Verkenning vervolgonderwijs
Jules Warps, Marieke de Visser, Josien Lodewick, Tessa Termorshuizen (2021)
Het verbeteren van de aansluiting tussen voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs vraagt vooral aandacht voor brede vaardigheden en competenties.
____________________________
Uit grootschalig onderzoek blijkt dat instromende studenten over het algemeen voldoende basiskennis hebben, maar dat hun vaardigheden nog verbetering behoeven. Met name taalvaardigheid en executieve vaardigheden zoals kritisch denken en zelfstandig werken vormen belangrijke aandachtspunten. Tegelijk worden motivatie, digitale vaardigheden en samenwerking juist vaak als sterke punten genoemd. De resultaten benadrukken het belang van het geïntegreerd ontwikkelen van vakoverstijgende competenties binnen het onderwijs.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Vervolgonderwijs: versterk competenties van instromende leerlingen
Wat zijn de wensen van het mbo, hbo en wo ten aanzien van kennis en vaardigheden van instromende studenten uit het voortgezet onderwijs? Wat zijn sterke punten en waar ervaart het vervolgonderwijs verbeterpunten in de aansluiting?
ResearchNed voerde onderzoek uit in opdracht van het ministerie van OCW en SLO, in samenwerking met de MBO Raad, Vereniging Hogescholen en VSNU. Het onderzoek is uitgevoerd in de volle breedte van het vervolgonderwijs en is daarmee uniek. In totaal deden 1.215 docenten, studieadviseurs, aansluitcoördinatoren en studieloopbaanbegeleiders uit het mbo, hbo en wo mee aan het onderzoek. De respondenten hebben samen 3.148 verbeterpunten geformuleerd en 2.170 sterke punten.
Taalvaardigheden en vakoverstijgende competenties
In het wo en zeker hbo komt basiskennis als sterk punt van de instromers naar voren. Als verbeterpunt komt kennis relatief weinig voor. Verbeterpunten zijn er wel op het vlak van competenties. In de eerste plaats is dat taalvaardigheid, vaker in het wo dan in het mbo en hbo. De verbeterpunten gaan vooral om schrijven en in het mbo ook om lezen. Daarnaast liggen verbeterpunten in de executieve competenties zoals kritisch denken, zelfregulering, zelfstandig werken en studievaardigheden. Deze competenties zijn relatief vaak een aandachtspunt in het mbo, vergeleken met de andere twee onderwijstypen. De respondenten benoemen bovendien deze competentie niet in het kader van een specifiek vak. Het gaat dan ook vooral om vakoverstijgende competenties.
Sterke digitale vaardigheden en motivatie
Vaak genoemde sterke punten zijn digitale vaardigheden en de motivatie van studenten. In het mbo is daarnaast enthousiasme een nog vaker toegekend sterk punt, en ook zijn studenten volgens de opleiders sociaal vaardig, met een open houding, leergierig en keuzecompetent. In het hbo is basiskennis het vaakst genoemde sterke punt van de havisten. Daarnaast zijn digitale vaardigheden, samenwerken, leergierig, gemotiveerd en sociaal vaardig gewaardeerde aspecten. In het wo is basiskennis eveneens een sterk punt van de vwo’ers, maar nog vaker presenteren en samenwerken. Verder zijn ook assertiviteit, gemotiveerdheid, digitale vaardigheden, nieuwsgierigheid en leergierigheid pluspunten van de eerstejaars uit het vwo.
Verschil tussen opleiders en studenten
Het valt op dat de ervaringen van studenten in groot contrast kunnen staan met die van de opleiders. Studenten beoordelen de aansluiting het positiefst wat betreft taalvaardigheid en zelfstandig werken, waar opleiders dit juist als belangrijkste verbeterpunt aanduiden. Omgekeerd rapporteren studenten relatief vaak aansluitingsproblemen op het gebied van digitale vaardigheden, waar opleiders dit weer als sterk punt zien.
Wat gebeurt er met de opbrengsten?
Met reflectiepanels uit de verschillende onderwijstypes in het voortgezet en vervolgonderwijs, is een eerste, beknopte verkenning uitgevoerd naar de herkenbaarheid van de onderzoeksresultaten en mogelijkheden om in het voortgezet onderwijs te kunnen werken aan een goede voorbereiding op het vervolgonderwijs. SLO gebruikt de uitkomsten de komende jaren onder meer als bron bij de actualisatie van de examenprogramma’s voor het voortgezet onderwijs. Daarbij zijn doorlopende leerlijnen tussen voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs een belangrijk aandachtspunt. Lees het rapport voor een uitgebreid overzicht van alle verbeterpunten en sterke punten.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
In panelgesprekken is aan een kleine groep mensen vanuit vo, mbo en hbo gevraagd om een eerste reactie te geven op de onderzoeksresultaten. Zij zijn van mening dat competenties die als verbeterpunten uit het vragenlijstonderzoek naar voren komen (bijvoorbeeld taalvaardigheden, executieve competenties, loopbaanoriëntatie) in het vo niet afzonderlijk moeten worden behandeld maar het best gekoppeld kunnen worden aan inhoud (bijvoorbeeld via vakoverstijgende projecten of integratie in meerdere vakken). In de actualisatie van de examenprogramma’s voor het voortgezet onderwijs kunnen deze eerste reacties verder worden verkend.



