LOB-onderzoeksbank

Expertisepunt LOB
< overzicht

Jongerenperspectief op LOB, rapport YoungWorks

Schuurman, J., Mudde, A. L. (2020)

Jongeren zien loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) als waardevol, maar ervaren dat het huidige aanbod beter kan aansluiten bij hun behoeften.

____________________________

Jongeren hebben overwegend positieve ervaringen met LOB, maar zijn kritisch over de huidige invulling. Ze missen vooral persoonlijk maatwerk, betekenisvolle gesprekken en meer praktijkgerichte, levendige vormen. LOB‑activiteiten sluiten nu vaak onvoldoende aan op hun ontwikkelfase en laten te weinig samenhang zien. Het onderzoek laat zien dat juist hier kansen liggen om LOB relevanter en effectiever te maken.

____________________________

Samenvatting van het onderzoek 

Welke behoeften hebben jongeren op het gebied van LOB en welke kansen zien ze voor verbeteringen op hun school/onderwijsinstelling?

Als je met jongeren in gesprek gaat over LOB, valt op dat vrijwel iedereen positieve ervaringen heeft gehad en de essentie van LOB – na enige uitleg - als zeer waardevol ziet. Tegelijkertijd zijn veel jongeren kritisch. Kritisch op hoe LOB nu vaak vorm krijgt en kritisch op wat ze nog missen op het gebied van LOB. Dit onderzoek biedt dan ook inzicht in een aantal grotere kansen. We benoemen deze hieronder kort samengevat. Bij de beschrijving van de resultaten verderop in dit rapport maken we, waar relevant, onderscheid tussen opleidingsniveaus, fasen binnen de opleiding en besteden we aandacht aan de loopbaancompetenties. De belangrijkste kansen en uitdagingen op het vlak van LOB zijn:

  • Persoonlijke relevantie:
    Jongeren hebben behoefte aan meer maatwerk op het gebied van LOB, waarbij de invulling en inhoud is afgestemd op zowel persoonlijke behoeften als de fase van ontwikkeling van de leerling of student. Hierbij hechten ze veel waarde aan persoonlijk contact, juist dan is er ruimte voor maatwerk. De rol van een mentor of coach, waarmee ze een persoonlijke band kunnen opbouwen en die met ze in gesprek gaat, waarderen jongeren dan ook zeer. Tegelijkertijd vinden ze dat deze ruimte nu te vaak ontbreekt. LOB vindt nu veelal plaats in groepsverband (tijdens mentor-/SLB-/LOB-uren), waarbij iedereen dezelfde activiteiten doorloopt, terwijl de behoeften binnen een groep sterk verschillen en er te weinig tijd is voor een persoonlijk gesprek. Jongeren zien leeftijdsgenoten bovendien niet als een geschikte gesprekspartner op het vlak van veel LOB-gerelateerde onderwerpen. Ze zoeken óf ervaringsexperts (bijvoorbeeld studenten die een stap verder zijn of alumni) óf mensen in hun omgeving die met ze mee kunnen denken vanuit een coachende rol (een mentor/ouder).
  • Een levendige vorm:  
    Jongeren zijn positief over projecten waarbij ze praktijkervaringen opdoen bij organisaties, of aan de slag gaan met echte vraagstukken. Dat geldt ook voor stages. Als ze na afloop van dat soort ervaringen reflecteren op hun drijfveren en kwaliteiten, ontwikkelen ze zelfinzicht en leren ze over hun talenten en (on)mogelijkheden. Hier zijn jongeren sterk naar op zoek, bewust of onbewust. De mate waarin jongeren praktijkervaringen opdoen varieert echter sterk. Veel jongeren vinden dat hier nu nog te weinig ruimte voor is. Daarbij heeft het invullen van te lange en saaie vragenlijsten voor veel jongeren geen toegevoegde waarde en lijkt dit zijn doel daarmee voorbij te schieten. Dat geldt zowel voor te lange invulreflectie-opdrachten als voor het invullen van studiekeuze- en beroepentesten. De opbrengst van testen is te voorspelbaar of te ver uit de richting, waardoor jongeren zich hier niet door geholpen voelen. Bovendien worden jongeren hierdoor kritisch op LOB; het voelt eerder als een nutteloze verplichting dan als een kans om meer over jezelf en je mogelijke rol in de wereld te ontdekken. Belangrijk is dan ook dat reflectie na een activiteit of ervaring wel plaatsvindt, maar in een meer levendige vorm.
  • Herkenbare LOB.
    Jongeren zijn nu nog (deels) niet bekend met het begrip LOB, ook al hebben ze er wel eens van gehoord. Bekendheid met LOB is geen doel op zich, maar biedt wel een kans. Nu tellen veel LOB-activiteiten niet bij elkaar op. Jongeren zien zelf geen samenhang of een doorlopende LOB-lijn, die ze vanaf het voortgezet onderwijs voorbereidt op een vervolgopleiding en de arbeidsmarkt. De gebruikte terminologie is over verschillende opleidingsniveaus niet consistent. Door dit gebrek aan een eenduidige taal is het moeilijker voor jongeren om samenhang te zien. Het zou zinvol zijn als jongeren bewuster gaan ervaren dat ze tijdens hun hele onderwijsloopbaan met LOB bezig zijn en wat de toegevoegde waarde daarvan is. 

Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?

Zoals de titel beschrijft: het onderzoek laat het jongerenperspectief zien op LOB. Op overkoepelend niveau zien we een aantal grotere kansen. Om de kansen uit het onderzoek te benutten is een vertaalslag naar de eigen praktijk nodig. Bijvoorbeeld binnen de onderwijsinstelling of in een samenwerkingsverband. We adviseren om te kijken op welke kansen de meeste ruimte voor verbeteringen mogelijk is en hier een plan op te maken. Pak bijvoorbeeld het thema ‘Een levendige vorm’ en kijk hoe je jongeren op een andere manier maatwerk kunt gaan bieden en laten reflecteren. Waar de grootste kans ligt, is schoolafhankelijk. In lijn met de aanpak van dit onderzoek adviseren we om hier met de eigen jongerendoelgroep over in gesprek te gaan: wat vinden zij dat er goed gaat en wat kan er beter op het gebied van LOB?