De rol van arbeidsmarktinformatie in de opleidingskeuze van mbo'ers.
Fouarge, D., Künn, A., & Punt, D. (2017)
In hoeverre nemen jongeren arbeidsmarktkansen mee in hun studiekeuze – en wat betekent dat voor LOB?
____________________________
Het onderzoek laat zien dat jongeren hun studiekeuze baseren op interesses en competenties, maar dat arbeidsmarktperspectieven wel degelijk invloed hebben, vooral wanneer deze expliciet worden gepresenteerd. Voor de LOB‑praktijk betekent dit dat het integreren van heldere en transparante arbeidsmarktinformatie kan helpen om betere, realistischer keuzes te maken en spijt of mismatch met de arbeidsmarkt te voorkomen.
____________________________
Samenvatting van het onderzoek
Dit rapport is opgesteld in het kader van het Project OnderwijsArbeidsmarkt, dat als doel heeft om de transparantie van de arbeidsmarkt te vergroten. De centrale vraag in dit rapport is in welke mate studiekiezers gebruik maken van arbeidsmarktinformatie bij het maken van hun opleidingskeuzes. In het bijzonder gaan wij in op de afruil tussen preferenties, competenties en arbeidsmarktperspectieven in het studiekeuzeproces. De bevindingen zijn als volgt:
- Veel factoren spelen een rol in de studie- en beroepskeuze van jongeren. Ten eerste spelen (academische) prestaties en verwachtingen ten aanzien van de eigen capaciteiten en de match met de voor de opleiding vereiste competenties een rol. Deze verwachtingen zijn zelf een functie van de sociale context (invloed van ouders en vrienden) en eerder opgedane ervaringen. Ten tweede kan de keuze voor een opleiding volgens de menselijk kapitaal theorie worden beschouwd als elke andere vorm van investeringen: een afweging tussen de kosten (tijd en geld dat in opleiding wordt geïnvesteerd) en de baten (kans op werk en loon) van de investering in een opleiding.
- Het studiekeuzeproces is niet altijd het resultaat van een rationele overweging die jongeren maken ten aanzien van wat zij met hun opleiding kunnen bereiken. Toch blijkt uit wetenschappelijke literatuur dat jongeren wel degelijk reageren op informatie over de arbeidsmarktkansen van opleidingen, en dat deze informatie de studiekeuze beïnvloedt. In de literatuur vinden wij aanwijzingen dat jongeren na informatieverschaffing: 1) hogere verwachtingen hebben over de opbrengsten van onderwijs; 2) een sterkere intentie om in het onderwijs te blijven; 3) vaker voor vervolgonderwijs kiezen; 4) specifieke opleidingen kiezen met goede perspectieven op werk en loon. Deze literatuur is echter nog schaars en de exacte grootte van het effect van arbeidsmarktinformatie op de studiekeuze verschilt tussen onderzoeken.
- Uit de literatuur blijkt dat het effect van arbeidsmarktinformatie op de studiekeuze verschilt naar sociale herkomst. Voor jongeren uit lage sociaaleconomische milieus geldt dat zij meer gevoelig zijn voor de gegeven arbeidsmarktinformatie, wellicht omdat bij hen de informatieachterstand groter is.
- Wij vinden dat in de studiekeuze van mbo’ers arbeidsmarktperspectieven op plek 3 staan, achter wat men leuk vindt en goed kan. Evengoed neemt bijna 50% van de mbo’ers arbeidsmarktperspectieven mee in hun studiekeuze.
- Mbo’ers worden met name door hun ouders beïnvloed in hun studiekeuze. Ouders blijken vooral effectief in het in beeld brengen van wat de mbo’ers leuk vinden en goed kunnen. Decanen en mentoren scoren minder goed als het gaat om mbo’ers een goed beeld te geven van de carrièremogelijkheden van opleidingen.
- Eigen analyses op een speciale module van de mbo-monitor laten zien dat jongeren die carrièreperspectieven (heel) sterk hebben laten meewegen in hun keuze voor een mboopleiding een gunstigere arbeidsmarktsituatie hebben: ze hebben vaker werk, verdienen een hoger uurloon, hebben vaker werk op niveau en een betere aansluiting met de studierichting en zijn meer tevreden met hun functie/beroep. Ook rapporteren zij minder vaak spijt te hebben van hun opleidingskeuze.
- In een keuze-experiment (vignetstudie) waarin jongeren moesten kiezen tussen twee mbo programma’s, gaan wij in op de afruil tussen preferenties, competenties en arbeidsmarktperspectieven. Onze analyses suggereren ten eerste dat jongeren gevoelig zijn voor de verwachte arbeidsmarktperspectieven van opleidingen bij het maken van hun keuze. Ten tweede komt naar voren dat het signaal ‘slecht’ (of het nu gaat op slecht passend bij interesses, of slechte arbeidsmarktkansen) een groter effect heeft op het niet kiezen voor een opleiding dan de tegenovergestelde boodschap ‘goed’ op de kans dat de opleiding wél gekozen wordt. Ten derde suggereren onze analyses dat studiekiezers bereid zouden zijn om te switchen van de opleiding van hun eerste voorkeur naar hun tweede voorkeur als de arbeidsmarktperspectieven voor de opleiding van hun tweede keuze beter zijn en als dit ze expliciet wordt verteld.
Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk?
LOB praktijk is er op gericht om jongeren te laten leren en ervaren wat studieprogramma’s inhouden, wat kenmerken van beroepen zijn en hoe deze passen bij de hun preferenties en competenties. Aandacht voor de arbeidsmarktkansen van opleidingen en beroepen is er in LOB praktijk nauwelijks. Dit is merkwaardig want een opleiding kiezen zonder aandacht te schenken aan de arbeidsmarktkansen van de opleiding kan resulteren in spijt van de gemaakte keuze en een gemiste aansluiting met de arbeidsmarkt. De bevindingen in dit rapport suggereren dat jongeren, afgezien van de standaard LOB activiteiten die zij ondernemen, baat hebben van transparante arbeidsmarktinformatie over de arbeidsmarktkansen van opleidingen. Het in het LOB praktijk integreren van informatie over de arbeidsmarktkansen van opleidingen die scholieren leuk en passend is aan te bevelen omdat het hen helpt betere keuzes te maken.



