Praktijkvoorbeelden LOB

Expertisepunt LOB
< overzicht

Arbeidsmarktinformatie als thema integreren in een bestaand LOB-programma

De toevoeging van arbeidsmarktinformatie aan een LOB-programma helpt leerlingen hun interesses te koppelen aan concrete kansen op de arbeidsmarkt.

____________________________

Door arbeidsmarktinformatie op te nemen in het LOB‑programma leren leerlingen bewuster kiezen voor studie en beroep. Op de Topmavo is dit verwerkt in loopbaanopdrachten en het profielwerkstuk, met aandacht voor baankansen en startsalaris. LOB loopt als een continue, praktijkgerichte leerlijn door de hele school en helpt leerlingen bij een realistische en toekomstbestendige keuze, met oog voor het mbo. Daarbij worden zowel leerlingen als ouders actief geïnformeerd over de kansen en mogelijkheden binnen het mbo.

____________________________

“Door leerlingen ook te laten kijken naar startsalaris en arbeidsmarktperspectief, denken zij bewuster en kritischer na over hun beroepskeuze.”

Dit voorbeeld laat zien hoe kleine aanpassingen in opdrachten meer diepgang geven aan studiekeuzes en hoe een doordacht LOB-programma bijdraagt aan bewuste profiel- en studiekeuzes.

Naar aanleiding van een decanenbijeenkomst over kansrijk kiezen van het Expertisepunt LOB in Gouda, hebben decaan Roos van Esschoten en haar collega Babette Volwater van de Topmavo uit Alphen aan de Rijn, het thema arbeidsmarktinformatie geïntegreerd in een bestaande loopbaanopdracht voor leerlingen uit leerjaar 4. Daarnaast is het thema arbeidsmarktinformatie via twee gerichte deelvragen opgenomen in de opdracht voor het profielwerkstuk.

 

Een realistisch en genuanceerd beeld
“In klas 4 starten alle leerlingen met de opdracht ‘Ontdek het mbo’” vertelt Roos. “In deze opdracht verkennen zij stapsgewijs - en met behulp van de website KIESMBO -  hoe het mbo als onderwijsvorm is opgebouwd. Vervolgens verdiepen zij zich in twee beroepen die hen aanspreken. Daarbij onderzoeken zij niet alleen de aantrekkelijke kanten van het beroep, maar ook de minder positieve aspecten. Zo stimuleren we een realistisch en genuanceerd beeld.”

Naar aanleiding van de bijeenkomst in Gouda zijn twee vragen toegevoegd aan deze opdracht: wat is het startsalaris van het gekozen beroep en hoe zijn de baankansen? Met deze uitbreiding krijgt arbeidsmarktinformatie een expliciete plek binnen de opdracht. “Door leerlingen ook te laten kijken naar startsalaris en arbeidsmarktperspectief,” vervolgt Roos, “denken zij bewuster en kritischer na over hun beroepskeuze. We merken dat hun beeld van bepaalde beroepen verschuift. Zo ontdekken zij bijvoorbeeld dat technische beroepen in de bouw, zoals loodgieter of timmerman, vaak een goed startsalaris en gunstige baankansen bieden. Hun toekomstbeeld wordt realistischer: een goed inkomen is niet uitsluitend voorbehouden aan academische beroepen zoals arts.

 

Het profielwerkstuk
“In februari van het vierde leerjaar starten de leerlingen met het maken van hun profielwerkstuk. Ze hebben hier vier uur per week de tijd voor. Het profielwerkstuk (PWS) bestaat uit drie onderdelen:

  • Het portfolio: gaat over zelfreflectie, waarden en interesses (gemaakt aan het begin van leerjaar 4).
  • De studie: leerlingen doen studieonderzoek, vergelijken twee studies, bezoeken open dagen en doen een aantal interesse- en competentietests.
  • Het beroep: onderzoek naar het gekozen beroep met hoofd- en deelvragen. In deze deelvragen zitten ook vragen over baankansen en startsalaris. Verder hebben leerlingen een interview met een beroepsbeoefenaar van het door hen gekozen beroep.

Over deze drie onderdelen van het PWS geven leerlingen in maart van het vierde leerjaar een presentatie aan hun klas en aan de mentor. Deze presentatie is ook de afsluiting van het LOB-programma bij ons op school.”

 

LOB vanaf klas 1, het hele team betrokken
Loopbaanontwikkeling en -begeleiding in leerjaar 4 staat niet op zichzelf, maar vormt het sluitstuk van een doorlopende leerlijn die al in klas 1 begint. Op de Topmavo is LOB een terugkerend onderwerp binnen de projecten, waardoor leerlingen gedurende hun hele schoolloopbaan stapsgewijs toewerken naar een weloverwogen profiel- en studiekeuze. De uitvoering van het LOB-programma is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Mentoren spelen een sleutelrol in de begeleiding, maar ook vakdocenten zijn nadrukkelijk betrokken. In de TOP-uren Talentontwikkeling tot Prestaties) komen onder andere onderdelen van D&P (Dienstverlening & Producten) aan bod en zijn mentormomenten geïntegreerd. Daarnaast krijgen leerlingen in de maand februari van het examenjaar vier uur per week de ruimte voor het maken van het profielwerkstuk. 

 

Leren in de praktijk
Kenmerkend voor het LOB-programma op de Topmavo is het ervaringsgerichte karakter. Leerlingen doen actief onderzoek, leggen bedrijfsbezoeken af, voeren gesprekken met professionals en ontwikkelen eigen opdrachten. In plaats van uitsluitend theoretisch te werken vanuit een methode, staat het leren in en van de praktijk centraal. Hierdoor ontstaat een samenhangende leerroute waarin leerlingen niet alleen informatie verzamelen, maar ook leren reflecteren op hun eigen ontwikkeling en toekomstperspectief.

 

Kansen en mogelijkheden van het mbo
Ten slotte is een belangrijk uitgangspunt binnen het programma het actief informeren van zowel leerlingen als ouders over de mogelijkheden van het mbo. De school zet bewust in op het zichtbaar maken van kansen en loopbaanperspectieven binnen het mbo. Dit heeft ertoe geleid dat minder leerlingen automatisch kiezen voor doorstroom naar de havo. De ambitie is niet het sturen op een bepaald niveau, maar het begeleiden van leerlingen naar een passende en toekomstbestendige keuze.
 

Meer informatie

Groene Hart Topmavo