LOB-onderzoeksbank

Expertisepunt LOB
< overzicht

Op weg naar een toekomst. Werkexploratie in het vmbo

Petit, R., Meijer, J., Karssen, M. & Kuijpers, M. (2019)

Werkexploratie helpt leerlingen om een realistischer beeld van beroepen te krijgen, maar vraagt om een zorgvuldige invoering in het onderwijs.

____________________________

Uit het onderzoek blijkt dat leerlingen en mentoren positief zijn over werkexploratie, omdat het leerlingen helpt beroepen beter te begrijpen. Tegelijkertijd laten de resultaten zien dat de effecten nog beperkt zijn, vooral doordat programma’s vaak nog niet volledig zijn ingevoerd. Wel blijkt dat meer en actievere werkexploratie samenhangt met meer motivatie, betere loopbaancompetenties en grotere keuzezekerheid. Het succes hangt daarom sterk af van een goede opbouw, actieve betrokkenheid van leerlingen en een zorgvuldige implementatie binnen de school.

____________________________

Samenvatting van het onderzoek 

Veel jongeren hebben moeite om zich een beeld te vormen van beroepen die zij kunnen kiezen. Wat hierbij helpt is zelf zien en ervaren hoe het ertoe gaat in de praktijk; ook wel ‘werkexploratie’ genoemd. Voorbeelden zijn een werkbezoek of praktijkopdracht in een bedrijf. Werkexploratie is een van de vijf ‘loopbaancompetenties’ waaraan vmbo-scholen aandacht besteden in het onderwijs en die sinds kort ook geëxamineerd worden. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ondersteunde tien scholen in een aantal grote steden bij het maken van een goed werkexploratieprogramma. De opbrengsten hiervan zijn onderzocht door herhaald vragenlijsten af te nemen bij leerlingen en door groepsinterviews af te nemen bij leerlingen en hun mentoren.

De bevindingen van de leerlingen en hun mentoren zijn overwegend positief. De meeste leerlingen hebben naar eigen zeggen een duidelijker beeld gekregen van beroepen en de mentoren zijn eveneens positief. Zij vinden het werkexploratieprogramma een eerste stap in de goede richting. Uit het vragenlijstonderzoek blijkt echter geen significant effect van de ontwikkelde werkexploratieprogramma’s op de scholen. Een voor de hand liggende verklaring is dat de scholen meer tijd nodig hadden om de programma’s overal goed te kunnen implementeren. Bij geen van de scholen is het gelukt om het gehele werkexploratieprogramma uit te voeren zoals het is bedoeld. De meeste scholen zetten het programma dan ook voort, vaak na wat verbeteringen te hebben aangebracht door de nieuwe inzichten gedurende dit project. Wel bleek - los van de werkexploratieprogramma’s - dat een groter aanbod aan werkexploratie-activiteiten vanuit school en meer ondernomen activiteiten op dit gebied door leerlingen, samen te gaan met hogere scores op attitude t.a.v. de loopbaan, loopbaancompetenties, keuzezekerheid en een groter –voor beroepskeuze relevant – netwerk.  

Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?

Vmbo-scholen die een werkexploratie-programma willen inzetten in het onderwijs, kunnen gebruik maken van de ontwikkelde materialen in dit project. Deze zijn beschikbaar in de vorm van een Handreiking Werkexploratie.

Geleerde lessen die vmbo-scholen mee kunnen nemen in hun praktijk zijn:

  • Begin klein en overzichtelijk, breid pas uit na succes.
  • Neem voldoende tijd voor experimenteren en implementeren.
  • Betrek het hele team vanaf de ontwikkeling zodat het werkexploratieprogramma ook van hen is (en zich niet beperkt tot enkele enthousiaste individuen).
  • Start het programma vroeg, bijvoorbeeld in het tweede leerjaar, op een moment dat leerlingen nog keuzes moeten maken.
  • Een opbouw van brede oriëntatie in de onderbouw en meer focus op beroepen in de bovenbouw voorkomt dat het voor leerlingen te snel over specifieke beroepen gaat en het daardoor minder aansluit bij de fase waarin zij zich bevinden.
  • Zorg ervoor dat leerlingen bij een stage of werkbezoek een actieve rol hebben; iets mogen doen dat met het werk in het bedrijf te maken heeft.
  • Vermijd schriftelijke opdrachten zonder gespreksvoering. Dit komt vooral voor bij reflectieopdrachten. Invulformulieren en reflectieverslagen vinden leerlingen saai en nutteloos, zeker als daar door de mentor niet op wordt teruggekomen.
  • Maak verwachtingen van het programma duidelijk, zowel aan leerlingen als aan mentoren.