Ongelijke toegang tot stage en werk van hbo’ers met een migratieachtergrond
Klooster, E., Meng, C., Bles, P. Monker, D., Walz, G. (2020)
Hbo‑afgestudeerden met een migratieachtergrond hebben aantoonbaar minder kans op werk, ondanks een vergelijkbare opleiding.
____________________________
Uit onderzoek onder hbo‑afgestudeerden, onderwijsprofessionals en werkgevers blijkt dat ongelijkheid op de arbeidsmarkt al tijdens de studie ontstaat. Factoren als beperkte begeleiding, minder effectieve netwerken en ervaren discriminatie spelen daarbij een belangrijke rol. Opleidingen kunnen bijdragen aan gelijke kansen door intensiever contact met werkgevers en gerichte ondersteuning bij stage, sollicitatie en loopbaanontwikkeling. De bevindingen onderstrepen het belang van structurele, curriculumgebonden LOB‑activiteiten om arbeidsmarktkansen te vergroten.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Hbo’ers met een migratieachtergrond hebben meer moeite om na hun afstuderen werk te vinden dan hbo’ers zonder die achtergrond. Onder leiding van Eva Klooster van Klooster Onderzoek & Advies en Christoph Meng van het Research Centrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) is onderzocht welke factoren tijdens en na de hbo-studie van invloed zijn op de verschillen in baankansen tussen afgestudeerden met en zonder een migratieachtergrond, en vooral ook hoe dit probleem aangepakt kan worden. Het onderzoek bestond uit een enquête onder zo’n 8000 hbo-afgestudeerden en 75 interviews met hbo’ers, onderwijsprofessionals en werkgevers.
Uit het onderzoek blijkt dat, voor gelijke toegang tot de arbeidsmarkt voor hbo-studenten, aanpassingen in het onderwijs nodig zijn. Het was al eerder vastgesteld dat de studiekeuze iets van het verschil in arbeidsmarktkansen verklaart. Studenten met een migratieachtergrond kiezen namelijk relatief vaker een studie met ongunstige arbeidsmarktkansen. Dit onderzoek laat zien dat de studiefase van invloed is op de ongelijke arbeidsmarktpositie van studenten met en zonder migratieachtergrond. De onderzoeksuitkomsten bieden ook handvatten voor het werken aan een gelijkere toegang tot de arbeidsmarkt.
Opleidingen kunnen bijdragen aan gelijke kansen door het contact met bedrijven te intensiveren. Daarnaast heeft ook het contact met docenten – een bekende voorwaarde voor studiesucces – invloed op de kans op stage en werk. Hoe beter het contact, hoe eerder mogelijke problemen worden ondervangen. De nadruk die het hbo legt op ‘de eigen verantwoordelijkheid’ van de student kan er in de praktijk echter voor zorgen dat problemen die studenten ervaren met het vinden van stages of discriminatie niet of te laat worden gesignaleerd. Soms lijkt dit paradoxaal genoeg mede het gevolg van de wens van hbo-onderwijsprofessionals om juist niet te stigmatiseren en geen verschil te maken tussen studenten met of zonder migratieachtergrond. Op verschillende opleidingen misten de onderzoekers deskundigheid en overeenstemming van onderwijsprofessionals op het terrein van discriminatie.
Veel geïnterviewde hbo’ers met een migratieachtergrond vermoeden zelf (wel eens) gediscrimineerd te zijn, vooral vanuit de ervaring dat sollicitaties niet worden beantwoord. De geïnterviewde werkgevers herkennen dat vooral ‘open sollicitaties’ weinig kans maken op een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek. Studenten met een migratieachtergrond zouden om hun kansen te vergroten veel brieven sturen, waaronder ook open sollicitaties. De onderzoekers adviseren de opleidingen dan ook om studenten niet langer te stimuleren op deze wijze te solliciteren en om studenten beter te informeren over hun rechten tijdens het sollicitatieproces.
Het netwerk dat de hbo’er opbouwt – via bijbanen, stages, traineeships en online-profilering – bepaalt in hoge mate de kans om in beeld te komen bij werkgevers. Maar hbo’ers met een migratieachtergrond hebben vaker een bijbaan of een startersbaan buiten de sector waarvoor zij worden/zijn opgeleid. Opleidingen kunnen meer voorlichting geven over hoe bijbanen en startersbanen bijdragen aan toegang tot de arbeidsmarkt. Met betere begeleiding van het contact met werkgevers en het daarbij betrekken van rolmodellen uit diverse groepen kunnen de opleidingen concreet bijdragen aan gelijkere arbeidsmarktkansen.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Het onderzoek eindigt met concrete adviezen aan de opleidingen en studenten over hoe zij tijdens de studiefase kunnen bijdragen aan gelijke(re) toegang tot de stage- en arbeidsmarkt. De adviezen vallen grotendeels op het terrein van LOB. De onderzoekers laten zien wat het belang is van gedegen voorlichting aan studenten over ‘actief netwerken’, gericht solliciteren i.p.v. open sollicitaties en een bewuste keuze van bijbanen. Ook laten zij zien dat opleidingen die studenten tijdens de studie/LOB-uren in contact brengen met succesvolle alumni uit het werkveld bijdragen aan zelfvertrouwen en daarmee aan kansen. Belangrijk advies is om de voorbereiding op stage en werk (ook sollicitatietraining en gastlessen) binnen het curriculum te plaatsen. Wanneer dit soort activiteiten buiten de lesuren plaatsvinden, worden de studenten die er het meest belang bij hebben, het minst bereikt.



