Praktijkvoorbeelden LOB

Expertisepunt LOB
< overzicht

Beroepspraktijkvorming voor havo-leerlingen op Pieter Zandt

Binnen de havo‑opleiding van Pieter Zandt speelt praktijkervaring een centrale rol in de voorbereiding op het hbo.

____________________________

Havo‑leerlingen volgen gedurende ongeveer vijf maanden één dag per week een stage. Tijdens deze praktijkperiode voeren zij werkzaamheden uit op hbo‑niveau en ervaren zij hoe theorie en praktijk samenkomen. De stages helpen leerlingen bij het ontwikkelen van loopbaancompetenties, het verkennen van interesses en het opbouwen van een professioneel netwerk. De aanpak maakt praktijkvorming een vast en zichtbaar onderdeel van het havocurriculum en versterkt de aansluiting met het hbo.

____________________________

“Leerlingen leren door de stage de verbinding te leggen tussen theorie en praktijk.”

Praktijkervaring opdoen op de havo

De havo is een theoretische opleiding, maar het leidt op voor het hbo, een beroepsopleiding. Best gek dus eigenlijk dat praktijkvorming binnen de havo niet meer aandacht krijgt.

Pieter Zandt, een brede scholengemeenschap met verschillende locaties in de provincie Overijssel, laat hun havo-leerlingen wél praktijkervaring opdoen en geeft beroepspraktijkvoming een prominente plek binnen hun havo-opleiding. Dit doen ze op verschillende manieren.

 

Wat maakt dit praktijkvoorbeeld  bijzonder? 

Stages
Elke havo-leerling loopt één dag in de week stage gedurende ongeveer vijf maanden. De leerlingen moeten zelf een stage regelen. Het is belangrijk dat ze hierbij werkzaamheden kunnen uitvoeren op hbo-niveau. Leerlingen leren door de stage de verbinding te leggen tussen theorie en praktijk, ze doen ervaringen op en werken hierdoor aan hun loopbaancompetenties. Ze leren wat ze kunnen, waar ze enthousiast van worden en waarvan juist niet en of ze op hun plek zijn op de werkplek. Zo bouwen ze al tijdens het voortgezet onderwijs aan hun netwerk in de beroepswereld.    
De werknemers zijn blij met deze havo-leerlingen omdat ze snel dingen oppakken, initiatief nemen, een brede interesse hebben en een met een frisse blik naar het werk kunnen kijken.  
De stageplek zorgt voor een begeleider die de leerlingen diverse werkzaamheden laat uitvoeren met perspectief op hbo-niveau. Vanuit school wordt de stage begeleid door een vaste stagebegeleider. Deze docent gaat minimaal twee keer op bezoek op de stageplek.

Er zijn meerdere functionarissen betrokken bij de stages.  
Een netwerkcoördinator is verantwoordelijk voor het contact met de beroepswereld en regelt stageplekken. De stagecoördinator regelt het praktische deel zoals de stageovereenkomsten en het stageboek. De decaan is zijdelings betrokken vanwege de vervolgstudie. De teamleider heeft een brugfunctie richting de directie.  

Ouders worden betrokken in het proces door mee te denken over en te zoeken naar een geschikte stageplaats. Ook biedt een deel van de ouders zelf een stageplek aan.
Alumni worden ook betrokken, dit verloopt vooral middels contacten op LinkedIn.  

Samenwerking met hbo en ontwikkeling havoP
Er is regelmatig contact met de verschillende hbo-instellingen in de regio om de doorstroom havo-hbo te versterken. Ook zijn er plannen om havo-leerlingen opdrachten te laten doen binnen het hbo. Het idee is dat leerlingen een module kunnen afronden en daarvoor eventueel later op het hbo een vrijstelling krijgen. De wens is om dit binnen HavoP een duidelijke plek te kunnen geven. Het Pieter Zandt is een pilotschool havoP en draait mee in het ontwikkelen van het vak. Hierin komt ook de link met praktijk duidelijk naar voren. Het is onder andere de bedoeling dat leerlingen contact leggen met iemand uit de praktijk die een (onderzoeks)vraag heeft vanuit het werkveld, oftewel een levensechte opdracht. Bij het nieuwe vak worden ook de hbo-vaardigheden meegenomen. Dit vak is nog volop in ontwikkeling. 

_____________________________________________________

Tips

  • Leerlingen regelen zelf de stage, maar er zijn altijd leerlingen die je op weg moet helpen. Een goed netwerk is daarom belangrijk
  • Het is goed om te bepalen wie waar binnen de school waar verantwoordelijk voor is. Denk aan decaan, stagecoördinator en netwerker. Zorg er hierbij voor dat je een teamleider hebt die de brug kan zijn richting directie
  • Zorg voor visie en draagvlak en ga van daaruit pionieren

_____________________________________________________