LOB-onderzoeksbank

Expertisepunt LOB
< overzicht

Leren kiezen voor je loopbaan

Boer, P. den, Stukker, E. (2012)

Wat maakt loopbaanleren effectief en waar liggen de echte succesfactoren in de LOB‑praktijk?

____________________________

Het project Keuzeprocessen in West‑Brabant laat zien dat praktijkervaring en werkexploratie alleen effect hebben als activiteiten samenhangend worden aangeboden en goed worden verwerkt in reflectiegesprekken. De kwaliteit van docentgedrag, met name open vragen en doorvragen op emotie, blijkt bepalender voor succes dan de activiteit zelf en vraagt om een langdurige, volgehouden inzet op LOB.

____________________________

Samenvatting van het onderzoek 

Deze publicatie is een verslag van het project ‘Keuzeprocessen’ in West-Brabant. In dat project hebben diverse personeel geledingen van de projectscholen veel en intensief werk geleverd om leerlingen te leren kiezen voor en tijdens de (school)loopbaan. In totaal participeren 21 scholen in dit project met als doel om de loopbaanoriëntatie te herinrichten.  

In het stuk wordt eerst beschreven wat de scholen en opleidingen hebben gedaan in het kader van arbeidsontdekking (beroepspraktijkervaring) en wat daar de opbrengsten van zijn. Het doel is om leerlingen en studenten te activeren, een praktijkgerichte leeromgeving te creëren en werkexploratie (één van de loopbaancompetenties) expliciet aan te kunnen bieden. De bevindingen op dit gebied zijn dat er diverse activiteiten worden aangeboden op alle deelnemende scholen in wisselende intensiteit en samenhang. De effecten van deze activiteiten zijn minder zichtbaar dan verwacht. Het lijkt van toenemend belang dat er meer detail en samenhang tussen activiteiten plaatsvindt om de effectiviteit ervan te kunnen beoordelen.
De publicatie verhaalt verder de verwerking van opgedane arbeidservaring op diverse wijzen. Tijdens de duur en uitvoer van het project wordt steeds meer ervaren dat werkexploratie belangrijker wordt, net als het verwerken ervan en erop voortborduren. Er hebben twee metingen plaatsgevonden in het kader van loopbaansturing binnen de groepen. Daar viel op dat er over de hele linie meer werd gewerkt aan loopbaansturing, maar dat het afhankelijk is van het enthousiasme van de begeleider hoe dit werd ervaren door de leerlingen zelf. Een diepteonderzoek naar reflectiegesprekken toont aan dat de gesprekken allemaal voldoende aanknopingspunten lieten zien waarin er echt gereflecteerd kon worden. Het docentgedrag tijdens deze gesprekken is een voorspeller van reflectiesucces. Waar open vragen en ingaan op getoonde emotie veel oplevert, levert het zelden iets op als er gesloten vragen worden gesteld waarbij de reactie niet wordt aangegrepen om door te vragen.  
Het verslag gaat verder in op de metingen die tijdens het project zijn gedaan en de opbrengsten die dat heeft opgeleverd. Het verslag werkt toe naar de conclusie waarin wordt toegelicht dat de ervaringsactiviteiten rondom arbeid minder dan verwacht worden herkend als zodanig. Met name in vmbo leerjaar twee is die beleving er wel. De aard van de activiteit is minder van waarde onder de respondenten dan de inzet van hun docenten. De conclusie stelt verder dat doorvragen op emotie tijdens de verwerking van de ervaring (in een reflectiegesprek) leidt tot een hogere waarde van reflectie. De arbeidsidentiteit is naarmate het project groeit, ook bij de leerlingen en studenten gegroeid. Loopbaansturing en netwerken zijn op de vmbo-scholen toegenomen aan de hand van een praktische tool met knipkaarten.De eindconclusie is dat er hard is gewerkt aan de doelen, maar dat deze nog niet (volledig) zijn behaald. Het levert in ieder geval op dat activiteiten meer georganiseerd moeten worden aangeboden en de reflectie op die activiteiten scherper moeten worden ingezet om de waarde van de ervaring te verhogen. 

Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk? 

Als je als school begint aan LOB, of dit element intensiveert, wees je er dan van bewust dat dit een langdurig proces is dat veel doorzettingsvermogen en geduld vraagt.