LOB-onderzoeksbank

Expertisepunt LOB
< overzicht

Wikken en Wegen in het hoger onderwijs. Over studieloopbanen en instellingsbeleid

Herweijer, L. & Turkenburg, M. (2016)

Hoe kunnen scholen en het hoger onderwijs jongeren beter begeleiden naar een passende en succesvolle studiekeuze?

____________________________

Het onderzoek laat zien dat instellingen in het hoger onderwijs verschillende routes, intake‑instrumenten en begeleidingsvormen gebruiken om studenten op de juiste plek te krijgen, maar dat switch en uitval nog steeds hoog zijn. Voor LOB ligt de sleutel in betere studievoorlichting, realistischer beroepsbeelden, het durven geven van negatieve adviezen waar nodig en het versterken van binding tussen student en opleiding.

____________________________

Samenvatting van het onderzoek 

In dit onderzoek is het gebruik van verschillende routes naar het hoger onderwijs in kaart gebracht, evenals de achtergronden van de studenten die deze routes benutten. Ook zijn veranderingen in studieloopbanen en verschillen tussen studenten met uiteenlopende vooropleidingen onderzocht. Daarnaast zijn met vertegenwoordigers van hogescholen en universiteiten gesprekken gevoerd over de wijze waarop deze instellingen invulling geven aan het beleid om studenten op de goede plek te krijgen en studiesucces te bevorderen, en hun ervaringen daarmee. Instellingen in het hoger onderwijs voeren een gevarieerd beleid op het gebied van de intake, plaatsing en begeleiding van studenten ter bevordering van een goede studiekeuze en studiesucces. Er is verschil in aanpak tussen instellingen, maar vaak ook tussen de verschillende opleidingen binnen een instelling. De betrokkenen zijn voorzichtig positief over de studiekeuzecheck. Knelpunten doen zich voor bij de docenten die studenten over hun studiekeuze moeten adviseren – men wil niet graag een negatief advies geven; en bij de studenten zelf: zij beschouwen het soms als een toelatingsexamen, maar nemen bij een negatieve uitslag dat advies toch niet altijd ter harte. Terwijl instellingen iets selectiever in hun aannamebeleid kunnen zijn, zoals bij niet-verwante doorstroom van mbo’ers naar het hbo, laten ze dat soms na. Hbo’ers die naar het wetenschappelijk onderwijs doorstromen, moeten wel speciale doorstroomprogramma’s volgen en deficiënties wegwerken; hetzelfde geldt voor havisten in het hbo met een niet-passend profiel. Over het algemeen vinden de instellingen dat de toegankelijkheid in het hoger onderwijs niet is afgenomen; wel vindt men dat de selectiviteit na de poort is toegenomen. Men lijkt huiverig voor meer selectiviteit voor de poort, ook al zijn op dit moment de switch en uitval soms nog groot. De betrokkenen vinden de criteria op grond waarvan men kan selecteren echter onvoldoende bewezen. Bovendien vindt men het belangrijk dat het onderwijs zijn emancipatiefunctie behoudt. Uit de gesprekken met de instellingen bleek dat er twijfel en onzekerheid is over wat bewezen juiste criteria zijn om studenten adequaat te kunnen adviseren en plaatsen. Wel hebben instellingen het beeld dat decentrale selectie bijdraagt aan minder uitval en verhoging van het rendement, omdat beter gekwalificeerde en gemotiveerde – en daarmee meer kansrijke – studenten instromen. 

Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk? 

Er is verbetering mogelijk in de studievoorlichting en informatie over het soort beroepen dat men met een studie kan uitoefenen, nu zo veel jongeren switchen en uitvallen. Loopbaanoriëntatie en begeleiding in het voorafgaande onderwijs kunnen bijdragen aan een goede studiekeuze en het terugdringen van uitval in de vervolgopleidingen, ook al is het geen garantie dat studenten de juiste keuze maken.
Instellingen voor hoger onderwijs zouden bij opleidingen met een evident hoge uitval wat vaker een negatief advies moeten durven geven in het belang van de student en daarbij kunnen wijzen op alternatieven.

Verdere professionalisering van docenten gericht op het realiseren van binding: het scheppen van een band tussen student en instelling kan bijdragen aan beter verloop van studieloopbanen. Misschien is er wat te leren van opleidingen die er nu al beter in slagen om die binding tot stand te brengen.