LOB-onderzoeksbank

Expertisepunt LOB
< overzicht

Overgangen en aansluitingen in het onderwijs. Deelrapport 1: reviewstudie naar de po-vo en de vmbo

Korpershoek, H., Beijer, C., Spithoff, M., Naayer, H.M., Timmermans, A.C., van Rooijen, M., Vugteveen, J., Opdenakker, M.-C. (2016)

Wat weten we over succesvolle overgangen in het onderwijs en welke rol speelt LOB daarin?

____________________________

Deze reviewstudie bundelt kennis over factoren die van invloed zijn op de overgangen van po naar vo en van vmbo naar mbo en laat zien dat zowel cognitieve, niet‑cognitieve als school- en omgevingsfactoren een rol spelen. Voor de LOB‑praktijk blijkt dat goede, tijdige en sectoroverstijgende loopbaanoriëntatie en -begeleiding bijdraagt aan een soepelere overgang, minder uitval en beter passende schoolloopbanen, vooral voor kwetsbare leerlingen.

____________________________

Samenvatting van het onderzoek 

Dit rapport is de eerste deelrapportage van het project "Overgangen en aansluitingen: de cognitieve en niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen rondom de po-vo en vmbo-mbo overgangen en de rol van verschillende factoren bij de aansluiting tussen deze onderwijssectoren." Doel van deze reviewstudie is het samenbrengen van de huidige kennis op het gebied van overgangen en aansluitingen en het komen tot een integrerend model van factoren die een rol kunnen spelen bij de overgang van po naar vo en van vmbo naar mbo.

De aansluitingsproblematiek rondom de po-vo en vmbo-mbo overgangen heeft geleid tot een groot aantal onderzoeken op dit gebied binnen en buiten Nederland, maar de kennis over de factoren die een rol kunnen spelen bij de po-vo en vmbo-mbo overgangen is versnipperd. Het samenbrengen van deze kennis is belangrijk, omdat de aansluiting tussen deze onderwijssectoren niet voor alle leerlingen optimaal verloopt. Bovendien is niet van alle factoren duidelijk in hoeverre zij een rol spelen bij de cognitieve en niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen rondom de overgangen, bijvoorbeeld doordat allocatie- en selectiemechanismen door scholen verschillend toegepast worden. Onder allocatiemechanismen verstaan we de methoden die scholen hanteren om leerlingen op het best passende niveau te krijgen rondom de overstap tussen onderwijssectoren. Rondom de po-vo overgang betreft dit bijvoorbeeld het schooladvies dat door de aanbiedende po-school wordt afgegeven. Onder selectiemechanismen verstaan we de methoden die scholen hanteren om leerlingen toe te laten of te weigeren rondom de overstap tussen onderwijssectoren. Rondom de vmbo-mbo overgang betreft dit bijvoorbeeld de intakeprocedures die de ontvangende mboinstellingen hanteren.  

Onderzoeksvragen:

  • Welke factoren op leerling-, school- en omgevingsniveau worden in de literatuur aangedragen als factoren die een rol spelen bij de aansluiting tussen po-vo en tussen vmbo-mbo?
  • In hoeverre is sprake van generieke dan wel differentiële effecten?
  • Zijn er effecten bekend van het wijzigen van een of meerdere beleidsparameters op de aansluiting tussen de onderwijssectoren?
  • Welke beleidsruimte hebben po- en vo-scholen en mbo-instellingen om te variëren in de toegepaste allocatie- en selectiemechanismen?

De meest relevante factoren die uit de literatuur naar voren kwamen hebben we samengevat onder vijf thema's: (1) achtergrondkenmerken van leerlingen, (2) factoren in de sociale omgeving, (3) factoren wat betreft de cognitieve ontwikkeling van leerlingen, (4) factoren wat betreft de nietcognitieve ontwikkeling van leerlingen en (5) school- en omgevingsfactoren. Het betreft in veel gevallen generieke effecten (relevant voor vrijwel alle leerlingen). Daarnaast zijn verschillende differentiële effecten gevonden (relevant voor specifieke groepen leerlingen, bv. uit lagere sociale milieus). Uit de review bleek verder dat er nauwelijks effecten bekend zijn van het wijzigen van één of meer beleidsparameters op de aansluiting tussen de onderwijssectoren.  

In de tweede plaats is beoogd inzicht te krijgen in de beleidsruimte van scholen/instellingen. Hiertoe is een analyse gemaakt van het Nederlandse onderwijsbeleid. De beleidsruimte rondom de po-vo overgang is door recente beleidswijzigingen veranderd. De beschikbare ruimte voor po-scholen heeft voornamelijk betrekking op het opstellen van schooladviezen en vo-scholen hebben de ruimte om leerlingen op een hoger niveau te plaatsen dan het schooladvies. Rondom de vmbo-mbo overgang is meer eigen beleidsruimte; met uitzondering van toelating tot niveau 1 mogen mbo-instellingen – mits het toelatingsbeleid zorgvuldig (gecommuniceerd) is – zelf leerlingen toelaten tot bepaalde niveaus en/of leerlingen selecteren. Toegankelijk onderwijs blijft echter het uitgangspunt. De hoofdstukken sluiten af met kansen en belemmeringen voor leerlingen die volgen uit de beleidsruimte van scholen.  

Aanbevelingen voor beleid

  1. Scholen stimuleren in het overdragen van relevante leerlinggegevens door de communicatie tussen de verschillende aanbiedende en ontvangende onderwijssectoren te faciliteren (binnen de wettelijke kaders van privacywetgeving). Zo ontstaat ketenverantwoordelijkheid voor de schoolloopbanen van leerlingen. Terugkoppelen van schoolloopbanen in het vo naar de poschool wordt aangeraden, omdat hierdoor inzicht ontstaat over de juistheid van afgegeven schooladviezen.
  2. Behoud van de zogenoemde reparatiemogelijkheden, zoals opstroom/doorstroom naar een hoger vo- of mbo-niveau en het stapelen van vo-diploma’s.
  3. Monitoren van mogelijke neveneffecten van de huidige wet- en regelgeving omtrent allocatie en selectie van leerlingen (zoals strategisch gedrag van scholen). 
  4. Po-scholen in principe verplichten het schooladvies, indien het niveau-advies op basis van de centrale eindtoets hoger is dan het schooladvies, naar boven bij te stellen, ofwel het schooladvies te laten voorzien van beargumentering waarom bijstellen niet wenselijk wordt geacht. 
  5. Behoud van de beleidsruimte van vo-scholen en mbo-instellingen om leerlingen de best passende schoolloopbaan te kunnen bieden en een warme overdracht te kunnen garanderen (zoals de huidige beleidsruimte omtrent doorlopende leerlijnen vmbo-mbo en via het vernieuwde beleid rondom loopbaanoriëntatie en -begeleiding).

Aanbevelingen voor onderzoek

  1. Onderzoek naar de effecten van onderbelicht gebleven factoren: (1) onderwijskwaliteit, (lokale) toelatingsbeleid van vo-scholen en mbo-instellingen, invloed van ondersteuning bij de overstap (schoolniveau), (2) provinciaal, gemeentelijk en lokaal beleid (o.m. afspraken tussen scholen onderling; omgevingsniveau) en (3) leerpotentieel, het hebben van een zorgindicatie en ouderbetrokkenheid (leerlingniveau).
  2. Onderzoek naar de effecten van méér en structurelere informatieoverdracht over leerlingen rondom de po-vo overgang.
  3. Longitudinaal onderzoek naar de vmbo-mbo overgang, met voor- en nametingen van de cognitieve en niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen.

Aanbevelingen voor de onderwijspraktijk

  1. Het schooladvies baseren op voldoende informatie over de capaciteiten en het functioneren van de leerling om zo de best passende schoolloopbaan voor leerlingen te kunnen garanderen.
  2. Overleg tussen de onderwijssectoren over het verder verbeteren van de aansluiting tussen de onderwijssectoren voor alle, maar met name voor kwetsbare, leerlingen, zodat waar nodig maatwerk geleverd kan worden.

Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?

 In de reviewstudie wordt een aantal onderzoeken beschreven waarin de rol van LOB op de schoolloopbanen van leerlingen is onderzocht, specifiek gericht op de vmbo-mbo overgang. Uit deze onderzoeken komt naar voren dat goede LOB in het vmbo kan bijdragen aan een soepele overgang naar het mbo.  

Loopbaanoriëntatie en -begeleiding wordt door leerlingen belangrijk gevonden bij het maken van een keuze voor een geschikte vervolgopleiding, zoals voorlichting over de (doorstroom)mogelijkheden en ondersteuning door student counselors. Een loopbaangerichte begeleiding op school en in de praktijk (bv. tijdens stages) in zowel het vmbo als het mbo draagt bij aan de loopbaancompetenties van leerlingen.  

Middels LOB worden leerlingen (zowel tijdens het vmbo als het mbo) begeleid bij het maken van keuzes omtrent vakken, sectoren, vervolgopleidingen en/of toekomstige arbeidsmarktposities. LOB biedt leerlingen de kans hun inzicht in eigen talenten en interesses verder te ontwikkelen. Dit vergroot de kans op een succesvol ervaren overgang wat betreft zowel cognitieve aspecten (passend bij de talenten van de leerling) als niet-cognitieve aspecten (passend bij de interesses van de leerling), maar het biedt leerlingen ook informatie over keuzemogelijkheden die na de overgang bestaan.  

Versterking van LOB is echter noodzakelijk. Ondanks dat LOB al jaren op de agenda van vo-scholen staat, wordt het nog onvoldoende ingezet om leerlingen te ondersteunen in hun ontwikkeling. Uit onderzoek blijkt dat er nog steeds veel leerlingen zijn die niet weten welke vervolgopleiding ze moeten kiezen en hierdoor meer kans lopen op vertraging, uitval of zelfs niet beginnen aan een vervolgopleiding. Een aanzienlijk deel van de leerlingen is ontevreden over de aandacht die besteed wordt aan LOB in het vo. Het is van belang dat LOB op het juiste moment wordt aangeboden, zeker in een gesegmenteerd onderwijssysteem zoals Nederland dat kent. Ook zou het LOB aanbod van voscholen goed aan moeten sluiten op het aanbod van mbo-instellingen. Daardoor ligt verdere samenwerking tussen de verschillende onderwijssectoren voor de hand.