LOB-onderzoeksbank

Expertisepunt LOB
< overzicht

Gelijke kansen bij tussentijds opstromen in het voortgezet onderwijs?

Suzan de Winter-Koçak, Leyla Reches (2022)

Tussentijdse opstroom kan kansenongelijkheid verkleinen, maar vraagt om duidelijke afspraken en actieve begeleiding.

____________________________

Het onderzoek laat zien dat leerlingen met een migratieachtergrond vaker op een lager niveau starten en daardoor later minder makkelijk op het juiste niveau uitkomen. Opstroom binnen het voortgezet onderwijs kan dit deels corrigeren, maar de mogelijkheden verschillen sterk per school. Factoren zoals persoonlijke aandacht, heldere informatie en betrokken mentoren maken een belangrijk verschil voor succes. Daarnaast blijkt dat samenwerking binnen de school en betrokkenheid van ouders bijdragen aan betere kansen voor leerlingen.

____________________________

 

Samenvatting van het onderzoek

Tussentijdse opstroom (voor diplomering opstromen naar een hoger onderwijsniveau) in het voortgezet onderwijs kan ervoor zorgen dat leerlingen die een te laag advies hebben gehad alsnog op een passend niveau terechtkomen. KIS ontving tijdens eerder onderzoek naar jongeren met een migratieachtergrond signalen dat het proces rond opstroom niet altijd soepel verloopt. Reden om onderzoek te doen naar praktijk en beleid van tussentijdse opstroom.

Dat leerlingen met een migratieachtergrond niet altijd op het onderwijsniveau terecht komen dat past bij hun cognitieve capaciteiten, heeft onder andere te maken met de vroege selectie in het primair onderwijs. Deze pakt negatief uit voor leerlingen met een migratieachtergrond; zij krijgen vaker dan leerlingen uit andere groepen een schooladvies dat lager is dan hun scores op de eindtoets rechtvaardigen. 
Binnen het voortgezet onderwijs wordt tussentijdse opstroom gezien als een correctiemechanisme voor deze negatieve effecten van vroegselectie voor kinderen met een migratieachtergrond. Binnen dit verkennende onderzoek is er gekeken óf onderwijsinstellingen beleid hebben ontwikkeld rondom tussentijdse opstroom, wat dat beleid inhoudt en hoe zij daar in de praktijk invulling aan geven. Ook keken wij naar eventuele barrières die leerlingen met een migratieachtergrond binnen het beleid en in de praktijk van tussentijdse opstroom (kunnen) ervaren. 

Grote verschillen
Uit het onderzoek bleek dat er grote verschillen zijn tussen onderwijsinstellingen voor wat betreft de mogelijkheden van tussentijdse opstroom en de voorwaarden die eraan verbonden zijn. Dit geheel kan mogelijk bijdragen aan ongelijke kansen voor leerlingen. Verdiepend vervolgonderzoek zal een completer beeld kunnen geven over onder andere in hoeverre deze verschillen daadwerkelijk bijdragen aan ongelijke kansen.

Mogelijke bevorderende factoren voor gelijke kansen 

  • Het is belangrijk dat er ruimte is voor persoonlijke aandacht van onderwijsprofessionals voor de leerlingen. Dit vergroot de kans dat zij meer benaderbaar zijn als hulpbron voor de leerlingen, dat een goede onderlinge band kan ontstaan, en dat de onderwijsprofessional de leerling beter leert kennen en zijn of haar onderwijspotentie en -ambitie beter kan inschatten. 
  • Mentoren kunnen een cruciale rol spelen als informatiebron en doorverwijzer door leerlingen te informeren over de mogelijkheid tot tussentijdse doorstroom, welke voorwaarden daaraan verbonden zijn, maar ook waar leerlingen terechtkunnen voor hulp en ondersteuning voor als zij (nog) niet aan de voorwaarden voldoen. 
  • Een overkoepelende visie is nodig van de onderwijsinstelling op het bestrijden van kansenongelijkheid (onder meer bij opstroom), die ook gedragen wordt door de uitvoerende onderwijsprofessionals. 
  • Beperkingen in het moment van tussentijdse opstroom zouden moeten worden opgeheven, zodat leerlingen ook in latere leerjaren tussentijds kunnen opstromen. Dit beperkt leerlingen minder tot een specifiek moment om tussentijds te kunnen opstromen en op deze manier hebben ze meer tijd om te kunnen voldoen aan de gestelde voorwaarden. 
  • Het is belangrijk te investeren in het betrekken van ouders/ verzorgers bij gesprekken over tussentijdse opstroom. Ouders en verzorgers kunnen meer inzicht geven in de onderwijs-ambitie en potentie van de leerling en zouden ook betrokken kunnen worden bij ondersteuning om aan de voorwaarden te kunnen voldoen

 

Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?

  • Probeer ruimte maken voor persoonlijke aandacht en het opbouwen van een vertrouwensband. Hierdoor kan je als professional beter zicht krijgen op de onderwijspotentie en -ambitie van een leerling. 
  • Informeer leerlingen actief over de mogelijkheden tot tussentijdse doorstroom, welke voorwaarden daaraan verbonden zijn, maar ook waar leerlingen terechtkunnen voor hulp en ondersteuning voor als zij (nog) niet aan de voorwaarden voldoen. Probeer daarbij ook benaderbaar te zijn (de eerder beschreven vertrouwensband kan daarbij helpen) voor leerlingen als ze zelf vragen hebben.
  • Werk, samen met collega’s, aan een overkoepelende visie met betrekking tot het bestrijden van kansenongelijkheid (onder meer bij opstroom).
  • Probeer ouders/verzorgers te betrekken bij gesprekken over tussentijdse opstroom. Ouders en/of verzorgers kunnen meer inzicht geven in de onderwijs-ambitie en potentie van de leerling en zouden ook betrokken kunnen worden bij ondersteuning om aan de voorwaarden te kunnen voldoen.