LOB-programma

Expertisepunt LOB


De decaan/ LOB-coördinator coördineert en organiseert het LOB-programma. Om de kwaliteit van het LOB-programma te borgen wordt jaarlijks de PDCA-cyclus doorlopen. 

Meer weten over hoe je LOB-beleid kunt vormgeven en de kwaliteit kunt borgen? Bekijk dan onderstaande infographics, wegwijzers en tools

 

 

Film
LOB-leeromgeving
Film
LOB-leeromgeving

Inspiratie uit praktijk, onderzoek en het nieuws

LOB-onderzoek
Een andere benadering van studiesucces. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs

Beelen-Slijper, J. van. (2017)

Dit artikel gaat in op en reflecteert op de dissertatie En wat kan ik dan later worden? (Slijper, 2017). Het betreft een longitudinaal onderzoek naar het studiekeuzeproces van 89 studenten HBO-Rechten en Sociaal Juridische Dienstverlening, en de betekenis daarvan voor studiesucces.

LOB-Kompas voor de 21e eeuw

Slijper, J.; Sjoer, E., Biemans, P., van Harn, R. (2020)

Dat LOB anders moet lijkt evident, maar hoe kunnen we op een stimulerende manier jongeren helpen te navigeren in de richting die henzelf vooruitbrengt en tegelijkertijd rekening houdt met de veranderingen op de arbeidsmarkt?

Beroepsdilemma’s als sleutel tot betekenisvol leren

Boer, P. den, A. K. Jager & H. R. M. Smulders (2003)

Dit onderzoek gaat in om de manier waarop leerlingen hun beroepsidentiteit ontwikkelen en of en hoe zich dat verhoudt tot het vermogen om zelf sturing te geven aan hun verdere loopbaan. Het onderzoek had als hoofdvraag: hoe bereiden we jongeren zo goed mogelijk voor op een toekomst die in toenemende mate gekenmerkt wordt door onzekerheid?

Loopbaancompetenties voor loopbaansucces: realiteit of verbeelding?

Boer, P. den & Meijers, F. (2019)

Het concept ‘loopbaancompetentie’ mist vooral een theoretische basis. Ook de empirische basis laat te wensen over. Het gevolg van het ontbreken van een goede theorie in het onderwijs is dat loopbaancompetenties voornamelijk instrumenteel worden ingezet, waardoor leerlingen uiteindelijk geen vaardigheden leren om hun eigen loopbaan succesvol te managen. We bieden een alternatief, dat wel gebaseerd is op theorie.

Leren kiezen voor je loopbaan

Boer, P. den, Stukker, E. (2012)

Deze publicatie is een verslag van het project ‘Keuzeprocessen’ in West-Brabant. In dat project hebben diverse personeel geledingen van de projectscholen veel en intensief werk geleverd om leerlingen te leren kiezen voor en tijdens de (school)loopbaan. In totaal participeren 21 scholen in dit project met als doel om de loopbaanoriëntatie te herinrichten.

Vijf jaar werken aan keuzeprocessen. Opbrengsten en bottle necks.

Boer, P.R. den & Kuijpers, M. (2014)

In deze publicatie worden de opbrengsten en knelpunten weergegeven als gevolg van een vijf jaar durend project van keuzeprocessen dat is uitgevoerd in de regio West-Brabant. 21 scholen zijn dit project gestart met als doel schooluitval te verminderen, leerlingen te motiveren en een betere aansluiting in de beroepskolom te realiseren.

Talentgerichte loopbaangesprekken

Brouwer-Truijen, K., Woudt-Mittendorff, K. & Pullen, A. (2017)

Het onderwijs worstelt al jaren met problemen rondom studiekeuzes van leerlingen. Het voortijdig schoolverlaten en het veelvuldig switchen worden gekoppeld aan het feit dat zij geen goede keuze zouden maken. Ook is er een groot tekort aan jongeren die kiezen voor een bèta-opleiding. Een belangrijke oorzaak van deze problemen is onvoldoende begeleiding van jongeren bij het maken van hun studiekeuze. Goede loopbaangesprekken stimuleren hen tot reflectie en spreken hen aan op hun talenten. Jongeren kunnen er zo beter achter komen wie ze zelf zijn en wat ze in de toekomst willen.

Kiezen van een opleiding. Van ervaring naar zelfsturing. Can it be done?

Den Boer, P.R. (2009)

Deze intreerede is opgebouwd in een viertal hoofdstukken waarin wordt beschreven wat het belang en de context is van keuzeprocessen, wat – gezien de kennis uit empirie en theorie – een goed model kan zijn om deze keuzeprocessen te beschouwen en wat dit denkkader betekent voor de onderwijspraktijk.

Het dwaalspoor van de goede keuze: Naar een effectiever model van (studie)loopbaanontwikkeling

Luken, T. (2009)

In onderwijs- en arbeidsorganisaties bestaan grote problemen op het gebied van loopbaanontwikkeling. Veel scholieren en studenten vallen uit of switchen vroeg of vaak van opleiding. Veel arbeidsrelaties zijn voor werknemer of werkgever onbevredigend, maar duren toch voort. Uit onderzoek blijkt dat goede loopbaanbegeleiding helpt om dergelijke problemen te voorkomen of op te lossen.

Loopbaanleren: LOB schiet de leerling voorbij

Luken, T. (2012)

De aandacht voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) is in de afgelopen tien jaar explosief toegenomen. Helaas vallen de resultaten vooralsnog tegen. Veel leerlingen zijn ontevreden over LOB en nomadisch switchgedrag tussen opleidingen en uitval uit het onderwijs blijven ongeveer op hetzelfde niveau.

Eigen regie biedt vrijheid en autonomie. Of vergroot het de sociale verschillen?

Luken, T. (2017)

Dit artikel verdedigt de stelling dat zelfsturing vrijheid en autonomie met zich meebrengt. En dat maatschappelijke ontwikkelingen zelfsturing in de toekomst steeds meer noodzakelijk maken.

Loopbaanreflectie en onze hersenen. Wat betekenen nieuwe inzichten over ons brein voor reflectie bij

Luken, T. (2017)

Dit hoofdstuk biedt de lezer een overzicht van bevindingen van hersenwetenschappers, die betrekking hebben op reflecteren en kiezen in het kader van loopbaanontwikkeling.

Easy does it: An Innovative View on Developing Career Identity and Self-direction

Luken, T. (2020)

Een algemeen aanvaard uitgangspunt op het gebied van loopbaanontwikkeling is dat loopbaanattitudes en -vaardigheden, waaronder identiteit en zelfsturing, kunnen worden ontwikkeld door middel van onderwijsprogramma's met een cognitieve focus. Het eerste doel van dit artikel is dit uitgangspunt ter discussie te stellen. Een tweede doel is het bieden van een nieuw, innovatief perspectief op loopbaanontwikkeling.

Gluren bij onze noorderburen: Een nieuwe toolkit voor onderwijsloopbaanbegeleiding uit Nederland

Luken, T. & De Folter, A. (2017)

Dit artikel biedt een uitgebreide beschrijving van de ontwikkeling en inhoud van de toolkit ‘ACT in LOB’. Eerst wordt uitgelegd waarom innovatie van LOB noodzakelijk wordt geacht. Vervolgens worden achtergrond en inhoud van ACT (Acceptatie en Commitment Therapie) uiteengezet en wordt verduidelijkt waarom ACT gekozen is als basis voor de ontwikkeling van een innovatieve toolkit voor LOB.

Bouwstenen voor SLB 2.0: een toekomstgericht ontwerp

Woudt-Mittendorff, K. (2010)

Door nieuwe onderwijsvormen neemt ook de vraag naar een nieuw ontwerp voor studieloopbaanbegeleiding (SLB) toe. Dit artikel beschrijft de eerste inzichten voor ‘SLB 2.0’, waarin ontwerpcriteria worden geformuleerd voor een toekomstbestendige en meer geïntegreerde vorm van SLB. Dit artikel gaat in op nieuwe inzichten gericht op studiesucces, binding, reflectie en persoonlijke, professionele ontwikkeling.

Evaluatieonderzoek studieloopbaanbegeleiding

Mittendorff, K., Staman, L., Kienhuis, M., Nije Bijvank, M. & Winters, N. (2016)

Mede door het belang van het thema ‘studiesucces’ lijkt studieloopbaanbegeleiding (SLB) de laatste jaren steviger op de agenda van hogescholen te staan. De ontwikkelingen op verschillende beleidsterreinen zoals de studiekeuzecheck en het verbeteren van bachelorrendement, vragen ook om investeringen in en herziening van SLB beleid. De roep om betere SLB blijkt vanuit verschillende kanten te ontstaan. Ook studenten waren ontevreden over hun begeleiding, met name de ouderejaars. Sommige studenten zagen hun SLB’ers niet of nauwelijks, er werd te weinig initiatief genomen vanuit de opleiding en was er te weinig aandacht voor loopbaanbegeleiding. Hierin waren ook verschillen tussen maar ook binnen opleidingen te zien.

Van vmbo naar mbo: doorstroom en loopbaankeuzes Monitor doorstroom vmbo-mbo: cohort 4 en cohort 5

Neuvel, J., Esch, W.van. (2010)

Het onderzoek richt zich op de doorstroom van vmbo naar mbo. Leerlingen moeten een keuze maken uit het grote aanbod van mbo-opleidingen. Daarbij moeten ze rekening houden met de opleidingsniveaus en met hun eigen beroepsinteresse. Een goede keuze is van groot belang, omdat voor veel leerlingen het mbo immers de opstap naar de arbeidsmarkt is.

Can career teachers/leaders support parents in helping their child?

Oomen, Annemarie (2016)

Bij het R&D project ‘Ouders aan Zet’ ontwikkelden zes schooldecanen van HAVO-scholen een LOB interventie van vier sessies (tien uur totaal) voor ouders en hun kind in 3HAVO of 5HAVO. Twee van de onderzoeksvragen voor dit R&D project waren: 1) Hoe verschilt deze LOB-interventie ten opzichte van je huidige praktijk als schooldecaan in jouw school? En 2) Indien ja, welke aanvullende competenties zijn nodig voor een schooldecaan?

Een goed gesprek over de toekomst. Ouderbetrokkenheid bij loopbaankeuzes op het vmbo en het mbo

Petit, R., Brouwer, P. & Meijer, J. (2018)

Scholen voor vmbo en mbo ontwikkelden samen met onderzoekers een programma om ouders te betrekken bij de studie-en beroepskeuze van hun kind. Via huiswerkopdrachten die leerlingen met ouders thuis maken wordt het gesprek over loopbaankeuzes gestimuleerd. Het onderzoek laat bescheiden positieve effecten zien.

Op weg naar een toekomst. Werkexploratie in het vmbo

Petit, R., Meijer, J., Karssen, M. & Kuijpers, M. (2019)

Veel jongeren hebben moeite om zich een beeld te vormen van beroepen die zij kunnen kiezen. Wat hierbij helpt is zelf zien en ervaren hoe het ertoe gaat in de praktijk; ook wel ‘werkexploratie’ genoemd. Voorbeelden zijn een werkbezoek of praktijkopdracht in een bedrijf. Werkexploratie is een van de vijf ‘loopbaancompetenties’ waaraan vmbo-scholen aandacht besteden in het onderwijs en die sinds kort ook geëxamineerd worden. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ondersteunde tien scholen in een aantal grote steden bij het maken van een goed werkexploratieprogramma. De opbrengsten hiervan zijn onderzocht door herhaald vragenlijsten af te nemen bij leerlingen en door groepsinterviews af te nemen bij leerlingen en hun mentoren.

De Rotterdamse Aanpak

Slijper, J. (2020)

Drie Rotterdamse roc’s en twee hogescholen geven vanaf cohort 2018/2019 gezamenlijk invulling aan het Keuzedeel Voorbereiding Hbo (K0125), ten behoeve van doorstroom in het economisch domein. Het integrale programma ter bevordering van de aansluiting in het economische domein is gedefinieerd onder de titel ‘De Rotterdamse Aanpak’. De lectoraten van Hogeschool Inholland en Hogeschool Rotterdam hebben gezamenlijk in een monitoring onderzoek onderzocht in hoeverre dit keuzedeel bijdraagt aan de kwaliteit van studiekeuzeprocessen en de ontwikkeling van studievaardigheden, ten gunste van de doorstroom naar het hbo.

Toekomstbestendige LOB: opleiden voor een loopbaan

Slijper, J., Biemans, P., Sjoer, E. (2019)

Leerlingen bereiden hun studiekeuze op verschillende manieren voor. Door open dagen en proeflessen en door allerlei LOB-activiteiten die de school verzorgt. Bij de keuze voor een vervolgopleiding speelt het beroep ('wat kan/wil ik worden?') een belangrijke rol. Jongeren blijken echter vaak een verouderd én weinig overdacht beeld te hebben. Bovendien verandert het werk voortdurend en kan een beroep tegen de tijd dat een leerling de arbeidsmarkt betreedt er alweer anders uitzien.

Thuisopdrachten als middel voor samenwerking met ouders bij LOB. Het hoe, wat en waarom

Strijk, M., Lusse, M., & Kuijpers, M. (2018)

Scholen gebruiken thuisopdrachten nog weinig in het samenwerken met ouders rondom LOB. Terwijl ze juist de kwaliteitsgesprekken tussen ouder en kind thuis vergroten, ouders een reëler beeld van het loopbaanperspectief van hun kind geven en de betrokkenheid van ouders bij het LOB -programma van de school stimuleren. Voorwaarde is wel dat de leerling de regie houdt en zijn of haar ouders d.m.v. de thuisopdracht zelf betrekt. Daarnaast moeten thuisopdrachten alle ouders de mogelijkheid bieden om thuis bij de loopbaan van hun kind betrokken te zijn, ongeacht hun vertrouwdheid met het onderwerp.

LOB en studiesucces. Onderzoek naar de opbrengsten van LOB op basis van de startmonitor 2012-2013

Warps, J. (2013)

Op verzoek van de VO-Raad heeft ResearchNed een onderzoek uitgevoerd naar de stand van zaken en naar de effecten van loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) in havo en vwo. Daartoe is een serie vragen over LOB toegevoegd aan de Startmonitor, het landelijke eerstejaarsonderzoek in hbo en wo.

LOB-praktijkvoorbeelden
Onboarding met College Coins

Van eerste contact tot je thuis voelen

Bij diverse hogescholen maakt men gebruik van de College Coins app als hulpmiddel voor onboarding in het onderwijs. Onboarding is een term die is komen overwaaien uit het bedrijfsleven. Het is een inwerktraject met als doel een nieuwe medewerker goed te laten landen in een organisatie om snel en productief aan de slag te gaan.

Binnen het onderwijs kan men ook spreken van onboarding. Als school wil je immers dat studenten zich verbonden voelen met hun opleiding en medestudenten. Een goed onboardingsproces leidt tot betrokken en gemotiveerde studenten die goede resultaten behalen. Daarnaast draagt het bij aan het verminderen van vroegtijdige uitval.

De reflectietoolbox

Inzetten op diversiteit en creativiteit

Omdat iedere leerling anders is, heeft een team van ROC de Leijgraaf (en als onderdeel van het desginteam Niveau2Plus), de Reflectietoolbox ontworpen.

In een digitale leeromgeving worden studenten door middel van verschillende werkvormen uitgedaagd te reflecteren op (bpv-)ervaringen, situaties, competenties, activiteiten en andere zaken die te maken hebben met de ontwikkeling van hun loopbaancompetenties. De opdrachten zijn zeer divers en sluiten daarmee aan bij verschillende leervoorkeuren en leerstijlen.

Op deze manier kan iedere student zo optimaal mogelijk leren en gestimuleerd worden om zijn/haar competenties verder te ontwikkelen. Zo kunnen studenten bijvoorbeeld kiezen uit beschrijvende opdrachten, presentaties, video en vlogs, werken met tools als Scrumbler of CANVA, audio, fotografie, pitchen, het maken van een stripverhaal, song, rap of gedicht.

Hoe zorg je ervoor dat LOB bij studenten echt gaat leven?

Studieloopbaanbegeleiding 2.0

Aeres Hogeschool Wageningen ging dit jaar van start met een innovatief en toekomstgericht programma voor studieloopbaanbegeleiding (SLB), gericht op de studenten van de opleidingen ‘Docent en kennismanager in de groene sector’. Vooral de samenhang tussen SLB en de rest van de opleiding is belangrijk, aldus lerarenopleiders Ineke Beumer en Manon Bouwman. ‘Als studenten merken dat ze er echt iets aan hebben, gaat het leven.’

Ze noemen het de ‘lightbulb-momentjes’. De momenten waarop bij studenten ‘het licht aangaat’ en ze plotseling uitroepen: ‘Oh, nú snap ik het!’ of ‘Nú begrijp ik waarom ik zo reageer!’ Lerarenopleiders Ineke Beumer en Manon Bouwman van Aeres Hogeschool Wageningen (AHW) zijn dol op die momenten en ze zien ze vaker sinds AHW een vernieuwd SLB-programma ontwierp voor studenten van de bachelor opleidingen ‘Docent en kennismanager Groene sector’, ‘Docent en kennismanager Consumptieve techniek’ en ‘Docent en kennismanager D&P’. De belangrijkste kenmerken: studenten komen wekelijks bijeen in een vaste groep van vijftien studenten, met een eigen begeleider. Voor de bijeenkomsten wordt een duidelijke agenda vastgesteld en het programma is zoveel mogelijk verweven met de rest van de opleiding. De aanpak is afgestemd op de specifieke behoeften van voltijd- en deeltijdstudenten en ook het SLB-portfolio waar de studenten aan werken, ‘ademt mee’ met de opleiding. Ineke Beumer en Manon Bouwman maakten deel uit van de ontwikkelgroep die het SLB-programma vormgaf en gebruiken het nu bij de begeleiding van hun studenten. Hoe is het om met het nieuwe programma te werken, en hebben zij tips voor andere studieloopbaanbegeleiders?

Groepsgesprekken voerden jullie al langer bij Aeres Hogeschool Wageningen. Wat is er nu nieuw?

Ineke: ‘SLB is verdeeld in drie invalshoeken: studievoortgang, loopbaanbegeleiding en begeleiding bij professionele ontwikkeling. Bij loopbaanbegeleiding behandelen we de vijf loopbaancompetenties, zoals kwaliteitenreflectie en netwerken, en bij professionele ontwikkeling kijken we samen met de studenten hoe ver ze zijn in de ontwikkeling van hun bekwaamheden. Dit is de kern van het programma en daar werken we al een aantal jaren mee. De belangrijkste vernieuwing is de samenhang die we hebben aangebracht in de hele SLB-lijn. Dat doen we bijvoorbeeld door de thema’s te laten aansluiten bij waar studenten op dat moment mee bezig zijn. Als ze op zoek gaan naar een stage spelen we daar op dát moment op in tijdens de SLB-gesprekken: wat gaat je volgende stageplek worden, wat wordt de volgende module die je kiest, waarom kies je daarvoor? Zo merken de studenten dat de studieloopbaanbegeleiding echt rechtstreeks verband houdt met hun hele studie en daardoor gaat SLB meer leven. Ons uitgangspunt bij het vernieuwde programma was het model van Kariene Mittendorff, lector aan Hogeschool Saxion.’

De groepen blijven gedurende hun hele studie zoveel mogelijk bij elkaar.

Waarom is dat belangrijk? Manon: ‘SLB helpt enorm om de groepsbinding tussen studenten te versterken. Het sluit aan bij de psychologische basisbehoefte ‘relatie’: studenten gaan binding met elkaar voelen en krijgen het gevoel ‘we doen dit sámen’. Van daaruit ga je echt bouwen aan de professionele ontwikkeling, en vervolgens kijk je naar je studievoortgang en loopbaan. Dan gaat het ook om de twee andere basisbehoeften, competentie en autonomie. Het begint allemaal bij een gevoel van veiligheid, dat is essentieel.’

Ineke: ‘Je ziet dat studenten door het werken met een vaste groep meer gaan samenwerken en dat ze elkaar steunen. Ik had bijvoorbeeld een SLB-groep met studenten die wat achterliepen. Die hadden zichzelf ‘het Motivatieteam’ genoemd, en ook een eigen app gemaakt. Die steunden elkaar echt, ze wisten elkaar te motiveren. Daar vond ik echt mooi om te zien.’

Jullie hanteren bij SLB voor voltijd- en deeltijdstudenten een andere aanpak. Wat is het verschil?

Manon: ‘In grote lijnen gaat het om hetzelfde, maar de invalshoek is anders en sluit beter aan bij de ontwikkeling van de student. Een voltijdstudent komt vaak van de havo of uit het mbo, een deeltijdstudent heeft misschien een gezin op de achtergrond, of een eigen bedrijf. Het verschil bij SLB zit vooral in de manier waarop we het aanbieden. Bij het onderwerp ‘Timemanagement’ gaat Ineke bijvoorbeeld met haar voltijdstudenten met een bepaalde opdracht aan de slag, ik doe met mijn deeltijdstudenten meer met intervisie. We wisselen dan vooral ervaringen uit: waar ben jij mee bezig, waar loop jij tegenaan? Hoe hou jij alle ballen in de lucht, als je een deeltijdstudie doet en je hebt een gezin? Heb je misschien tools op het gebied van timemanagement waar de anderen wat aan kunnen hebben?’

Kwaliteitenreflectie en motievenreflectie zijn belangrijke loopbaancompetenties. Hoe behandelen jullie die?

Ineke: ‘De studenten doen gedurende de hele opleiding aan ‘werkplekleren’, zo heet bij ons de stage. Dat is in het kader van SLB prettig, want we kunnen ze echt een praktijkgerichte leeromgeving aanbieden. We hebben bijvoorbeeld een module ‘activerende didactiek’ en dan kijken we hoe ze een activerende didactiek kunnen toepassen in de klas. Daarbij reflecteren ze op hun didactische en pedagogische bekwaamheden. We hebben er overigens voor gekozen om het in het eerste half jaar niet over ‘reflectie’ te hebben. Reflecteren, daar hebben studenten in het begin niet zoveel mee. Maar als je het hebt over ‘samen terugkijken op onze stage-ervaringen’ gaat het wél leven.’

Manon: ‘Eigenlijk zijn de studenten bij de opleidingen Docent en kennismanager continu bezig met kijken naar zichzelf: wie ben ik, wat kan ik, waar sta ik voor? Ik geef een lesonderdeel over pedagogiek en adolescentenontwikkeling. Dan gaat het ook over vragen als: wie bén jij, als pedagoog? Waar ligt jouw grens? Wat vind jij wel en niet kunnen? Ga eerst eens bij jezelf kijken: wat zijn jouw normen en waarden, waar kom jij vandaan? Maar ook: leer je van successen of juist wanneer iets verkeerd gaat? En hoe vertaal je dat dan weer naar je eigen leerlingen?’

Gaat het bij SLB eigenlijk meer om het leren van successen of om leren van fouten?

Ineke: ‘Wij blikken bij SLB vooral terug op succeservaringen: wat heb je goed gedaan en wat zegt dat over je kwaliteiten? Waarom vind je die ervaring belangrijk en wat zegt dat over je motieven? Ik benoem het ook als studenten goeie, constructieve bijdragen leveren aan hun eigen SLB-groep.’ Manon: ‘Of als ze een goed cijfer hebben. Ik zeg wel eens: “Geniet ervan, bestel wat lekkers te eten en maak er een klein feestje van! Je hebt die toets gehaald en dat is een succes!” En we kijken ook meteen: wat heb je ervoor gedaan, hoe kun je die succesmomenten naar een volgend moment tillen, en kun je je medestudenten helpen door dit te delen?’

Ineke: ‘Natuurlijk leer je ervan als je ergens tegenaan loopt en vervolgens bedenkt hoe je dat anders kunt doen. Maar tegelijkertijd denk ik dat je ook veel leert door je kwaliteiten verder te ontwikkelen. Als jij weet wat je kwaliteiten zijn, en je kunt dat op je werkplek benutten en verder uitbouwen, dan is dat volgens mij heel leerzaam. Zelf vind ik het trouwens ook fijn om te kijken welke positieve ontwikkeling we de afgelopen jaren met het team hebben meegemaakt. En we vragen onze collega’s bijvoorbeeld ook naar materialen waarmee ze goede ervaringen hebben, zodat we die in kunnen zetten. Die waarderende, positieve benadering is echt kenmerkend voor SLB.’

De studenten bouwen ook een SLB-portfolio op. Hoe gaat dat precies?

Ineke: ‘Het portfolio bestaat uit twee onderdelen. Een gedeelte gaat over de loopbaancompetenties en bevat bijvoorbeeld opdrachten die ze hebben gedaan over kwaliteiten- en motievenreflectie. Dit gedeelte wordt alleen gebruikt binnen SLB. Daarnaast verzamelen ze in hun portfolio ook feedback van hun werkplekbegeleiders en andere betrokkenen. We werken met een semestersysteem, de studenten sluiten elk half jaar twee modules af. Dan kijken ze, met behulp van die feedback, op welk niveau ze zitten als het gaat om hun bekwaamheden. De uitkomsten van hun halfjaarlijkse ontwikkelgesprekken stoppen ze ook in hun portfolio.

Dat tweede deel van hun portfolio, met de zelfevaluaties en de feedback, gebruiken ze voor een ‘etalagemap’ en die is weer de basis van de assessments die ze doen na de propedeuse, de hoofdfase en de afstudeerfase. Het portfolio en de assessments zijn dus echt verweven. Dat portfolio is overigens nog niet digitaal. De inhoudsopgave en ook alle opdrachten zitten al wel in de digitale onderwijsomgeving, dus het is voor de studenten al heel makkelijk om dat allemaal in een map te stoppen. We willen in de komende tijd wel een digitaal portfolio maken, dat ze eventueel ook mee kunnen nemen naar stageplekken en werkgevers.’

Naast de studieloopbaanbegeleiding geven jullie ook het vak LOB. Voltijdstudenten hebben daarmee op de middelbare school misschien al ervaring, maar deeltijdstudenten niet. Hoe reageren die daarop?

Manon: ‘De deeltijdstudenten variëren in leeftijd van eind twintig tot begin zestig. De meeste hebben op school nooit LOB gehad, dus die zegt het aanvankelijk weinig. Maar ze zien wel veel kansen voor zichzelf. Ze krijgen het vak LOB, maar ze gaan zelf als docent óók die LOB-gesprekken voeren. Dat zijn niet zomaar gesprekken, het vraagt van hen als docent veel kennis en inzicht. Waar moet ik verstand van hebben, welke koers wil zo’n leerling op, wat is realistisch en niet realistisch, ken ik de netwerken, ken ik de sectoren, ken ik mijn eigen normen en waarden, wat straal ik daarin uit, hoe vertel ik zoiets en hoe draag ik dat dan over? LOB is leerzaam voor de leerlingen die ze straks bedienen, maar ook voor henzelf. Er gaat echt een nieuwe wereld voor ze open.’

Je noemt de LOB-gesprekken die studenten leren voeren. Kan iedereen dat eigenlijk leren?

Ineke: ‘Volgens mij kan elke student en docent leren om ontwikkelgesprekken te voeren. Het verschil met een gezellig praatje is dat een ontwikkelgesprek echt een doel heeft: als het goed is, levert het de student of leerling inzicht op, én een actiestap. De kunst is om vragen te stellen die een student of leerling aan het denken zetten, zelfinzicht opleveren en aanzetten tot actie.’ Manon: ‘Eigenlijk zijn we bij dat vak ook samen op zoek naar het antwoord op de vraag ‘Hoe leer ik luisteren?’ En dan op zo’n manier dat je niet na de eerste zin zelf al een oplossing voor de leerling bedenkt. Dat is enorm lastig. We zijn allemaal gek op de leerlingen en we willen ze graag helpen, maar vervolgens zijn we geneigd om ze op ónze manier te willen helpen. Goed luisteren, ook naar wat er onder de vraag ligt, is echt een kwestie van veel oefenen. Onze studenten filmen zichzelf ook tijdens LOB-gesprekken, die opnamen kijken we tijdens intervisies samen terug. Dat is ongemakkelijk, studenten vinden het in het begin héél lastig, maar het levert veel heldere momenten op: “Oh, nú zie ik dat ik dingen zelf ga invullen”, of “Ik ga nu al door met mijn volgende vraag, terwijl die leerling net iets essentieels vertelt”.’

Leren jullie daar zelf ook van?

Manon: ‘Ja, zeker! De opleiding is zo’n levend studietraject, je blijft continu in ontwikkeling, ook als opleider. De ene keer leer ik van een student die een goed gesprek heeft gevoerd met intervisie, de andere keer leer ik iets over een nieuwe werkvorm die ze hebben uitgeprobeerd. Of bijvoorbeeld wanneer we het hebben over sociale media: wat moet je als docent daarvan weten, hoe ga je daarmee om, hoe integreer je Snapchat of TikTok in je lessen? De studenten leren van mij, maar ik ook van hen, die wederkerigheid zit er heel erg in.’

Ineke: ‘Ik vind het ook knap hoe studenten op stages als jonge, aankomende docenten veranderingen weten te realiseren binnen hun team. Ze gaan bijvoorbeeld ook tijdens de gewone praktijklessen aan LOB doen, door op een informele manier aandacht te geven aan kwaliteiten en motieven van leerlingen. Gewoon door tussendoor even te vragen: “Wat vond je nou echt leuk aan deze les?” Of: “Ik zag dat je dit echt goed deed!” Daar leer ik ook weer van.’

Wat zijn voor jullie nog stippen aan de horizon?

Ineke: ‘In ieder geval dat digitale portfolio. Wat ik zelf belangrijk vind is dat er meer aandacht komt voor deskundigheidsbevordering van studieloopbaanbegeleiders, en dat we intervisie binnen het team ook wat gestructureerder gaan oppakken.’ Manon: ‘We willen ook graag nog meer maatwerk kunnen leveren voor de studenten. En, maar nu trek ik het breder: wat mij bij de deeltijders steeds weer treft en verrast is de inzet, de liefde en de betrokkenheid die zij laten zien ten aanzien van hun studie en hun leerlingen.

Er zit nog zo’n grote groep mensen in de maatschappij die zich zó hard willen maken voor de ontwikkeling van jonge mensen. Ik hoop echt dat ze niet alleen maatschappelijk gezien waardering krijgen, maar ook meer gefaciliteerd gaan worden. Hetzij door de overheid, als het gaat om de kosten van de studie, hetzij door een werkgever die studietijd kan reserveren. Want er is gewoon behoefte aan goeie mensen in onderwijsland.’


5 Tips voor SLB-bijeenkomsten

  1. Werk met een vaste groep Door met een vaste groep te werken en begeleider te werken, ontstaat er een ‘wij-gevoel’. Studenten kennen en steunen elkaar en krijgen het gevoel het echt sámen te doen.
  2. Zorg voor een duidelijke agenda Zorg dat er bij de bijeenkomsten ook echt iets op het programma staat, zodat studenten weten wat het doel is van de bijeenkomst is en wat ze eraan hebben.
  3. Hanteer een positieve en waarderende benadering Benoem de successen, of het nu gaat om kwaliteiten, een goed cijfer of een opdracht die op tijd is ingeleverd. Het verhoogt de motivatie en studenten vinden het leuk om successen met elkaar uit te wisselen.
  4. Verweef SLB met de rest van de opleiding Laat het thema van SLB-bijeenkomsten aansluiten bij waar de studenten op dat moment behoefte aan hebben en hou rekening met het jaarrooster, bijvoorbeeld door ontwikkelgesprekken in te plannen nádat studenten vakken hebben afgerond en opdrachten hebben ingeleverd.
  5. ‘Reflectie’? Liever ‘leren van ervaringen’ Met ‘reflecteren’ hebben studenten in het begin vaak niet zoveel, maar ‘samen terugkijken op onze stage-ervaringen’ spreekt ze wél aan.
Informatie:
Aeres Hogeschool Wageningen 
Het SLB-programma is ontworpen op basis van een model/schema dat is ontwikkeld door Kariene Mittendorff, lector Studieloopbaanbegeleiding binnen het lectoraat Innovatief en Effectief Onderwijs van hogeschool Saxion.

 


Wat zijn de kenmerken van een goede studieloopbaanbegeleider?

Ineke Beumer vroeg een van haar studenten onderzoek te doen naar wat studenten verwachten van een goede studieloopbaanbegeleider. De belangrijkste kenmerken:

  • De SLB’er toont oprechte interesse in de student;
  • De SLB'er neemt de tijd voor persoonlijke gesprekken;
  • De SLB'er is goed en gemakkelijk benaderbaar (reageert bijvoorbeeld snel op mails);
  • De SLB'er geeft studenten de ruimte hun eigen keuzes te maken;
  • De SLB'er kan goed en duidelijk advies geven over hoe studenten dat
  • vervolgens kunnen aanpakken.

Ineke Beumer: ‘Een goede studieloopbaanbegeleider is dus iemand die aan de ene kant zorgt voor eigenaarschap bij de student en de student in zijn of haar waarde laat, maar aan de andere kant ook weet: dít is het moment dat ik even moet adviseren.’ 
 

Tekst Anne Wesseling
Fotografie Hetty van Oijen
EWA Haaglanden

Zonder startkwalificatie worden opgeleid op de werkvloer

De entreeopleiding in het mbo is bedoeld voor jongeren zonder een diploma van een vooropleiding. Als zij zich aanmelden voor deze eenjarige opleiding is er vaak al het een en ander in hun leven gebeurd. Voor sommige van die jongeren is de schoolse omgeving minder motiverend. Ze gaan liever aan het werk, maar missen daarbij nog de nodige bagage. Om aan de behoeften van juist deze jongeren tegemoet te komen is ROC Mondriaan de publiek-private samenwerking EWA Haaglanden gestart.

EWA Haaglanden is een samenwerkingsverband tussen werkgevers, gemeenten en ROC Mondriaan. Jongeren van het ROC volgen zowel lessen als de stage op de werkvloer bij een bedrijf. In de ochtend vindt het lesprogramma plaats. De docent gaat ervoor naar het bedrijf toe. In de middag is de overgang van het lesprogramma naar de stage op de werkvloer. Dat gebeurt op wisselende plekken, zodat studenten kunnen ‘ruiken’ aan de verschillende werkzaamheden die er binnen het bedrijf uit te voeren zijn. De contextrijke omgeving op de werkvloer werkt daarbij motiverend voor de studenten. Ze hebben veel contact met hun begeleiders op de werkvloer, ze zien de vakinhoud in de praktijk en ze hebben steun aan elkaar in het groepje.

Het groene lyceum

In zes jaar tijd een vmbo- én een mbo(4)-diploma en dan doorstromen naar het hbo

Helicon Opleidingen verzorgt eigentijds groen vmbo- en mbo-onderwijs, waarbij het vmbo en mbo naadloos in elkaar overlopen. Helicon is in 2020 gestart met het Groene Lyceum: een opleidingsroute voor leerlingen die graag willen doorstromen naar het hbo en die de capaciteiten hebben om havo te volgen, maar daar niet de omgeving vinden die inspeelt op hun belangstelling.

Voor leerlingen die havo in hun advies hebben én geïnteresseerd zijn in groene thema’s is dit een prachtige opleiding. De doorlopende leerlijn is ideaal voor de onderzoekende en ondernemende leerling die het liefst praktisch leert en naar het hbo wil doorstromen. Deze groene doeners komen bij de nieuwe opleiding van Helicon helemaal tot hun recht. Projectwerk, theorielessen en praktische vaardigheden hebben een plek in de opleiding, waarbij de inhoud van vmbo en mbo naadloos met elkaar verweven is. De algemeen vormende vakken krijgen leerlingen op havo niveau. Daarnaast krijgen ze beroepsgerichte vakken (praktijklessen), projectmatig werken en stages/BPV, eerst op vmbo- en daarna op mbo-niveau. Er is bovendien veel aandacht voor het uitstippelen van hun eigen studieloopbaan. Leerlingen worden begeleid bij het maken van keuzes voor hun toekomst.

Regionale aanpak online oriënteren op het mbo

Denken vanuit de leerling om voortijdig schoolverlaten te voorkomen

In regio Eem is vanuit Aanpak VSV Eemland een website ontwikkeld (www.lobeemland.nl) om de leerlingen te ondersteunen bij het oriënteren op een vervolgopleiding in het mbo en een goed beeld mee te geven van mogelijke beroepen. LOBeemland.nl is een onderdeel van het project Versterken loopbaanontwikkeling en -begeleiding (LOB) in het vmbo in samenwerking met de arbeidsmarkt en het mbo. Dit project maakt deel uit van de programmalijn Aansluiting vmbo-mbo binnen het regionaal programma voorkomen voortijdig schoolverlaten.

LOB als pijler van het onderwijs

Montessori Lyceum Oostpoort in Amsterdam is dit jaar begonnen met een praktische havo-afdeling. LOB is een van de pijlers van het onderwijs. Teamleider Anita Alsemgeest en decaan Claudia van der Heijden leggen uit waarom LOB zo belangrijk is en hoe dat op de praktische havo wordt vormgegeven.

Interview met Anita Alsemgeest en Claudia van der Heijden, teamleider en decaan bij Montessori Lyceum Oostpoort

Een voorbeeld van hoe praktische kennismaking meer inzicht geeft dan alleen theorie? Decaan Claudia van der Heijden hoeft er niet lang over na te denken: een bezoek aan de rechtbank, vorig schooljaar. ’Een van onze leerlingen wilde advocaat worden. We hebben met haar klas als LOB-activiteit een bezoek gebracht aan de rechtbank om een zitting bij te wonen. Toen ze buitenkwam, zei ze: “Is dát wat een advocaat doet? Dan hoef ik het niet meer!” Haar idee van wat een advocaat doet, was gebaseerd op het geromantiseerde beeld dat je ziet in Amerikaanse televisieseries. Het bijwonen van een rechtbankzitting liet zien hoe het écht was, daar kon geen gesprek tegenop. Het fijne is dat de weg daarna ook meteen open was om het over allerlei andere beroepen te hebben. Want soms zijn leerlingen zo gefixeerd op wat ze willen, dat er over iets anders gewoon niet valt te praten.’

Die praktische kennismaking met werk en beroepen en het opdoen van vaardigheden is precies wat voorop staat bij de nieuwe praktische havo op Montessori Lyceum Oostpoort in Amsterdam, die dit jaar van start ging met 20 leerlingen in de eerste klas en 23 in de vierde. De onderbouw werkt met dagdelen en domeinen, zoals Mens en maatschappij, Mens en natuur, Sport en bewegen en Kunst en cultuur. In de ochtend krijgen de leerlingen instructiemomenten en uitleg. In de middag wordt er vakoverstijgend gewerkt, aan de hand van projectlijnen en thema’s. De vierdeklassers krijgen instructie in dagdelen.

De praktische havo ging dit jaar van start met een eerste klas en een vierde klas. Wat was precies de aanleiding?

Anita Alsemgeest, teamleider: ‘Het Montessori Lyceum Oostpoort is een brede vmbo-school en heeft daarnaast Internationale Schakel Klassen voor alle niveaus. We raken dus de leerlingen kwijt die na hun vmbo-diploma naar de havo willen, en ook de ISK-leerlingen die naar de havo uitstro-men. Die leerlingen wilden we graag binnenhouden en daarom wilden we een havo/vwo opstarten. We kozen ervoor om te beginnen met een eerste en vierde klas: de eerste voor nieuwe leerlingen, en de vierde voor onze eigen leerlingen die doorstromen vanuit het vmbo en vanuit de ISK.

Dat het een praktische havo werd, lag voor de hand, omdat we vanuit het vmbo al prachtige praktijk-lokalen hebben en ook de kennis al in huis is. Het paste bovendien goed binnen het Amsterdamse scholenlandschap. Maar we hebben natuurlijk ook naar de leerlingen gekeken. We zien dat de havo-leerlingen het fijn vinden om praktisch aan het werk te gaan, in plaats van alleen maar te leren en te reproduceren. De leerlingen die het op de havo nét niet redden, hebben in de onderbouw vaak moeite met stilzitten en om zich te concentreren. Daarvoor is hier wél ruimte.’

Decaan Claudia van der Heijden: ‘Wat ik bijzonder vind, is dat we op de praktische havo de leerlingen een kans geven om na het vmbo nog twee jaar een algemeen vormende opleiding te doen. Dat gaat om ISK-leerlingen, maar ook om de mavo-leerlingen die wel een vaag plan hebben van wat ze zouden willen gaan doen, maar die zich nog breder willen oriënteren. Die bieden wij nu via de havo de kans en ruimte om te ontdekken wat voor hen de juiste weg is.’

LOB is een grote pijler van de praktische havo

Anita: ‘Het is vooral een geïntegreerde pijler. In de brugklas is LOB nog vrij algemeen. Het gaat dan echt om de basis: Wie ben ik, wat kan ik, wat vind ik leuk? Bij alles wat de leerlingen doen, leren we ze om zich constant af te vragen wat er goed en niet goed ging, wat ze leuk vinden en wat juist niet. Alle leerlingen beginnen de dag met het maken van een planning en sluiten af met een moment voor reflectie over wat ze die dag gedaan hebben en waar ze de komende dagen aan gaan werken. Omdat LOB geïntegreerd is, zijn ze zich er overigens vaak niet echt bewust van dat activiteiten onder LOB vallen.’

Claudia: ‘We zeggen in de bovenbouw ook niet: “Je gaat nu LOB doen”, maar eerder: “Je bent nu in gesprek over je toekomst”. De leerlingen ervaren het niet bewust als LOB, maar dat vind ik eerlijk gezegd niet erg. Ik denk namelijk dat het resultaat er wél is. Het gaat erom dat ze zichzelf leren kennen en steeds beter weten wat ze later willen gaan doen.’

Anita: ‘We werken met vijf periodes per jaar, elk met een thema, bijvoorbeeld ‘Wie ben ik?’ Of ’Ik en de ander’. In de onderbouw maakten de leerlingen een drieluik, waarbij ze in allerlei talen dingen over zichzelf vertelden. In de bovenbouw zijn ze met elkaar mee naar huis gegaan om een cultureel portret van de ander te maken. De uitwerking zit bij CKV, maar maatschappijleer en Nederlands zijn helemaal geïntegreerd. Een leerling heeft bijvoorbeeld een fotoserie gemaakt, er zitten prachtige portretten tussen. En natuurlijk heeft het alles te maken met LOB, want het draait om vragen als: wat is je identiteit, waar kom je vandaan, wat heb je meegemaakt dat maakt dat je bent wie je bent?’

De nadruk op de praktische havo ligt op context gericht onderwijs

Hoe sluit het aan bij LOB? Anita: ‘Het doel van zulke vakoverstijgende, contextuele onderwerpen is dat dat beter inzicht geeft in wat je met de theoretische vakken kunt doen. Een goed voorbeeld is het slaapkamerproject, waar de eerste klas nu mee bezig is. Daarbij maken de leerlingen een maquette van hun droomslaapkamer, met als uitgangspunt hun kamer thuis. In de ochtend krijgen ze instructies: bij Mens en natuur gaat het bijvoorbeeld over technisch tekenen, bij wiskunde over schaalmodellen en bij de talen zit thematische woordenschat. In de middag gaan ze praktisch aan het werk: ontwerpen, een plan van aanpak maken, een maquette bouwen. Ze presenteren dat aan de docenten en de groep, dus ze pakken ook meteen presentatievaardigheden mee.’

Claudia: ‘Het mooie is ook dat leerlingen op die manier al in de praktijk ervaren wat beroepen inhouden en wat ze leuk vinden of juist niet. Een van onze ISK-leerlingen wil nu bijvoorbeeld allround timmerman worden óf bouwkundig tekenaar. Ze spreekt nauwelijks Nederlands en heeft nog niet echt een beeld van wat een timmerman of bouwkundig tekenaar doet. Als leerlingen in 1 havo al met technisch tekenen bezig zijn, kunnen we daar later naar verwijzen. En als docententeam krijgen we ook meer zicht op de talenten van de leerlingen.’

Alle 4 havo-leerlingen hebben individuele mentoren en voeren ook gesprekken met de decaan, wat zijn daarbij de  belangrijkste onderwerpen?

Claudia: ’Ze willen vooral weten of ze wel het juiste profiel hebben voor wat ze hierna willen gaan doen, of ze nog iets kunnen veranderen en of wat ze willen ook reëel is. Een aantal wil geneeskunde gaan doen, dan zoeken we samen uit wat de weg daarnaartoe is. De ene leerling denkt dan “Dat duurt me te lang, laat maar!” Maar de ander wil er echt voor gaan. Als een leerling chirurg wil worden, leg ik ook uit dat er tegen de tijd dat ze zich gaan specialiseren wel een opleidingsplaats moet zijn. Als die er niet is, kan het zomaar zijn dat je oogarts wordt, in plaats van chirurg. Het is best lastig, vind ik, want aan de ene kant wil je een kind niet demotiveren, maar aan de andere kant vind ik wel dat ze dat moeten weten.’

Anita: ‘Ze geven ook aan dat ze zich serieus genomen voelen. Onze 4 havo-leerlingen zijn een of twee jaar ouder dan de gemiddelde leerling en dan moet je ze ook behandelen als jongvolwassenen. We laten ze veel reflecteren en terugkijken op wat ze hebben gedaan. Dat is vanaf de start onze instelling geweest: laten we op zoek gaan naar waar je goed in bent, wat je kunt en wat je wilt. Wat je níet wilt en níet kunt is daar een onderdeel van, maar de insteek is zo positief mogelijk.’

Hebben ISK-leerlingen eigenlijk behoefte aan andere LOB-activiteiten dan leerlingen die in Nederland geboren en getogen zijn?

Claudia: ‘Ze hebben geen behoefte aan ándere activiteiten, maar ze hebben wel meer uitleg nodig. Ik heb ook veel gesprekken met ouders, want die snappen gewoon het hele onderwijssysteem in Nederland niet. Ze hebben bijvoorbeeld geen idee dat het mbo verschillende niveaus heeft. Een belangrijk punt is ook de aansluiting met het Nederlandse onderwijs, die is vaak lastig. Een leerling die bijvoorbeeld in Suriname naar mulo 4 zou gaan, kan hier niet naar mavo 4, omdat er in de derde al schoolexamens worden gedaan. Zo’n leerling moet dan opnieuw naar de derde en die vindt dat natuurlijk niet leuk. Als ouders uit Suriname bellen, adviseer ik dan ook om liever eerst dáár de mulo af te maken, en daarna hier naar het mbo te gaan.’

Anita: ‘Leerlingen hebben soms het gevoel dat ze overnieuw moeten beginnen en soms ís dat ook zo. De taalachterstand speelt daarbij ook mee. Er zijn ISK-leerlingen die moeiteloos een vwo-opleiding hadden kunnen doen. Maar als je zestien bent als je in Nederland komt en je moet eerst de taal leren, ben je te laat om die aansluiting naadloos te kunnen maken, dus dan ga je eerst naar een vmbo-opleiding of een mbo-opleiding. Uiteindelijk kom je heus wel waar je terecht moet komen, het duurt alleen langer.’

Claudia: ‘Als ze eenmaal een richting hebben, is het LOB-programma bij ons voor alle leerlingen hetzelfde: vanaf leerjaar 2 in het vmbo gaan we bijvoorbeeld bij verschillende profielen kijken en bedrijven bezoeken. Daarbij maakt het niet uit of een leerling nu wel of niet in Nederland geboren is.’

Wat zou er volgens jullie verbeterd kunnen worden op het gebied van LOB?

Claudia: ‘Het zou vooral fijn zijn LOB-portfolio’s makkelijker uitgewisseld konden worden. Toen we hier het LOB-dossier wilden invoeren, hebben we een stuk of zes mensen laten komen van verschil-lende LOB-programma’s. Vanuit allerlei disciplines hebben er mensen meegekeken: mentoren, do-centen, systeembeheerders, roostermakers, de medezeggenschapsraad, de leerlingen. Zo kwam er voor ons een LOB-programma uit waarin je een portfolio kunt opbouwen, opdrachten kunt uitvoeren en testen kunt doen.

Maar in feite kiest iedere school dus op die manier zijn eigen LOB-portfolio. Dat is logisch, want het moet ook bij type school en leerlingen passen. Maar als leerlingen overstappen naar een andere school, kunnen ze na een tijdje dat portfolio online niet meer in. Dat zijn ze dan dus kwijt. Terwijl de bedoeling was, en zo is het ons ook gepresenteerd, dat leerlingen het LOB-portfolio mee konden nemen naar hun vervolgopleiding. Het zou zo mooi zijn als dat opgelost werd, zodat LOB echt een doorlopende leerlijn kan worden. En dat vervolgopleidingen daar dan ook echt naar kijken, zodat niet, zoals nu wel gebeurt, een leerling op het mbo opnieuw een persoonlijkheidstest doet die ze bij ons ook al gedaan hebben.’

Hoe gaat het verder na dit eerste jaar?

Anita: ‘Wij hebben een vmbo-t en we blijven de ISK-leerlingen houden, dus die aparte instroom aan de bovenkant van de havo blijft. Ook als de praktische havo van onderaf volloopt, blijven die twee stromen hier waarschijnlijk naast elkaar bestaan.

Het leuke is trouwens dat we nu al projecten hebben waarbij de eersteklassers en de vierdeklassers samenwerken. Dan organiseert de bovenbouw iets voor de eersteklassers. Laatst moest ik even uit een les weg en vroeg aan een van de meiden van de bovenbouw of ze even op kon letten. Toen ik terugkwam had ze de leerlingen, omdat ze hun taak af hadden, uit eigen initiatief een vervolgopdracht laten doen. Dat was echt leuk om te zien. De eersteklassers nemen de oudere leerlingen ook onmiddellijk aan als autoriteit. Ze zijn echt met elkaar verbonden.’

Scholenmarkt online? Laptop mee naar school!

De Amsterdamse scholenmarkt voor havo- en vwo-leerlingen vindt dit jaar online plaats. Montessori Lyceum Oostpoort organiseert dan op school een speciale avond voor de leerlingen van 4 havo. De leerlingen nemen hun laptops mee en er zijn docenten aanwezig om de avond te begeleiden. ‘De leerlingen hóeven voor zo’n online informatiemarkt niet naar school,’ zegt teamleider Anita Alsemgeest, ‘maar thuis zitten ze in hun eentje achter de computer. Op deze manier kunnen ze hun ervaringen direct met elkaar delen en met hun docenten bespreken. Het heeft echt meerwaarde.’

 

Meer Informatie: Montessori Lyceum Oostpoort www.oostpoort.nl

 

Minkema Meets Young Professionals

Online kennismaking met bedrijven als alternatieve stage

Door de coronamaatregelen is het voor vmbo-leerlingen dit schooljaar niet mogelijk om stage te lopen. Om hen toch een goed beeld te geven van verschillende werkgebieden en ervaringen te horen van mensen in het beroepenveld, organiseerde het Minkema College in Woerden op dinsdag 15 december 2020 ‘Minkema Meets Young Professionals’. Leerlingen vmbo basis/kader maakten online kennis met allerlei beroepen die door o.a. eigen oud-leerlingen worden uitgeoefend.

“Voor onze vmbo-leerlingen is de stageperiode altijd een belangrijk moment om op de werkvloer te ontdekken wat zij interessant vinden en wat bij hen past”, aldus Gerdine Jongeneel, afdelingsleider basis/kader. “Deze ontdekkingstocht wilden we hen dan ook niet ontnemen. En hoe geweldig is het dan dat zoveel mensen, waaronder veel van onze eigen oud-leerlingen, enthousiast waren om te vertellen over hun beroep!”

Leijgraaf Next

Een alumnivereniging voor en door oud-studenten van De Leijgraaf

Leijgraaf Next is de vereniging voor en door oud-studenten van De Leijgraaf. Bestaande uit professionals die zich doorlopend willen ontwikkelen. Omdat leren niet stopt bij het behalen van een diploma, maar een leven lang doorgaat. Bij Leijgraaf Next ontmoeten leden elkaar, breiden zij hun netwerk uit, vergroten zij hun kansen op de arbeidsmarkt en blijven op de hoogte van ontwikkelingen hun eigen vakgebied.

Havo van de toekomst

Trots op de havo!

Het havo-onderwijs staat onder druk. Havisten presteren stelselmatig onder de maat, zowel op de havo als later op het hbo. Het havo-onderwijs is toe aan groot onderhoud en dat wordt landelijk breed onderkend. In dit kader is in Twente en omstreken in 2018 een uniek traject gestart, waar 12 middelbare scholen en hogeschool Saxion samen werken onder de noemer ‘havo van de toekomst’. 

Neem ook je eigen ervaringen mee in een LOB-gesprek

Rijn IJssel ontwikkelt een LOB-werkwijze waarmee studenten snel inzicht krijgen in de LOB-competenties en hoe ze die kunnen verbeteren. 

Interview met Pascal Mariany, LOB-intermediair

ICT-docent Pascal Mariany ontwikkelde samen met collega’s voor de studenten Software Developer op Rijn IJssel een LOB-werkwijze waarmee ze snel inzicht hebben in de LOB-competenties en hoe ze die kunnen verbeteren. De pilot verliep zo succesvol dat hij de komende jaren wordt uitgerold over de andere opleidingen van Rijn IJssel. Wat houdt de werkwijze in, hoe verliep de pilot en heeft hij tips voor collega’s op andere scholen?

De favoriete LOB-activiteit van Pascal Mariany? Dat is de opdracht ‘Terugblikken op een bepaalde periode’. ’Bij die oefening krijg je een aantal vragen om terug te blikken, maar ook om alvast vooruit te kijken,’ zegt Mariany, ICT docent en LOB Intermediair op Rijn IJssel. ‘Zo ervaren de studenten hoe zelfreflectie werkt. Ontzettend leerzaam!’ Dat komt goed uit: we blikken met Mariany terug op de LOB-pilot die de afgelopen twee jaar op Rijn IJssel draaide voor studenten Software Developer. Mariany ontwierp een ‘LOB-Rubric’ samen met collega Marjon Dullenmond van de opleiding laboratoriumtechniek, een beoordelingsmatrix die aansluiten bij de vijf LOB competenties. Rita Sessink, een beleidsmedewerker met de portefeuille loopbaancoaching, heeft hier ook in meegedacht. Studenten kunnen nu met behulp van een meetinstrument (De Peilstok) voor elke LOB-competentie bepalen op welk niveau ze zitten, ‘Oriëntatie’, ‘Ontwikkel’ of ‘Expert’. Vervolgens kunnen ze LOB-activiteiten uitkiezen die daarbij aansluiten, met het doel om voor alle competenties het niveau ‘Expert’ te halen. De activiteiten en resultaten houden ze bij in hun digitale LOB Portfolio.

LOB werd bij Rijn IJssel zo’n twee jaar geleden op de agenda gezet. Waar begin je dan?

’Met inventariseren. LOB voelde in eerste instantie als iets dat er extra bij kwam, maar we ontdekten dat we eigenlijk al best veel deden. We hadden het alleen niet inzichtelijk, waardoor we ons er niet zo van bewust van waren. De eerste stap was dus om te onderzoeken wat we al aan LOB deden en waar nog hiaten zaten. Die gaten hebben we vervolgens opgevuld met LOB-activiteiten, die we onder meer vonden in de database van het Expertisepunt LOB. Vervolgens hebben we er een programma omheen gemaakt. Twee jaar geleden hebben we met een stuk of acht studenten een pilot gedraaid. Daar kregen we positieve reacties op. Na overleg met het docententeam van Software Developer hebben we hetzelfde programma vorig jaar met alle zestig eerstejaars gedraaid.’

Hoe hebben jullie LOB ingebed in het normale onderwijs?

‘Bij Rijn IJssel liep de introductie van LOB bijna gelijk op met de omslag naar een vorm van onderwijs die we RIJK noemen: Rijn IJssel Kwalitatief onderwijs. We willen studenten stimuleren om steeds meer zelf de regie te nemen over hun ontwikkeling, en de docent heeft meer een coachende rol. Onze docenten krijgen daarvoor ook trainingen, bijvoorbeeld hoe je een coachend gesprek voert. LOB was een soort katalysator, het werkte ontzettend goed om die twee lijnen tegelijk te hebben. Daarnaast kregen we een nieuw online systeem, SBIS. We werken bij RIJK onderwijs met leereenheden van vijf of tien weken, daarbinnen valt dan een aantal leeractiviteiten rond een praktijkgericht doel. LOB is ook zo’n leereenheid, de werkwijze is ontwikkeld op basis van het sjabloon ‘Leeractiviteiten’ in het online systeem. Voor de studiebelasting staat in dit geval 750 minuten. Dat is trouwens wel een beetje natte vingerwerk, ook afhankelijk van of een student een opdracht alleen of in een groepje doet. Sommige activiteiten, zoals de Belbin teamroltest, heb ik zelf doorlopen, dat duurt ongeveer een kwartier en dat is ook wat we terughoren dat een student er mee bezig is.’

Studenten werken voor een flink deel zelfstandig aan hun LOB-activiteiten. Hoe verliep dat tijdens de pilot?

‘Het viel me op dat het verschilt per leeftijdsgroep: de studenten jonger dan achttien zijn er wat minder zelfstandig in, die moet je af en toe sturen, bijvoorbeeld door te zeggen ‘Ik verwacht dat je volgende week die-en-die activiteit hebt gedaan. Onder de studenten van achttien plus pikt het gros het zelfstandig op. Ik vroeg dan tussendoor aan een student ‘Hoe gaat het met je LOB?’ en dan was het antwoord ‘Goed, kijk maar in mijn portfolio, ik heb al drie opdrachten gedaan!’ Een toevoeging van mijn collega-docent Luuk Burgers is dat we twee keer LOB-dag hebben georganiseerd, waarop studenten aan elkaar presenteren wat ze aan LOB hebben gedaan. Dat werkt heel goed, het is een beetje een stok achter de deur.’

Zijn er onderdelen die je op basis van die pilot hebt bijgesteld?

‘Sommige LOB-activiteiten zijn inhoudelijk en tekstueel wat verduidelijkt of aangepast. Soms was niet duidelijk hoe een student het moest vastleggen, of was de tekst te moeilijk. Daarnaast hebben we feedback gevraagd aan een handvol studenten: wat vonden jullie ervan? Sommigen zeiden eerlijk dat ze LOB wel een beetje een ‘moetje’ vonden, al snapten ze wel de beweegredenen erachter. Maar de meeste studenten waren en zijn echt positief en ook intrinsiek gemotiveerd. Omdat ze begrijpen ‘Oké, dit is een proces, uiteindelijk is er een gevuld portfolio, dat ik mee kan nemen naar een vervolgopleiding of werkgever.’

Merk je dat de studenten door de LOB-activiteiten ècht meer inzicht krijgen in wat ze willen en hoe ze zich ontwikkelen?

‘Ik wil dat graag gaan onderzoeken zodat ik het met grafieken kan aantonen, maar als ik studenten ernaar vraag zijn ze er in elk geval positief over. Een heel concreet voorbeeld: een student had twee keer een Belbin teamroltest gedaan en merkte dat er de tweede keer een andere rol uitkwam: van ‘Plant’ was hij nu meer een ‘Groepswerker’. Hij vond dat fijn om terug te zien, want dat was ook echt wat hij wilde. Hij zit nu net een paar dagen op stage en ik ben benieuwd hoe hij het ervaart, of het klopt. Studenten kunnen in overleg trouwens ook zelf LOB-activiteiten toevoegen. Een student was bij zijn middelbare school gevraagd om een presentatie te geven over de studie Software developer, om leerlingen te inspireren. Dat heeft hij gedaan en daarmee heeft hij meerdere LOB-competenties in één klap geslagen, want het viel behalve onder kwaliteitenreflectie ook onder netwerken.’

Nog even over de docent als coach. Voor veel docenten is zo’n coachende rol best een verandering!

‘Ik vind het zelf echt mooi dat de het traject met loopbaancoaching erbij is gekomen, het was voor mij ook een reden om bij Rijn IJssel te willen werken. Ik zie wel dat het voor sommige docenten een omslag is, die voelen zich comfortabeler in de rol van traditionele docent die informatie overdraagt en halen het meeste plezier uit het geven van hun vak. Je kunt het natuurlijk best combineren. In een team is er altijd wel íemand die LOB erg leuk vindt of er affiniteit mee heeft, of die het op natuurlijke wijze al doet. Juist diegene zou voorloper of ambassadeur van LOB kunnen zijn. Ik heb zelf gemerkt dat LOB na een tijdje steeds meer gedragen wordt door de rest van het team. Het besef dringt steeds meer door dat ‘Een leven lang leren en ontwikkelen’ niet alleen voor de studenten geldt, maar ook voor ons.’

Hoe zijn eigenlijk jouw eigen ervaringen met loopbaanbegeleiding? Neem je die ook mee in je gesprekken?

‘Ik kom uit een gezin waar aan de opvoeding niet echt veel aandacht werd besteed, ik was zo’n jongetje dat altijd lief met z’n autootjes zat te spelen, het idee was ‘Pascal redt zich wel’. Ik wil niet alle ouders over een kam scheren, maar alle ouders zijn druk en ik herken mezelf in de studenten van nu: ze zijn een beetje lost, ze zijn verloren in de keuzes die ze moeten maken. Dat is niet erg, dat hoort ook gewoon bij hun ontwikkeling. Maar wat mij motiveert, is dat wij op school daarbij ook een soort kompas kunnen bieden en dat af en toe kunnen helpen bijsturen. Gewoon door te zeggen ‘Kom er even bij, dan kijken we samen naar je loopbaan’.’

Bij zo’n LOB-gesprek horen ook persoonlijke vragen: Hoe gaat het thuis, hoe zit je in je vel, voel je je hier op je plek? We hebben als docent allemaal een loopbaan achter de rug, je hebt een rugzak vol ervaringen. Het is mooi als je daar bij een LOB-gesprek af en toe iets uit kunt halen dat misschien kan helpen. ‘Dit is mijn ervaring, hoe kijk jij ertegenaan, misschien heb je er iets aan?’ Je moet natuurlijk altijd even checken of studenten daarvoor open staan, als het niet zo is, dan is het ook prima. Maar mijn ervaring is dat studenten er zeker voor open staan.’ Deze LOB-werkwijze wordt nu standaard opgenomen in de opleiding Software Developer. Hoe gaat het verder?

‘Ik heb inmiddels de taak en de uren gekregen om LOB op eenzelfde manier op te pakken voor het hele cluster Techniek/ICT, dat zijn meer dan dertig teams. De stip aan de horizon is dat in schooljaar 2022/2023 álle teams LOB hebben opgenomen in de online leeromgeving van hun opleidingen. Dat wordt een hele klus, want bij sommige opleidingen hebben nog niet alle studenten een laptop. Misschien moet je dan focussen op de LOB-gesprekken en op het portfolio en is dat voor die opleiding voldoende. Het begint in elk geval altijd met contact leggen en inventariseren: wat wordt er al aan LOB gedaan, waar zitten de hiaten en hoe kun je die invullen op een manier die past bij de opleiding?’

Tot slot: heb je tips voor collega-docenten die LOB ontwikkelen?

‘Ik zou zeggen: ga als team eerst na wie de kartrekker kan zijn voor wat betreft LOB. Misschien kan hij of zij samenwerken met iemand die alles coördineert. Verder is het belangrijk om ‘de broodjes warm te houden’. Ook in de plenaire overleggen met de docenten. Zet LOB gewoon op de agenda! Ook al heb je niks bedacht, er komt vanzelf een gesprek en dat kan uitmonden in een intervisiemoment, een evaluatiemoment of nieuwe ideeën.

Als docent: kijk ook eens naar hoe je je eigen loopbaan hebt ervaren en hoe je je hebt ontwikkeld, en neem die ervaring mee in je gesprekken met studenten. Zoek de verbinding. Juist vanuit je eigen levenservaring kun je iets bijdragen waar een student wat aan heeft.’

Tekst: Anne Wesseling 
Fotografie: Hetty van Oijen

 

 

 


 

Meer weten?

LOB als doorlopende leerlijn

Binnen de LOB-werkwijze die Pascal Mariany ontwierp is het voor de student gemakkelijk om het LOB Portfolio bij te werken en actueel te houden: activiteiten worden eenvoudig toegevoegd, metingen van de Peilstok worden automatisch bewaard en wanneer studenten met hun loopbaancoach hun voortgang evalueren, maken ze een LOB-reflectie en slaan die ook op in hun LOB Portfolio. Zo’n actueel Portfolio heeft meerdere pluspunten. ’In het examenplan is een inspanningsverplichting LOB opgenomen en het LOB-portfolio is een prachtige manier om het traject te stroomlijnen en aantoonbaar te maken. Daarnaast willen we dat studenten aan het eind van hun opleiding hun LOB-portfolio als pdf kunnen downloaden, zodat ze het kunnen meenemen naar een vervolgopleiding, of naar een sollicitatie.’

Het portfolio kan ook daarbij helpen bij het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn. ‘In het voortgezet onderwijs zijn ze al langer met LOB bezig, dus veel leerlingen zijn er al mee in aanraking geweest. Ik wil ervoor pleiten om dat ook mee te nemen in de intake. Misschien hebben de studenten zelfs al een LOB-portfolio gemaakt, en kun je dat aan laten sluiten. Het gaat bij LOB immers om een blijvende persoonlijke ontwikkeling. Daar past ook een doorlopende leerlijn bij.’ Bekijk de uitleg van Pascal Mariany over een doorlopende leerlijn LOB


 

Wat is een rubric?

Een rubric is een beoordelingsmatrix die snel duidelijk welke niveaus er zijn en volgens welke criteria een prestatie wordt beoordeeld. Bij de LOB-Rubric van Rijn IJssel is voor elk van de vijf loopbaancompetenties (motievenreflectie, kwaliteitenreflectie, werkexploratie, loopbaansturing en netwerken) aangegeven wat de drie niveaus zijn: ‘Oriëntatie’, ‘Ontwikkel’ of ‘Expert’. Met behulp van een online test (De Peilstok) kunnen studenten voor elke competentie hun huidige niveau bepalen. Vervolgens kiezen ze bijpassende LOB-activiteiten waarmee ze hun niveau kunnen te verbeteren. Doel is om voor alle competenties het niveau ‘Expert’ te bereiken.

Tijdens LOB-gesprekken met hun docent/coach evalueren ze hun voortgang. Groot voordeel van een rubric is dat studenten snel inzicht hebben in waar ze nu staan, wat het einddoel is, en wat ze moeten of kunnen doen om het doel te bereiken. Bekijk de uitleg van Pascal Mariany over de rubric


 

Succesfactoren bij de implementatie van LOB

Duurzame loopbaanbegeleiding voor mbo 3-4

Lees meer over de succesfactoren die bij de implementatie van een duurzame visie op LOB en een succesvol LOB-programma bij het Nordwin College een rol hebben gespeeld. 

 

Op verhaal komen, medialeren LOB

Je toekomstplannen verbeelden

LOB Medialeren is een nieuw lesprogramma voor de onderbouw van het vmbo, ontwikkeld in een samenwerking van Rotterdam Vakmanstad, SKVR en het Rotterdams Vakcollege De Hef. LOB Medialeren combineert het maken van filmverhalen met het ontwikkelen van een loopbaanperspectief.

Mentoren op Zuid

Win win voor leerlingen en studenten

Mentoren op Zuid koppelt betrokken studentmentoren uit het mbo en hbo aan leerlingen uit het primair en voortgezet onderwijs in Rotterdam. Twintig weken lang werken studenten en leerlingen onder schooltijd een-op-een aan doelen die samen zijn vastgesteld – op het gebied van huiswerk, loopbaanoriëntatie, talentontwikkeling of het verkennen van vervolgopleidingen. De leerlingen ontwikkelen zich en de studenten werken aan hun professionele identiteit. Ze leren hoe ze iemand moeten coachen en doen werkervaring op in de grootstedelijke context van Rotterdam.

Duurzame keuzes

Een gezamenlijke visie op LOB vanuit mbo en hbo

In de regio Rijnmond hebben mbo- en hbo-scholen een gezamenlijke visie ontwikkeld op loopbaanbegeleiding van mbo-studenten die de overstap maken naar het hbo. Een goed aansluitende loopbaanbegeleiding draagt namelijk bij aan het studiesucces van de mbo-student in het hbo. De begeleiding is erop gericht zelfkennis te ontwikkelen en mbo-studenten te helpen zich voor te bereiden op keuzes voor hun toekomstige studie of werk. Het ontwikkelen van loopbaancompetenties is hierbij het uitgangspunt. In de ontwikkelde visie worden gerichte activiteiten genoemd die het mbo en/of het hbo kunnen ondernemen om te komen tot een duurzame keuze voor een hbo-opleiding.
Gaan voor een baan!

Aan de bak garantie

In Rotterdam Zuid is sprake van een mismatch tussen onderwijs en de vraag van de arbeidsmarkt. Nog te veel leerlingen kiezen na het vmbo voor financiële, administratieve en juridische opleidingen, terwijl de banen in deze sectoren afnemen. Bovendien weten leerlingen vaak niet goed wat ze leuk vinden en waar ze goed in zijn. Het programma voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding in Rotterdam Zuid is daarom gericht op een hogere uitstroom van mbo-studenten naar werk in kansrijke beroepen in de haven, techniek en zorg. Het LOB-programma bestaat uit verschillende onderdelen waarbij de ontwikkeling van de loopbaancompetenties centraal staat. In een doorlopende leerlijn LOB van po tot mbo worden scholen gefaciliteerd uit verschillende lob-activiteiten te kiezen. Voorbeelden van deze activiteiten zijn bliksemstages, activiteiten in de overstap po-vo en vo-mbo, loopbaangesprekken, kennismaken met bedrijfssectoren en proefstuderen.

 

 

Haags mentorprogramma

Aandacht voor en door studenten

Bij het Haags Mentorprogramma (HMP) staat aandacht voor en door studenten centraal. Derdejaars havo-leerlingen worden gekoppeld aan een student van Universiteit Leiden of de Haagse Hogeschool. Deze studenten vervullen de rol van mentor en geven de leerlingen extra één-op-één aandacht bij het kiezen van een vervolgstudie, bij het ontdekken van hun talent of bij het maken van huiswerk. Tenslotte staan studenten dichter bij de belevingswereld van havo-leerlingen dan een volwassene.

Spirit4you

Bevorderen van goede doorstroom en voorkomen van voortijdige schooluitval

Met de projecten van Spirit4you gericht op loopbaanoriëntatie en -begeleiding kunnen scholen (decanen, mentoren, studie- en stagebegeleiders) hun leerlingen ondersteunen in het proces om te komen tot een succesvolle overstap naar een vervolgopleiding, werk of dagbesteding. Spirit4you laat leerlingen zo breed mogelijk kennis maken met beroeps- en opleidingsmogelijkheden in de regio Haaglanden. Leerlingen ontwikkelen stap voor stap een beeld over welke opleidingen en beroepen het beste bij hun passen. Hiermee wordt de instroom van vmbo’ers in het mbo verbeterd en een bijdrage geleverd aan het voorkomen van voortijdig schooluitval.

Een padlet bij de doorstroom mbo-hbo
Een padlet met veel informatie en inspiratie voor een soepele doorstroom van mbo naar hbo!

De afgelopen 2 jaar heeft de projectgroep doorstroom mbo-hbo, met daarin 6 docenten die betrokken zijn bij de overstap naar het hbo, gewerkt aan het versterken van het doorstroomrendement van studenten niveau 4 die de overstap naar het hbo maken. Doel van het project is studenten nieuwe leerervaringen laten opdoen en ze in contact brengen met mhbo-ambassadeurs (ervaringsdeskundigen die de overstap zelf al hebben gemaakt). Om te zien wat er is gemaakt en opgeleverd vanuit de projectgroep zijn een aantal van de producten verzameld op een padlet. In één oogopslag kun je naar keuze producten terugvinden waar jij binnen je team en met je studenten direct mee aan de slag kunt.

LOB-nieuws
LOB en het PTA, er kan soms meer dan je denkt!
De schoolexamens en het bijbehorende Programma van Toetsting en Afsluiting bieden ruimte en mogelijkheden om schooleigen keuzes te realiseren, ook als het gaat om de plaats die LOB kan innemen binnen een PTA. Voor het vmbo is LOB onderdeel van het examen en dient het terug te komen in het PTA.
Pilotscholen praktijkgerichte programma's op de kaart

Dit schooljaar zijn 137 scholen gestart met de pilot praktijkgerichte programma's.

Massaal digitaal de beste tips en tricks uit binnen- en buitenland
Plan niet teveel in één les en gebruik bestaand lesmateriaal: onder andere deze twee tips vind je in het overzicht voor digitaal lesgeven van de SOML-scholen. De scholen verzamelden de beste tips en tricks uit binnen- en buitenland. 
Praktijkvoorbeeld van de maand: Hoe zorg je ervoor dat LOB bij studenten echt gaat leven?
Aeres Hogeschool Wageningen ging dit jaar van start met een innovatief en toekomstgericht programma voor studieloopbaanbegeleiding (SLB).
HavoP: het praktijkgerichte vak op de havo
Wilt u meer weten over HavoP: het praktijkgerichte vak op de havo? In de brochure HavoP beschrijft het havoplatform het waarom, het doel en de praktische uitwerking van HavoP.
Jongerenperspectief op LOB, rapport YoungWorks
Welke behoeften hebben jongeren op het gebied van LOB en welke kansen zien ze voor verbeteringen op hun school/onderwijsinstelling?
Mbo-studenten tevreden over 21ste-eeuwse vaardigheden
Mbo-studenten vinden hun vaardigheden voor creativiteit, communicatie en loopbaancompetenties ruim voldoende. Kritisch denken en mediawijsheid scoren hoog, terwijl het stellen van grenzen en gezond gedrag lager scoren.
Inspectierapport doorstroommonitor hoger onderwijs

Krijg inzicht in de ontwikkelingen in de selectie en toegankelijkheid van het hoger onderwijs.

Organisatie en uitvoering van LOB in het mbo
Hoe is LOB binnen het mbo georganiseerd en hoe wordt het uitgevoerd?
Onderzoek inlopen van (onderwijs)achterstanden in vmbo beroepsgericht onderwijs

Doe mee met een onderzoek naar een succesvolle begeleiding van jongeren op het vmbo naar vervolgonderwijs.

Regeling extra middelen voor inhaal- en ondersteuningsprogramma's open tot 22 juni
Het kabinet maakt € 244 miljoen vrij om onderwijsachterstanden en studievertraging als gevolg van COVID-19 voor leerlingen en studenten zoveel mogelijk te voorkomen
Handreiking Studentenwelzijn in corona-tijd

Handreiking voor ondersteuning van studenten met een ondersteuningsvraag in het hoger onderwijs.