Expertisepunt LOB

Ambitie-agenda
LOB en toezicht

Ambitieagenda LOB

Na de stimuleringsprojecten LOB in het vo en mbo, heeft de minister van Onderwijs in een brief (september 2016) haar vervolgaanpak voor LOB gepresenteerd waarmee zij onverminderd aandacht vraagt voor LOB. Daarop volgde een motie in de Tweede Kamer waarin werd gevraagd om landelijke normen voor LOB. In november 2017 heeft de minister hierop geantwoord met een brief waarin het belang van goed LOB wordt benadrukt.

Aanvullend op deze laatste brief van de minister heeft de MBO Raad samen met JOB de ambitieagenda LOB opgesteld voor de kwaliteitsverbetering van LOB. In de ambitieagenda LOB worden de aspecten beschreven die aan de basis staan van goede LOB: visie en beleid, activiteiten en begeleiding, kwaliteitsbewaking en professionalisering. Afhankelijk van de fase waarin een school zich bevindt, kunnen de LOB-agenda’s dienen als startinstrument, inventarisatie-instrument en evaluatie-instrument. 

 

Toezicht op LOB

De Onderwijsinspectie houdt toezicht op LOB op basis van het onderzoekskader 2017 voor de toezicht op het middelbaar beroepsonderwijs. Het waarderingskader mbo telt per gebied een aantal standaarden. In het standaard  van het ‘kwaliteitsgebied onderwijsproces’ is LOB opgenomen in het eerste onderwijsproces ‘OP1 Onderwijsprogramma: Het onderwijsprogramma bereidt de studenten voor op beroepspraktijk, vervolgonderwijs en samenleving.’. Over de waardering van de basiskwaliteit (wat móeten het bestuur en de school) van OP1 staat opgenomen:  

“De opleiding biedt een onderwijsprogramma dat is toegespitst op de doelgroep en de beroepspraktijk waartoe de opleiding kwalificeert en diplomeert. Het programma is afgestemd op de onderwijs- en vormingsdoelen van het kwalificatiedossier, de daarbij behorende keuzedelen en eventuele wettelijke beroepsvereisten alsmede op de onderwijs- en vormingsdoelen van de opleiding zelf. Het programma kent een duidelijke opbouw en samenhang, is passend bij de opleidingsduur en er zijn voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming. Het verwerven van generieke competenties, waaronder die met betrekking tot loopbaan en burgerschap, maakt deel uit van het programma. Het programma sluit aan bij het voorafgaand onderwijs, bereidt voor op het aanbod van vervolgonderwijs en biedt mogelijkheden voor maatwerk. Het programma is voor studenten tijdig en voor aanvang van de opleiding bekend.” 

Over de waardering van de eigen ambities en doelen van de school (wat wíllen het bestuur en de school) van OP1 staat opgenomen: 

“Is er aanvullend beleid op de kwaliteit van het onderwijsprogramma en (hoe) wordt dit gerealiseerd?”