Expertisepunt LOB

LOB in het havo/vwo

Jaarlijks volgen meer dan 350.000 leerlingen een opleiding in het havo/vwo. Jaarlijks stromen 55.000 leerlingen door naar het het hoger beroepsonderwijs. Helaas verloopt deze overstap niet altijd probleemloos. Te veel jongeren vallen uit of veranderen van opleiding. De cijfers laten zien dat een belangrijke reden voor uitval of het wisselen van opleiding een verkeerde studiekeuze is. Goede loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB/SLB) kan helpen bij het maken van betere keuzes door jongeren te begeleiden bij het ontdekken van hun mogelijkheden, talenten en passies en het ontwikkelen van een realistisch beeld van het vervolgonderwijs en het beroepsperspectief.

Op deze pagina vind je informatie over wet- en regelgeving en vormgeving van LOB in havo/vwo.

Praktijkvoorbeelden

Hoe geven havo/vwo-scholen in Nederland vorm aan LOB? Bekijk de LOB-praktijkvoorbeelden!

Havo/vwo wet- en regelgeving

Het onderwerp loopbaan oriëntatie en -begeleiding is sinds 1999 in de ‘Wet op het Voortgezet Onderwijs’ (WVO) opgenomen. Oriëntatie op studie en beroep wordt door de school opgenomen in het examenprogramma. De wijze waarop dit gebeurt is niet bij wet vastgelegd. Het is de verantwoordelijkheid van de school. Vastleggen in het PTA is een mogelijkheid, geen verplichting.

Daarnaast heeft de VO-raad samen met Laks, NVS-NVL en VvSL de kwaliteitsagenda LOB opgesteld voor de kwaliteitsverbetering van LOB. In de kwaliteitsagenda LOB worden de aspecten beschreven die aan de basis staan van goede LOB: visie en beleid, activiteiten en begeleiding, kwaliteitsbewaking en professionalisering.

Kwaliteitsagenda LOB

Om alle scholen te ondersteunen bij een stevige verankering van LOB in hun onderwijs, hebben het LAKS, de NVS-NVL, de VvSL en de VO-raad, gesteund door het ministerie van OCW, een kwaliteitsagenda LOB opgesteld. 

We beschrijven in deze agenda een sluitende aanpak: van visie en beleid naar concrete activiteiten en systematische kwaliteitsbewaking. Het bovensectoraal Expertisepunt LOB ondersteunt scholen in deze aanpak door het delen van bewezen praktijkvoorbeelden, instrumenten en kennis op het gebied van LOB. 

Toezicht op LOB 

De Onderwijsinspectie houdt toezicht op LOB op basis van het onderzoekskader 2017 voor de toezicht op het voortgezet onderwijs. Het waarderingskader vo telt per gebied een aantal standaarden.  Over de waardering van de basiskwaliteit (wat móeten het bestuur en de school)  staat opgenomen:  

“De school biedt een breed en op de kerndoelen gebaseerd aanbod dat ook de referentieniveaus taal en rekenen omvat. Het aanbod is dekkend voor examenprogramma’s. Het aanbod bereidt de leerlingen inhoudelijk goed voor op het vervolgonderwijs. Dit aanbod omvat mede activiteiten op het gebied van loopbaanleren (LOB).”

vo-school n.a.v. de LOB scan

vo-school n.a.v. de LOB scan

Fijn om met decanen, mentoraat en schoolleiding in gesprek te gaan over LOB aan de hand van de LOB-scan. De begeleiding van de regiocontactpersoon gaf ons goede input. Zo’n gesprek over LOB  was niet eerder gebeurd Het heeft echt draagvlak opgeleverd voor het versterken van LOB.
decaan van een vo-school

decaan van een vo-school

De opdrachtenbank van de site is super bruikbaar! Je kunt perfect aanhaken op de fase waarin een klas of leerling zich bevindt op hun loopbaan! 
Uit rapport Youngworks: Jongerenperspectief op LOB

Uit rapport Youngworks: Jongerenperspectief op LOB

“Mijn mentor kijkt wel echt naar wat er bij me past en hoe ik ben. Hij kan echt een half uur met me praten, en echt persoonlijk naar mij kijken. Hij kent me. Mijn mentor geeft naast mentoruur ook maatschappijwetenschappen, dus ik denk dat hij daarom ook automatisch meer betrokken is. Haar [over vriendin in dezelfde klas] mentor is niet zo. Zij heeft alleen een 10-minuten gesprekje gehad.”
Uit rapport Youngworks: Jongerenperspectief op LOB

Uit rapport Youngworks: Jongerenperspectief op LOB

Over het belang van praktijkgericht opleiden: “Tijdens CKV moesten we een film maken in groepjes. Er kwam iemand vertellen die op een set werkt. We moesten daarna ook rollen verdelen binnen de groep. Dan ga je wel echt nadenken of het iets voor je is.”
Uit rapport Youngworks: Jongerenperspectief op LOB

Uit rapport Youngworks: Jongerenperspectief op LOB

Over perspectief op de toekomst: “Ik vond het superspannend om een keuze te maken, want wat als je het verkeerde kiest? Het is belangrijk dat ze laten zien wat er allemaal kan in de toekomst: welke opleidingen er zijn en welke richtingen. Achteraf had ik daar meer hulp bij gewild.”
Uit rapport Youngworks: Jongerenperspectief op LOB

Uit rapport Youngworks: Jongerenperspectief op LOB

“Wat wil ik en wat kan ik, vind ik het meest belangrijk. Want het is mijn leven en ik zal het moeten leiden. Dus ik wil wel een leven leiden waarin ik iets doe wat ik écht wil en wat ik leuk vind. Daarnaast moet je wel iets doen dat je goed kan, anders gaat het werk je later veel moeite kosten”

Doorstroomrechten havo/vwo

 

Doorstromen in en na de havo

De havo (duur 5 jaar) bereidt leerlingen voor op een studie in het hbo (hoger beroepsonderwijs).
 

Toelating tot de bovenbouw van de havo

In het derde jaar moet de leerling een keuze maken voor een van de 4 profielen. Naast een vast programma per profiel (profielvak) kunnen leerlingen een deel van hun programma zelf samenstellen. Wanneer een leerling voor een profiel kiest horen daar een aantal verplichte vakken bij.


Doorstromen van havo naar mbo

Middels een overgangsbewijs kan er worden doorgestroomd van havo 3 naar het MBO niveau 3 of 4.


Doorstromen van havo naar hbo

Met een havo-diploma kan een leerling een opleiding gaan volgen aan een hogeschool.

  • Extra toelatingseisen en aanvullende eisen
    Sommige opleidingen hebben naast diploma-eisen nog extra toelatingseisen. Sommige hbo-opleidingen mogen aanvullende eisen stellen waarvoor de student auditie of een toelatingstoets moet doen.

  • Deficiënties wegwerken
    Niet elk profiel in het voortgezet onderwijs geeft rechtstreeks toegang tot elke hbo-opleiding. We spreken over deficiëntie als je wel een havo- of vwo-diploma hebt, maar niet voldoet aan de gestelde toelatingseisen wat het betreft het profiel, de vooropleiding en/of de specifiek voorgeschreven vakken. Door het succesvol afronden van één of meerdere toelatingstoetsen kun je je deficiëntie wegwerken en ben je alsnog toelaatbaar op de opleiding.


Doorstromen van havo naar vwo, uniforme toelatingseis

Op dit moment bepalen scholen hun eigen toelatingsbeleid voor de doorstroom havo naar vwo. Op 17 juni 2020 is de AMvB rondom het doorstroomrecht vmbo-havo en havo-vwo is vandaag gepubliceerd. Hiermee worden definitief de doorstroomvoorwaarden duidelijk in het kader van de wet 'Wet gelijke kans op doorstroom naar havo en vwo’. Deze wet en de nu gepubliceerde AMvB bepalen dat vmbo’ers die zijn geslaagd voor hun eindexamen vmbo-gl of -tl met een extra vak, worden toegelaten tot de havo havisten voortaan zonder voorwaarden kunnen doorstromen naar het vwo. Na inwerkingtreding van de wet kunnen leerlingen die niet zijn toegelaten of zich niet hebben gemeld, terwijl ze wel aan de (nieuwe) doorstroomvoorwaarde voldoen, (opnieuw) scholen benaderen om hun doorstroomrecht te verzilveren.


Tussenjaar na de havo

De leerling heeft met het havo-diploma een startkwalificatie en is niet meer leer- of kwalificatieplichtig. Hij (zij) mag een tussenjaar nemen of gaan werken.


Doorstromen in en na vwo

Het vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs) bereidt leerlingen voor op een studie aan de universiteit. Een school voor voortgezet onderwijs beslist zelf of zij een leerling toelaat. Veel scholen doen dit op basis van:

  • het schooladvies van de basisschool;
  • de score van de Citotoets (eindtoets basisonderwijs);
  • een eigen toelatingstest.


Toelating tot de bovenbouw vwo

Zit een leerling in de bovenbouw van vwo (klas 4, 5 en 6), dan kan hij kiezen uit 4 richtingen (profielen).

  • Doorstromen van vwo naar hbo
    Met een vwo-diploma kan een leerling een opleiding gaan volgen aan een hogeschool. De Regeling aanmelding en toelating hoger onderwijs (Ratho) omvat een aantal ministerële regelingen die betrekking hebben aanmelding of toelating tot het hoger onderwijs.

  • Doorstromen van vwo naar de universiteit
    Voor toelating tot een universiteit heeft de leerling een vwo-diploma nodig. De universiteit geeft informatie over de vooropleidingseisen.

  • Extra toelatingseisen en aanvullende eisen
    Sommige opleidingen hebben naast diploma-eisen nog extra toelatingseisen. Sommige hbo-opleidingen mogen aanvullende eisen stellen waarvoor de student auditie of een toelatingstoets moet doen. Zie hiervoor Bijlage A en Bijlage B.

  • Deficiënties wegwerken
    Niet elk profiel in het voortgezet onderwijs geeft rechtstreeks toegang tot elke hbo-opleiding. We spreken over deficiëntie als je wel een havo- of vwo-diploma hebt, maar niet voldoet aan de gestelde toelatingseisen wat het betreft het profiel, de vooropleiding en/of de specifiek voorgeschreven vakken. Door het succesvol afronden van één of meerdere toelatingstoetsen kun je je deficiëntie wegwerken en ben je alsnog toelaatbaar op de opleiding.


Tussenjaar na vwo

De leerling heeft met het vwo-diploma een startkwalificatie en is niet meer leer- of kwalificatieplichtig. Hij (zij) mag een tussenjaar opnemen of gaan werken.