Talentgerichte loopbaangesprekken
Huizinga, T., Woudt-Mittendorff, K. (2017)
Wat maakt een loopbaangesprek voor leerlingen echt leerzaam en stimulerend?
____________________________
Het onderzoek laat zien dat loopbaangesprekken bijdragen aan het ontwikkelen van loopbaancompetenties wanneer ze gericht zijn op reflectie, talenten en betekenisvolle ervaringen van leerlingen. Voor effectieve LOB‑gesprekken is het cruciaal dat mentoren starten vanuit de ervaringen van de leerling, goed doorvragen en beschikken over sterke gespreksvaardigheden zoals actief luisteren en oogcontact.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Om loopbaancompetenties te ontwikkelen is het van groot belang dat er in het onderwijs goede loopbaangesprekken met leerlingen gevoerd worden waarin reflectie een plek krijgt, waarin leerlingen worden aangesproken op hun talenten en waarin we leerlingen kunnen stimuleren meer actie te ondernemen en meer onderzoek te doen. Docenten en mentoren worden ook steeds meer gevraagd om leerlingen te begeleiden rondom deze aspecten (studiekeuze, loopbaanontwikkeling) maar onderzoek wijst uit dat dit nog niet altijd leidt tot de gewenste praktijken (Kuijpers, Meijers & Bakker, 2006).
Verscheidene onderwijsinstellingen in het VO geven daarbij aan dat ze te maken hebben met groepen docenten die deze slag graag willen maken maar nog niet de juiste handvatten hebben om dit te doen. In het bijzonder gaat het dan om het voeren van deze gesprekken met leerlingen over hun loopbaan en toekomst. Om deze redenen is in het project ‘Talentgerichte loopbaangesprekken met passie voor techniek’ samen met scholen een methodiek ontwikkeld voor het voeren van goede loopbaangesprekken.
Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de wijze waarop mentoren loopbaangesprekken nu daadwerkelijk voeren en welke werkzame principes we daaruit kunnen destilleren als het gaat om het voeren van goede gesprekken met leerlingen. Aan deze doelen zijn de volgende onderzoeksvragen gekoppeld:
- Hoe kunnen we de inhoud, vorm en relatie van loopbaangesprekken kenmerken?
- Hoe ervaren leerlingen deze gesprekken, ten aanzien van de inhoud, vorm en relatie?
- Wat zijn werkzame principes van goede loopbaangesprekken?
Om antwoord te geven op deze vragen is een kwalitatieve studie uitgevoerd (Yin, 2003).
Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat mentoren de methodiek deels in de gesprekken toepassen. Een belangrijke voorwaarde hierbij is dat de insteek van het gesprek ook loopbaanoriëntatie en begeleiding is. In dit type gesprekken bespreken de mentoren, waar mogelijk, de talenten en kwaliteiten van de leerlingen of proberen koppelingen te maken met de ingebrachte betekenisvolle ervaringen, zodat de leerling nieuwe talenten en kwaliteiten ontdekt. Het starten vanuit een betekenisvolle ervaring van de leerling zelf zou nog meer ingezet kunnen worden. Hierbij is vooral de start van het gesprek van belang, aangezien daar de basis voor de vervolgstappen en bijbehorende acties worden bepaald.
In de voorliggende rapportage doen we verslag van deze kwantitatieve studie. Naast dit kwalitatieve onderzoek is binnen het project ook kwantitatief onderzoek uitgevoerd door middel van vragenlijstonderzoek, zie hiervoor het rapport van Truijen, Woudt-Mittendorff en Pullen (2017).
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOBpraktijk?
Op basis van de inzichten wordt aanbevolen om tijdens loopbaangesprekken veel sterker in te zetten op het starten vanuit de betekenisvolle ervaring of de talenten van de leerling, aangezien hierdoor meer mogelijkheden worden geboden voor reflectie. De analyses van de loopbaangesprekken tonen aan dat ook de reguliere gespreksvaardigheden van de mentoren extra getraind dienen te worden in de ontwerpsessies. Vooral het doorvragen en het oogcontact tussen mentor en leerling zijn hierin aandachtspunten. Het doorvragen draagt bij aan de reflectie, maar zorgt er ook voor dat de leerling ervaart dat de mentor actief luistert naar hetgeen er verteld wordt. Het oogcontact tussen mentor en leerling tijdens het gesprek zorgt ook dat non-verbale uitingen van de leerlingen meegenomen kunnen worden in het gesprek (bijv. vragend gezicht of enthousiasme).



