VMBO wet- en regelgeving



Wet- en regelgeving

In van de ‘Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs’ staat voor het vmbo waar LOB aan moet voldoen. In De Kern deel c Loopbaanoriëntatie en –ontwikkeling staat dit beschreven voor vmbo basis, kader en gemengde leerweg. In Bijlage 3 Loopbaanoriëntatie en –ontwikkeling in de theoretische leerweg van het vmbo  staat dit beschreven voor de theoretische leerweg. Hierin staat dat het onderwijs leerlingen vaardig moet maken om de eigen loopbaan vorm te geven door op systematische wijze om te gaan met ‘loopbaancompetenties’. Daarnaast maakt de leerling zijn eigen loopbaanontwikkeling inzichtelijk voor zichzelf en voor anderen door middel van een ‘loopbaandossier’.  
Elke opleiding is vrij om hier zelf invulling aan te geven, maar moet de wijze waarop zij dit aanbieden wel vastleggen in het plan van toetsing en afsluiting (PTA). De vaardigheden worden niet in het centrale examen getoetst.
Daarnaast heeft de Vo-raad samen met Laks, NVS-NVL en VvSL de kwaliteitsagenda LOB opgesteld voor de kwaliteitsverbetering van LOB. In de kwaliteitsagenda LOB worden de aspecten beschreven die aan de basis staan van goede LOB: visie en beleid, activiteiten en begeleiding, kwaliteitsbewaking en professionalisering. 

Toezicht op LOB

De Onderwijsinspectie houdt toezicht op LOB op basis van het onderzoekskader 2017 voor de toezicht op het voortgezet onderwijs. Het waarderingskader vo telt per gebied een aantal standaarden. In het standaard van het ‘kwaliteitsgebied onderwijsproces’ is LOB opgenomen in het eerste onderwijsproces ‘OP1 Aanbod: Het aanbod bereidt de leerlingen voor op vervolgonderwijs en de samenleving’. Over de waardering van de basiskwaliteit (wat móeten het bestuur en de school) van OP1 staat opgenomen: 
“De school biedt een breed en op de kerndoelen gebaseerd aanbod dat ook de referentieniveaus taal en rekenen omvat. Het aanbod is dekkend voor examenprogramma’s. Het aanbod bereidt de leerlingen inhoudelijk goed voor op het vervolgonderwijs. Dit aanbod omvat mede activiteiten op het gebied van loopbaanleren (LOB).”
Over de waardering van de eigen ambities en doelen van de school (wat wíllen het bestuur en de school) van OP1 staat opgenomen:
“Welke eigen opdracht heeft de school opgenomen in het schoolplan en (hoe) realiseert de school deze?
Te denken valt aan:

  • talentontwikkeling
  • toekomstgericht onderwijsaanbod
  • aanbod gericht op leerstrategieën
  • een aantrekkelijke en uitdagende leeromgeving.”

Ter verantwoording van de interpretatie van de basiskwaliteit geeft de onderwijsinspectie tot slot een toelichting op de wettelijke eisen die van toepassing zijn.
“De wet geeft aan dat de school in de onderbouw een samenhangend onderwijsprogramma verzorgt, waarin de kerndoelen worden uitgewerkt en dat voldoet aan de referentieniveaus van taal en rekenen (artikel 11c, eerste lid, WVO en artikel 2 en 3 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen). De school bereidt de leerlingen voor op het vervolgonderwijs (artikel 7 tot en met 10, WVO). LOB heeft hierin een centrale plaats in het examenprogramma (Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs). Daarin staat: “De kandidaat is in staat zijn eigen loopbaanontwikkeling vorm te geven. Hij doet dat met een oriëntatie op een toekomstige opleiding en (loop)baan door middel van reflectie op het eigen handelen en reflectie op ervaringen.”

Kortom: de Onderwijsinspectie kijkt of er aandacht wordt besteed aan LOB en of het LOB-programma wordt uitgevoerd zoals beschreven staat in het PTA.

Om inspiratie en inzicht te krijgen in hoe andere vmbo-scholen invulling geven aan de wet- en regelgeving bekijk de praktijkvoorbeelden.
 

Meer weten

Aan de slag

Inspiratie