LOB-onderzoeksbank

Expertisepunt LOB
< overzicht

De Rotterdamse Aanpak

Slijper, J. (2020)

In de Rotterdamse Aanpak wordt onderzocht in hoeverre gerichte voorbereiding studenten helpt bij een succesvolle overstap van mbo naar hbo.

____________________________

Het keuzedeel 'Voorbereiding hbo' is ontwikkeld om mbo‑studenten beter voor te bereiden op een doorstroom naar het hbo. Uit onderzoek blijkt dat veel studenten weinig exploreren en nog geen duidelijke studiekeuze maken. Het keuzedeel wordt door studenten niet altijd herkend als oriëntatie-instrument, mede door het verplichte karakter. De resultaten benadrukken het belang van meer ruimte voor verkennen, motivatie en samenwerking tussen mbo en hbo bij studiekeuzeprocessen.

____________________________

Samenvatting van het onderzoek

Drie Rotterdamse roc’s en twee hogescholen geven vanaf cohort 2018/2019 gezamenlijk invulling aan het Keuzedeel Voorbereiding Hbo (K0125), ten behoeve van doorstroom in het economisch domein. Het integrale programma ter bevordering van de aansluiting in het economische domein is gedefinieerd onder de titel ‘De Rotterdamse Aanpak’. De lectoraten van Hogeschool Inholland en Hogeschool Rotterdam hebben gezamenlijk in een monitoring onderzoek onderzocht in hoeverre dit keuzedeel bijdraagt aan de kwaliteit van studiekeuzeprocessen en de ontwikkeling van studievaardigheden, ten gunste van de doorstroom naar het hbo. Deze leespresentatie betreft het studiekeuzeproces van mbo’ers. Het longitudinale onderzoek naar het eerste cohort 2018/2019 heeft het volgende laten zien: 

  • Veel mbo-studenten (71,1%) blijken voorafgaand maar ook na het keuzedeel een zogenoemde diffusion status te vertonen. Dit betekent dat ze niet of weinig exploreren – uitzoeken wat bij hen past qua studie/toekomst – en evenmin tot commitment komen t.a.v. de te kiezen /gekozen studie. De onderzochte groep, bestaande uit mbo’ers vanuit de economische sector, heeft een significant hoog aantal participanten met deze status. Een mogelijke verklaring ligt bij het domein waaruit deze leerlingen afkomstig zijn. Het economische domein is ‘breed’, ook om die reden vaak gekozen door personen die het 'echt niet weten maar zo nog alle kanten uit kunnen’. De juridische hbo’ers verschillen significant van andere economische hbo’ers door hun bovengemiddelde commitment t.a.v. de gekozen opleiding. 
  • Als participanten rapporteren over oriëntatie / voorbereiding op de studiekeuze wordt van alles genoemd: open dagen, proefstuderen. Echter, het Keuzedeel Voorbereiding HBO (K0125) wordt door mbo’ers niet ervaren als een oriëntatie of voorbereidingsinterventie en wordt als zodanig niet benoemd. Mogelijk heeft dit te maken met het feit dat K0125 een verplicht onderdeel is binnen het mbo-curriculum, en studenten dit ervaren als ‘iets wat moet voor school’.  
  • Beroepsbeelden die mbo-studenten naar voren brengen in de open vragen zijn onbereflecteerd: gebaseerd op niet realistische of achterhaalde beelden.
  • Bij beide afnames op het mbo worden onderwijskwaliteit en randvoorwaarden in het onderwijs het meest benoemd als ‘belangrijk in een opleiding.   

Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk? 

Doorstroomtrajecten zijn gebaat bij een intensieve samenwerking tussen mbo en hbo, waarbij mbo’ers voldoende exploratiemogelijkheden krijgen om te komen tot een goede studiekeuze en waarin aandacht is voor het andere studieklimaat in het hbo. De eerste resultaten uit dit onderzoek geven voor de praktijk een aantal belangrijke inzichten:

  • Het keuzedeel heeft de mbo studenten inzicht gegeven in hoe het eraan toegaat op het hbo.
  • Het keuzedeel zoals in cohort 2018/2019 uitgevoerd op het mbo blijkt in de praktijk bij twee van de drie deelnemende Rotterdamse roc’s geen echte keuze. Ook blijken veel onderdelen zoals gepland (rekenen, taal) niet terug te komen in het daadwerkelijke programma. Het is tevens de vraag welke invloed het verplichtende karakter heeft gehad op de effecten van het keuzedeel:
    • waar het gaat om motivatie van zowel betrokken docenten als studenten;
    • gezien het hoge percentage studenten dat een diffusion status vertoont.