Kennisrotonde: Wat is de invloed van een oriëntatietraject voor de start in het mbo op uitval en swi
Martijn Peters, Marloes de Lange (2022)
Oriëntatietrajecten in het mbo bieden kansen om studiekeuzes beter te onderbouwen, maar vragen om een sterke LOB‑aanpak om effectief te zijn.
____________________________
Steeds meer mbo‑instellingen bieden een oriëntatiejaar aan waarin studenten zich breder kunnen ontwikkelen en verdiepen in opleidings- en beroepsmogelijkheden. Hoewel het effect op uitval en switch nog niet duidelijk is, sluiten deze trajecten aan bij inzichten over effectieve loopbaanbegeleiding. Belangrijk daarbij zijn praktijkervaring, een actieve rol van de leerling en samenhang tussen activiteiten. Daarnaast dragen reflectie, ouderbetrokkenheid en realistische beeldvorming bij aan betere en bewustere keuzes.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Oriëntatietraject op het mbo als nieuw initiatief.
Steeds meer roc’s bieden sinds kort een oriëntatietraject aan voor aankomend mbo studenten, waarin ze verder leren, persoonlijk kunnen groeien en uitgebreid kennis kunnen maken met beroepen en beroepsopleidingen. ROC TOP in Amsterdam heeft in het schooljaar 2019-2020 het initiatief genomen tot het eerste oriëntatietraject in het mbo, het zogeheten Mind the gap-jaar. Inmiddels heeft dit andere roc’s geïnspireerd tot het starten van een Mjaar of vergelijkbaar oriëntatietraject. In het schooljaar 2023-2024 start het ministerie van OCW een experiment met een oriëntatieprogramma (Rijksoverheid.nl, 2022). Het M-jaar is voor iedereen die een mbo-opleiding wil doen, maar nog niet weet welke. Het is vooral gericht op vmbo’ers met een diploma kaderberoepsgerichte of theoretische leerweg, omdat de urgentie voor deze doelgroep het hoogst is vanwege de leerplicht. Havisten (met of zonder diploma) die over willen stappen naar het mbo zijn ook welkom. Havisten en vwo'ers met een diploma hebben een M-jaar minder nodig; zij konden al kiezen voor een tussenjaar om de keuze voor een vervolgopleiding uit te stellen, aangezien zij wel in het bezit zijn van een startkwalificatie. Studenten die het M-jaar volgen staan ingeschreven bij de mbo-instelling, maar volgen het traject voorafgaand aan de definitieve keuze voor een beroepsopleiding.
Effectiviteit van oriëntatietrajecten in het mbo nog onbekend
Er is nog geen wetenschappelijk onderzoek bekend naar de effectiviteit van oriëntatietrajecten in het mbo op uitval en switch in het mbo. Er zijn wel LOB-initiatieven in het voortgezet onderwijs die bedoeld zijn om de oriëntatie op vervolgonderwijs te verbeteren, zodat er een meer weloverwogen keuze voor gemaakt kan worden, wat ook één van de belangrijkste doelen is van een oriëntatietraject in het mbo. Ook bestaan er initiatieven voor tussenjaren in het hoger onderwijs, die zich net als een M-jaar richten op het oriënteren op vervolgopleidingen en als inspiratiebron gediend hebben voor het ontwikkelen ervan. Om toch iets te zeggen over de mogelijke werking van een oriëntatietraject voor de start in het mbo op uitval en switch in het mbo, grijpen we terug op literatuur waarin de effectiviteit van LOB-initiatieven in het voortgezet onderwijs is onderzocht en de effectiviteit van tussenjaren in het hoger onderwijs wordt bestudeerd.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Hoewel de effectiviteit van initiatieven gericht op oriëntatie in het vmbo op uitval en switch in het mbo nog onbekend is, biedt de recente literatuurstudie van Korpershoek et al. (2022) inzicht in hoe een effectieve aanpak voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding van vmbo’ers er uit zou kunnen zien. Hieruit vloeien de volgen adviezen voort:
-
Leg als school de verbinding met de beroepspraktijk door het organiseren van bijvoorbeeld snuffelstages, bedrijfsbezoeken, gastlessen door beroepsbeoefenaren en meeloopdagen in het mbo.
-
Geef als school de leerling een actieve rol in LOB-activiteiten, bijvoorbeeld door het uitvoeren van een opdracht tijdens een werkbezoek.
-
Bied als school een samenhangend traject van LOB-activiteiten aan met betrokkenheid van mentoren, docenten en andere begeleiders (door leerlingen te enthousiasmeren en de verbinding tussen LOB-activiteiten expliciet te maken).
-
Bouw als docent/mentor reflectie in op motieven, ambities en kwaliteiten van de leerling binnen gesprekken met de leerling.
-
Betrek als school ouders als gesprekspartner in het studiekeuzeproces.
-
Besteed als school aandacht aan het omgaan met verwachtingspatronen van anderen, zoals gesprekken over genderrollen en succesvolle voorbeelden van meisjes in traditionele ‘jongensberoepen’ en vice versa.
-
Bied als school activiteiten aan die gericht zijn op het vergroten van kennis over sectoren, over vervolgonderwijs, ondernemerschap of over solliciteren, omdat deze ook positief uitwerken op het zelfvertrouwen van leerlingen om goede (loopbaan)keuzes te kunnen maken en op beeldvorming over de beroepspraktijk.



