Aansluiting Technisch Onderwijs en de Arbeidsmarkt
Fouarge, D., Bakens, J., & Bijlsma, I. (2018)
Wat zeggen de loopbanen van technici over arbeidsmarktkansen en studiekeuzes in de techniek?
____________________________
Het onderzoek laat zien dat er grote tekorten zijn aan technisch personeel, terwijl veel technisch opgeleiden uiteindelijk in niet‑technische beroepen werken, waar hun vaardigheden ook waardevol blijken. Voor LOB is het belangrijk om jongeren expliciet te laten zien dat technische opleidingen brede en goede baankansen bieden, zowel binnen als buiten de techniek, en daarmee aantrekkelijk perspectief bieden op werk en inkomen.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
In dit rapport wordt data gepresenteerd om meer inzicht te krijgen in de omvang van technisch geschoold personeel dat in een niet-technisch beroep werkt. Daarnaast wordt data gepresenteerd die inzicht kan verschaffen in de factoren die een mogelijke rol spelen bij dit fenomeen, zoals de veranderende inhoud van werk waardoor er steeds meer technisch personeel nodig is voor niettechnische beroepen, de aansluiting tussen het techniekonderwijs en de arbeidsmarkt, en de kenmerken van technische en niet-technische beroepen. Dit resulteert in een overzicht van de omvang van het probleem van de aansluiting van technisch onderwijs en de arbeidsmarkt, en de baankenmerken die hierbij voorkomen.
Er is sprake van een grote frictie tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt voor technici, met grote knelpunten in de personeelsvoorziening als gevolg. Bovendien komt een grote groep technici niet terecht in een typisch technisch beroep en waaiert uit over verschillende niet-technische beroepen. Enerzijds laten de cijfers duidelijk zien dat niet-technisch opgeleide mensen bijna nooit in een technisch beroep werken, dus dat er specifieke kennis nodig is voor technische beroepen die voornamelijk geleerd wordt tijdens een technische studie. Aan de andere kant geven veel technici met een niet-technisch beroep aan dat hun studie ook redelijk goed tot goed aansluit bij hun huidige functie. Dit geeft aan dat technische vaardigheden ook steeds vaker van pas komen in niettechnische beroepen. Als de vraag naar technisch geschoolden voor niet-technische beroepen steeds groter wordt, is het de vraag of dit uiteindelijk wel gezien moet worden als een uitstroom van technici uit de technische sector en als mismatch tussen opleiding en arbeidsmarktpositie.
Technische beroepen wijken op een aantal punten sterk af van niet-technische beroepen. Zo zijn zowel de deeltijdfactor als het aandeel vrouwen relatief laag. Enerzijds kan de lage deeltijdfactor in technische beroepen duiden op een conservatieve werkkring, maar anderzijds zijn er veel technische beroepen waarvan de werkzaamheden dag en nacht doorgaan en er bijvoorbeeld in ploegendiensten gewerkt moet worden. In de metalektro-sector is een roep om meer mogelijkheden voor deeltijd werk om ook vrouwen te binden aan de sector. Het behouden van vrouwen met een technische opleiding voor een technisch beroep kan een oplossing zijn voor het capaciteitsprobleem van werkgevers in de techniek. Het tekort aan goed gekwalificeerd personeel op de arbeidsmarkt, zoals dat door werkgevers wordt aangegeven, moet op een andere manier worden opgelost.
Daarnaast blijkt dat het loon voor hbo- en wo-technici hoger is in niet-technische beroepen. Aangezien dit ook gevonden worden voor recent gediplomeerden, worden deze resultaten in ieder geval voor deze groep niet bepaald door het feit dat bepaalde niet-technische beroepen, zoals manager, een hoger loon hebben. Als personeel schaars is, dan stijgen de lonen. Dit kan een verklaring zijn voor de hogere lonen van technici in niet-technische beroepen omdat technici daar schaarser zijn. Een andere verklaring is dat lonen in de techniek, door bijvoorbeeld cao’s of internationale concurrentie en outsourcing, lager liggen dan in andere sectoren. Een andere verklaring voor het hogere loon van technici buiten de techniek kan zijn dat de beste technici hogere lonen kunnen onderhandelen en daardoor niet in de techniek terecht komen. In hoeverre het loonverschil tussen technische en niet-technische beroepen voor mensen met meer ervaring in stand blijft door de bovenstaande redenen, of dat ook de samenstelling van niet-technische beroepen een rol speelt (zoals managers die een hoger loon hebben), kan in vervolg onderzoek bekeken worden.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
De kansen op werk met een diploma uit de techniek voor mbo, hbo en wo gediplomeerden zijn doorgaans beter dan in andere domeinen. Uit onderzoek is gebleken dat jongeren de baankansen na diplomering wel degelijk overwegen wanneer deze expliciet gecommuniceerd worden naast informatie over de mate waarin de opleiding passend is bij de voorkeuren, maar ook dat jongeren bereid zijn voor een studie te kiezen die net minder past bij hun voorkeur wanneer deze opleiding betere kansen op werk heeft. Ons onderzoek suggereert dat het expliciet laten zien van de betere baankansen in technische studies er voor zou kunnen zorgen dat jongeren vaker voor dergelijke studies kiezen. Hierdoor zouden zijn sneller aan werk kunnen komen en kan de krapte aan personeel in het technische domein worden tegengegaan.



