Vijf jaar werken aan keuzeprocessen. Opbrengsten en bottle necks.
Boer, P.R. den & Kuijpers, M. (2014)
Wat levert langdurig en regionaal samenwerken aan LOB nu écht op voor leerlingen en scholen?
____________________________
Het vijfjarige project Keuzeprocessen in West‑Brabant laat zien dat scholen concreet werk hebben gemaakt van praktijkervaring, reflectie en loopbaansturing, vooral in het vmbo. Hoewel er duidelijke vooruitgang is geboekt in aandacht voor LOB en arbeidsidentiteit, vraagt duurzame opbrengst om langdurige inzet, vasthoudendheid en verdere doorontwikkeling - met name in het mbo.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
In deze publicatie worden de opbrengsten en knelpunten weergegeven als gevolg van een vijf jaar durend project van keuzeprocessen dat is uitgevoerd in de regio West-Brabant. 21 scholen zijn dit project gestart met als doel schooluitval te verminderen, leerlingen te motiveren en een betere aansluiting in de beroepskolom te realiseren. Hiervoor zijn een aantal projecten gestart. Ter begeleiding van dit proces is door ROC West-Brabant een lector keuzeprocessen aangesteld. Bovendien hebben de scholen drie jaar geparticipeerd in een landelijk onderzoek. In deze publicatie kijken we terug op de periode van 2009 tot en met 2013 waarin gewerkt is aan keuzeprocessen. Daarbij staan twee vragen centraal:
- Was het mogelijk om binnen vmbo en mbo concreet vorm te geven aan het opdoen van praktijkervaring, de verwerking daarvan en enige vorm van (geleide) zelfsturing en zo ja, hoe zag dat eruit?
- Leidden de gekozen vormen van ervaring opdoen, verwerking daarvan en zelfsturing tot een toename bij leerlingen van hun loopbaancompetenties en hun arbeidsidentiteit?
Het theoretische kader van keuzeprocessen wordt toegelicht, alsmede de ontwikkeling van het zelfbeeld (en dus arbeidsidentiteit) via het werken aan de loopbaancompetenties. De centrale vraag tijdens het onderzoek luidt: In hoeverre hangen door de scholen ontwikkelde interventies gericht op het opdoen van ervaring, de verwerking van die ervaring en omgaan met de vragen die dat bij leerlingen oproept samen met de loopbaancompetenties en arbeidsidentiteit van de leerlingen?
Er is gekozen voor een gedecentraliseerde aanpak met richtlijnen om het project zo laagdrempelig mogelijk te laten verlopen. Vandaar dat is geïnventariseerd welke interventies de verschillende scholen gebruiken; in het kader van het opdoen van (werk) ervaring, de verwerking daarvan en de vraaggerichtheid van de vmbo-scholen in hun onderwijsaanbod.
Als conclusie van het onderzoeksproject is geformuleerd dat er verschillende activiteiten zijn ontwikkeld in het vmbo. De meeste basis- en kaderberoepsgerichte opleidingen hadden al aardig wat materiaal liggen, maar vooral de theoretische leerweg heeft een vernieuwing doorgemaakt tijdens het project. Met name de loopbaanreflectie heeft een kwalitatieve slag gemaakt.
Scholen hebben ervaren dat deelname aan het project ervoor heeft gezorgd dat er intensiever is gewerkt aan een loopbaangerichte leeromgeving. Scholen die veel praktijk binnen en buiten de school hebben aangeboden zijn kwalitatief (volgens de leerlingen) het meest gegroeid in het werken aan arbeidsidentiteit van leerlingen. Een individuele aanpak hierbij levert meer op dan een groepsaanpak. De conclusies vanuit het mbo zijn vanwege te geringe input niet goed en kwalitatief te duiden. Er zijn dus minder bevindingen te vermelden, maar de resultaten lijken erop te wijzen dat door de opleidingen meer vraaggericht aan te bieden de verwerving van loopbaancompetentie en arbeidsidentiteit meer wordt gestimuleerd.
De belangrijkste conclusie bij alle deelnemende scholen is dat er meer aandacht voor LOB is gekomen en meer mensen weten dat het gaat om het opdoen van arbeidservaring en het hebben van een goed loopbaangesprek daarover. De resultaten en conclusies roepen ook vragen op met betrekking tot de geslaagdheid van het project. Is het dat wel met deze opbrengsten? Waarom lijkt het succes op het vmbo hoger te zijn dan in het mbo? Is dit nu voldoende basis om door te gaan op de ingeslagen weg? En hoe moet die weg er dan uit zien? Kernvraag blijft uiteraard: is de vernieuwing nu geslaagd?
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Als je als school begint aan LOB of dit element intensiveert, wees je er dan van bewust dat dit een langdurig proces is dat veel vasthoudendheid en geduld vraagt. Vijf jaar is zo voorbij en als het daarbij blijft zijn alle behaalde resultaten binnen de kortste keren weer verdwenen.



