LOB-activiteiten

Expertisepunt LOB

LOB-begeleiding

De begeleider (slb-er, coach, mentor, docent) begeleidt jongeren en voert het LOB-programma uit. Om de kwaliteit van de LOB-begeleiding  te borgen wordt jaarlijks de PDCA-cyclus doorlopen.
Meer weten over hoe je LOB-begeleiding kunt vormgeven en de kwaliteit kunt borgen? Bekijk dan onderstaande infographics, wegwijzers en tools.

 

 

Inspiratie uit praktijk, onderzoek en het nieuws

LOB-onderzoek
Wikken en Wegen in het hoger onderwijs. Over studieloopbanen en instellingsbeleid

Herweijer, L. & Turkenburg, M. (2016)

In dit onderzoek is het gebruik van verschillende routes naar het hoger onderwijs in kaart gebracht, evenals de achtergronden van de studenten die deze routes benutten. Ook zijn veranderingen in studieloopbanen en verschillen tussen studenten met uiteenlopende vooropleidingen onderzocht. Daarnaast zijn met vertegenwoordigers van hogescholen en universiteiten gesprekken gevoerd over de wijze waarop deze instellingen invulling geven aan het beleid om studenten op de goede plek te krijgen en studiesucces te bevorderen, en hun ervaringen daarmee.

LOB-praktijkvoorbeelden
Je online oriënteren op de arbeidsmarkt

netwerken voor havo 5

Hoe krijgen jongeren in de bovenbouw van het vo voldoende informatie over wat er allemaal mogelijk is op de arbeids- en studiemarkt?

Om leerlingen goed voor te bereiden op hun studiekeuze en ze inzicht te geven in de kansen en mogelijkheden op de huidige arbeidsmarkt, konden leerlingen van het Rodenborch-College uit Rosmalen dit schooljaar deelnemen aan een online beroepenmarkt die in samenwerking met Ondernemend Onderwijs werd georganiseerd. Bij deze digitale beroepenmarkt - bestemd voor havo 5 - hebben de leerlingen kennis gemaakt met verschillende beroepen en studierichtingen en ook kwamen zij te weten welke kansen en mogelijkheden er zijn op de (regionale) arbeidsmarkt. Om informatie te verkrijgen vanuit verschillende invalshoeken namen diverse partijen deel aan de beroepenmarkt: hbo-studenten, beroepsbeoefenaren en bedrijven uit de regio.

Via de website van Ondernemend Onderwijs werd een LOB-platform ontwikkeld waar alle deelnemende partijen zichtbaar waren. Op dat platform had iedere hbo-student of beroepsbeoefenaar een kort introductiefilmpje of tekst gemaakt. Aan de hand van deze informatie konden de havo 5 leerlingen zich inschrijven voor verschillende presentaties en speeddates met beroepsbeoefenaren en/of hbo-studenten.

Keuzedeel ‘Voorbereiding hbo’ bij ROC Mondriaan en mboRijnland

Rondkijken, sfeerproeven, reflecteren: past een hbo-studie echt bij mij?

Ga ik na het mbo verder met een hbo-studie, of ga ik toch liever werken? Het is een belangrijke vraag voor mbo-studenten. Tijdens het keuzedeel ‘Voorbereiding hbo’ werken ze een week op het hbo in groepjes aan een adviesopdracht, onder leiding van hbo-docenten. Zo ontdekken ze of een hbo-studie echt bij hen past, én werken ze alvast aan hun competenties.

Het keuzedeel ‘Voorbereiding hbo’ werd in de regio Haaglanden/Rijnstreek ontwikkeld door zeven mbo- en hbo-scholen. Jaarlijks volgen zo’n 750 mbo-studenten dit keuzedeel (30 groepen van gemiddeld 25 studenten). Ze zijn afkomstig van ROC Mondriaan en mboRijnland en volgen met name opleidingen in de zakelijke dienstverlening. Het keuzedeel is een belangrijke LOB-tool, zegt projectleider Liesbeth van der Meer. ‘Veel van deze mbo-studenten zien het mbo als een tussenstap – eigenlijk willen ze naar het hbo. Dat is een vaste gedachte die ze vaak al hebben op het vmbo, maar tijdens hun mbo-opleiding begint dat idee te wankelen. Ze komen jong binnen, en als ze na een tijdje stage gaan lopen, bevalt dat van beide kanten vaak zo goed dat ze door de bedrijven al gevraagd worden om daar na hun studie te komen werken. Wat doe je dan? Toch doorstuderen? Of liever werken? Wat past bij jou, wat wil je écht? Dat is wat ze bij dit keuzedeel onderzoeken.’

 

Hoe is het keuzedeel ‘Voorbereiding hbo’ precies opgebouwd?

’Het keuzedeel omvat vier werkprocessen. Het eerste werkproces is een oriëntatie op hbo-opleidingen en -beroepen. Het draait om de student zelf: Wie ben ik, wat past bij mij, wat is er te koop? Werkprocessen twee en drie gaan over het werken aan een studieopdracht en het samenwerken in projectgroepen. Hiervoor volgen de studenten een week lang lessen op een hbo-school. In de ochtend krijgen ze colleges, vervolgens werken ze in groepen aan een deelopdracht. Aan het eind van de week presenteren ze een adviesrapport, waarin ze voor een groot bedrijf aangeven wat het moet doen om over vijf jaar nog succesvol te zijn.

Werkproces vier draait om reflectie op gedrag en resultaten. Studenten houden een logboek bij en werken aan een portfolio. Ze sluiten het keuzedeel af met een mondeling examen, met het logboek als uitgangspunt.’

 

De studenten worden echt ondergedompeld in het hbo.

‘Ja, het belangrijkste is dat ze een week los zijn van hun eigen school. Door het programma in één week te gieten, gaan ze mee in de stroom van het hbo. Ze komen meer in contact met hbo-studenten en de kans is ook groter dat ze iemand tegenkomen die ze al kennen, bijvoorbeeld van een sportclub. Ze kunnen vragen stellen en echt ervaren hoe het is om aan een hbo te studeren. Toen we begonnen met dit keuzedeel, was de opzet overigens nog anders. Toen volgden de studenten tien weken lang één dagdeel per week het keuzedeel Voorbereiding hbo. Dat had als nadeel dat ze dan elke keer weer opnieuw moesten opstarten. De huidige opzet is een ‘snelkookpan’ van vijf volle dagen les op het hbo, dat werkt beter. Ze leren nu in korte tijd heel veel. Een ontwikkelproces kun je natuurlijk niet in een week persen, maar toch kiezen we er bewust voor. De voordelen wegen zwaarder dan de nadelen. En we zien ook dat wat de studenten leren op het hbo ze daarna toepassen als ze weer terug zijn op hun eigen school.’

 

Het keuzedeel is een samenwerking tussen twee roc’s en vijf hogescholen. Hoe is deze samenwerking tot stand gekomen?

‘Het initiatief ging uit van onze onderwijsdirecteur Marie-Claire Gambon. Zij vond dat we iets moesten doen aan de overstap naar het hbo, want we zagen daar te vaak studenten vastlopen of van studie switchen. Ze heeft een rondje ‘langs de velden’ gemaakt om het onderwerp bespreekbaar te maken en te onderzoeken of de scholen gezamenlijk zouden kunnen optrekken. Al snel bleek dat iedereen achter dit idee stond, er was meteen een goede chemie. Er werd een convenant gesloten en er werden werkafspraken gemaakt.

Vanuit de directie werd dus een goede basis gelegd. In maart 2018 werd ik projectleider voor de scholengroep Economie/Retail, dit keuzedeel is een van mijn projecten. Jaarlijks evalueren we met docenten, coördinatoren, studenten van de verschillende scholen hoe het gaat en wat er beter kan.’

 

Is de opzet van het keuzedeel veranderd de afgelopen jaren? ‘

De grootste aanpassing noemde ik al: van tien weken één dagdeel per week gingen we over naar een week voltijd op het hbo, voor werkprocessen 2 en 3. Verder hebben we toegevoegd dat de studenten in de projectweek dagelijks pitchen. Aanvankelijk hielden de studenten alleen aan het eind van de week een presentatie. Ze kregen dus ook maar één keer feedback van de hbo-docent. Nu krijgen ze elke dag feedback en handvatten voor de volgende stappen in het proces. Dat werkt beter, de docent kan ook beter bijsturen. Die dagelijkse pitch geeft bovendien een stok achter de deur. Dat is extra belangrijk nu de studenten veel online les krijgen. Als je aan het eind van de dag echt iets moet afleveren geeft dat nét een duwtje om actief bij de les te blijven.’

 

De studenten houden tijdens dit keuzedeel een logboek bij en werken aan een portfolio. Het portfolio is ook de basis voor het mondelinge examen. Ze worden niet beoordeeld op het adviesrapport en de presentaties. Waarom hebben jullie daarvoor gekozen?

‘Het examineren met een logboek en mondeling examen doet meer recht aan het keuzedeel. Het doel is om studenten te helpen bij hun keuze of ze na het mbo verder willen studeren op het hbo. Als een student na afloop tot de conclusie komt dat hij of zij na het mbo liever wil gaan werken, is dat ook prima. Je hebt voor dit vak allerlei hbo-vaardigheden ingezet, als je aan het eind besluit dat een hbo-studie niet is wat je wilt, heb je nog wel alle stappen gezet. De vraag ‘Wil je verder studeren of werken?’, kun je dan gefundeerd beantwoorden. Daar gaat het om. Het zou oneerlijk zijn om een laag cijfer te geven omdat de gemaakte opdrachten naar hbo-maatstaven nog niet voldoende zijn.’

 

Elke groep mbo-studenten krijgt begeleiding van een of twee hbo-studentassistenten. Wat is hun rol?

‘Zij zijn ervaringsdeskundigen. Ze helpen bij de projectopdrachten, maar ze kunnen daarnaast antwoord geven op álle vragen. “Waar liep jij tegenaan bij de overstap naar het hbo?”, “Heb ik op het hbo nog tijd voor mijn bijbaantje?” “Kan ik drie keer per week blijven voetballen?” Dat soort vragen stellen mbo-studenten veel gemakkelijker aan een hbo-student dan aan een docent. De hbo-studenten laten tussendoor ook vaak zien waar ze op dat moment zelf voor hun studie mee bezig zijn, dat helpt de mbo-studenten ook bij het beantwoorden van de vraag “Wil ik dit?” We proberen dus vooral hbo’ers met een mbo-achtergrond in te zetten. Die weten ook waar je als mbo’er tegenaan kunt lopen na de overstap naar het hbo. De mbo-studenten hoeven geen ideaalplaatje te krijgen, het gaat erom dat ze de échte hbo-wereld ervaren en een realistisch beeld krijgen van wat een hbo-studie inhoudt.

Die hbo’ers vinden het trouwens ook vaak erg leuk om zo’n groep te begeleiden. Ze krijgen studiepunten en soms een kleine vergoeding, maar er zijn er die al voor de derde keer meedoen. Ze zijn ook ambassadeurs voor hun studie.’

 

Wat zijn in jullie ervaring de dingen waar mbo’ers in het hbo vooral tegenaan lopen?

‘Wat ik van hbo-docenten hoor is: “Die vakinhoud leren we ze wel. Maar de studievaardigheden is een veel grotere uitdaging.” Het is natuurlijk deels afhankelijk van de studie: studenten die bij Marketing en Events vandaan komen, hebben al ervaring met presenteren. Maar plannen is bijvoorbeeld voor alle studenten belangrijk. In het mbo nemen we de studenten meer aan de hand, op het hbo moeten ze gelijk zelfstandig hun weg vinden. Ze moeten vaak meteen planmatig en in een groep aan de slag, en als ze iets niet snappen, moeten ze er zélf mee komen.

In dit keuzedeel proberen we een mix te vinden. De eindopdracht hebben we in delen opgesplitst, waarbij ze elke dag een deel doen. Ze krijgen ’s ochtends een college over marketing, en werken daarna in groepjes aan de deelopdracht. Aan het einde van de dag komt de hbo-docent terug en pitchen ze wat ze hebben gedaan. Ze krijgen dan meteen feedback, maar ook feed forward: handvatten voor de volgende stappen.’

 

Merk je dat het keuzedeel effect heeft? Wordt de overstap er gemakkelijker door?

‘Dat is op basis van cijfers nog moeilijk te zeggen. In het eerste jaar dat we dit programma aanboden, schooljaar 2017-2018, volgden vooral tweedejaars mbo-studenten dit keuzedeel. Die gingen pas in schooljaar 2019-2020 naar het hbo. Maar toen kwam corona, dat was natuurlijk niet ideaal.

Ik denk zelf dat de studenten er veel aan hebben, ook al zijn ze zich er misschien niet eens zo van bewust. We zien het echt aan ze, als ze na de hbo-week terug komen op het mbo. Er worden in die week hoge eisen aan ze gesteld, ze hebben een adviesrapport gemaakt en presentaties gegeven, ze hebben feedback gekregen. Het vormt ze. Je merkt het aan hoe ze dingen aanpakken. Ze gaan weg als mbo-studenten, na afloop zijn het pré-hbo-studenten. Dat geldt ook voor de studenten die er aanvankelijk niet veel zin in hebben of die het lastig vinden. Bij hen zien we vaak halverwege de week een kentering. Ze weten: op vrijdag moet ik deze opdracht afleveren. Dat levert een andere mindset op. Voorheen maakte dit keuzedeel geen onderdeel uit van de zak/slaag-regeling. Nu wel. De vrijblijvendheid is eraf.

Studenten zelf zeggen na afloop: het heeft me geholpen in mijn ideevorming, maar ik weet nog niet wát ik wil studeren. Daarom adviseren we ze ook om de zoektocht voort te zetten in het derde jaar, bij de LOB-lessen.’

 

Je zei dat jullie jaarlijks evalueren en kijken wat er beter kan. Zijn er nog dingen die jullie aan dit keuzedeel willen toevoegen of veranderen?

‘We hebben doorstroomlessen ontwikkeld om de overstap naar het hbo te vergemakkelijken. Met name voor Nederlands, Engels en wiskunde, omdat daar voor studenten vaak inhoudelijk nog een flinke stap te overbruggen is.

Komend jaar gaan we daarnaast een pilot draaien waarbij werkproces 1 van het keuzedeel, de oriëntatiefase, deel uit gaat maken van LOB. De mbo-studenten die daarna al zeker weten dat ze niet naar het hbo willen, kunnen dat andere stappen nemen en zich oriënteren op de uitstroom naar werk. Want de overstap van mbo naar passend werk in de regio moet óók aandacht krijgen. Daarvoor gaan we met het bedrijfsleven aan de slag.

Onze toekomstvisie is dat studenten de hbo-oriëntatie in leerjaar 2 doen. Studenten die door willen studeren op het hbo, kunnen dan in het derde studiejaar kiezen voor extra doorstroomlessen, en voor verdiepende keuzedelen met de focus op hun vervolgstudie.’


Vijf LOB-tips om de doorstroom mbo-hbo te verbeteren

1.     Betrek hbo-studenten erbij

’‘Peer-to-peer coaching werkt het beste. Q&A-sessies met hbo-studenten werken bijvoorbeeld heel goed, ook online. Ook na corona-tijd houden we dat erin.’

2.     ‘Zet in op studievaardigheden
‘’‘Ook dit kan in samenwerking met hbo-studenten. Zij geven bij ons bijvoorbeeld workshops over studievaardigheden, zoals zelfstandig werken, plannen, het lezen van een artikel of het analyseren van gegevens. De workshops werken goed bij onze mbo-studenten, want ze zijn laagdrempelig en de studenten krijgen handvatten om beter te studeren.’’’

3.     Breng componenten in in je LOB
‘‘‘Het hoeft niet zo groot als een heel keuzedeel. We hadden een online hbo-dag, waarbij studenten twee mini-colleges volgden bij Hogeschool Inholland en de Haagse Hogeschool. De mbo-studenten maakten daarna een opdracht en aan het eind van de dag was er een Q&A met de twee instellingen.’

4.     Investeer in de relatie
‘Wij werken ook met de zelfdeterminatie theorie van Deci & Ryan: je kunt de intrinsieke motivatie van studenten verhogen door in te spelen op gevoelens van competentie, autonomie en relatie. De laatste is voor ons een hele belangrijke! Je bouwt als Pitstop-docent echt een relatie op met de studen-ten. Daardoor accepteren ze meer, durven ze meer en doen ze ook meer.’ ’

4.     Maak goede werkafspraken

‘‘Zorg voor een levendige samenwerking met andere scholen en hóu dat zo. Maak goede werkafspraken en formeer een vaste club. Het is fijn als er een projectleider is, die kan de samenwerking aanjagen en is het aanspreekpunt. Wij hebben met de zeven deelnemende scholen een regiegroep die regelmatig bij elkaar komt en de bakens uitzet.’

5.     Betrokkenheid moet groeien

‘‘We hebben bij de hbo-scholen een vaste groep van docenten die dit keuzedeel geven. We organiseren werksessies, bijvoorbeeld bij het schrijven van de lessen, en evalueren jaarlijks met elkaar. Zo’n vaste club voelt zich meer betrokken en er is veel interactie. Zet een mbo- en hbo-docent naast elkaar, en ze vinden elkaar heel snel.’

 
Tekst: Anne Wesseling
Fotografie: Hetty van Oijen
Stage lopen op je eigen school

Ervaren wat er achter de schermen gebeurt

Stage lopen is belangrijk voor leerlingen om te leren en te ervaren hoe het leven in de (werk)maatschappij is. Stagelopen biedt leerlingen de mogelijkheid om zich te oriënteren op de toekomst en na te denken over welke opleiding daarbij past. “Wij vinden het belangrijk dat onze leerlingen zoveel mogelijk stage lopen in ‘de echte wereld’ en leren in en van situaties buiten de school”, zegt Menno Kooman, instructeur en stagebegeleider op het IJburg College.  Daarom is binnen de afdeling D&P van het IJburg College de ‘interne stage’ bedacht, om ervoor te zorgen dat leerlingen toch praktijkervaring konden opdoen.

Online voorlichting techniek

Een virtueel bezoek aan toonaangevende bedrijven

Jaarlijks gaan in Zeeland ruim 10.000 leerlingen op bedrijfsbezoek in de techniek. Gelukkig is er in deze coronaperiode een alternatief bedacht: leerlingen kunnen een ‘virtueel bedrijfsbezoek’ doen en op ieder gewenst moment een kijkje nemen in de keuken van toonaangevende Zeeuwse bedrijven die opereren op de internationale markt.

Deze bedrijven vertegenwoordigen belangrijke Zeeuwse beroepssectoren. Om de leerlingen te laten ontdekken wat deze sectoren inhouden, zijn er lesopdrachten ontwikkeld die hen aanzetten tot verder nadenken: ‘past dit bij mij?’ en ‘wil ik hier meer van weten?’ Gastdocenten staan klaar om leerlingen ook te laten ervaren welke vaardigheden er zoal komen kijken in de technische sector. Deze gastdocenten kunnen eveneens via de website worden uitgenodigd.

Student in de klas

Een realistisch beeld van het hbo door het delen van ervaringen

De overstap van het voortgezet onderwijs of mbo naar het hbo is best spannend. Leerlingen en mbo-studenten hebben er vaak veel vragen over: Wat mag je verwachten? Hoe ziet het hbo eruit? Welke vakken krijg je? Hoeveel tijd kost het?

Om deze drempel naar het hbo te verlagen organiseert het projectteam Student in de Klas van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) jaarlijks zo’n 70 gastlessen. De gastlessen worden gegeven aan de 4e en 5e klas van de havo en het voorlaatste en laatste jaar op het mbo. Deze lessen worden niet gegeven door docenten, maar door studenten. Tijdens de gastlessen vertellen de studenten hoe zij het hbo en de overstap hiernaartoe hebben ervaren.

Sleutelmomenten bij het maken van een studiekeuze

Actieve verkenners en volgzame afwachters

Hoe zorgen we ervoor dat een leerling uiteindelijk op de beste plek terecht komt bij de overstap van het vo naar het mbo? Welke momenten lenen zich bij uitstek om leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden ? En wat is dan de beste manier om dat te doen?

Het Samenwerkingsverband voortgezet onderwijs Amsterdam -Diemen heeft in samenwerking met het onderzoeksbureau MUZUS een onderzoek uitgevoerd om op deze vragen een antwoord te vinden. Vanuit ontwerpvraagstukken zijn leerlingen van verschillende vmbo-scholen geïnterviewd. Vervolgens is er een ‘klantreis’ ontwikkeld met belangrijke sleutelmomenten binnen het studiekeuzeproces. De sleutelmomenten geven de essentiële momenten aan waarop een studiekeuze kan veranderen en waarbij scholen en de thuisomgeving loopbaanoriëntatie kunnen ondersteunen en stimuleren. Sleutelmomenten zijn bijvoorbeeld een gesprek met naasten, een stage of het bezoeken van een open dag.

Leerlingen online kennis laten maken met het mbo

Een (online) alternatief voor een opleidingen-markt op school

Op RSG Magister Alvinius in Sneek vindt ieder jaar in december een opleidingenmarkt plaats voor leerlingen uit vmbo-4. Het doel van deze opleidingenmarkt is dat leerlingen alvast kennis maken met allerlei opleidingen en op deze manier een voorselectie kunnen maken voor als in januari de ‘grote’ voorlichtingsavonden plaats vinden op de verschillende ROC’s.

Dat ging dit keer anders! Om leerlingen toch alvast kennis te laten maken met een aantal opleidingen zorgden Klaske Sikkema (decaan vmbo) en Rianke van der Zee (LOB-coördinator vmbo) voor een online alternatief. 

Minkema Talkshow

Online kennismaking met het vo

Door de coronamaatregelen waren de mogelijkheden voor ouders van groep 7 en 8 beperkt om een bezoek te brengen aan middelbare scholen om geïnformeerd te worden over de mogelijkheden voor hun zoon of dochter. Om hen toch te voorzien van informatie en ook een sfeerbeeld te geven van de school heeft het Minkema College te Woerden hen op 29 oktober en 11 november 2020 een digitaal inkijkje gegeven door middel van een Minkema Talkshow. Er was een Talkshow gericht op de havo/vwo-opleidingen en een gericht op het vmbo.

Met medewerking van leerlingen & collega’s is een gevarieerde programma gemaakt waarin diverse aspecten van het onderwijs de revue passeerden. Twee ‘talkshow hosts’ (directeur onderwijs en een afdelingsleider) ontvingen aan tafel gasten die vertelden over bijv. het onderwijsprogramma, de ondersteuning, de doorstroommogelijkheden en de buitenschoolse activiteiten die men kan verwachten op de school. Gesprekken werden afgewisseld met filmopnames van diverse schoolactiviteiten, waaronder ook een vlog van een brugklasleerling en een VR-tour.

Minkema MindMap

Online Open Week voor groep 7 en 8

Helaas is het dit jaar door de coronamaatregelen niet mogelijk voor groep 7 en 8-leerlingen om met hun ouders een bezoek te brengen aan een middelbare school, maar gelukkig kunnen zij ook op andere manieren kennis maken. Het Minkema College biedt leerlingen een bijzondere plattegrond – de Minkema MindMap - die zij gratis kunnen bestellen en per post krijgen thuisgestuurd. Op de MindMap zijn allerlei werelden te vinden (bijv. Talenplaza, Techniekloods, Betalab en Leerlingenhonk). Door de bijbehorende QR-code te scannen kunnen zij deelnemen aan online activiteiten. Deze activiteiten waren bedacht en gemaakt door de vaksecties.

3000 stage adressen op het Floracollege

Veel ruimte om je te oriënteren, zelfs tijdens corona

Op het Floracollege is de beroepsstage een belangrijk onderdeel van het curriculum! De school vindt het belangrijk dat leerlingen zich zo goed mogelijk kunnen voorbereiden op hun vervolgstudie en wil leerlingen in de praktijk laten ervaren wat het betekent om te functioneren binnen een bedrijf. De leerlingen leren hier veel van en krijgen hier van de school dan ook alle ruimte voor.

Hans Heemskerk: “Stages zijn zo enorm waardevol voor de leerlingen. Ik zou tegen iedere school willen zeggen: ga het doen! Maak een start en bouw dit vanzelf uit. Het maakt ook de baan van een docent leuker en afwisselender als die naast docent ook stagebegeleider is.”

Neem ook je eigen ervaringen mee in een LOB-gesprek

Rijn IJssel ontwikkelt een LOB-werkwijze waarmee studenten snel inzicht krijgen in de LOB-competenties en hoe ze die kunnen verbeteren. 

Interview met Pascal Mariany, LOB-intermediair

ICT-docent Pascal Mariany ontwikkelde samen met collega’s voor de studenten Software Developer op Rijn IJssel een LOB-werkwijze waarmee ze snel inzicht hebben in de LOB-competenties en hoe ze die kunnen verbeteren. De pilot verliep zo succesvol dat hij de komende jaren wordt uitgerold over de andere opleidingen van Rijn IJssel. Wat houdt de werkwijze in, hoe verliep de pilot en heeft hij tips voor collega’s op andere scholen?

De favoriete LOB-activiteit van Pascal Mariany? Dat is de opdracht ‘Terugblikken op een bepaalde periode’. ’Bij die oefening krijg je een aantal vragen om terug te blikken, maar ook om alvast vooruit te kijken,’ zegt Mariany, ICT docent en LOB Intermediair op Rijn IJssel. ‘Zo ervaren de studenten hoe zelfreflectie werkt. Ontzettend leerzaam!’ Dat komt goed uit: we blikken met Mariany terug op de LOB-pilot die de afgelopen twee jaar op Rijn IJssel draaide voor studenten Software Developer. Mariany ontwierp een ‘LOB-Rubric’ samen met collega Marjon Dullenmond van de opleiding laboratoriumtechniek, een beoordelingsmatrix die aansluiten bij de vijf LOB competenties. Rita Sessink, een beleidsmedewerker met de portefeuille loopbaancoaching, heeft hier ook in meegedacht. Studenten kunnen nu met behulp van een meetinstrument (De Peilstok) voor elke LOB-competentie bepalen op welk niveau ze zitten, ‘Oriëntatie’, ‘Ontwikkel’ of ‘Expert’. Vervolgens kunnen ze LOB-activiteiten uitkiezen die daarbij aansluiten, met het doel om voor alle competenties het niveau ‘Expert’ te halen. De activiteiten en resultaten houden ze bij in hun digitale LOB Portfolio.

LOB werd bij Rijn IJssel zo’n twee jaar geleden op de agenda gezet. Waar begin je dan?

’Met inventariseren. LOB voelde in eerste instantie als iets dat er extra bij kwam, maar we ontdekten dat we eigenlijk al best veel deden. We hadden het alleen niet inzichtelijk, waardoor we ons er niet zo van bewust van waren. De eerste stap was dus om te onderzoeken wat we al aan LOB deden en waar nog hiaten zaten. Die gaten hebben we vervolgens opgevuld met LOB-activiteiten, die we onder meer vonden in de database van het Expertisepunt LOB. Vervolgens hebben we er een programma omheen gemaakt. Twee jaar geleden hebben we met een stuk of acht studenten een pilot gedraaid. Daar kregen we positieve reacties op. Na overleg met het docententeam van Software Developer hebben we hetzelfde programma vorig jaar met alle zestig eerstejaars gedraaid.’

Hoe hebben jullie LOB ingebed in het normale onderwijs?

‘Bij Rijn IJssel liep de introductie van LOB bijna gelijk op met de omslag naar een vorm van onderwijs die we RIJK noemen: Rijn IJssel Kwalitatief onderwijs. We willen studenten stimuleren om steeds meer zelf de regie te nemen over hun ontwikkeling, en de docent heeft meer een coachende rol. Onze docenten krijgen daarvoor ook trainingen, bijvoorbeeld hoe je een coachend gesprek voert. LOB was een soort katalysator, het werkte ontzettend goed om die twee lijnen tegelijk te hebben. Daarnaast kregen we een nieuw online systeem, SBIS. We werken bij RIJK onderwijs met leereenheden van vijf of tien weken, daarbinnen valt dan een aantal leeractiviteiten rond een praktijkgericht doel. LOB is ook zo’n leereenheid, de werkwijze is ontwikkeld op basis van het sjabloon ‘Leeractiviteiten’ in het online systeem. Voor de studiebelasting staat in dit geval 750 minuten. Dat is trouwens wel een beetje natte vingerwerk, ook afhankelijk van of een student een opdracht alleen of in een groepje doet. Sommige activiteiten, zoals de Belbin teamroltest, heb ik zelf doorlopen, dat duurt ongeveer een kwartier en dat is ook wat we terughoren dat een student er mee bezig is.’

Studenten werken voor een flink deel zelfstandig aan hun LOB-activiteiten. Hoe verliep dat tijdens de pilot?

‘Het viel me op dat het verschilt per leeftijdsgroep: de studenten jonger dan achttien zijn er wat minder zelfstandig in, die moet je af en toe sturen, bijvoorbeeld door te zeggen ‘Ik verwacht dat je volgende week die-en-die activiteit hebt gedaan. Onder de studenten van achttien plus pikt het gros het zelfstandig op. Ik vroeg dan tussendoor aan een student ‘Hoe gaat het met je LOB?’ en dan was het antwoord ‘Goed, kijk maar in mijn portfolio, ik heb al drie opdrachten gedaan!’ Een toevoeging van mijn collega-docent Luuk Burgers is dat we twee keer LOB-dag hebben georganiseerd, waarop studenten aan elkaar presenteren wat ze aan LOB hebben gedaan. Dat werkt heel goed, het is een beetje een stok achter de deur.’

Zijn er onderdelen die je op basis van die pilot hebt bijgesteld?

‘Sommige LOB-activiteiten zijn inhoudelijk en tekstueel wat verduidelijkt of aangepast. Soms was niet duidelijk hoe een student het moest vastleggen, of was de tekst te moeilijk. Daarnaast hebben we feedback gevraagd aan een handvol studenten: wat vonden jullie ervan? Sommigen zeiden eerlijk dat ze LOB wel een beetje een ‘moetje’ vonden, al snapten ze wel de beweegredenen erachter. Maar de meeste studenten waren en zijn echt positief en ook intrinsiek gemotiveerd. Omdat ze begrijpen ‘Oké, dit is een proces, uiteindelijk is er een gevuld portfolio, dat ik mee kan nemen naar een vervolgopleiding of werkgever.’

Merk je dat de studenten door de LOB-activiteiten ècht meer inzicht krijgen in wat ze willen en hoe ze zich ontwikkelen?

‘Ik wil dat graag gaan onderzoeken zodat ik het met grafieken kan aantonen, maar als ik studenten ernaar vraag zijn ze er in elk geval positief over. Een heel concreet voorbeeld: een student had twee keer een Belbin teamroltest gedaan en merkte dat er de tweede keer een andere rol uitkwam: van ‘Plant’ was hij nu meer een ‘Groepswerker’. Hij vond dat fijn om terug te zien, want dat was ook echt wat hij wilde. Hij zit nu net een paar dagen op stage en ik ben benieuwd hoe hij het ervaart, of het klopt. Studenten kunnen in overleg trouwens ook zelf LOB-activiteiten toevoegen. Een student was bij zijn middelbare school gevraagd om een presentatie te geven over de studie Software developer, om leerlingen te inspireren. Dat heeft hij gedaan en daarmee heeft hij meerdere LOB-competenties in één klap geslagen, want het viel behalve onder kwaliteitenreflectie ook onder netwerken.’

Nog even over de docent als coach. Voor veel docenten is zo’n coachende rol best een verandering!

‘Ik vind het zelf echt mooi dat de het traject met loopbaancoaching erbij is gekomen, het was voor mij ook een reden om bij Rijn IJssel te willen werken. Ik zie wel dat het voor sommige docenten een omslag is, die voelen zich comfortabeler in de rol van traditionele docent die informatie overdraagt en halen het meeste plezier uit het geven van hun vak. Je kunt het natuurlijk best combineren. In een team is er altijd wel íemand die LOB erg leuk vindt of er affiniteit mee heeft, of die het op natuurlijke wijze al doet. Juist diegene zou voorloper of ambassadeur van LOB kunnen zijn. Ik heb zelf gemerkt dat LOB na een tijdje steeds meer gedragen wordt door de rest van het team. Het besef dringt steeds meer door dat ‘Een leven lang leren en ontwikkelen’ niet alleen voor de studenten geldt, maar ook voor ons.’

Hoe zijn eigenlijk jouw eigen ervaringen met loopbaanbegeleiding? Neem je die ook mee in je gesprekken?

‘Ik kom uit een gezin waar aan de opvoeding niet echt veel aandacht werd besteed, ik was zo’n jongetje dat altijd lief met z’n autootjes zat te spelen, het idee was ‘Pascal redt zich wel’. Ik wil niet alle ouders over een kam scheren, maar alle ouders zijn druk en ik herken mezelf in de studenten van nu: ze zijn een beetje lost, ze zijn verloren in de keuzes die ze moeten maken. Dat is niet erg, dat hoort ook gewoon bij hun ontwikkeling. Maar wat mij motiveert, is dat wij op school daarbij ook een soort kompas kunnen bieden en dat af en toe kunnen helpen bijsturen. Gewoon door te zeggen ‘Kom er even bij, dan kijken we samen naar je loopbaan’.’

Bij zo’n LOB-gesprek horen ook persoonlijke vragen: Hoe gaat het thuis, hoe zit je in je vel, voel je je hier op je plek? We hebben als docent allemaal een loopbaan achter de rug, je hebt een rugzak vol ervaringen. Het is mooi als je daar bij een LOB-gesprek af en toe iets uit kunt halen dat misschien kan helpen. ‘Dit is mijn ervaring, hoe kijk jij ertegenaan, misschien heb je er iets aan?’ Je moet natuurlijk altijd even checken of studenten daarvoor open staan, als het niet zo is, dan is het ook prima. Maar mijn ervaring is dat studenten er zeker voor open staan.’ Deze LOB-werkwijze wordt nu standaard opgenomen in de opleiding Software Developer. Hoe gaat het verder?

‘Ik heb inmiddels de taak en de uren gekregen om LOB op eenzelfde manier op te pakken voor het hele cluster Techniek/ICT, dat zijn meer dan dertig teams. De stip aan de horizon is dat in schooljaar 2022/2023 álle teams LOB hebben opgenomen in de online leeromgeving van hun opleidingen. Dat wordt een hele klus, want bij sommige opleidingen hebben nog niet alle studenten een laptop. Misschien moet je dan focussen op de LOB-gesprekken en op het portfolio en is dat voor die opleiding voldoende. Het begint in elk geval altijd met contact leggen en inventariseren: wat wordt er al aan LOB gedaan, waar zitten de hiaten en hoe kun je die invullen op een manier die past bij de opleiding?’

Tot slot: heb je tips voor collega-docenten die LOB ontwikkelen?

‘Ik zou zeggen: ga als team eerst na wie de kartrekker kan zijn voor wat betreft LOB. Misschien kan hij of zij samenwerken met iemand die alles coördineert. Verder is het belangrijk om ‘de broodjes warm te houden’. Ook in de plenaire overleggen met de docenten. Zet LOB gewoon op de agenda! Ook al heb je niks bedacht, er komt vanzelf een gesprek en dat kan uitmonden in een intervisiemoment, een evaluatiemoment of nieuwe ideeën.

Als docent: kijk ook eens naar hoe je je eigen loopbaan hebt ervaren en hoe je je hebt ontwikkeld, en neem die ervaring mee in je gesprekken met studenten. Zoek de verbinding. Juist vanuit je eigen levenservaring kun je iets bijdragen waar een student wat aan heeft.’

Tekst: Anne Wesseling 
Fotografie: Hetty van Oijen

 

 

 


 

Meer weten?

LOB als doorlopende leerlijn

Binnen de LOB-werkwijze die Pascal Mariany ontwierp is het voor de student gemakkelijk om het LOB Portfolio bij te werken en actueel te houden: activiteiten worden eenvoudig toegevoegd, metingen van de Peilstok worden automatisch bewaard en wanneer studenten met hun loopbaancoach hun voortgang evalueren, maken ze een LOB-reflectie en slaan die ook op in hun LOB Portfolio. Zo’n actueel Portfolio heeft meerdere pluspunten. ’In het examenplan is een inspanningsverplichting LOB opgenomen en het LOB-portfolio is een prachtige manier om het traject te stroomlijnen en aantoonbaar te maken. Daarnaast willen we dat studenten aan het eind van hun opleiding hun LOB-portfolio als pdf kunnen downloaden, zodat ze het kunnen meenemen naar een vervolgopleiding, of naar een sollicitatie.’

Het portfolio kan ook daarbij helpen bij het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn. ‘In het voortgezet onderwijs zijn ze al langer met LOB bezig, dus veel leerlingen zijn er al mee in aanraking geweest. Ik wil ervoor pleiten om dat ook mee te nemen in de intake. Misschien hebben de studenten zelfs al een LOB-portfolio gemaakt, en kun je dat aan laten sluiten. Het gaat bij LOB immers om een blijvende persoonlijke ontwikkeling. Daar past ook een doorlopende leerlijn bij.’ Bekijk de uitleg van Pascal Mariany over een doorlopende leerlijn LOB


 

Wat is een rubric?

Een rubric is een beoordelingsmatrix die snel duidelijk welke niveaus er zijn en volgens welke criteria een prestatie wordt beoordeeld. Bij de LOB-Rubric van Rijn IJssel is voor elk van de vijf loopbaancompetenties (motievenreflectie, kwaliteitenreflectie, werkexploratie, loopbaansturing en netwerken) aangegeven wat de drie niveaus zijn: ‘Oriëntatie’, ‘Ontwikkel’ of ‘Expert’. Met behulp van een online test (De Peilstok) kunnen studenten voor elke competentie hun huidige niveau bepalen. Vervolgens kiezen ze bijpassende LOB-activiteiten waarmee ze hun niveau kunnen te verbeteren. Doel is om voor alle competenties het niveau ‘Expert’ te bereiken.

Tijdens LOB-gesprekken met hun docent/coach evalueren ze hun voortgang. Groot voordeel van een rubric is dat studenten snel inzicht hebben in waar ze nu staan, wat het einddoel is, en wat ze moeten of kunnen doen om het doel te bereiken. Bekijk de uitleg van Pascal Mariany over de rubric


 

Knipkaart LOB-activiteiten

Keuze in je LOB-activiteiten

Iedere leerling ontwikkelt zich anders, zo ook op het gebied van LOB. Sommige leerlingen zijn al vroeg toe aan verdiepende opdrachten of activiteiten, terwijl andere leerlingen veel meer behoefte hebben aan oriënterende opdrachten en activiteiten. Om aan die verschillen tegemoet te komen heeft het dr. Aletta Jacobs College, naast een algemeen programma met doorlopende leerlijn, mogelijkheden zelf het eigen proces vorm te geven. Dit doen leerlingen op een tijd en moment die past bij de fase waarin hij/zij zit. Leerlingen hebben zo meer de regie over hun eigen proces en zijn daardoor meer gemotiveerd en initiatiefrijker.

Een padlet bij de doorstroom mbo-hbo
Een padlet met veel informatie en inspiratie voor een soepele doorstroom van mbo naar hbo!

De afgelopen 2 jaar heeft de projectgroep doorstroom mbo-hbo, met daarin 6 docenten die betrokken zijn bij de overstap naar het hbo, gewerkt aan het versterken van het doorstroomrendement van studenten niveau 4 die de overstap naar het hbo maken. Doel van het project is studenten nieuwe leerervaringen laten opdoen en ze in contact brengen met mhbo-ambassadeurs (ervaringsdeskundigen die de overstap zelf al hebben gemaakt). Om te zien wat er is gemaakt en opgeleverd vanuit de projectgroep zijn een aantal van de producten verzameld op een padlet. In één oogopslag kun je naar keuze producten terugvinden waar jij binnen je team en met je studenten direct mee aan de slag kunt.

LOB tijdens vaklessen

LOB op een voetstuk in iedere les!

Op het Utrechtse VOLT! Toekomstmakers, start en eindigt elke vakles, zowel profiel- als keuzevak, met een loopbaangerichte vraag. Dit zet leerlingen in de 'loopbaanmodus' en laat ze nadenken over wat ze daadwerkelijk hebben aan de inhoud van de les, of het onderzoeken van de lesdoelen. Deze loopbaangerichte vragen dragen bij aan de betrokkenheid van de leerling in de les en motiveren hen om aan de loopbaancompetenties te werken.

Speeddaten tussen klas 3 en 6

Speeddaten over je profielkeuze!

Om ervoor te zorgen dat derdejaars vwo-leerlingen de juiste profielkeuze maken, vinden op het Ignatius Gymnasium in Amsterdam speeddates plaats tussen leerlingen uit klas 3 en leerlingen uit het examenjaar. De speeddate wordt gehouden tijdens mentorlessen, leerlingen uit klas 3 én uit klas 6 worden opgesplitst in halve klassen. Gedurende drie kwartier wisselen derdejaars leerlingen meerdere keren van plaats en bevragen zesde klassers de over profielen en vakken. Dit doen zij aan de hand van vragen die zij een week ervoor tijdens de mentorles hebben voorbereid. De mentor inventariseert de opbrengst van de speeddate en noteert welke vragen zijn blijven liggen en nadere aandacht van de decaan verdienen.

Speeddate-ontbijt

Netwerken bij een broodje!

Het speeddate-ontbijt is een mooie manier om leerlingen in korte tijd kennis te laten maken met minimaal vier beroepen/sectoren. Voor het ontbijt worden in eerste instantie ouders van de school uitgenodigd om te komen vertellen over hun werk en beroep, maar ook wordt gekeken naar stage-contacten en ander mensen uit het netwerk van de decanen. Dit alles om tijdens de speeddate een zo divers mogelijk aanbod van beroepen en sectoren aan te kunnen bieden . Leerlingen kunnnen tijdens de speeddate van alles vragen, maar ook alvast contact leggen voor een eventuele stage in de toekomst. Zo snijdt het mes aan twee kanten!

Samenwerken met verwante scholen

Amsterdamse gymnasia werken samen en organiseren een University College en buitenlanddag

Al een aantal jaar organiseren de vijf Amsterdamse gymnasia ‘de University College en buitenlanddag’ voor gymnasium-leerlingen die meer willen weten over de mogelijkheid om na hun eindexamen te studeren aan een University College of te werken of te studeren in het buitenland. Nederlandse University Colleges, organisaties die zich richten op studeren in het buitenland (zoals Fulbright Center en US Study) en vrijwilligersorganisaties zijn aanwezig om alle vragen van leerlingen en hun ouders te beantwoorden.

De snapchat lens

Interactieve tool toont mbo-opleidingsaanbod in de huiskamer

Het maken van een keuze voor een opleiding is op zichzelf al niet gemakkelijk. Door de komst van corona is dit nog iets lastiger geworden. Om aankomend studenten hierbij te helpen, bedacht het ROC van Amsterdam - Flevoland een Virtuele Sectorenmarkt. Een Open Dag bezoeken of een dagje meelopen is in deze tijden uitdagender dan normaal. Om studenten te helpen bij het maken van een goede keuze introduceert het ROC van Amsterdam - Flevoland op Snapchat de Virtuele Sectorenmarkt. Zo kunnen studiekiezers door middel van augmented reality, via een medium dat bij hen populair is, kennismaken met alle studierichtingen.

Leren kiezen voor de toekomst

Tips en opdrachten via YouTube

Errol Hogenkamp en Els Dillerop, decanen op het Montessori College in Arnhem startten een eigen YouTubekanaal en maakten een studiekeuzechallenge van 30 filmpjes om leerlingen aan het denken te zetten over hun loopbaankeuzes. Daarnaast voerden zij interviews met beroepsbeoefenaren om hun leerlingen te inspireren en aan te zetten tot zelf interviews houden.

Later begint nu!

Een theatervoorstelling als start van het profielkeuzeprogramma

Elk jaar opnieuw stellen 3e-klassers zichzelf de belangrijke vraag: welk profiel ga ik kiezen? Deze keuze heeft grote gevolgen voor hun toekomst en is voor veel leerlingen vaak lastig te overzien. Op het Newman College in Breda worden de leerlingen uit klas 3 op hun profielkeuze voorbereid met een profielkeuzedag. Op deze dag worden leerlingen zich bewust van de dilemma’s die er zijn bij het keuzeproces en leren ze wat kan helpen bij het maken van een passende profielkeuze. De interactieve schoolvoorstelling ‘Later Begint Nu’ is de aftrap van de profielkeuze-dag. Deze voorstelling zorgt ervoor dat leerlingen in de ‘aan-stand’ komen, inzicht krijgen in wat een keuze eigenlijk is en hoe het keuzeproces werkt.

Keuzecarrousel niet Nederlandstalige leerlingen

Beter aansluiten bij het Nederlandse schoolsysteem

Niet-Nederlandstalige jongeren (18-27 jaar) kunnen zich via de Keuzecarrousel van Scalda oriënteren op een passende en effectieve instroommogelijkheid in het mbo. Tijdens meeloopdagen bij de gekozen opleiding en het werkveld wordt gewerkt aan het vergroten van werknemers-, samenwerkings- en schoolse vaardigheden. Op deze manier verloopt de aansluiting bij het Nederlandse onderwijssysteem vloeiender en weten zij beter wat er tijdens stages of een toekomstig beroep van hen wordt verwacht.

Lesbrief arbeidsmarktgegevens

Weten waar werk is

Arbeidsmarktinformatie is een onderdeel van de studiekeuze dat vaak onderbelicht wordt. Zeker in de huidige tijd, waarbij we te maken hebben met een snel veranderende arbeidsmarkt, is het belangrijk dat onderwijsprofessionals informatie over de (regionale) arbeidsmarkt weten te betrekken in hun programma van loopbaanbegeleiding en in de vaklessen, zodat jongeren snappen waarom deze informatie belangrijk is en weten waar ze de juiste informatie kunnen vinden.

 

LOB-nieuws
Online sessie in het kader van voorkomen jeugdwerkloosheid gemist?

De informatiesessie 'Wat zijn de werkzame mechanismen om jeugdwerkloosheid en stagediscriminatie tegen te gaan?' van 10 februari gemist?

Factsheet voorkomen jeugdwerkloosheid
Wat werkt om de kansen op de arbeidsmarkt van jongeren met een migratieachtergrond en/of lage sociaal-economische status te verbeteren?
Mbo-studenten tevreden over 21ste-eeuwse vaardigheden
Mbo-studenten vinden hun vaardigheden voor creativiteit, communicatie en loopbaancompetenties ruim voldoende. Kritisch denken en mediawijsheid scoren hoog, terwijl het stellen van grenzen en gezond gedrag lager scoren.
Handreiking Studentenwelzijn in corona-tijd

Handreiking voor ondersteuning van studenten met een ondersteuningsvraag in het hoger onderwijs.