Jongerenperspectief op de nieuwe leerweg
Youngworks (2020)
In dit onderzoek wordt ingegaan op welke leerbehoeften jongeren op het vmbo-gtl hebben en welke kansen jongeren zien voor de nieuwe leerweg.
____________________________
Jongeren staan positief tegenover een nieuwe, praktijkgerichte leerweg binnen het vmbo‑gtl. Zij missen nu vooral aandacht voor praktische vaardigheden en gerichte loopbaanoriëntatie. Het praktijkgericht programma helpt bij het ontdekken van interesses, kwaliteiten en vervolgkeuzes. Wel zijn duidelijkheid, structuur en zorgvuldige communicatie essentieel voor een succesvolle invoering.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Welke leerbehoeften hebben jongeren op het vmbo-gtl en welke kansen zien jongeren voor de nieuwe leerweg?
Om het jongerenperspectief op het samenvoegen van de gemengde- en theoretische leerweg in een nieuwe leerweg in kaart te brengen, voerden we een kwalitatief onderzoek uit onder jongeren in het vmbo-gtl, havo en mbo. Ook gingen we in gesprek met jongeren uit de pilot Technologie & Toepassing (T&T) over hun ervaringen. Vanwege het beperkte aantal gesprekken (n=42) zijn inzichten indicatief van aard, vooral als het gaat om verschillen tussen subgroepen. Vrijwel alle ondervraagde jongeren reageren positief op het idee van een nieuwe leerweg met een praktijkgericht programma. Het praktijkgericht programma kan op verschillende manieren inspelen op leerbehoeften van jongeren, die naar hun zeggen in het huidige vmbo onvoldoende worden vervuld. Dit onderzoek geeft inzicht in twee grote kansen.
Het praktijkgericht programma kan inspelen op een sterke behoefte aan praktische vaardigheden
Jongeren hebben behoefte aan meer aandacht voor praktische vaardigheden binnen het vmbo-gtl, zoals zelfstandig werken, plannen, samenwerken en presenteren. Deze vaardigheden komen nu onvoldoende aan bod. Door gebrek aan ervaring met plannen en zelfstandig werken, geven jongeren die doorstromen naar de havo aan dat ze minder goed prioriteiten weten te stellen. Ze missen begeleiding van docenten. Door gebrek aan ervaring met samenwerken en presenteren, vinden met name mbo’ers het lastig om vorm te geven aan groepsopdrachten en vinden ze presenteren spannend. Jongeren zien toegevoegde waarde in een praktijkgericht programma, omdat ze denken dat dit soort vaardigheden een prominente rol krijgen binnen de praktijkgerichte opdrachten. Door vaker met deze vaardigheden aan de slag te gaan, doen ze ervaringen op die de overstap naar een vervolgopleiding kan vergemakkelijken. Ook zien ze het opdoen van deze vaardigheden in het algemeen als nuttig voor het toekomstige werkleven.
Het praktijkgericht programma speelt in op LOB-behoeften van jongeren
Met betrekking tot loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) op het voortgezet onderwijs kan onderscheid worden gemaakt tussen twee overkoepelende thema’s: het ontdekken van jezelf (Wat kan ik goed?) en het ontdekken van je toekomst (Hoe zie ik mijn toekomst?). Dit onderscheid baseren we op basis van inzichten uit voorgaande onderzoeken naar leerbehoeften van jongeren met betrekking tot LOB. In het huidige onderwijs vinden jongeren dat LOB-activiteiten vaak te veel op één van de twee thema’s gericht zijn. Volgens jongeren kan een nieuwe leerweg inspelen op de behoefte om deze thema’s samen te brengen, doordat alle leerlingen straks een praktijkgericht programma volgen. Door het praktijkgericht programma ontdekken ze bijvoorbeeld wat verschillende werkvelden inhouden en welke onderwerpen aan bod komen in het werkveld. Ook kunnen ze ontdekken of ze het leuk vinden om met soortgelijke opdrachten aan de slag te gaan in de toekomst, of juist helemaal niet. Tegelijkertijd geeft deze ervaring ook meer inzicht in hun eigen kwaliteiten. Toch staat het traject ook voor enkele uitdagingen, waar rekening mee moet worden gehouden bij de invulling van de nieuwe leerweg en de praktijkgerichte programma ’s. Daarom formuleren we hieronder drie concrete adviezen.
De nieuwe leerweg vraagt om een duidelijk en overzichtelijk aanbod aan praktijkgerichte programma’s
Jongeren hebben behoefte aan bondige informatie over de verschillen tussen de praktijkgerichte programma’s en de inhoud van de werelden daarbinnen. Enerzijds willen jongeren zelf keuzes maken binnen de nieuwe leerweg. Anderzijds willen ze binnen het praktijkgerichte programma aan de hand genomen worden, omdat ze aan de start van de bovenbouw nog niet goed weten wat hen aanspreekt. Voor scholen ligt hierbij de uitdaging om te zoeken naar een goede balans tussen sturing vanuit de school/leraar en de autonomie van jongeren.
Belang dat scholen in de praktijkgerichte programma’s een geleidelijke weg naar meer zelfstandigheid aanbieden
Een belangrijke voorwaarde bij het aanleren van die nieuwe vaardigheden, is een duidelijke opbouw van het praktijkgerichte programma. Jongeren hebben behoefte aan structuur en willen niet gelijk in het diepe gegooid worden. Het is daarom belangrijk dat scholen een stapsgewijze opbouw hanteren in de uitvoering van het praktijkgerichte programma. Begin laagdrempelig en help jongeren actief bij het maken van planningen en contact leggen met mensen buiten school. Geef jongeren bij elke volgende opdracht steeds iets meer vrijheid of verantwoordelijkheid. Op die manier bouwen jongeren zelfvertrouwen op in hun kwaliteiten en leren ze steeds meer eigen invulling geven aan een opdracht.
Belang van een duidelijke omschrijving (frame) van de nieuwe leerweg
De nieuwe leerweg roept een aantal twijfels op. Zo maken jongeren zich zorgen over achteruitgang van het opleidingsniveau bij het samenvoegen van vmbo-gl en vmbo-tl. Jongeren denken dat vmbo-gl een lager niveau is dan vmbo-tl. Ook zet het frame ‘praktijkgericht’ ze op het verkeerde been: praktijkgericht betekent in hun ogen met de handen werken en associëren ze met vmbo-basis en vmbo-kader. Het is belangrijk om die twijfels in de communicatie rondom de nieuwe leerweg weg te nemen. Bijvoorbeeld door de term ‘praktijkgericht’ los te laten. Een tweede twijfel betreft de vraag of de nieuwe leerweg voldoende voorbereidt op de havo. Het is daarom belangrijk dat jongeren op voorhand inzicht krijgen hoe de nieuwe leerweg wél een goede voorbereiding kan vormen. Leg bijvoorbeeld nadruk op het aanleren van nuttige vaardigheden voor de havo en neem in communicatie de angst weg onvoldoende vakinhoudelijke kennis op te doen voor de havo.
Tot slot vraagt de nieuwe leerweg om een passende naam. Jongeren worstelen met de naamgeving. Enerzijds zijn ze positiever over mavo dan over vmbo: vmbo klinkt lager. Anderzijds vinden ze vmbo beter passen bij de inhoud van de nieuwe leerweg, want vanuit de nieuwe leerweg stromen de meeste jongeren door naar het mbo (en vmbo staat voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs). De praktijkgerichte programma's focussen op toepassing van kennis en vaardigheden in de praktijk, waar mavo in de ogen van jongeren focust op theorie. Misschien moet de nieuwe leerweg een nieuwe naam krijgen en loskomen van het ‘oude’ vmbo en mavo. Een nieuwe naam zou kunnen focussen op de extra uitdaging die de nieuwe leerweg te bieden heeft, in een levensechte leeromgeving.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
Voor de verdere ontwikkeling van de praktijkgerichte programma’s is het belangrijk om in te spelen op de sterke behoefte aan praktische vaardigheden én tegelijkertijd de praktijkgerichte programma’s loopbaangericht te maken.



