Managementsamenvatting LOB in de beroepsgerichte examenprogramma's
Kuijpers, M. i.s.m. de Loopbaangroep (2015)
De invoering van LOB in het vmbo laat zien dat scholen nog belangrijke stappen moeten zetten om loopbaanbegeleiding goed vorm te geven.
____________________________
LOB is sinds 2016/2017 verplicht in het vmbo en gericht op het ontwikkelen van loopbaancompetenties en het voorkomen van uitval. Uit onderzoek blijkt dat veel scholen nog tekortkomingen ervaren in visie, uitvoering en integratie van LOB in het curriculum.
Er is vaak onvoldoende tijd, kennis en samenhang om LOB structureel en effectief vorm te geven.
Tegelijk laten voorloperscholen zien dat een duidelijke visie, coaching en samenwerking met vervolgonderwijs en bedrijfsleven bijdragen aan sterkere LOB.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Loopbaanoriëntatie en –begeleiding (LOB) is met ingang van schooljaar 2016/2017 een verplicht onderdeel van de nieuwe beroepsgerichte examenprogramma’s in het vmbo. LOB is bedoeld om loopbaancompetenties bij vmbo-leerlingen te ontwikkelen, ze beter te begeleiden bij de keuze voor hun vervolgopleiding en daarmee ook voortijdige uitval op het mbo te voorkomen. In schooljaar 2014/2015 is onder leiding van Marinka Kuijpers, hoogleraar aan de Open Universiteit, geïnventariseerd of en in welke mate vmbo-scholen knelpunten ervaren bij het vormgeven van een samenhangend LOB-beleid en hoe scholen met LOB geholpen zouden kunnen worden. Hiertoe is een online enquête gehouden, ingevuld door 550 mensen waarvan een deel werkzaam is op een vmbo-school die extra aandacht besteedt aan bèta/techniek (via de programma’s M-Tech of Toptechniek in bedrijf). De vragenlijst is ingevuld door leraren (40%; de meesten zijn ook mentor), decanen (30%) en leidinggevenden (30%). Vervolgens is een kwalitatief onderzoek gehouden onder vier scholen die relatief ver zijn met hun LOB-beleid. In het schooljaar 2014/2015 blijken er nog flink wat tekortkomingen te zijn in het LOB-beleid en in de uitvoering ervan op vmboscholen. Veel respondenten (75%) weten dat LOB wordt opgenomen in de nieuwe examenprogramma’s, maar slechts weinig geënquêteerden (38%) weten wat de eisen in de examenprogramma’s zijn. LOB is volgens minder dan de helft van de respondenten beschreven in de visie van de school. Slechts een derde zegt dat LOB is geïntegreerd in alle leerjaren van het curriculum. Dit blijkt vaker het geval op scholen waar LOB decentraal is georganiseerd. Minder dan twintig procent van de leraren zegt dat LOB is geïntegreerd in de lessen binnen de sector waar ze lesgeven, bijna een derde zegt dat dit niet gebeurt. Decanen en leidinggevenden zijn er nog negatiever over: negentig procent gaat ervan uit dat LOB niet in de lessen is opgenomen. Opmerkelijk is dat minder dan de helft van de respondenten aangeeft dat er in het onderwijs aandacht is voor aansluiting op het mbo. Door in aanraking te komen met vervolgopleidingen en regionale bedrijven kunnen leerlingen een beeld krijgen van welk beroep of loopbaan bij hen zou passen. De helft van de vmbo-scholen werkt structureel samen met vervolgopleidingen ten behoeve van LOB. Veertig procent van de respondenten geeft aan samen te werken met regionale bedrijven. Vanaf 2016-2017 vormt LOB een verplicht onderdeel van het programma van leerlingen. Op het moment van het onderzoek (2014-2015) menen de meeste respondenten (driekwart) dat ze de capaciteiten hebben om LOB vorm te geven op de school. Bijv. in het curriculum opnemen dat leerlingen relevante (praktijk)ervaringen opdoen voor LOB. De helft van de mentoren, decanen en leidinggevenden acht zich in staat om in het curriculum ook vast te leggen dat leerlingen zelf keuzes kunnen maken bij de invulling van die ervaringen (bijvoorbeeld een stage of meeloopdag bij een bedrijf). Maar LOB houdt meer in, zoals het houden van loopbaangesprekken en het gestructureerd bijhouden van LOB-ontwikkelingen bij leerlingen in een loopbaandossier. Daarover zegt slechts een derde van de respondenten er voldoende tijd en capaciteit voor te hebben. Het aantal respondenten dat aangeeft dat de school de loopbaanontwikkeling van de leerlingen registreert is 36%. Opvallend is dat bijna negentig procent aangeeft dat de effecten van LOB bij hun leerlingen niet worden gemeten. Ongeveer de helft van de respondenten geeft aan behoefte te hebben aan steun bij het vormgeven van LOB, zowel voor de school als geheel als voor zichzelf in het bijzonder. Het gaat dan om allerlei aspecten: het beschrijven van LOB in de visie van de school, de integratie van LOB in het curriculum van alle leerjaren, het daadwerkelijk aanbieden van LOB aan leerlingen, het bijhouden van ontwikkelingen bij de leerlingen en het meten van de effecten. De vier onderzochte scholen die relatief ver zijn met LOB, blijken al vier tot acht jaar bezig te zijn met het vormgeven van LOB op hun school. De decanen van deze scholen zijn verantwoordelijk voor de kennisverspreiding over LOB op school en kunnen de mentoren en vakdocenten begeleiden. Ze hebben een professionele training gevolgd, bijvoorbeeld over het houden van loopbaangesprekken met leerlingen. De scholen hebben LOB vastgelegd in visiedocument en de visie vertaald naar acties per leerjaar voor leerlingen (en hun ouders), leraren, mentoren en decanen. Het ontwikkelen van loopbaancompetenties bij leerlingen maakt deel uit van het visiedocument. Op deze vooroplopende scholen hebben leerlingen zelf een grote verantwoordelijkheid ten aanzien van hun LOB. De school neemt een coachende rol in: de school adviseert leerlingen bij vragen, begeleidt ze via loopbaangesprekken en stimuleert reflectie. Ook organiseren de scholen in samenwerking met vervolgopleidingen en bedrijfsleven open dagen, beroepenmarkten en stagemogelijkheden. Van de onderzochte scholen blijken de scholen die speciale focus hebben op bèta en technologie nog verder te zijn met LOB. Iedere leerling heeft een eigen LOB-mentor met wie hij of zij loopbaanbegeleidingsgesprekken heeft. Daarnaast is de klassenmentor verantwoordelijk voor de klassikale LOB-activiteiten. De opleidingen geven aan dat ondersteuning vanuit organisaties en bedrijven, onder andere via TechNet, een belangrijke succesfactor voor LOB is. Het bijhouden van een loopbaandossiers, een verplicht onderdeel van de nieuwe examenprogramma’s, is nog in ontwikkeling op de vier scholen. Dit zijn dossiers waarin de leerling zelf zijn/haar loopbaanactiviteiten bijhoudt. Ook op deze vooroplopende scholen wordt nog niet structureel bijgehouden wat het effect van de LOB-activiteiten is, iets waarin deze scholen ondersteund zouden willen worden omdat ze niet weten hoe ze dat moeten doen. Er is te concluderen dat op de meeste scholen de eerste stappen zijn gemaakt, maar er nog behoorlijke slagen gemaakt moeten worden in het implementeren van LOB. De behoefte aan ondersteuning vraagt inspanningen en investeringen op alle niveaus in het onderwijs.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
De resultaten geven richting aan het vormgeven van LOB in de school.



