Slim, op een andere manier: hoe praktijkonderwijs en LOB onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden
Binnen het praktijkonderwijs is het geen vraag óf leerlingen loopbaanervaringen opdoen, maar hoe rijk en betekenisvol die ervaringen zijn.
____________________________
Het artikel laat zien dat praktijkonderwijs sterk inzet op leren door doen en loopbaanontwikkeling. Leerlingen worden via stages en samenwerking met het mbo succesvol voorbereid op werk of vervolgonderwijs. Door echte praktijkervaringen groeien zij in zelfvertrouwen en vaardigheden. Talent staat centraal, niet de beperkingen van leerlingen.
____________________________
“Je ziet leerlingen groeien. Ze ervaren: ik doe ertoe.”
Leren binnen een loopbaangerichte leeromgeving is hier geen apart programma of project, maar de dagelijkse realiteit: structureel, praktijkgericht en nauw verbonden met de leefwereld van de leerlingen. “Het praktijkonderwijs heeft mijn hart gestolen,” vertelt Marijke Wessels, plaatsvervangend directeur van de PSU uit Uithoorn. “Hier zie je wat onderwijs kan zijn als je het écht afstemt op de leerling."
Geen eindpunt, maar een start
Een hardnekkig beeld is soms nog dat praktijkonderwijs ‘eindonderwijs’ zou zijn. In de praktijk is het tegendeel waar. “Meer dan 60% van onze leerlingen stroomt door naar het mbo,” legt Marijke uit. “We werken intensief samen met het ROCvA en hebben een doorlopende leerlijn ontwikkeld die leerlingen stap voor stap voorbereidt op die overstap.”
Vanaf ongeveer zestien jaar volgen leerlingen, die kunnen doorstromen naar het mbo, een hybride programma: drie dagen stage, één dag mbo en één dag school. Op school ligt de nadruk op algemene vakken, studievaardigheden en persoonlijke begeleiding. Deze gefaseerde overgang zorgt voor een ‘zachte’ landing op het mbo en met indrukwekkende resultaten: slagingspercentages tussen de 95 en 100%. Deze percentages laten ook zien hoe krachtig doorlopende leerlijnen en regionale samenwerking kunnen zijn. Het voorkomt uitval en vergroot kansengelijkheid.
LOB als fundament, niet als activiteit
Waar LOB op veel scholen nog wordt vormgegeven via projecten of losse interventies, is het in het praktijkonderwijs volledig geïntegreerd in het curriculum. “LOB zit bij ons overal in,” zegt Wessels, “en begint vanaf dag één.”
In de onderbouw ligt de nadruk op zelfredzaamheid: koken, omgaan met geld en andere praktische vaardigheden. Vervolgens verschuift de focus naar arbeid en beroepsoriëntatie. Leerlingen starten met een interne stage, waarbij ze, in kleine groepen, werkzaamheden uitvoeren binnen de school, zoals helpen in de kantine, koffie- en theerondes, schoonmaakwerkzaamheden etc. In leerjaar 2 doen alle leerlingen hieraan mee, meerdere keren per jaar. Op deze manier maken ze kennis met de algemene werknemersvaardigheden.
“Je ziet leerlingen groeien. Door werkkleding te dragen en echte taken uit te voeren, ervaren ze: ik doe ertoe. Ze leren verantwoordelijkheid nemen en ontdekken hun kwaliteiten.” Vanaf leerjaar 3 volgen externe stages die geleidelijk worden uitgebreid van één naar drie of vier dagen per week. Tegelijkertijd kiezen leerlingen een praktijkrichting om vakvaardigheden te leren, vaak gekoppeld aan branchegerichte certificaten.
Leren door te doen én ertoe doen
Praktijkonderwijs op de PSU onderscheidt zich door de manier waarop leren en maatschappelijke participatie samenkomen. Activiteiten die elders bijvoorbeeld onder MDT vallen, zijn hier geïntegreerd in het onderwijs. Zo organiseren leerlingen meerdere keren per jaar een diner voor eenzame ouderen uit de buurt. Ze verzorgen het hele proces: van menu tot bediening en aankleding. “De eerste keer vinden ze het spannend,” vertelt Marijke. “Maar de waardering die ze krijgen, zorgt voor zichtbaar zelfvertrouwen en trots.”
Daarnaast zijn leerlingen actief in de wijk en bij lokale bedrijven: ze onderhouden tuinen, werken mee in supermarkten en ondersteunen ondernemers. Deze ervaringen versterken niet alleen hun vaardigheden, maar ook hun zelfbeeld én het beeld dat de omgeving heeft van praktijkonderwijs. “Bedrijven uit de buurt zeggen vaak: geef ons maar leerlingen van het praktijkonderwijs. Die weten wat werken is!”
Drie routes naar de toekomst
De uitstroom bij PSU Uithoorn is divers, maar duidelijk gestructureerd:
- Ongeveer 60% stroomt door naar het mbo
- 30-35% gaat direct aan het werk met een contract
- Een kleinere groep start met begeleid werken
Voor alle leerlingen die uitstromen geldt dat de school de eerste tijd betrokken blijft. Praktijkscholen hebben een wettelijke nazorgplicht van twee jaar en werken nauw samen met gemeenten en werkgevers. “Leerlingen zijn bij ons nooit zomaar ‘klaar’. We zorgen dat ze goed landen op hun volgende plek.”
Talent zien en benutten
Tegelijkertijd zijn er nog belangrijke uitdagingen. Het arbeidspotentieel van deze groep wordt niet altijd optimaal benut. Marijke noemt het voorbeeld van een oud-leerling: een getalenteerde kapster die vastliep in het formele onderwijssysteem omdat ze moeite had met lezen. “Ze heeft nu een eigen bedrijf, maar kreeg geen toegang tot opleidingen. Dat is toch zonde? We kijken nog te vaak naar wat iemand niet kan, in plaats van naar talent.”
Ook initiatieven zoals bijvoorbeeld het werven van kandidaten via MDT-stages bij defensie sluiten niet altijd goed aan. “Dan wordt gezegd: instroom kan pas vanaf niveau 2. Daarmee sluit je een hele groep uit die echt iets te bieden heeft.”
Slim, maar op een andere manier
Misschien zit de kern wel in hoe we naar leerlingen kijken. Marijke vertelt hoe haar eigen kinderen die op havo en vwo zitten, soms jaloers zijn op het onderwijs bij haar op school. “Mijn kinderen zeggen: die leerlingen zijn slim, maar op een andere manier. Ze kunnen dingen die wij op school niet leren. Cognitieve ontwikkeling is dus niet de enige maatstaf voor betekenisvol leren.”
Een pleidooi voor zichtbaarheid
Het praktijkonderwijs verdient een stevigere positie binnen het onderwijslandschap. Ook is het belangrijk dat het beeld dat mensen vaak nog hebben van praktijkonderwijs verandert. Want wie goed kijkt ziet een krachtige leeromgeving waarin maatwerk, praktijkervaring en loopbaanontwikkeling samenkomen. “Ik nodig mensen van harte uit om eens te komen kijken bij ons op school,” zegt Marijke Wessels. Dan zie je wat onze leerlingen te bieden hebben en hoe LOB verweven is met ons hele onderwijs”.
Op de foto: Marijke Wessels en Eva Blijleven-Brandsma (plv teamleider)



