LOB-onderzoeksbank

Expertisepunt LOB
< overzicht

Kansrijk opgroeien in de BRainport-regio door loopbaanoriëntatie en sociaal emotioneel leren

SKB, Jinc, Impact Foundation (2025)

De Brainport-regio is een regio die volop in beweging en economisch gezien één van de snelst groeiende regio’s van Nederland. Deze groei gaat echter gepaard met een toenemende krapte op de
arbeidsmarkt, vooral in de kernsectoren én tegelijkertijd een regio waarin 16,6% van de mensen moeite heeft om rond te komen. Met alle gevolgen van dien; zeker voor de kansengelijkheid voor alle
kinderen en jongeren in de regio. Die staat stevig onder druk. Kinderen die opgroeien in een kansarme situatie hebben op school significant minder kansen om zich te ontwikkelen dan kinderen uit
welgestelde gezinnen. Daarmee is er sprake van een negatieve spiraal, want goed onderwijs is nu juist cruciaal voor de ontwikkeling van sociaal en cultureel kapitaal, gezonder gedrag, een grotere kans
op werk, (sociale) veiligheid, burgerschap en sociale cohesie. Kansenongelijkheid heeft een groot ondermijnend effect op maatschappij, economie en democratie nog even los van de effecten op het
individuele kind.

De gesprekken en inzichten uit dit onderzoek laten zien dat loopbaanoriëntatie (LOB) veel meer is dan leerlingen helpen bij een studie- of beroepskeuze. Juist voor kinderen en jongeren die opgroeien met minder kansen kan LOB een belangrijke bijdrage leveren aan kansengelijkheid. Daarvoor is wel een andere manier van kijken nodig.

Allereerst vraagt LOB om een doorlopende leerlijn die al in het primair onderwijs begint en doorloopt tot de arbeidsmarkt. Nu komen veel leerlingen pas laat in aanraking met beroepen en de wereld van werk, terwijl juist vroege ervaringen helpen om talenten te ontdekken, interesses te ontwikkelen en weloverwogen keuzes te maken. LOB moet daarom niet bestaan uit losse activiteiten, maar uit een samenhangend ontwikkelproces.

Daarnaast onderstreept het onderzoek het belang van ervaringsgericht leren. Leerlingen leren niet alleen door over beroepen te horen, maar vooral door mensen te ontmoeten, bedrijven te bezoeken, praktijkervaring op te doen en in gesprek te gaan met professionals. Zeker voor jongeren die thuis weinig voorbeelden of een beperkt netwerk hebben, zorgen deze ervaringen voor een bredere horizon en nieuwe toekomstperspectieven.

Ook wordt duidelijk dat loopbaanontwikkeling niet los kan worden gezien van sociaal-emotionele ontwikkeling. Zelfvertrouwen, veerkracht, zelfkennis en reflectievermogen vormen de basis voor het maken van passende keuzes. Investeren in sociaal-emotioneel leren is daarmee tegelijkertijd investeren in betere loopbaankeuzes.

Tot slot vraagt een sterke LOB-praktijk om samenwerking. Scholen kunnen deze opdracht niet alleen uitvoeren. Bedrijven, maatschappelijke organisaties, ouders en gemeenten spelen allemaal een rol in het bieden van betekenisvolle ervaringen, rolmodellen en netwerken. Juist die samenwerking vergroot het sociaal kapitaal van kinderen en jongeren en helpt hen kansen te benutten die anders buiten bereik zouden blijven.

De belangrijkste les uit dit onderzoek is dan ook dat LOB niet primair draait om het kiezen van een opleiding, maar om het vergroten van de mogelijkheden van kinderen en jongeren. Door structureel te investeren in zelfkennis, praktijkervaring, ontmoetingen en een sterk netwerk ontstaat een vorm van loopbaanontwikkeling die niet alleen leidt tot betere keuzes, maar ook daadwerkelijk bijdraagt aan meer kansengelijkheid.