LOB-onderzoeksbank

Expertisepunt LOB
< overzicht

Vrij voorsorteren op later

VHTO Expertisecentrum Genderdiversiteit in bèta, techniek en IT (2023)

Aanbevelingen om vo-leerlingen de kans te geven verder te kijken dan typische mannen- en vrouwenberoepen.

____________________________

Uit het onderzoek blijkt dat genderstereotypen nog steeds invloed hebben op profiel-, studie- en beroepskeuzes van leerlingen. Deze stereotypen kunnen zichtbaar worden in lesmateriaal, adviesgesprekken en zelfs in beroepskeuzetesten. Daarnaast blijkt dat LOB op scholen vaak beperkt gefaciliteerd wordt, waardoor er onvoldoende ruimte is voor brede oriëntatie. Het onderzoek benadrukt dat scholen door vroeg te beginnen met LOB, leerlingen kennis te laten maken met diverse rolmodellen en bewust aandacht te besteden aan mogelijke vooroordelen, meer ruimte kunnen creëren voor passende en minder stereotype keuzes.

____________________________

Samenvatting van het onderzoek

In Nederland is de kans dat je als vrouw later in een technisch of IT-beroep terechtkomt, kleiner dan dat je in de zorg komt te werken en voor mannen geldt dit andersom. De beroepssegregatie tussen mannen en vrouwen is hoog; bij beroepen in bèta, techniek en IT is die segregratie naar geslacht zelfs het hoogst van alle lidstaden van de EU. Dat staat de prestaties van bedrijven in de weg. Verschillende sectoren die cruciaal zijn voor de samenleving, zoals zorg, onderwijs en techniek, zijn sterk gesegregeerd waardoor kansen op vernieuwing worden gemist. De verdeling van vrouwen en meiden en mannen en jongens over verschillende sectoren – vrouwen en meiden in de zorg en het onderwijs en mannen en jongens in techniek en IT – hangt samen met ideeën en beelden die we als samenleving hebben over mannen en vrouwen. Die ideeën en beelden over mannen en vrouwen noemen we genderstereotypen. Ook op school krijgen leerlingen te maken met genderstereotypen. Die genderstereotypen manifesteren zich in lesmateriaal en in de interactie met leerkrachten. Zo worden in schoolboeken vrouwen minder vaak dan een man in een beroep afgebeeld. Ook komen vrouwen in schoolboeken minder vaak dan mannen voor als ze een technische activiteit doen. Willen we de typische mannen- en vrouwenberoepen doorbreken dan moeten we ideeën over wat typisch mannelijk of vrouwelijk is, aanpakken. De profielkeuze is in Nederland een belangrijke stap richting studiekeuze. 

Bij de keuze voor een bepaald profiel worden sommige studies al uitgesloten. Om leerlingen voor te bereiden op het maken van een keuze voor een (vervolg) studie zetten middelbare scholen loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) in. LOB is ook bedoeld om leerlingen te begeleiden in het ontwikkelen van inzicht in hun kwaliteiten en mogelijkheden zodat leerlingen een passende keuze kunnen maken. LOB kan een belangrijke rol spelen in het doorbreken van stereotiepe keuzes.  

Conclusies onderzoek  

VHTO onderzocht de inrichting van LOB op middelbare scholen en in hoeverre er binnen LOB bewust wordt omgegaan met (het doorbreken van) genderstereotypen. Daaruit vallen de volgende conclusies te trekken:

  1. Wat opvalt aan de inrichting van LOB op middelbare scholen is dat scholen dit allemaal op een eigen manier invullen. Helaas is de conclusie dat op de meeste scholen weinig tijd en middelen beschikbaar zijn om LOB goed in te richten. Het gaat dan zowel om financiële middelen als bijvoorbeeld om het hebben van een goed netwerk van bedrijven waar leerlingen kunnen kennismaken met verschillende beroepen. Decanen geven ook aan dat LOB vaak niet wordt gezien als een gedeelde verantwoordelijkheid binnen de school. Mentoren en vakdocenten zijn druk met andere zaken of vinden dat ze zelf te weinig kennis (over mogelijke opleidingen en beroepen) en vaardigheden hebben om een goed gesprek met hun leerlingen te voeren. Daarnaast worden leerlingen die al vroeg aangeven een keuze te hebben gemaakt zelden uitgedaagd om die keuze nog eens te toetsen.
  2. VHTO deed ook onderzoek naar mogelijke verschillen in profieladviezen voor jongens en voor meiden die in dezelfde situatie zitten. Daaruit blijkt dat genderbias een rol kan spelen in adviesgesprekken; uit dit onderzoek blijkt dat een meisje vaker een negatief advies krijgt voor het kiezen van een technisch profiel en dat een jongen vaker een positief advies krijgt.
  3. Het belang van beroepskeuzetesten wordt door de ondervraagde decanen verschillend ingeschat. De meeste decanen zien zo’n test als startpunt voor een gesprek. Uit een quickscan blijkt dat dit soort testen een risico hebben op genderbias of het bevestigen van een bestaande genderbias. Dat heeft te maken met de formulering van vragen, met het gebruik van beroepsnamen met een mannelijke- of vrouwelijke connotatie en het uitvragen van de gender aan het begin van de test. 

Adviezen om de risico’s in genderstereotypen in LOB te verminderen  

Op basis van het onderzoek identificeert VHTO een aantal risico’s binnen LOB die ervoor kunnen zorgen dat genderstereotypen een rol spelen in het (studie)keuzeproces van leerlingen. VHTO geeft daarom per risico een aanbeveling tot verbetering. VHTO adviseert onder meer:  

  • Begin op tijd met LOB en laat leerlingen vaak kennismaken met verschillende beroepen en verschillende (counterstereotiepe) beroepsbeoefenaars. Want weinig tijd voor LOB kan stereotiepe keuzes in de hand werken. Als LOB niet voldoende ruimte krijgt binnen een school, bestaat het risico dat leerlingen te weinig tijd krijgen om zich op verschillende profielen, studies en beroepen te oriënteren. Dat kan tot gevolg hebben dat leerlingen terugvallen op vooroordelen en stereotypen.  
  • Maak decanen, mentoren en docenten ervan bewust dat ze onbewuste genderstereotiepe opvattingen kunnen hebben over leerlingen en dat dit invloed kan hebben op de profiel- en studieadviezen die ze geven.
  • Toets LOB-methoden en -testen op genderstereotiepe taal- en beeldgebruik. Want als makers van LOB-methoden en -testen zich onvoldoende bewust van zijn dat de woorden en plaatjes die ze gebruiken een andere uitwerking kunnen hebben op meiden en jongens, dan bestaat de kans dat testen bijdragen aan stereotiepe adviezen.
  • VHTO adviseert ook om het tegengaan van genderstereotypen te verankeren in het beleid rondom LOB. Dat kan door de adviezen mee te nemen in een vervolg van de Checklist Loopbaan Ontwikkeling en – Begeleiding. Ook kunnen de inzichten van dit onderzoek worden meegenomen in andere tools, methoden of trainingen die bijvoorbeeld door Expertisepunt LOB beschikbaar worden gesteld. Zo zou de LOB Scan van het Expertisepunt LOB ook kunnen scannen op genderstereotypen. Het ministerie van OCW kan de adviezen rondom het tegengaan van genderstereotypen onderschrijven door deze inzichten actief onder de aandacht te blijven brengen bij landelijke organisaties die zich bezig houden met LOB.
  • Houd er rekening mee dat andere kenmerken van leerlingen dan hun gender, zoals het inkomen van hun ouders, hun biculturele achtergrond, hun geloof enzovoort ook kunnen resulteren in stereotypen die de keuzes van leerlingen nóg verder kunnen beperken. 

Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk? 

Het onderzoek laat zien dat scholen LOB op verschillende manieren inrichten. Die veelheid aan inrichtingen brengt risico’s met zich mee. Ideeën die in Nederland heersen over mannen en vrouwen en over sectoren kunnen een sturende rol spelen in de profielkeuzes van leerlingen. In dit onderzoeksrapport beschrijft VHTO 8 risico’s waarop deze ideeën zich binnen LOB kunnen manifesteren. Bij ieder risico worden aanbevelingen gegeven om leerlingen de mogelijkheid te geven om vrij voor te sorteren op later. Veel van deze aanbevelingen zijn op een laagdrempelige manier toe te passen binnen de onderwijspraktijk.