Motivation. Individual differences in student’s educational choices and study success
Meens, E.E.M. (2018)
Een goede studiekeuze hangt minder samen met motivatie vooraf en meer met realistische ervaringen tijdens de oriëntatie.
____________________________
Uit het onderzoek blijkt dat veel eerstejaarsstudenten uitvallen door een verkeerde studiekeuze of een tegenvallende motivatie. Studenten die zich vooraf goed oriënteren en de studie echt ervaren, starten met meer intrinsieke motivatie, maar dit garandeert geen succes als het beeld niet klopt met de werkelijkheid. Het bieden van een realistisch beeld van de studie, bijvoorbeeld via meeloopdagen en proefstuderen, is daarom essentieel. Reflectie op deze ervaringen, zowel vóór als na de start van de studie, helpt studenten om bewustere keuzes te maken en uitval te verminderen.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Ongeveer 30 tot 40 procent van de studenten die een hbo studie starten, stopt al met deze studie binnen het eerste jaar. Twee hoofredenen die zij zelf aangeven zijn; gebrek aan motivatie en het maken van een verkeerde studiekeuze. Evelyne Meens, onderzoeker studie(keuze)succes bij Fontys Hogescholen, deed een verdiepend onderzoek naar de individuele verschillen tussen studenten als het gaat om motivatie en studiekeuzes in relatie tot studiesucces. Écht ervaring opdoen door te ruiken, zien en proeven aan de studie en de omgeving van een hogeschool, blijkt cruciaal.
Onderzoek
Zowel aankomende als zittende studenten van Fontys Hogescholen werd gevraagd naar hun wijze van keuzes maken en hun motivatie voor de start van de studie. Daarnaast werd gekeken naar hun studiesucces, zoals studievoortgang en drop-out cijfers, maar ook naar de zachtere kanten zoals de tevredenheid over de studiekeuze, sociale en academische integratie en zelfvertrouwen. Motivatie Studenten die vooraf goed exploreren en zich daarna pas committeren, bleken met meer intrinsieke motivatie aan een studie te beginnen. Studenten die dat niet hadden gedaan, startten hun studie meer vanuit verwachtingen van anderen. Of wisten zelfs niet meer precies de reden van hun keuze. Toch bleek motivatie voor de start van de studie uiteindelijk weinig invloed te hebben op het studiesucces na het eerste jaar. Veel studenten begonnen vanuit intrinsieke motivatie, maar vielen later toch uit, omdat de werkelijkheid tegenviel. Motivatie vooraf is bij veel aankomende studenten gebaseerd op een verwachting die niet de werkelijkheid representeert.
Representatief beeld
Het heeft dus weinig zin om tijdens Studiekeuzechecks en Matchingsdagen naar motivatie voor een studie te vragen als deze niet gebaseerd is op realistische ervaringen. Vooraf een representatief beeld van de inhoud en moeilijkheidsgraad van de opleiding geven, onder andere via meeloop- en proefstudeerdagen, is van veel groter belang. Omdat niet iedere student zich goed oriënteert, is het juist voor die groep erg belangrijk om in de eerste periode na de start, samen met een studentcoach, te reflecteren op de eerste ervaringen in de opleiding. Vragen als ‘voel ik me hier thuis?’, ‘hoe gemotiveerd ben ik, nu ik het programma, de medestudenten en de docenten wat beter ken?’, zijn dan belangrijk om over na te denken.
Goede oriëntatie
Aanbevelingen op basis van deze resultaten zijn dan ook dat studenten voordat ze naar het hbo komen, moeten kunnen exploreren. Ze zijn gebaat bij een goede oriëntatie vooraf waarbij ze de beoogde studie echt zelf kunnen ervaren, liefst met iemand die ze helpt op die ervaring te reflecteren. Voor de groep die niet of minder intensief oriënteert, is het gewenst om zo snel mogelijk na de start van de studie te reflecteren op de eerste ervaringen en hen bij te sturen daar waar nodig. Vanuit het onderzoek van Evelyne Meens werd hiervoor de Startthermometer ontwikkeld, een praktisch instrument dat bijdraagt aan de reflectie van eerstejaarsstudenten vlak na de start van hun studie. Via deze link lees je meer over deze tool.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Voordat leerlingen naar het hbo overstappen, zijn ze gebaat bij goede oriëntatie vooraf waarbij ze de beoogde studie écht zelf kunnen ervaren (bv. tijdens een studiekeuzeactiviteit). Verder is het belangrijk dat aan deze ervaring een reflectiemoment gekoppeld wordt, waaruit bepaalde conclusies kunnen worden getrokken (“dit past wel bij mij”, “dit past niet bij mij”, of, “ik moet nog iets uitzoeken voordat ik dat weet”). Echter, dat kan een leerling (nog) niet alleen. Het zou daarom mooi zijn wanneer er een goede samenwerking tussen het vo/mbo en het hbo bestaat, waarbij de leerling samen met zijn decaan/mentor/loopbaancoach bij de realistische ervaring (op het hbo) stilstaat. Als gevolg van de realistische ervaringen en de reflectie daarop, zouden studiekeuzes bewuster genomen kunnen worden, waardoor de uitval -als gevolg van verkeerde studiekeuzes- zoveel mogelijk beperkt kan worden.



