Van vmbo naar mbo: doorstroom en loopbaankeuzes Monitor doorstroom vmbo-mbo: cohort 4 en cohort 5
Neuvel, J., Esch, W.van. (2010)
Samenvatting van het onderzoek
Het onderzoek richt zich op de doorstroom van vmbo naar mbo. Leerlingen moeten een keuze maken uit het grote aanbod van mbo-opleidingen. Daarbij moeten ze rekening houden met de opleidingsniveaus en met hun eigen beroepsinteresse. Een goede keuze is van groot belang, omdat voor veel leerlingen het mbo immers de opstap naar de arbeidsmarkt is.
Bij de niveau-afstemming gaat het om de optimale aansluiting van het kennisniveau en het vaardigheidsniveau van een leerling bij het opleidingsniveau in het mbo. Bij de inhoudelijke afstemming gaat het om het zoeken naar een beroepsopleiding waarin een leerling in voldoende mate zijn/haar (beroeps)interesses en ambities herkent. Zo’n keuze veronderstelt dat leerlingen een voldoende beeld hebben van wat ze in hun latere arbeidsleven willen worden. Lang niet alle leerlingen blijken dat aan het eind van het vmbo goed te weten. Uit de analyse blijkt dat naarmate het beroepsbeeld van leerlingen diffuser is, het risico op allerlei negatieve effecten voor de schoolloopbaan toeneemt.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Bijna een vijfde van de vmbo’ers weet aan het eind van het vmbo niet goed wat ze willen worden, waardoor hun verdere schoolloopbaan in gevaar komt. Een deel van de vmbo’ers heeft kennelijk meer tijd en ondersteuning nodig bij het zoeken van een antwoord op de vraag wat ze willen worden. Het is nuttig om door middel van populatieonderzoek na te blijven gaan of leerlingen in het vmbo en in het mbo een beroepsinteresse ontwikkelen. Deze keuze is namelijk een intrinsiek motiverende kracht en een bijna noodzakelijke voorwaarde voor de loopbaanontwikkeling van leerlingen.



