LOB-programma
De decaan/ LOB-coördinator coördineert en organiseert het LOB-programma. Om de kwaliteit van het LOB-programma te borgen wordt jaarlijks de PDCA-cyclus doorlopen.
Meer weten over hoe je LOB-beleid kunt vormgeven en de kwaliteit kunt borgen? Bekijk dan onderstaande infographics, wegwijzers en tools
Inspiratie uit praktijk, onderzoek en het nieuws
Warps, J. (2013)
Op verzoek van de VO-Raad heeft ResearchNed een onderzoek uitgevoerd naar de stand van zaken en naar de effecten van loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) in havo en vwo. Daartoe is een serie vragen over LOB toegevoegd aan de Startmonitor, het landelijke eerstejaarsonderzoek in hbo en wo.
Strijk, M., Lusse, M., & Kuijpers, M. (2018)
Scholen gebruiken thuisopdrachten nog weinig in het samenwerken met ouders rondom LOB. Terwijl ze juist de kwaliteitsgesprekken tussen ouder en kind thuis vergroten, ouders een reëler beeld van het loopbaanperspectief van hun kind geven en de betrokkenheid van ouders bij het LOB -programma van de school stimuleren. Voorwaarde is wel dat de leerling de regie houdt en zijn of haar ouders d.m.v. de thuisopdracht zelf betrekt. Daarnaast moeten thuisopdrachten alle ouders de mogelijkheid bieden om thuis bij de loopbaan van hun kind betrokken te zijn, ongeacht hun vertrouwdheid met het onderwerp.
Slijper, J., Biemans, P., Sjoer, E. (2019)
Leerlingen bereiden hun studiekeuze op verschillende manieren voor. Door open dagen en proeflessen en door allerlei LOB-activiteiten die de school verzorgt. Bij de keuze voor een vervolgopleiding speelt het beroep ('wat kan/wil ik worden?') een belangrijke rol. Jongeren blijken echter vaak een verouderd én weinig overdacht beeld te hebben. Bovendien verandert het werk voortdurend en kan een beroep tegen de tijd dat een leerling de arbeidsmarkt betreedt er alweer anders uitzien.
Slijper, J. (2020)
Drie Rotterdamse roc’s en twee hogescholen geven vanaf cohort 2018/2019 gezamenlijk invulling aan het Keuzedeel Voorbereiding Hbo (K0125), ten behoeve van doorstroom in het economisch domein. Het integrale programma ter bevordering van de aansluiting in het economische domein is gedefinieerd onder de titel ‘De Rotterdamse Aanpak’. De lectoraten van Hogeschool Inholland en Hogeschool Rotterdam hebben gezamenlijk in een monitoring onderzoek onderzocht in hoeverre dit keuzedeel bijdraagt aan de kwaliteit van studiekeuzeprocessen en de ontwikkeling van studievaardigheden, ten gunste van de doorstroom naar het hbo.
Petit, R., Meijer, J., Karssen, M. & Kuijpers, M. (2019)
Veel jongeren hebben moeite om zich een beeld te vormen van beroepen die zij kunnen kiezen. Wat hierbij helpt is zelf zien en ervaren hoe het ertoe gaat in de praktijk; ook wel ‘werkexploratie’ genoemd. Voorbeelden zijn een werkbezoek of praktijkopdracht in een bedrijf. Werkexploratie is een van de vijf ‘loopbaancompetenties’ waaraan vmbo-scholen aandacht besteden in het onderwijs en die sinds kort ook geëxamineerd worden. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ondersteunde tien scholen in een aantal grote steden bij het maken van een goed werkexploratieprogramma. De opbrengsten hiervan zijn onderzocht door herhaald vragenlijsten af te nemen bij leerlingen en door groepsinterviews af te nemen bij leerlingen en hun mentoren.
Petit, R., Brouwer, P. & Meijer, J. (2018)
Scholen voor vmbo en mbo ontwikkelden samen met onderzoekers een programma om ouders te betrekken bij de studie-en beroepskeuze van hun kind. Via huiswerkopdrachten die leerlingen met ouders thuis maken wordt het gesprek over loopbaankeuzes gestimuleerd. Het onderzoek laat bescheiden positieve effecten zien.
Oomen, Annemarie (2016)
Bij het R&D project ‘Ouders aan Zet’ ontwikkelden zes schooldecanen van HAVO-scholen een LOB interventie van vier sessies (tien uur totaal) voor ouders en hun kind in 3HAVO of 5HAVO. Twee van de onderzoeksvragen voor dit R&D project waren: 1) Hoe verschilt deze LOB-interventie ten opzichte van je huidige praktijk als schooldecaan in jouw school? En 2) Indien ja, welke aanvullende competenties zijn nodig voor een schooldecaan?
Neuvel, J., Esch, W.van. (2010)
Het onderzoek richt zich op de doorstroom van vmbo naar mbo. Leerlingen moeten een keuze maken uit het grote aanbod van mbo-opleidingen. Daarbij moeten ze rekening houden met de opleidingsniveaus en met hun eigen beroepsinteresse. Een goede keuze is van groot belang, omdat voor veel leerlingen het mbo immers de opstap naar de arbeidsmarkt is.
Mittendorff, K., Staman, L., Kienhuis, M., Nije Bijvank, M. & Winters, N. (2016)
Mede door het belang van het thema ‘studiesucces’ lijkt studieloopbaanbegeleiding (SLB) de laatste jaren steviger op de agenda van hogescholen te staan. De ontwikkelingen op verschillende beleidsterreinen zoals de studiekeuzecheck en het verbeteren van bachelorrendement, vragen ook om investeringen in en herziening van SLB beleid. De roep om betere SLB blijkt vanuit verschillende kanten te ontstaan. Ook studenten waren ontevreden over hun begeleiding, met name de ouderejaars. Sommige studenten zagen hun SLB’ers niet of nauwelijks, er werd te weinig initiatief genomen vanuit de opleiding en was er te weinig aandacht voor loopbaanbegeleiding. Hierin waren ook verschillen tussen maar ook binnen opleidingen te zien.
Woudt-Mittendorff, K. (2010)
Door nieuwe onderwijsvormen neemt ook de vraag naar een nieuw ontwerp voor studieloopbaanbegeleiding (SLB) toe. Dit artikel beschrijft de eerste inzichten voor ‘SLB 2.0’, waarin ontwerpcriteria worden geformuleerd voor een toekomstbestendige en meer geïntegreerde vorm van SLB. Dit artikel gaat in op nieuwe inzichten gericht op studiesucces, binding, reflectie en persoonlijke, professionele ontwikkeling.
Luken, T. & De Folter, A. (2017)
Dit artikel biedt een uitgebreide beschrijving van de ontwikkeling en inhoud van de toolkit ‘ACT in LOB’. Eerst wordt uitgelegd waarom innovatie van LOB noodzakelijk wordt geacht. Vervolgens worden achtergrond en inhoud van ACT (Acceptatie en Commitment Therapie) uiteengezet en wordt verduidelijkt waarom ACT gekozen is als basis voor de ontwikkeling van een innovatieve toolkit voor LOB.
Luken, T. (2020)
Een algemeen aanvaard uitgangspunt op het gebied van loopbaanontwikkeling is dat loopbaanattitudes en -vaardigheden, waaronder identiteit en zelfsturing, kunnen worden ontwikkeld door middel van onderwijsprogramma's met een cognitieve focus. Het eerste doel van dit artikel is dit uitgangspunt ter discussie te stellen. Een tweede doel is het bieden van een nieuw, innovatief perspectief op loopbaanontwikkeling.
Luken, T. (2017)
Dit hoofdstuk biedt de lezer een overzicht van bevindingen van hersenwetenschappers, die betrekking hebben op reflecteren en kiezen in het kader van loopbaanontwikkeling.
Luken, T. (2017)
Dit artikel verdedigt de stelling dat zelfsturing vrijheid en autonomie met zich meebrengt. En dat maatschappelijke ontwikkelingen zelfsturing in de toekomst steeds meer noodzakelijk maken.
Luken, T. (2012)
De aandacht voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) is in de afgelopen tien jaar explosief toegenomen. Helaas vallen de resultaten vooralsnog tegen. Veel leerlingen zijn ontevreden over LOB en nomadisch switchgedrag tussen opleidingen en uitval uit het onderwijs blijven ongeveer op hetzelfde niveau.
Luken, T. (2009)
In onderwijs- en arbeidsorganisaties bestaan grote problemen op het gebied van loopbaanontwikkeling. Veel scholieren en studenten vallen uit of switchen vroeg of vaak van opleiding. Veel arbeidsrelaties zijn voor werknemer of werkgever onbevredigend, maar duren toch voort. Uit onderzoek blijkt dat goede loopbaanbegeleiding helpt om dergelijke problemen te voorkomen of op te lossen.
Den Boer, P.R. (2009)
Deze intreerede is opgebouwd in een viertal hoofdstukken waarin wordt beschreven wat het belang en de context is van keuzeprocessen, wat – gezien de kennis uit empirie en theorie – een goed model kan zijn om deze keuzeprocessen te beschouwen en wat dit denkkader betekent voor de onderwijspraktijk.
Brouwer-Truijen, K., Woudt-Mittendorff, K. & Pullen, A. (2017)
Het onderwijs worstelt al jaren met problemen rondom studiekeuzes van leerlingen. Het voortijdig schoolverlaten en het veelvuldig switchen worden gekoppeld aan het feit dat zij geen goede keuze zouden maken. Ook is er een groot tekort aan jongeren die kiezen voor een bèta-opleiding. Een belangrijke oorzaak van deze problemen is onvoldoende begeleiding van jongeren bij het maken van hun studiekeuze. Goede loopbaangesprekken stimuleren hen tot reflectie en spreken hen aan op hun talenten. Jongeren kunnen er zo beter achter komen wie ze zelf zijn en wat ze in de toekomst willen.
Boer, P.R. den & Kuijpers, M. (2014)
In deze publicatie worden de opbrengsten en knelpunten weergegeven als gevolg van een vijf jaar durend project van keuzeprocessen dat is uitgevoerd in de regio West-Brabant. 21 scholen zijn dit project gestart met als doel schooluitval te verminderen, leerlingen te motiveren en een betere aansluiting in de beroepskolom te realiseren.
Boer, P. den, Stukker, E. (2012)
Deze publicatie is een verslag van het project ‘Keuzeprocessen’ in West-Brabant. In dat project hebben diverse personeel geledingen van de projectscholen veel en intensief werk geleverd om leerlingen te leren kiezen voor en tijdens de (school)loopbaan. In totaal participeren 21 scholen in dit project met als doel om de loopbaanoriëntatie te herinrichten.
Boer, P. den & Meijers, F. (2019)
Het concept ‘loopbaancompetentie’ mist vooral een theoretische basis. Ook de empirische basis laat te wensen over. Het gevolg van het ontbreken van een goede theorie in het onderwijs is dat loopbaancompetenties voornamelijk instrumenteel worden ingezet, waardoor leerlingen uiteindelijk geen vaardigheden leren om hun eigen loopbaan succesvol te managen. We bieden een alternatief, dat wel gebaseerd is op theorie.
Boer, P. den, A. K. Jager & H. R. M. Smulders (2003)
Dit onderzoek gaat in om de manier waarop leerlingen hun beroepsidentiteit ontwikkelen en of en hoe zich dat verhoudt tot het vermogen om zelf sturing te geven aan hun verdere loopbaan. Het onderzoek had als hoofdvraag: hoe bereiden we jongeren zo goed mogelijk voor op een toekomst die in toenemende mate gekenmerkt wordt door onzekerheid?
Slijper, J.; Sjoer, E., Biemans, P., van Harn, R. (2020)
Dat LOB anders moet lijkt evident, maar hoe kunnen we op een stimulerende manier jongeren helpen te navigeren in de richting die henzelf vooruitbrengt en tegelijkertijd rekening houdt met de veranderingen op de arbeidsmarkt?
Beelen-Slijper, J. van. (2017)
Dit artikel gaat in op en reflecteert op de dissertatie En wat kan ik dan later worden? (Slijper, 2017). Het betreft een longitudinaal onderzoek naar het studiekeuzeproces van 89 studenten HBO-Rechten en Sociaal Juridische Dienstverlening, en de betekenis daarvan voor studiesucces.
Je toekomstplannen verbeelden
LOB Medialeren is een nieuw lesprogramma voor de onderbouw van het vmbo, ontwikkeld in een samenwerking van Rotterdam Vakmanstad, SKVR en het Rotterdams Vakcollege De Hef. LOB Medialeren combineert het maken van filmverhalen met het ontwikkelen van een loopbaanperspectief.
Wat maakt dit praktijkvoorbeeld bijzonder?
LOB Medialeren is een nieuw lesprogramma voor de onderbouw van het vmbo, ontwikkeld in een samenwerking van Rotterdam Vakmanstad, SKVR en het Rotterdams Vakcollege de Hef.
LOB Medialeren worden het maken van filmverhalen en het ontwikkelen van een loopbaanperspectief gecombineerd. Tijdens LOB-activiteiten van de school maken leerlingen in leerjaar 1 en leerjaar 2 van het vmbo zeven korte filmverhalen. Hierin laten ze zien wie ze zijn, waar ze goed in zijn en wat ze in de toekomst willen. Voor het maken van de filmverhalen staat een mediavakdocent voor de klas. De mediavakdocent instrueert en begeleidt de leerlingen bij het voorbereiden, filmen en monteren van hun film. Het maken van de filmverhalen geeft de leerlingen van RVC de Hef veel meer mogelijkheden om te reflecteren op loopbaankeuzes. Van hen vragen dit alleen te doen met pen en papier leidt niet tot het ontwikkelen van het gewenste niveau van reflectie. Juist door het maken van filmverhalen kunnen de leerlingen veel meer over zichzelf kwijt. De film op zich is niet het eindproduct, maar een instrument om te reflecteren en in gesprek te gaan met mentoren, docenten, medeleerlingen en ouders.
‘Het gaat om filmpjes in verschillende vormen’, vertelt Suzanne Hijstek van Rotterdam Vakmanstad. ‘Het filmpje over “Wie ben ik?” is bijvoorbeeld in de vorm van een documentaire. En de film over “Wat kan ik?”, is een instructievideo.’
De leerlingen hebben over het algemeen veel plezier bij het maken van de filmpjes en zeggen er veel aan te hebben gehad.‘Ik wist lang niet wat ik wilde. Eerst wilde ik architect worden, daarna stewardess... Maar nu denk ik toch dat ik in de jeugdzorg wil. Mijn ouders zijn niet zo dat ze vaak aan mij vragen wat ik wil. Het is daarom goed dat er op school veel aandacht voor is. Het heeft me meer aan het denken gezet en ervoor gezorgd dat ik beter om mij heen ging kijken.’
_____________________________________________________
Tips
De rol van mentoren, medeleerlingen, docenten en ouders is essentieel bij het verdiepen en verbreden van het verhaal van de leerling. Ouders die niet vanzelfsprekend met hun kind praten over loopbaanontwikkeling, raken door samen met hun kind naar de filmpjes te kijken meer betrokken. LOB filmleren geeft ook wat minder talige leerlingen de mogelijkheid zich te uiten en te onderzoeken waar ze goed in zijn en wat ze belangrijk vinden door het in beeld brengen van hun verhaal.
_____________________________________________________
Duurzame loopbaanbegeleiding voor mbo 3-4
Lees meer over de succesfactoren die bij de implementatie van een duurzame visie op LOB en een succesvol LOB-programma bij het Nordwin College een rol hebben gespeeld.
Wat maakt dit praktijkvoorbeeld bijzonder?
Petra van der Wal, schoolopleider en coördinator loopbaanbegeleiding op het Nordwin College, hield op 8 oktober jl een inspirerend verhaal tijdens het LOB-congres ‘Werk mee aan een toekomstbestendig LOB’ over wat de succesfactoren op het Nordwin College waren bij het implementeren van een duurzame visie op LOB en een succesvol LOB-programma.
Het LOB-programma en de hierbij behorende visie zijn tot stand gekomen door intensieve samenwerking tussen LOB-betrokkenen binnen de school, waarbij gebruik werd gemaakt van de theorie van Appreciative Inquiry. Centrale startvraag bij het ontwikkelen van het LOB-programma was: ‘Wat willen wij in loopbaanbegeleiding, wat doen we nu en waar willen we naartoe?’ Tijdens werksessies werden elementen gebruikt die gebaseerd zijn op de theorie van Appreciative Inquiry:
- Toekomstbeelden en het formuleren van een toekomstvisie (waar willen we naar toe?). Dat is een collectief proces: zowel horizontaal als verticaal, met studenten, docenten, het MT en de directie.
- Een positieve (waarderende) kern: gebruik maken van ieders talent en kijken wat er al is, wat er al gebeurt. Het delen van succeservaringen hoort hierbij.
- De dialoog: eerst met een kleine groep mensen en daarna met het hele team.
- Reflectie: wat gaat goed? Wat kunnen we bijstellen en veranderen
- Onderzoeken en handelen: terwijl het proces gaande was werd het tegelijkertijd ook uitgevoerd: er werd én onderzocht én direct gekeken hoe de uitkomsten van onderzoek werkten in de praktijk.
Kern bij het succesvol implementeren van het programma was dat er collectief werd geleerd waardoor de betrokkenheid werd vergroot.
_____________________________________________________
Tips
- Innovatie vraagt tijd en ruimte. Zorg ervoor dat innovatie wordt ingezet binnen alle lagen van de school: zowel horizontaal als verticaal.
- Het onderzoek (zie download) en de opbrengst hiervan kan worden ingezet binnen meerdere sectoren van het onderwijs, dus niet alleen binnen het mbo.
- Begin met een enthousiaste groep en gebruik deze als een olievlek. Maak gebruik van good practices, dus wat er al is en spiegel dit aan je visie.
_____________________________________________________
Bevorderen van goede doorstroom en voorkomen van voortijdige schooluitval
Met de projecten van Spirit4you gericht op loopbaanoriëntatie en -begeleiding kunnen scholen (decanen, mentoren, studie- en stagebegeleiders) hun leerlingen ondersteunen in het proces om te komen tot een succesvolle overstap naar een vervolgopleiding, werk of dagbesteding. Spirit4you laat leerlingen zo breed mogelijk kennis maken met beroeps- en opleidingsmogelijkheden in de regio Haaglanden. Leerlingen ontwikkelen stap voor stap een beeld over welke opleidingen en beroepen het beste bij hun passen. Hiermee wordt de instroom van vmbo’ers in het mbo verbeterd en een bijdrage geleverd aan het voorkomen van voortijdig schooluitval.
Wat maakt dit praktijkvoorbeeld bijzonder?
Met de projecten van Spirit4you die zijn gericht op loopbaanoriëntatie en -begeleiding kunnen scholen (decanen, mentoren, studie- en stagebegeleiders) hun leerlingen ondersteunen in het proces om te komen tot een succesvolle overstap naar een vervolgopleiding, werk of dagbesteding. Spirit4you laat leerlingen zo breed mogelijk kennis maken met beroeps- en opleidingsmogelijkheden in de regio Haaglanden. Leerlingen ontwikkelen stap voor stap een beeld over welke opleidingen en beroepen het beste bij hen passen. Hiermee wordt de instroom van vmbo’ers in het mbo verbeterd en een bijdrage geleverd aan het voorkomen van voortijdig schooluitval door o.a. de volgende activiteiten:
- Website Bekijk Je Toekomst ondersteunt leerlingen en onderwijsprofessionals in het LOB-proces. Hierbij hoort de nieuwe app "Naar het mbo!", waarmee leerlingen hun weg naar het mbo kunnen bewandelen, van keuze tot aanmelding.
- Wegwijs in het mbo met de mbo-gids (op papier en in de vorm van een nieuw, interactief onderdeel op Bekijk je Toekomst), inclusief lesmateriaal,opendagenposter en Leerroutekaart Haaglanden.
- Bliksemstages in samenwerking met JINC.
- LOB-paspoort waarin leerlingen hun studiekeuzeactiviteiten kunnen opnemen.
- Warme overdracht waarin onderwijsprofessionals van vo en mbo contact hebben over overstappende leerlingen waar zorg over is (VOROC).
- MBO4you coaching voor leerlingen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken in het overstapproces
Spirit4you valt onder de inhoudelijke verantwoordelijkheid van het VO Platform: de bestuurders van de vo-scholen, ROC Mondriaan en De Haagse Hogeschool. Vanuit dit platform is Lucas Onderwijs po Ondersteuning overstap van leerlingen naar mbo/werk/dagbesteding ontwikkeld.
Het programmamanagement is verantwoordelijk voor de voortgang van het programma en zij verzorgen de communicatie rondom activiteiten en rapporteren aan de klankbordgroep en het bestuurlijk platform.
De klankbordgroep van Spirit4you ondersteunt het programmamanagement en wordt gevormd door vertegenwoordigers vanuit de scholen in de regio Haaglanden voor praktijkonderwijs/vso/vmbo beroepsgericht/vmbo TL, havo, mbo en hbo.
Spirit4you wordt voornamelijk gesubsidieerd door de gemeente Den Haag, regiogemeenten dragen ook een gedeelte bij. Scholen dragen bij aan producten en activiteiten van Spirit4you door inzet van personeel te leveren.
_____________________________________________________
Tips
- Focus op samenhangende thema’s: lob, begeleiding en het monitoren van de overstap en het professionaliseren van docenten, decanen en studieloopbaanbegeleiders.
- Goede contacten op diverse niveaus: decanen, directies en besturen.
- Diensten en producten worden ontwikkeld met de inbreng van vo- en mbo-scholen, die meedenken in klankbordgroepen en werkgroepen.
- Jaarlijks vindt borging plaats in het jaarplan van Spirit4you, geaccordeerd door gemeente en de schoolbesturen.
- Via het regionale overleg zijn alle gemeenten in het RMC-gebied betrokken.
_____________________________________________________
Aandacht voor en door studenten
Bij het Haags Mentorprogramma (HMP) staat aandacht voor en door studenten centraal. Derdejaars havo-leerlingen worden gekoppeld aan een student van Universiteit Leiden of de Haagse Hogeschool. Deze studenten vervullen de rol van mentor en geven de leerlingen extra één-op-één aandacht bij het kiezen van een vervolgstudie, bij het ontdekken van hun talent of bij het maken van huiswerk. Tenslotte staan studenten dichter bij de belevingswereld van havo-leerlingen dan een volwassene.
Wat maakt dit praktijkvoorbeeld bijzonder?
Bij het Haags Mentorprogramma (HMP) staat aandacht voor en door studenten centraal. Derdejaars havo-leerlingen worden gekoppeld aan een student van Universiteit Leiden of de Haagse Hogeschool. Deze studenten vervullen de rol van mentor en geven de leerlingen extra één-op-één aandacht bij het kiezen van een vervolgstudie, bij het ontdekken van hun talent of bij het maken van huiswerk. Tenslotte staan studenten dichter bij de belevingswereld van havo-leerlingen dan een volwassene.
Het HMP is een samenwerkingsverband tussen de Johan de Witt Scholengroep, het Zuid-West College, de Haagse Hogeschool, Universiteit Leiden en Durf te dromen. HMP koppelt studenten van de Universiteit Leiden aan leerlingen van de Johan de Witt Scholengroep en studenten van De Haagse Hogeschool aan leerlingen van het Wateringse Veld College.
Het HMP wordt gefinancierd door de gemeente Den Haag en is onderdeel van het curriculum van de hoger onderwijsinstellingen; de deelnemende studenten ontvangen bij deelname studiepunten. De studenten gaan wekelijks naar de school van de havo-leerlingen voor één-op-één mentoring. Ze hebben een gesprek van een uur over studiekeuzes of andere zaken die met een vervolgstudie te maken hebben. In de praktijk gaat het ook over het maken van een goede planning bij het leren en over alle studierichtingen die er zijn. Het draagt allemaal bij aan een beter beeld van een vervolgstudie. Voorafgaand aan en gedurende het mentorprogramma volgen de studenten een training over coaching, pubers en diversiteit. Ook hebben ze gezamenlijke intervisie onder begeleiding van een docent. Ter afsluiting schrijven de studenten een reflectieverslag.
Deze vorm van onderwijs is geïnspireerd op het mentorprogramma in Rotterdam-Zuid (Mentoren op Zuid), waar inmiddels duizenden scholieren aan het programma deelnemen.
Samengevat:
- Leerlingen krijgen een beter beeld van wie ze zijn, wat ze kunnen, wat studeren inhoudt en studiemogelijkheden.
- Scholieren en studenten vergroten hun netwerk.
- De studenten van de Haagse Hogeschool en de Universiteit van Leiden leren in de praktijk. Door de gesprekken met de scholieren en tijdens de intervisie en training koppelen ze theorie aan de praktijk leren ze veel over coaching, begeleiding en het onderwijs.
- De studenten hebben het gevoel iets te kunnen betekenen voor een ander.
_____________________________________________________
Tips
Deze werkwijze valt of staat met een succesvolle koppeling van scholieren aan studenten. Dit project is geïnspireerd op het mentorprogramma Rotterdam Zuid. Uit dit programma bleek dat matching plaats moet vinden op basis van interesses en niet op basis van kennisbehoefte. Ook moet de hele klas gematched worden, zodat elke leerling een eigen mentor heeft. De deelnemende studenten moeten wel flexibel zijn, want scholieren hebben niet altijd evenveel zin of komen te laat.
Tot slot moet er commitment zijn van alle betrokken partijen, zodat alle praktische & logistieke randvoorwaarden goed op orde zijn.
_____________________________________________________



