LOB-onderzoeksbank

Expertisepunt LOB
< overzicht

En wat kan ik dan later worden?

Slijper, J. (2017)

Studiekeuzes die vooral gebaseerd zijn op een toekomstig beroep leiden vaker tot uitval dan keuzes die gebaseerd zijn op interesse in de studie zelf.

____________________________

Het onderzoek laat zien dat studiekeuze geen eenmalige beslissing is, maar een proces dat zich vóór en na de start van de studie ontwikkelt. Studenten die zich goed oriënteren en daadwerkelijk ervaren wat een studie inhoudt, hebben meer kans op studiesucces. Keuzes die gebaseerd zijn op een concreet en realistisch beeld van de opleiding blijken duurzamer dan keuzes die vooral gericht zijn op een toekomstig beroep. Daarnaast speelt de omgeving, zoals ouders, een belangrijke rol in het keuzeproces en de studievoortgang van studenten.

____________________________

Samenvatting van het onderzoek

Een andere benadering van studiekeuze. Met de dissertatie ‘En wat kan ik dan later worden?’ heeft Slijper promotieonderzoek gedaan naar het studiekeuzeproces van eerstejaars juridische hbo-studenten. Als bij aankomende studenten het toekomstige beroep de belangrijkste reden vormt bij een studiekeuze, is het vrij waarschijnlijk is dat dit leidt tot teleurstellingen en studie-uitval. Studenten die een studiekeuze maken vanwege de inhoud van een studie vallen veel minder uit. In haar onderzoek heeft Slijper 89 hbo-studenten gevolgd in hun keuzeproces. Studiekeuze is niet eenmalig, maar een proces, stelt de onderzoeker. Er is echter weinig onderzoek voorhanden naar dit gehele proces. Zij heeft daarom schoolloopbanen voorafgaand aan en na de overstap naar het hbo in kaart gebracht. Dit onderzoek levert een belangrijke bijdrage aan het begrijpen wat er gebeurt ‘voor de poort’ (voorafgaand aan de studie) maar ook ‘na de poort’ (in het eerste studiejaar). Hoe ziet zo’n keuzetraject bij juridische hbo-studenten eruit? Is er verschil tussen jongeren die veel bezig zijn te bedenken wat ze willen en wat bij hen past, en jongeren die dit niet doen? Jongeren die hebben deelgenomen aan oriëntatieactiviteiten hebben betere studieresultaten dan degenen die dit niet doen. Naast de koppeling tussen oriëntatie en studiesucces heeft Slijper ook diverse vormen van uitblijvend studiesucces onderzocht, zoals omzwaai en studiestaking. Het onderzoek heeft inzicht geboden in waarom jongeren bepaalde keuzes maken, en waar de knelpunten liggen als het gaat om specifieke groepen. Slijper pleit daarom voor meer onderzoek dat uitgaat van de individuele ontwikkeling van een student, om studiekeuze en studievoortgang beter te kunnen begrijpen. 

Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?

Het promotieonderzoek heeft inzicht gegeven in de mogelijk achterliggende redenen van uitval bij mbo’ers. Op basis van de bevindingen is het advies intensieve aansluittrajecten te integreren in het laatste schooljaar van het mbo. Een praktische toepassing van deze aanbeveling ligt in het keuzedeel voorbereiding hbo (KVH), dat vanaf 2017 wordt ingevoerd. De bevindingen uit het promotieonderzoek suggereren dat het goed is dit keuzedeel zodanig in te richten dat mbo’ers enerzijds diepgaand kennismaken met hbo-vaardigheden, en daarnaast – door het volgen van opleidingsspecifieke vakken – kunnen ervaren dat de hoeveelheid stof en de aangeboden vakken duidelijk anders zijn dan in het mbo.

Belangrijke anderen – zoals ouders – kunnen in verband kan worden gebracht met studievoortgang. Personen die door het jaar heen niet met belangrijke anderen blijven praten over studiekeuze of studievoortgang vallen significant meer uit. Deze bevinding m.b.t. de rol van belangrijke anderen zoals ouders - onderstreept het belang van ouderbetrokkenheid voor het studiekeuzeproces. Ouders kunnen hun kinderen stimuleren te gaan exploreren, door erover te praten, samen een open dag te bezoeken, enz. Concreet bevelen we aan dat tijdens informatieactiviteiten voor ouders en aspirant-studenten, voorlichters beide partijen aanspreken en ze overtuigen van het belang gesprekken over de studie te blijven voeren.  

Intensieve oriëntatie-activiteiten kunnen aankomende studenten helpen bewust te worden van proximale doelen (de inhoud van de studie), met gunstige gevolgen voor studievoortgang.