de mbo-gids (op papier en in de vorm van een nieuw, interactief onderdeel op Bekijk je Toekomst), inclusief lesmateriaal,opendagenposter en Leerroutekaart Haaglanden.
- Bliksemstages in samenwerking met JINC.
- LOB-paspoort waarin leerlingen hun studiekeuzeactiviteiten kunnen opnemen.
- Warme overdracht waarin onderwijsprofessionals van vo en mbo contact hebben over overstappende leerlingen waar zorg over is (VOROC).
- MBO4you coaching voor leerlingen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken in het overstapproces
Spirit4you valt onder de inhoudelijke verantwoordelijkheid van het VO Platform: de bestuurders van de vo-scholen, ROC Mondriaan en De Haagse Hogeschool. Vanuit dit platform is Lucas Onderwijs po Ondersteuning overstap van leerlingen naar mbo/werk/dagbesteding ontwikkeld.
Het programmamanagement is verantwoordelijk voor de voortgang van het programma en zij verzorgen de communicatie rondom activiteiten en rapporteren aan de klankbordgroep en het bestuurlijk platform.
De klankbordgroep van Spirit4you ondersteunt het programmamanagement en wordt gevormd door vertegenwoordigers vanuit de scholen in de regio Haaglanden voor praktijkonderwijs/vso/vmbo beroepsgericht/vmbo TL, havo, mbo en hbo.
Spirit4you wordt voornamelijk gesubsidieerd door de gemeente Den Haag, regiogemeenten dragen ook een gedeelte bij. Scholen dragen bij aan producten en activiteiten van Spirit4you door inzet van personeel te leveren.
_____________________________________________________
Tips
- Focus op samenhangende thema’s: lob, begeleiding en het monitoren van de overstap en het professionaliseren van docenten, decanen en studieloopbaanbegeleiders.
- Goede contacten op diverse niveaus: decanen, directies en besturen.
- Diensten en producten worden ontwikkeld met de inbreng van vo- en mbo-scholen, die meedenken in klankbordgroepen en werkgroepen.
- Jaarlijks vindt borging plaats in het jaarplan van Spirit4you, geaccordeerd door gemeente en de schoolbesturen.
- Via het regionale overleg zijn alle gemeenten in het RMC-gebied betrokken.
_____________________________________________________
Aandacht voor en door studenten
____________________________
In het Haags Mentorprogramma worden derdejaars havo‑leerlingen gekoppeld aan studenten van Universiteit Leiden of de Haagse Hogeschool. Deze studenten fungeren als mentor en bieden één‑op‑één begeleiding bij studiekeuze, talentontwikkeling en schoolplanning. Het programma is ingebed in het curriculum van het hoger onderwijs en wordt ondersteund met training, intervisie en reflectie. De aanpak versterkt het zelfbeeld van leerlingen, vergroot netwerken en biedt studenten waardevolle praktijkervaring.
____________________________
“Studenten staan dichter bij de belevingswereld van havo‑leerlingen dan een volwassene.”
Bij het Haags Mentorprogramma (HMP) staat aandacht voor en door studenten centraal. Derdejaars havo-leerlingen worden gekoppeld aan een student van Universiteit Leiden of de Haagse Hogeschool. Deze studenten vervullen de rol van mentor en geven de leerlingen extra één-op-één aandacht bij het kiezen van een vervolgstudie, bij het ontdekken van hun talent of bij het maken van huiswerk. Tenslotte staan studenten dichter bij de belevingswereld van havo-leerlingen dan een volwassene.
Wat maakt dit praktijkvoorbeeld bijzonder?
Bij het Haags Mentorprogramma (HMP) staat aandacht voor en door studenten centraal. Derdejaars havo-leerlingen worden gekoppeld aan een student van Universiteit Leiden of de Haagse Hogeschool. Deze studenten vervullen de rol van mentor en geven de leerlingen extra één-op-één aandacht bij het kiezen van een vervolgstudie, bij het ontdekken van hun talent of bij het maken van huiswerk. Tenslotte staan studenten dichter bij de belevingswereld van havo-leerlingen dan een volwassene.
Het HMP is een samenwerkingsverband tussen de Johan de Witt Scholengroep, het Zuid-West College, de Haagse Hogeschool, Universiteit Leiden en Durf te dromen. HMP koppelt studenten van de Universiteit Leiden aan leerlingen van de Johan de Witt Scholengroep en studenten van De Haagse Hogeschool aan leerlingen van het Wateringse Veld College.
Het HMP wordt gefinancierd door de gemeente Den Haag en is onderdeel van het curriculum van de hoger onderwijsinstellingen; de deelnemende studenten ontvangen bij deelname studiepunten. De studenten gaan wekelijks naar de school van de havo-leerlingen voor één-op-één mentoring. Ze hebben een gesprek van een uur over studiekeuzes of andere zaken die met een vervolgstudie te maken hebben. In de praktijk gaat het ook over het maken van een goede planning bij het leren en over alle studierichtingen die er zijn. Het draagt allemaal bij aan een beter beeld van een vervolgstudie. Voorafgaand aan en gedurende het mentorprogramma volgen de studenten een training over coaching, pubers en diversiteit. Ook hebben ze gezamenlijke intervisie onder begeleiding van een docent. Ter afsluiting schrijven de studenten een reflectieverslag.
Deze vorm van onderwijs is geïnspireerd op het mentorprogramma in Rotterdam-Zuid (Mentoren op Zuid), waar inmiddels duizenden scholieren aan het programma deelnemen.
Samengevat:
- Leerlingen krijgen een beter beeld van wie ze zijn, wat ze kunnen, wat studeren inhoudt en studiemogelijkheden.
- Scholieren en studenten vergroten hun netwerk.
- De studenten van de Haagse Hogeschool en de Universiteit van Leiden leren in de praktijk. Door de gesprekken met de scholieren en tijdens de intervisie en training koppelen ze theorie aan de praktijk leren ze veel over coaching, begeleiding en het onderwijs.
- De studenten hebben het gevoel iets te kunnen betekenen voor een ander.
_____________________________________________________
Tips
Deze werkwijze valt of staat met een succesvolle koppeling van scholieren aan studenten. Dit project is geïnspireerd op het mentorprogramma Rotterdam Zuid. Uit dit programma bleek dat matching plaats moet vinden op basis van interesses en niet op basis van kennisbehoefte. Ook moet de hele klas gematched worden, zodat elke leerling een eigen mentor heeft. De deelnemende studenten moeten wel flexibel zijn, want scholieren hebben niet altijd evenveel zin of komen te laat.
Tot slot moet er commitment zijn van alle betrokken partijen, zodat alle praktische & logistieke randvoorwaarden goed op orde zijn.
_____________________________________________________



