Naar een betere startpositie op de arbeidsmarkt
Paul Bisschop, Justus van Kesteren, Koen van der Ven, Tyas Prevoo, Bas ter Weel, Ardita Muja, Marieke de Visser (ResearchNed), Maurice Crul, Zakia Essanhaji (Vrije Universiteit), Ruud Baarda (Ruud Baarda Advies) (2021).
De overgang van mbo naar arbeidsmarkt laat zien dat kansen ongelijk verdeeld zijn en samenhangen met meerdere factoren binnen en buiten de invloed van de student.
____________________________
Mbo‑afgestudeerden met een niet‑westerse migratieachtergrond doen er gemiddeld langer over om een baan te vinden, vooral op lagere niveaus. Hun kansen worden beïnvloed door opleidingskeuzes, werkervaring, vaardigheden en de omvang van hun netwerk. Relevante werkervaring en sterke communicatieve en sollicitatievaardigheden vergroten de kans op succes aanzienlijk. Tegelijk spelen externe factoren zoals discriminatie en arbeidsmarktomstandigheden een belangrijke rol in het verloop van hun arbeidsmarktintrede.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
De arbeidsmarktintrede van mbo’ers met een niet-westerse migratieachtergrond
Mbo’ers met een niet-westerse migratieachtergrond vormen zo’n 22 procent van de mbo’ers die ieder jaar een diploma van niveau 2, 3 of 4 behalen. De achterstand bij de arbeidsmarktintrede ten opzichte van mbo’ers met een niet-westerse achtergrond ten opzichte van mbo'ers zonder migratieachtergrond komt vooral tot uiting in de duur tot een substantiële baan na afstuderen. Met name jongens met een niet-westerse migratieachtergrond die een BOL-opleiding van niveau 2 hebben gevolgd (en niet doorstuderen) doen er lang over om een substantiële baan te vinden. Maar ook bij andere mbo-niveaus is er sprake van een achterstand in de duur tot een substantiële baan. De mbo’ers met een niet-westerse migratieachtergrond die wel een baan vinden, verdienen op uurbasis gemiddeld meer dan mbo’ers zonder migratieachtergrond met een baan. Dit heeft te maken met selectiviteit: de meest getalenteerde en best gekwalificeerde mbo’ers met een niet-westerse migratieachtergrond vinden een baan en vaker dan mbo’ers zonder migratieachtergrond in sectoren waar hogere uurlonen verdiend worden. Verklaringen en werkzame mechanismen De empirische analyse in dit onderzoek identificeert een aantal verklaringen voor een succesvolle, dan wel minder succesvolle overgang naar de arbeidsmarkt voor mbo’ers met een nietwesterse migratieachtergrond. Ten eerste is er een aantal verklaringen die gedurende de mbo-studie en de overgang naar de arbeidsmarkt vaststaan. Het gaat dan om de arbeidsmarktomstandigheden (is er sprake van krapte, in welke mate is diversiteit ‘gewoon’?), maar vooral om eerder gemaakt opleidingskeuzes. Zo biedt een BOL-opleiding een minder goed perspectief op een succesvolle intrede en zijn sommige opleidingsrichtingen zoals Economie en administratie en Media en vormgeving veel minder kansrijk dan opleidingsrichtingen als Techniek en procesindustrie en Veiligheid (en sport). De bepalende factoren voor een succesvolle arbeidsmarktintrede die wél binnen de invloedssfeer van de student, de opleiding of de werkgever liggen, kunnen worden ingedeeld in vier categorieën:
- relevante werkervaring
- arbeidsmarktrelevante vaardigheden
- het sociale netwerk / de zoekstrategie
- arbeidsmarktdiscriminatie/culturele mismatch.
Uit data-analyses blijkt dat relevante werkervaring zeer belangrijk is voor mbo’ers met een nietwesterse migratieachtergrond. Ten aanzien van arbeidsmarktrelevante vaardigheden zorgen met name sollicitatievaardigheden, taalbeheersing en communicatievaardigheden voor goede kansen. De omvang van het sociale netwerk en het type sociale netwerk bepalen deels succes bij de arbeidsmarktintrede, omdat ze de zoekstrategie van mbo’ers beïnvloeden. Ten slotte is er in sommige regio’s en sectoren sprake van meer arbeidsmarktdiscriminatie dan in andere regio’s en sectoren. Dit blijkt volgens de geïnterviewden samen te hangen met de ervaren personeelstekorten in de sector.
Op grond van de literatuur kunnen zeven fases afgeleid worden in de overgang naar de arbeidsmarkt van een mbo’er te onderscheiden in een stadium voorafgaand aan het solliciteren en een stadium tijdens de werving en selectie. Bij de twee stadia (voorafgaand aan solliciteren en werving en selectie) horen in totaal zes mechanismen om de positie van mbo’ers met een niet-westerse migratieachtergrond bij de overgang naar de arbeidsmarkt te verbeteren. De zes onderscheiden mechanismen bieden verschillende verklaringen voor een succesvolle (dan wel minder succesvolle) arbeidsmarktintrede.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Een succesvolle arbeidsmarktintrede wordt bepaald door factoren die binnen en buiten de invloedssfeer van de student liggen. Binnen de invloedssfeer van de student liggen relevante werkervaring, arbeidsmarktrelevante vaardigheden, sociaal netwerk, zoekstrategie en de culturele match. Arbeidsmarktdiscriminatie draagt bij aan een slechtere overgang tussen het mbo en de arbeidsmarkt voor sommige studenten, en ligt binnen de invloedssfeer van opleidingen en vooral werkgevers.
Relevante werkervaring is zeer belangrijk voor hoe mbo’ers na hun studie belanden op de arbeidsmarkt. Dit geldt specifiek voor studenten met een migratieachtergrond. De stageperiode is daarmee cruciaal in het mbo. Mbo-studenten met een migratieachtergrond krijgen soms extra ondersteuning in de vorm van taallessen of lessen ter verbetering van het zelfvertrouwen en zelfbeeld van studenten.



