Kiezen van een opleiding. Van ervaring naar zelfsturing. Can it be done?
Den Boer, P.R. (2009)
Wat betekent arbeidsidentiteitsontwikkeling voor LOB en hoe kan het onderwijs dit gericht ondersteunen?
____________________________
Het onderzoek presenteert een model waarin arbeidsidentiteit ontstaat door een combinatie van relevante praktijkervaringen en reflectie, die samen leiden tot zelfkennis en loopbaanontwikkeling. Voor de LOB‑praktijk betekent dit dat scholen ervaringsleren centraal moeten stellen en onderwijs praktijk‑, dialoog‑ en vraaggericht moeten inrichten, met ruimte voor eigen vragen en ambities van leerlingen.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Dit onderzoek is opgebouwd in een viertal hoofdstukken waarin wordt beschreven wat het belang en de context is van keuzeprocessen, wat – gezien de kennis uit empirie en theorie – een goed model kan zijn om deze keuzeprocessen te beschouwen en wat dit denkkader betekent voor de onderwijspraktijk.
Inhoudelijk wordt op grond van empirische kennis en theoretische overwegingen, een model gepresenteerd voor arbeidsidentiteitsontwikkeling (zelfkennis gerelateerd aan arbeid). Deze kennis, zo laat de auteur uit eigen onderzoek zien, wordt ontwikkeld door het opdoen van relevantie praktijkervaring in combinatie met de verwerking daarvan (reflectie). Elk afzonderlijk hebben ervaring noch reflectie effect op de ontwikkeling van deze zelfkennis. Voor onderwijs betekent dit dat er voor leerlingen gelegenheid georganiseerd moet worden om ervaring op te doen en die ervaring door middel van reflectie te verwerken. Dat vereist van onderwijs dat het praktijkgericht, dialooggericht en vraaggericht is.
Elk van deze elementen wordt uitgewerkt. Met name vraaggerichtheid vinden veel scholen een lastig onderwerp. De auteur stelt dat het onderwijs hier aan de hand van twee leidende vragen mee om zou kunnen gaan, namelijk: 1. Wat wil je hier halen? En 2. Hoe kunnen wij jou daar zo goed mogelijk bij helpen? Hierbij hoort dat de leerlingen en studenten worden ondersteund in het zicht krijgen op de eigen wensen en ambities en dat hiervoor (voldoende) ruimte beschikbaar wordt gesteld in het curriculum. Het advies dat hier wordt gegeven is om vroeg te beginnen. Na de basisvorming moet een kind eigenlijk al in aanraking worden gebracht met minimaal twee bedrijfstakken. Door inzicht te geven in de beroepsdilemma’s, wordt direct appel gedaan op de vraag wat het individu zou doen als hij/zij wordt geconfronteerd met dit dilemma. De ontwikkeling van de arbeidsidentiteit stopt dus zeker niet bij de start van een beroepsopleiding, maar hoort daar verder te worden ontwikkeld.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
LOB is ervaringsleren. Dat wil zeggen dat lerenden in staat gesteld moeten worden relevante praktijkervaring op te doen en die (door middel van reflectie) te verwerken. Van een school vraagt dat praktijkgerichtheid, dialooggerichtheid en vraaggerichtheid.



