Succesvolle aanpakken voor mbo-studenten in een kwetsbare positie
van de Ven, H., Donker, A., Wesseling, W., van de Haterd, J., de Jong, E., Metwally, L. en van As, A. (2023)
Een integrale aanpak waarin begeleiding, praktijkleren en samenwerking centraal staan, vergroot de kans dat kwetsbare mbo-studenten hun opleiding succesvol afronden.
____________________________
Dit onderzoek laat zien dat entree- en niveau 2-studenten gebaat zijn bij een brede aanpak waarin onderwijs, ondersteuning en aansluiting op de arbeidsmarkt met elkaar worden verbonden. Op basis van onderzoek bij verschillende mbo-instellingen zijn acht werkzame mechanismen geïdentificeerd, waaronder een veilige leeromgeving, persoonlijke aandacht, eigen regie, praktijkgericht leren en goede samenwerking met externe partners. Deze factoren versterken de betrokkenheid, motivatie en ontwikkeling van studenten. Daarnaast benadrukt het onderzoek het belang van voortdurend leren en verbeteren als organisatie om begeleiding duurzaam effectief te maken.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Mbo-instellingen leiden niet alleen op voor een beroep en goed burgerschap, maar ook naar een passende (vervolg)opleiding of een duurzame baan. Entree- en niveau-2studenten hebben hierbij een meer kwetsbare positie dan andere studenten. Schooluitval is hoog en begeleiding van deze studenten vraagt om een integrale aanpak. Maar hoe ziet zo’n integrale aanpak eruit? Welke elementen werken wel of niet? En hoe zorg je ervoor dat je continu leert en verbetert? Dat hebben Albeda, Friesland College, Gilde Opleidingen, ROC Midden Nederland, Zadkine, het Nederlands Jeugdinstituut en ECBO tussen 2019 en 2022 onderzocht. Gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek en onder begeleiding van een wetenschappelijke begeleidingscommissie.
Integrale aanpakken
De betrokken mbo-instellingen hanteren allen hun eigen integrale aanpak. Er zijn hierin twee globale typen aanpakken te onderscheiden. Bij Albeda, Zadkine en Friesland College bestaat de integrale aanpak uit het combineren van onderwijs met hulpverlening, met als doel het voorkomen van voortijdig schooluitval. Hierbij zijn hulpverleners fysiek op school aanwezig. De integrale aanpakken van Gilde Opleidingen en ROC Midden Nederland richten zich op samenwerking met het regionale bedrijfsleven. Dit praktijkleren richt zich op een betere voorbereiding op, afstemming met en overgang naar de arbeidsmarkt.
Onderzoeksmethode
Bij de mbo-instellingen is onderzocht hoe hun integrale aanpakken eruitzien. Er is van iedere aanpak de context, de interventie, de mechanismen en de resultaten beschreven. Deze kennis is opgehaald uit bestaande documenten van de instellingen en in gesprekken met studenten en professionals, zowel in de uitvoering als in beleid. Op basis van deze uitkomsten en een literatuurstudie zijn acht werkzame mechanismen geïdentificeerd en onderbouwd. Deze zijn voorgelegd aan de deelnemende instellingen in werkconferenties en aan de wetenschappelijke begeleidingscommissie. Zo zijn praktijkkennis, ervaringskennis en wetenschappelijke kennis met elkaar verbonden.
De acht werkzame mechanismen zijn:
- Creëren van een vertrouwde en veilige omgeving
In een stabiel pedagogisch schoolklimaat in een rustige leeromgeving met een duidelijke structuur voelt een student zich veilig en gerespecteerd. Bovendien is een veilig school- en klasklimaat een cruciale voorwaarde om onderwijskwaliteit te kunnen leveren en studenten en medewerkers de ruimte te geven om het beste uit zichzelf te halen. - Maken van persoonlijke verbinding
Mensen zijn sociale wezens. Professionals en studenten zijn in de basis gemotiveerd om relaties te vormen en te onderhouden. Als mensen dit niet zouden doen, zouden ze zelfs veel negatieve gevolgen ondervinden voor de ontwikkeling, gezondheid en welbevinden. Een prettige verbinding tussen professional en student heeft een positief effect op de motivatie, het leren en de prestaties van de student. Ook zullen studenten zich dan meer betrokken voelen bij hun onderwijs. - Benaderen op positieve wijze
Het werkzame mechanisme dat goed aansluit bij het maken van persoonlijke verbinding, is het positief benaderen van studenten. Studenten willen het namelijk goed doen en gewaardeerd worden. Om de student dit gevoel te geven is het belangrijk om vertrouwen uit te spreken. Ook is het verstandig om de lesstof aan te passen aan het leerproces van de individuele studenten zodat ze succeservaringen opdoen én nieuwe dingen leren. - Normaliseren van de hulpvraag
Uiteraard willen docenten studenten helpen als ze tegen problemen aanlopen. Toch is het soms lastig om als docent benaderbaar te zijn. Studenten geven in dit onderzoek aan dat het hen helpt wanneer een docent ook bij ‘kleine’ problemen voor hen klaarstaat. Hierdoor durven studenten uiteindelijk ook met grotere vragen aan te kloppen, omdat ze weten dat ze serieus worden genomen en worden geholpen als dat nodig is. - Aanzetten tot eigen regie
Studenten hebben ieder hun eigen wensen, ideeën, zorgen en klachten. Het initiatief van de student wordt aangemoedigd, zodat die zelfstandig denkt, voelt en handelt. Docenten kunnen hierbij ondersteunen door studenten aan te moedigen en door keuzes te bieden. Ook kunnen ze uitnodigende taal gebruiken, zoals: ‘ik stel voor’ of ‘laten we proberen’, in plaats van meer dwingend taalgebruik zoals ‘jullie moeten’. - Leren in een realistische context
Wat praktijkleren zo waardevol maakt, is dat het de complexe beroepsrealiteit verbindt met een veilige (schoolse) leeromgeving. Studenten leren de vaardigheden die ze nodig hebben op de plek waar ze die kunnen inzetten en krijgen daarbij nog steeds de nodige onderwijsondersteuning. De beroepspraktijk staat centraal: er wordt gewerkt met realistische rollen, zoals een opdrachtgever, een uitvoerder en werknemers (de studenten), en in authentieke ruimten bij bedrijven. In de praktijk is het belangrijk dat er vrijheid is voor het leerbedrijf om de opdrachten mede vorm te geven, en dat de student en de organisatie elkaar leren kennen. - Samenwerken als randvoorwaarde
De mbo-instellingen in het onderzoek geven zonder meer aan dat het voor de integrale aanpakken van groot belang is dat de verschillende betrokken professionals van binnen maar ook juist van buiten de instelling samenwerken. Denk hierbij aan partners uit de hulpverlening en het bedrijfsleven. Om dit te kunnen is het belangrijk dat er een fijne samenwerkingsrelatie ontstaat, waarbij men elkaar kent en vertrouwt. Ook van belang hierbij is een heldere rolomschrijving en vaste contactmomenten. - Blijven leren als organisatie
De mbo-instellingen zijn zich bewust van het belang van een collectief leerproces. Om leren structureel in te bedden staan zij regelmatig stil bij het gezamenlijke doel. Om vervolgens stapsgewijs ‘kleinere’ aanpassingen te doen in de gewenste richting. Hierbij maakt continue reflectie deel uit van de professionaliteit van medewerkers. In dit onderzoek is middels werkconferenties een 'community of learning' vormgegeven.
Kansen en uitdagingen
De acht werkzame mechanismen uit dit onderzoek bieden kansen voor mbo-instellingen. Bij het inrichten en ontwikkelen van onderwijs voor studenten kan men deze kennis benutten. Het is belangrijk dat instellingen de werkzame mechanismen in samenhang zien en blijven leren hoe ze de mechanismen zo goed mogelijk vorm kunnen geven in de praktijk. Samenwerking met de studenten en de partners in hulpverlening, bedrijfsleven en onderwijs is hierbij cruciaal. Dit onderzoek biedt kennis over deze werkzame mechanismen. Hoe die het beste kunnen worden toegepast hangt af van de specifieke context van de mbo-instelling. Een uitdaging waar de betrokken mbo-instellingen tegenaan lopen, is het ontbreken van structurele middelen voor uitvoering en doorontwikkeling van deze integrale aanpakken. De aanpakken worden veelal bekostigd vanuit tijdelijke middelen, bijvoorbeeld met projectfinanciering of als onderdeel van een pilot. Dit onderzoek geeft mbo-instellingen een onderbouwing van hun integrale aanpak. Het loont om hierin structureel te investeren, zodat studenten hun opleiding succesvol afronden en een duurzame plek op de arbeidsmarkt kunnen vinden.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Dit onderzoek geeft handvatten welke mechanismen je kunt gebruiken in de begeleiding van studenten. Het gaat om overkoepelende mechanismen zoals verbinding maken met de student en aanzetten tot eigen regie, die in het rapport zelf uitgewerkt zijn met praktische voorbeelden hoe de verschillende mbo-instellingen dit invullen. Daarnaast zijn er ook organisatorische mechanismen zoals samenwerken als randvoorwaarde en blijven leren als organisatie, die zorgen dat de begeleiding van studenten verder gebracht kan worden. Alle mechanismen zijn theoretisch onderbouwd, waardoor de bevindingen niet beperkt blijven tot dat het werkt in de praktijk, maar dat dit ook aansluit bij wetenschappelijke kennis.



