Technologie verslechtert arbeidsmarktkansen van mbo’ers
Ter Weel, B., Zwetsloot, J., Bisschop, P. (2021)
De vraag naar arbeid verandert als gevolg van technologische ontwikkelingen. Met name beroepen met veel routinematige taken staan onder druk. Welke effecten heeft dit voor de arbeidsmarktkansen van mbo’ers, en wat zijn de aandachtspunten voor beleidsmakers? IN HET KORT
- Arbeidsmarktkansen voor mbo’ers zijn verslechterd, vooral in beroepen met veel routinematige taken.
- Jongeren met een migratieachtergrond studeren vrij vaak af in beroepen met relatief veel routinematige taken.
- Vooral jongeren die een mbo-3-opleiding afronden, hebben last van de gevolgen van recente technologische verandering.
De bevindingen wijzen op afnemende arbeidsmarktkansen voor bepaalde mbo-opleidingen. Deze teruglopende kansen hangen samen met de mate waarin de taken in de beroepen waartoe wordt opgeleid routinematig van aard zijn. De schattingen zijn consistent met de polarisatiebevindingen in andere studies. Deze studie is relevant voor de Commissie macrodoelmatigheid mbo, omdat zij adviseert over het arbeidsmarktperspectief van opleidingen. Dit perspectief is bij een aantal opleidingen sterk gedaald in het afgelopen decennium, wat zou kunnen leiden tot een ander oordeel over opleidingen. De resultaten laten ook zien dat de studentenkeuzes ondanks de veranderde baankansen nauwelijks zijn veranderd. Nog steeds kiest een aanzienlijk deel van vooral de niet-westerse jongeren voor een beroep dat over tijd minder kansrijk is geworden.
Vooral docenten en mentoren in het mbo en vmbo, maar ook studiebegeleiders, stagebegeleiders en loopbaanbegeleiders in het algemeen, zouden deze keuzes sterker kunnen beïnvloeden door te wijzen op arbeidsmarktkansen en ook door eventuele belemmerende stigma’s over meer kansrijke opleidingen weg te nemen. Ten slotte laten onze schattingen zien dat de arbeidsmarktkansen voor mbo’ers in het algemeen in de periode 2007–2016 eerder zijn afgenomen dan toegenomen. Dat is niet het geval voor de arbeidsmarktkansen van jongeren die een hbo- of wo-opleiding afronden en de arbeidsmarkt betreden (Bisschop en Zwetsloot, 2020). Dit geeft aan dat het ‘middensegment’ van de arbeidsmarkt onder druk staat. De overheid zou samen met mbo-instellingen en werkgevers moeten bezien wat er nodig is om het beroepsonderwijs van nieuw perspectief te voorzien. Het gaat immers om een zeer grote groep die jaarlijks de arbeidsmarkt betreedt.
Vooral docenten en mentoren in het mbo en vmbo, maar ook studiebegeleiders, stagebegeleiders en loopbaanbegeleiders in het algemeen kunnen deze keuzes beïnvloeden door te wijzen op arbeidsmarktkansen en ook door eventuele belemmerende stigma’s over meer kansrijke opleidingen weg te nemen.



