LOB-onderzoeksbank

Expertisepunt LOB
< overzicht

Nabij op afstand: ouders en het mbo

Esch, W. van, R. Petit & F. Smit (2011)

Welke rol kunnen ouders spelen in het studiesucces en de loopbaanoriëntatie van mbo‑studenten?

____________________________

Het onderzoek laat zien dat ouderbetrokkenheid in het mbo vaak beperkt is, terwijl ouders wel degelijk op afstand een belangrijke rol spelen bij motivatie, toekomstperspectief en loopbaanoriëntatie. Voor LOB biedt dit kansen door ouders structureel en laagdrempelig te betrekken bij intake, voorlichting en oriëntatieactiviteiten, zodat de dialoog over de loopbaan thuis kan worden versterkt.

____________________________

Samenvatting van het onderzoek 

Nabij op afstand verkent de literatuur over dit thema en de initiatieven die mbo-instellingen nemen om ouders te betrekken bij het onderwijs.
Ouderbetrokkenheid op het mbo is geen gemeengoed. Vaak is er alleen contact op formele momenten zoals bij de diploma-uitreiking of als er problemen zijn. Toch zijn er ook instellingen die hier wel sterk in investeren. Zij zien het contact met ouders als een noodzakelijke voorwaarde voor het schoolsucces van deelnemers.
De rol van ouders van mbo’ers is duidelijk anders dan in het primair en voortgezet onderwijs. Jongeren zijn (bijna) volwassen en zien hun ouders vaak liever niet op school of zich bemoeien met huiswerk. Tegelijkertijd blijven ouders wel degelijk een belangrijke rol spelen, maar meer op afstand. Zij zijn bijvoorbeeld belangrijke gesprekspartners als het gaat om het belang van de opleiding voor het toekomstperspectief en loopbaanoriëntatie. Onderwijsinstellingen kunnen met deze literatuurverkenning en goede voorbeelden ideeën opdoen om ouderbetrokkenheid binnen de eigen instelling vorm te geven.  

Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk? 

Met dit verkennend onderzoek is enig zicht ontstaan op voorkomende aanpakken, belemmerende en bevorderlijke factoren. Wel zijn de ervaringen contextspecifiek en beperkt in aantal en is hiermee niet in algemene zin te zeggen ‘hoe het moet’. De ervaringen kunnen wel een bron van ideeën vormen en suggesties opleveren. De onderzoekers noemen er een aantal op basis van literatuur en interviews. Voor instellingen die beginnen met ouderbetrokkenheid is het aan te raden om eerst een meerjarenplan te maken met niet te hoge ambities. Belangrijk is dat er binnen de instelling iemand is die ‘de kar gaat trekken’, naast een directie die dit belangrijk vindt, stimuleert en faciliteert. In de communicatie met ouders zijn tien-minutengesprekken niet voldoende. Zorg dat ouders erbij horen en dat hun rol en inzet van begin af aan duidelijk is. En betrek ze niet pas wanneer zich problemen voordoen. Ouders kunnen bij reguliere activiteiten worden betrokken, bij het intakegesprek, bij voorlichtingsbijeenkomsten of presentaties van studenten. Dit kost weinig extra tijd en leidt tot meer contactmomenten. De ‘dialoog’ over de loopbaan wordt voor een belangrijk deel thuis gevoerd. Zorg dat ouders kunnen mee-oriënteren op vervolgopleidingen en beroepen, meegaan naar open dagen en bedrijfsbezoeken zodat zij hier thuis verder over deze ervaringen kunnen praten. Verder worden praktische tips gegeven, bijvoorbeeld over contact onderhouden met moeilijk bereikbare ouders en hoe te handelen bij verzuim.